---
title: "9 september 1999 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Vervolging, geding, uitvoer, invoer, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 9 september 1999."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-uitvoer-invoer-rechten-rechtbank-brussel-1999-09-e7bf"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, uitvoer, invoer, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

9 september 1999

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

224 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 09.09.1999

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL**

A.R. : **94/12431/A en 94/16533/A en 97/2135/A**

**INZAKE VAN AR 94/12431/A**

De VZW **N. C. voor O.** (N.C.O.S), gevestigd te …, …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mter **D. B. L.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Hoofdcontroleur de BTW van het 2de BTW-Controlekantoor te St-Gillis, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1060 St-Gillis, L. Moricharplein 30.

**verweerster,**

vertegenwoordigd door Mter **V.**, advocaat te …, …

**EN INZAKE VAN AR 94/16533/A**

De VZW **N. C. voor O.** (N.C.O.S), gevestigd te …, …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mter **D. B. L.**, advocaat te …, …

**tegen :**

1\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Hoofdcontroleur de BTW van het 2de BTW-Controlekantoor te St-Gillis, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1060 St-Gillis, L. Moricharplein 30

2\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Ontvanger van het 3de BTW-ontvangkantoor te Brussel, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1050 Brussel, Louizalaan 233-245

**verweersters,**

vertegenwoordigd door Mter **V.** advocaat te …, …

**EN INZAKE VAN AR 97/2135/A**

De VZW **N. C. voor O.** (N.C.O.S), gevestigd te …, …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mter **D. B. L.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Hoofdcontroleur de BTW van het 2de BTW-Controlekantoor te St-Gillis, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1060 St-Gillis, L. Moricharplein 30.

**verweerster,**

vertegenwoordigd door Mter **V.**, advocaat te …, …

---

Na beraad spreekt de Rechtbank het volgende vonnis uit :

Gelet op :

\- de dagvaarding in teruggaaf van BTW d.d. 10.2.1994;

\- de dagvaarding in teruggaaf van BTW d.d. 27.9.1994;

\- de dagvaarding in teruggaaf van BTW d.d. 21.12.1994;

\- de besluiten in de zaak 94/12431/A neergelegd ter griffie door eiseres d. d. 29.11.1996 en ter zitting d. d. 29.4.1999, door verweerster ter griffie d.d. 3.2.1995 en 11.1.1996;

\- de besluiten in de zaak 94/16503/A neergelegd ter griffie door eiseres d. d. 1.8.1995, 27.11.1996 en door verweerders d.d. 1.8.1995, 27.11.1996 en door verweerster d.d. 10.2.1995 en 11.1.1996;

\- de besluiten in de zaak 97/2135/A neergelegd ter griffie door eiseres d.d. 1.8.1995, 23.1.1998 en door verweerster d.d.14.11.1997;

Gehoord de raadslieden der partijen ter zitting d.d. 29 april 1999;

Gehoord de partijen ter zitting d.d. 17 juni 1999;

## 1. Procedure

De vordering zoals door eiseres in besluiten bepaald strekt ertoe om in de zaak gekend onder AR 94/12.431 -A :

\- verweerster te horen veroordelen tot terugbetaling van het door haar geïnde bedrag van … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

\- verweerster eveneens te horen veroordelen tot terugbetaling van … BEF aftrekbare BTW, die eiseres in haar BTW-aangiften voor 1992 te weinig heeft verricht, te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig [artikel 91, § 4 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91);

In ondergeschikte orde vraagt eiseres :

\- verweerster te horen veroordelen tot terugbetaling van het door haar geïnde bedrag van … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

De vordering zoals door eiseres in besluiten bepaald strekt ertoe om in de zaak gekend onder AR 94/16.533/A :

\- verweersters te horen veroordelen tot terugbetaling van het door haar geïnde bedrag van … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

\- verweersters eveneens te horen veroordelen tot terugbetaling van … BEF aftrekbare BTW, die eiseres in haar BTW-aangiften voor 1993 te weinig heeft verrichte verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig [artikel 91, § 4 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91);

In ondergeschikte orde vraagt eiseres :

\- verweersters te horen veroordelen tot terugbetaling van het door haar opgelegde geldboete en de verhoging t.b.v. … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

De vordering zoals door eiseres in besluiten bepaald strekt ertoe om in de zaak gekend onder AR 97/2135/A :

\- verweerster te horen veroordelen tot terugbetaling van het door haar geïnde bedrag van … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

\- verweerster eveneens te horen veroordelen tot terugbetaling van … BEF aftrekbare BTW, die eiseres in haar BTW-aangiften voor 1994-95 te weinig heeft verricht te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91);

In ondergeschikte orde vraagt eiseres :

\- de terugbetaling m.b.t. het jaar 1995 te bevelen van een ten onrechte geïnd bedrag van … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten te rekenen vanaf de dagvaarding berekend overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

\- verweerster te horen veroordelen tot terugbetaling van de door haar opgelegde geldboete en de verhoging t.b.v. … BEF, te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding overeenkomstig art. 91, § 4 BTW-Wb;

Verweerster vraagt de drie zaken te voegen en de vorderingen van eiseres af te wij zen als ongegrond;

## 2. Feiten

Eiseres werd op 26 november 1980 opgericht als VZW en heeft tot doel :

• De samenwerking te bevorderen met partners uit de derde wereld door met deze partners in de derde wereld projecten en programma's van kansarme groepen te ondersteunen, met hen samenwerkingsverbanden uit te bouwen en door bij het bepalen van standpunten rekening te houden met deze partners.

