---
title: "9 juni 2005 · Voldoening van de belasting, bewijs · Hof van beroep te Antwerpen"
description: "Voldoening van de belasting, bewijs, controlemaatregel. Hof van beroep te Antwerpen (België), 9 juni 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-bewijs-controlemaatregel-hof-van-beroep-antwerpen-2005-06-09-2615"
lang: "nl"
---

# Voldoening van de belasting, bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

9 juni 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

55 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 09.06.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE BIS KAMER, rechtdoende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

**Zitting van 09.06.2005**

**Eindarrest**

Inzake : **2003/AR/2311**

**V. D. V. V.**, wonende te …, …, H.R. Antwerpen …;

**appellant,**

\- tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de dato 13 september 2002;

\- in persoon aanwezig en bijgestaan door Mr. **W. H.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen 2. waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **G. V. B.** loco Mr. **J. B.**, advocaat te …, …;

## 1. De antecedenten en de vorderingen

Het voorwerp van het door appellant bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 30.11.1998 ingesteld fiscaal verzet (inzake BTW) en de daaraan ten grondslag liggende feiten werden uiteengezet in het bestreden vonnis d.d. 13.9.2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen en dit hof verwijst daar naar.

De eerste rechter verklaarde dit verzet ongegrond.

Appellant, die bij een ter griffie van dit hof op 26.9.2002 neergelegd verzoekschrift hoger beroep instelde, besluit tot de gegrondheid van het verzet.

Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

## 2. Beoordeling

### Betreffende de rechtsgeldigheid van het dwangbevel

De eerste rechter heeft op oordeelkundige gronden, die door appellant niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, tot de rechtsgeldigheid van het litigieus dwangbevel besloten.

Dit hof voegt daar enkel aan toe dat uit de inhoud van de brieven d.d. 5.10.1998 en 26.10.1998 van de heer **R. V. D.** van de Directie BTW Antwerpen duidelijk blijkt dat de kritiek van appellant op de vaststellingen in het proces-verbaal d.d.19.3.1997 onderzocht en weerlegd werd, waarbij de Gewestelijke Directie op rechtsgeldige wijze ook nog bijkomende feitelijke en juridische gronden heeft ingeroepen om de BTW navordering in voormeld proces-verbaal te ondersteunen en waarover appellant (via zijn advocaat) tegenspraak heeft kunnen voelen.

Hoewel in de laatste brief d.d. 26.10.1998 vanwege de directie BTW Antwerpen gesteld werd dat reactie van de advocaat van appellant verwacht werd tegen 15.11.1998, stond in die omstandigheden het beginsel van behoorlijk bestuur er niet aan in de weg dat geïntimeerde reeds op 5.11.1998 op basis van de BTW navordering die uiteengezet werd in het proces-verbaal d.d. 19.3.1997, en die mede gelet op de daaropvolgende briefwisseling een voldoende zekere en opeisbare BTW navordering vormde, een dwangbevel liet uitvaardigen en vervolgens op 12.12.1998 aan appellant liet betekenen, nu geïntimeerde er terecht op gewezen heeft dat dit dwangbevel ook nodig was om bewarende maatregelen, zoals het nemen van de inschrijving van de wettelijke hypotheek, mogelijk te maken. Appellante refereert daarbij ten onrechte aan door het Hof van Cassatie op 10.10.2002 inzake inkomstenbelastingen ingenomen standpunt, nu daarvoor andere te dezen niet van toepassing zijnde fiscale bepalingen gelden en de wettelijke vereisten voor een dwangbevel inzake BTW dan ook niet mogen getoetst worden aan deze van een dwangbevel inzake inkomstenbelastingen (de techniek van belastingheffing is ook verschillend).

### Betreffende de uitgaande factuur nr. 33 van 1994

De eerste rechter heeft om oordeelkundige redenen, die door appellant niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, de op deze grondslag gesteunde BTW navordering gegrond verklaard.

Dit hof voegt daar enkel aan toe dat appellant, die ter zake wel de bewijslast draagt, op geen enkele wijze bewijst dat hij deze goederen *"onder transit statuut"* verkocht heeft; het tegendeel blijkt uit de verklaring die de advocaat van appellant daarover bij brief d.d. 19.10.1998 aflegde : *"Zoals uit de van mijn cliënt uitgaande factuur nr. 33 van 1994 blijkt, werden de goederen aan de koper geleverd te Antwerpen. Mijn cliënt stond niet in voor enige uitvoer.*

*De bestemming van de goederen was - wellicht - de uitvoer van de betreffende goederen door de genoemde koper. Mijn cliënt was hierbij niet betrokken. Mijn cliënt is eveneens in de onmogelijkheid om van deze koper het bewijs te vragen dat de goederen uiteindelijk door hem uitgevoerd werden"*. Hoewel deze advocaat in dezelfde brief schreef dat hij *"verder onderzoek pleegt ten aanzien van het opslagmagazijn en de Administratie der Douane ten einde de door uw administratie gehanteerde stelling te weerleggen”*, blijft appellant in gebreke om enig stuk (T1 document, gepaard meteen vrachtbrief CIM of een overdracht formulier TR of andere documenten zoals Carnet TIR of ATA of formulier 302) over te leggen tot staving van de regeling van extern douanevervoer (transitstatus) m.b.t. de goederen opgenomen in deze uitgaande factuur nr. 33.

