Vervolging, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Hasselt 17 oktober 2007

Zoeken

Vervolging, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-hasselt-2007-10-17-040e

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Hasselt
Datum
17 oktober 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

53 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 17.10.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

DE BURGERLUKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZIITING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER C, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

Inzake : AR nr. 05/2313/A

L. S. BVBA, met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt nummer …, met ondernemingsnummer …,

eiseres,

vertegenwoordigd door Mr. L. E. loco Mr. W. B., advocaat te …, …,

tegen :

ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43,

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel,

verweerder,

vertegenwoordigd door Mr. L. loco Mr. F. R., advocaat te …, …,

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

I.het verzoekschrift op tegenspraak in fiscale zaken, neergelegd door eiseres op 4.11.2005 waarbij eiseres fiscaal verhaal aantekent tegen de administratieve beslissing van 4.8.2005 van de waarnemend gewestelijk directeur van de AOIF Directie BTW Hasselt, belastingen en invordering van 4.8.2005 waarbij het verzoekschrift tot vrijstelling van intresten als gevolg van overtredingen vastgesteld tijdens de controle inzake BTW op 20.1.1999, werd afgewezen;

II.de stukken en conclusies van partijen.


Feiten en voorgaanden

Eiseres is ingevolge haar economische activiteit geregistreerd als BTW-belastingplichtige met BTW-nr. BE … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan getroffen besluiten.

Naar aanleiding van een BTW-controle ondertekende eiseres op 11.2.2000 een correctieopgave waarin zij verklaarde aan verweerder schuldig te zijn, de som van 1.968.163 BEF (48.789,48 EUR), te verhogen met 196.000 BEF (4.858,71 EUR) administratieve proportionele geldboete.

Wat de oorsprong van de BTW-schuld betreft, zou het gaan om niet aan verweerder afgedragen BTW op door eiseres gedane met BTW belastbare leveringen van goederen.

Sinds 20.5.2000 deed eiseres betalingen ter delging van deze schuld die evenwel niet leidden tot vermindering van de schuld in hoofdsom, gelet op de aanrekening van de gedane betalingen op de gelopen intresten of de BTW-schuld in hoofdsom en de verschuldigde geldboeten.

Eiseres deed een verzoek bij verweerder tot kwijtschelding van de gelopen intresten, dat uiteindelijk werd afgewezen bij hoger vermelde administratieve beslissing.

Uiteindelijk, namelijk op 14.9.2005 delgde eiseres alle dan nog bestaande schulden, zijnde hoofdsom, gelopen intresten, geldboeten, moratoire intresten en kosten en betaalde uit dien hoofde dan 69.709,10 EURO, bedrag dat ver het bedrag van hoger vermelde in de correctieopgave opgenomen BTW-schuld en administratieve geldboete overtrof.

Het huidig geding handelt over het verzoek van eiseres tot teruggave van een bedrag van in totaal 31.640,86 EURO.

Ten gronde zet eiseres uiteen dat zij onmiddellijk na de ondertekening van de correctieopgave door geschillen met KRC Genk, dat zij sponsorde, SK Beveren en andere lopende juridische gedingen, lange tijd niet in staat was aan verweerder verschuldigde betalingen ingevolge de correctieopgave te verrichten, zodat zij volgens zichzelf een behartenswaardig geval is en volgens zichzelf in aanmerking komt voor kwijtschelding van intresten.

Het verzoekschrift van eiseres tot kwijtschelding van intresten werd door hoger genoemde administratieve beslissing verworpen, hetgeen aanleiding gaf tot neerlegging ter griffie van voormeld verzoekschrift op tegenspraak, dat huidige vordering aanhangig maakte.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering, zodat zij de vordering als ontvankelijk beoordeelt.