Onterecht stelt appellant dan ook dat *"gefactureerd werd buiten toepassing van de BTW omdat appellant goederen in transit aankocht en ook in transit verkocht”*, nu van deze *"verkoop in transit”* door appellant, die ter zake de bewijslast draagt, geen enkel bewijs geleverd wordt.

Betreffende de inkomende factuur nr. 49 van 23.12.1995

De eerste rechter heeft op oordeelkundige gronden, die door appellant niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, dit onderdeel van de BTW navordering gegrond verklaard.

Dit hof voegt daar aan toe dat de inkomende factuur niet enkel 3000 stuks textiel en T-shirts vermeldt maar tevens *"partij stukgoed abx”* voor een waarde van … fr., zodat de totale waarde van de op deze factuur vermelde goederen wel degelijk, … fr. en niet (zoals appellant beweert) … fr. bedraagt (zie stuk 10, bundel geïntimeerde).

Appellant draagt wel de bewijslast m.b.t. de overeenstemming tussen de goederen vermeld op deze inkomende factuur en de uitgaande factuur nr. 45 van 1996 (stuk 11, bundel geïntimeerde) en aldus wordt van hem geen ,"onmogelijk" bewijs gevorderd. De bedoelde goederen stemmen klaarblijkelijk niet overeen.

Tenslotte is de gelijktijdige toepassing van het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1 W.BTW en de ter zake van de winstmarge door geïntimeerde ingeroepen feitelijke vermoedens geen *"verboden opeenstapeling van vermoedens”*.

Betreffende de inkomende factuur nr. 21 van 7.2.1995

De eerste rechter heeft op oordeelkundige gronden, die door appellant niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, dit onderdeel van de BTW navordering gegrond verklaard.

Dit hof voegt daar aan toe dat :

1° reeds in het p.v. d.d. 19.3.1997 gewezen werd op het vermoedelijk fictief karakter van de beweerde levering van 38.000 broeken en tot bewijs waarvan de betwiste factuur werd ingeroepen en daarbij ook gewezen werd op diverse vormelijke onregelmatigheden waaraan deze factuur nochtans moest voldoen om de aftrek van BTW daarop te kunnen uitoefenen : *“Vermits de bvba* ***R. T.*** *op datum van de uitreiking van de factuur niet meer. bestond, zijn de naam en het adres op die factuur onjuist"*;

2° volgende door geïntimeerde aangehaalde feiten toelaten te besluiten dat de litigieuze factuur geen effectieve levering van de litigieuze goederen bewijst die recht op aftrek zou kunnen opleveren :

> *“Bij nader toezien blijkt de factuur, waarvan een kopie in mijn bezit is, op naam te staan van* ***R. T.*** *bvba (volgens de oprichtingsakte en bij de BTW-administratie gekend als bvba* ***R. T.****, dus in het meervoud), met als adres … te …. Op het ogenblik van facturatie was de maatschappelijke zetel volgens de publicatie in het B.S. sedert 16.7.1993 overgebracht naar de … te … en vervolgens vanaf 22.10.1993 naar de … te …. Zowel naam als adres van de uitreiker van de factuur zijn niet juist…. Krachtens* [*artikel 51bis, § 1, 1° BTW-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis) *is de medecontractant hoofdelijk gehouden tot voldoening van de gefactureerde belasting. Hij wordt van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen, mits hij de identiteit van zijn leverancier aantoont en bewijst hem de prijs en de bijhorende belasting te hebben betaald…. De enige vennoot-zaakvoerder van deze bvba, de heer* ***S. T.*** *is overleden op 18.1.1995 te … en over eventuele erfgenamen, die het voortbestaan van de vennootschap kunnen verzekeren, is mij niets bekend. Kan de vennootschap dan nog leveren en facturen opstellen ?... Onderaan de factuur is in handschrift bijgeschreven : factuur voldaan door uitgaande factuur naar D.S.M. V.L;*
>
> *de uitgaande factuur naar bvba D.S.M.V.L wordt meer dan drie maanden later opgesteld, voorafgegaan door een handgeschreven “pro forma factuur” d.d. 15.5.1995… BVBA* ***R. T.*** *heeft in de loop van 1995 en 1996 geen periodieke BTW-aangiften ingediend. Bovendien, net vóór haar faillissement was er lastens voornoemde vennootschap een proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van een uitgebreide controle door het diensthoofd van het BTW-controlekantoor te Lanaken. In zijn proces-verbaal van 11.9.1997 (zie bijlage 1) stelt hij het gebrek vast aan indiening van aangiften, benevens de ontstentenis van het bestaan van een handelsexploitatie* (sinds september 1993, zoals blijkt uit voormeld p.v.), *alsook de afwezigheid van leveringen aan bvba* ***R. T.****. Dit proces-verbaal versterkt de vermoedens dat de factuur nr. 21 van 7.2.1995 uitgereikt door bvba* ***R. T.*** *aan de heer* ***V. D. V. V.*** *niet gepaard is gegaan met effectieve leveringen. Met andere woorden, een fictieve facturatie is niet uitgesloten. Kort na het p.v. is de vennootschap failliet verklaard. De verschuldigde sommen (meer dan …. F. rechten) werden opgenomen in een verklaring van schuldvordering. Het faillissement is afgesloten op 13.11.1997 zonder dividend voor de Belgische Staat”* (cfr. de brief d.d. 26.10.1998 van de directie BTW ANTWERPEN aan de advocaat van appellant).

\- hoewel het om een eerste eenmalige en belangrijke (prijs … EUR, inclusief BTW) handelstransactie zou gegaan zijn, appellant geen naam kan verstrekken van de natuurlijke persoon die voor rekening van. voormelde bvba de litigieuze koop zou gesloten hebben en ook geen bewijs van de beweerde rechtstreekse betaling aan **R. T.** van de koopprijs (en BTW) door bvba DSMVL kan verstrekken - deze bewering strijdt overigens met de vermelding *"voldaan. contant op levering”* op factuur d.d. 7.2.1995 van **R. T.** bvba, daar waar steeds volgens appellante deze levering ook plaatsvond op 7.2.1995 en strijdt ook met de verklaring die de gevolmachtigde boekhouder van appellant daarover in zijn brief d.d. 8.8.1997 gaf, nl. dat appellant deze factuur werkelijk betaald heeft -. Het behoort nochtans aan appellant om zulk bewijs op te vragen bij zijn handelspartner bvba D.S.M.V.L. Appellant bewijst ook niet op welke wijze (waar en wanneer) hij deze goederen zou afgehaald hebben (ook geen vervoerbewijs). De verklaring d.d. 2.9.1997 van **J. S.**, gevolmachtigde van bvba D.S.M.V.L is onbetrouwbaar - D.M.V.L. is zelf als contractpartij van appellant in deze verhandeling van goederen met vermoedelijke eindbestemming Mali betrokken - en kan geen bewijs van betaling (van de koopsom aan **R. T.**) vormen. Het enkele feit dat appellant op een territoriaal niet bevoegd BTW-controlekantoor bevestiging gekregen had dat het BTW-nummer van bvba **R. T.** nog "geldig" was (dit nummer werd op 1.1.1996 ambtshalve doorgehaald), bewijst niet dat **R. T.** nog effectief handel dreef en zegt ook niets over de realiteit van de ingeroepen levering van goederen.

Nu het hoger beroep ongegrond is, dient appellant de kosten daarvan te betalen.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**HET HOF,**

Recht sprekende op **tegenspraak**;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Veroordeelt appellant tot betaling van de kosten van hoger beroep, in hoofde van geïntimeerde vastgesteld op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 9 juni 2005

waar aanwezig waren :

de heer **E. L.**, alleenzetelend Raadsheer,

mevrouw **C. V.**, Griffier.

**C. V.** **E. L.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 51bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Verlaagd tarief, Nieuw gebouw, Werken in onroerende staat, Bouwwerken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuw-gebouw-werken-rechtbank-brussel-2023-05-31-57ac) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kans-geldspelen-langs-elektronische-weg-hof-van-beroep-gent-2023-06-664d) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Administratieve geldboeten, Beginsel non bis in idem](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-geldboeten-beginsel-non-bis-grondwettelijk-hof-brussel-2021-10-07-dcab) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, factuur, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-factuur-btw-cassatie-brussel-2022-11-25-e4f6) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Verlegging van de heffing, Medecontractant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-hoofdelijke-aansprakelijkheid-verlegging-hof-van-beroep-antwerpen-2022-02-15-e77d) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Hoofdelijke aansprakelijkheid tot voldoening van de belasting, Tarief](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hoofdelijke-aansprakelijkheid-voldoening-belasting-tarief-cassatie-brussel-2024-11-29-08ff) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aard van de verrichte werken in onroerende staat, Nieuwbouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aard-verrichte-werken-in-onroerende-rechtbank-bergen-2024-01-09-1785) 1 gemeenschappelijke bepalingen