Ten gronde

Rechtsgrond vordering van eiseres : ambtshalve heropening der debatten

Eiseres verzoekt om kwijtschelding van de lastens haar gelopen nalatigheidintresten op de BTW-schuld zoals die blijkt uit de door haar ondertekende correctieopgave van 11.2.2000, gelopen tot de datum van betaling onder voorbehoud op 20.9.2005, zijnde de tot die datum op de door eiseres verschuldigde BTW gelopen intresten.

Eiseres zet daarbij uiteen dat volgens haar, om redenen aangehaald in haar verzoekschrift en besluiten, haar terugbetaling moet worden gedaan van gedane betalingen van intresten, omdat zij een behartenswaardig geval is en zet uiteen dat de beslissing van de gewestelijke directeur van 4.8.2005 door de rechtbank hervormd zou moeten worden.

Eiseres vraagt zulks, onder meer, op grond van de stelling dat de rechtbank "met volle rechtsmacht" moet kunnen oordelen over dergelijk verzoek en vordering.

Evenwel is de bevoegdheid voor verweerder om te beslissen zoals voorzien door artikel 84 en 84bis W.BTW (en de bevoegdheid om te beslissen zoals voorzien door art. 19, lid 2 KB BTW), geen beslissing van jurisdictionele aard, doch behoort zij tot de vrijwillige rechtspraak.

Het is aan de rechtbank niet toegelaten louter om redenen van opportuniteit of billijkheid, aan eiseres het door haar gevraagde inzake aanrekening van gedane betalingen en kwijtschelding van gelopen intresten, toe te staan (Cassatie 21 januari 2005, F.J.F. 2005, afl. 6, 633; Antwerpen 29 november 2005).

Eiseres vraagt voorts een inhoudelijke controle over de beslissing van de gewestelijke directeur in de administratieve beslissing van 4.8.2005, boven een loutere controle naar de wettigheid van de genomen beslissing.

Evenwel is het BTW-recht, zijnde fiscaal recht, publiekrechtelijk van aard.

De rechtspraak inzake het oordeel van de rechter "met volle rechtsmacht" (o.a. E.H.R.M. Silvester’s Horeca Service/België, F.J.F. 2004, afl. 6, 528), waarnaar eiseres verwijst, heeft betrekking op de beoordelingsbevoegdheid van de fiscale rechter over een sanctie van strafrechtelijke aard, ingevolge art. 6.1. E.V.R.M.

De fiscale wetgeving inzake de loop van interesten en de daarmee verband houdende aanrekening van gedane betalingen is evenwel prima facie, noch strafrechtelijk, noch burgerrechtelijk van aard (cfr. Rb. Hasselt, 25 oktober 2006, F.J.F. 2007/174).

Alvorens verder recht te doen, werpt de rechtbank dan ook ambtshalve de vraag op naar de rechtsgrond die de rechtbank zou toelaten niet alleen de controle inzake wettigheid te doen van de administratieve beslissing, doch haar ook zou toelaten, zonder te oordelen louter op grond van billijkheid of opportuniteit, hetgeen haar niet toegelaten is, discretionair te oordelen over de vraag of de hoger genoemde kwijtschelding van intresten en wijziging van aanrekening van rekeningsvolgorde van betalingen inzake BTW, gegrond is, en zich derhalve daartoe in de plaats te stellen van verweerder om opnieuw op dergelijke wijze te oordelen (cfr. E.H.R. Ferrazzini/Italië 12juli 2001).

Het past, teneinde partijen toe te laten daarover een standpunt in te nemen, te dien einde de debatten te heropenen.


Gelet op de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak,

Verklaart de vordering ontvankelijk, doch alvorens ten gronde recht te doen,

Beveelt een heropening der debatten om de reden hoger aangehaald en verwijst de zaak terug naar de bijzondere rol.

Houdt de uitspraak. over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de elfde kamer C, op 17 OKTOBER 2007, alwaar aanwezig waren :

mevrouw C. V., enige rechter en

mevrouw M. L., griffier.

M. L. C. V.