• De informatie en de vorming van de publieke opinie in verband met de problemen van de ontwikkelingssamenwerking te bevorderen.

• De samenwerking onder de niet-goevernementele organisaties, die begaan zijn met ontwikkelingssamenwerking, te stimuleren en hun verwezenlijkingen bekend te maken.

• Met het oog op het verbeteren van het nationale en internationale noord-zuidbeleid studies te maken, standpunten in te nemen en acties te voeren.

• Met het oog op het verbeteren van de makro-economische positie van de derde wereldlanden studies te maken, standpunten in te nemen en acties te voeren.

• Voor rekening van de lid comités, de partnerorganisaties in de derde wereld en de N.G.O.’s, waarvan projecten en programma's in het jaarlijks projectenprogramma worden opgenomen, de informatiecampagnes en fondseninzameling te organiseren.

• Volgens een overeengekomen protocol met CNCD te overleggen inzake de gemeenschappelijke politieke standpunten, het gemeenschappelijke hulpverleningsbeleid, de gemeenschappelijke verplichting hun secretariaat ter beschikking te stellen van de lid comités en de niet-goevernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.

• Coördinatie en begeleiding van de gemeentelijke en provinciale comités met het oog op het tot stand brengen van een op ontwikkelingssamenwerking gerichte stroming aan de basis.

De doelstellingen van de V.Z.W. N.C.O.S. kunnen derhalve als volgt worden samengevat :

\- het informeren en bewust maken van de Vlaamse bevolking m.b.t. de Derde Wereldproblematiek;

\- het in gunstige zin beïnvloeden van het Belgisch officieel beleid inzake de ontwikkelingssamenwerking met de derde wereld;

\- het inzamelen van fondsen ten voordele van zinvolle en verantwoorde ontwikkelingsprojecten in Derde Wereldlanden; het toekennen en het uitbetalen van deze fondsen, alsook het evalueren van het gebruik van deze fondsen.

In het kader van haar statutaire doelstelling oefent de V.Z.W N.C.O.S. volgende activiteiten uit :

A. *Op het gebied van informatieverstrekking* :

1\. Uitgifte en verkoop van tijdschriften maandbladen "DE WERELD MORGEN" en "WERELDREIS". De uitgifte van deze tijdschriften omvat het aanvaarden van publiciteit enerzijds en het verspreiden van gratis proefnummers anderzijds.

2\. Uitgifte en verkoop van de "DERDE WERELDKALENDER" .

3\. Verkoop van boeken en brochures, al dan niet zelf uitgegeven.

4\. Verkoop en verhuur van diareeksen, filmen en tentoonstellingen.

5\. Verkoop van andere informatie- en documentatiemateriaal, zoals wenskaarten, Peters-wereldkaarten, foto's, spellen enz.

B. *Op het gebied van fondseninzameling* :

1\. 11-11-11 AKTIE : de publiciteit hiervoor wordt ofwel door de medewerkende gemeentebesturen betaald, ofwel gratis ter beschikking gesteld. Het fondseninzamelmateriaal (postkaarten en enveloppen) wordt eveneens gratis ter beschikking gesteld.

2\. Viermaal per jaar wordt een schenkersbestand via het gratis toegezonden informatiekrantje "WERELDPARTNERS" uitgenodigd om giften over te schrijven op de rekening van het N.C.O.S. en dit ter ondersteuning van ontwikkelingsprojecten in de Derde Wereld.

3\. In het kader van het Wereldpartnerplan maken een klein aantal schenkers trimestrieel een overeengekomen bedrag aan het N.C.O.S. over. De deelnemers aan dit initiatief ontvangen trimestrieel een gratis nummer van het “WERELDPARTNERPLAN"-magazine.

Eiseres oefent derhalve diverse activiteiten uit en is in het kader van de BTW-wetgeving een gemengde BTW-belastingplichtige;

\- zij oefent activiteiten als BTW-belastingplichtige uit (uitgave van tijdschriften en brochures, verkopen van dranken aan personeelsleden in de kantine ...);

\- zij oefent activiteiten uit die niet onderworpen zijn aan BTW (organiseren van tentoonstellingen, organiseren van promotiecampagnes, 11.11.11 acties ... in het kader van het innen van schenkingen );

Eiseres geeft vervolgens per jaar (1992, 1993, 1994 en 1995) cijfers weer die niet worden betwist en worden onderverdeeld in diverse categorieën :

\- Belastbare handelingen - Niet belastbare handelingen - giften

Voor 1992 werden volgende cijfers aangegeven :

OPBRENGSTEN :

\- belastbare handelingen : … BEF

\- niet belastbare handelingen : … BEF

\- giften ten bedrage van … BEF

GELEVERDE GOEDEREN EN DIENSTEN : … BEF

\- aftrekbare BTW : … BEF

\- niet-aftrekbare BTW : … BEF

\- gemengde BTW … BEF

Er is in casu enkel betwisting over de post gemengde BTW en meer bepaald nopens het bijzonder verhoudingsgetal toepasselijk voor de berekening;

Het bijzonder verhoudingsgetal op de "gemengde activiteiten" wordt als volgt berekend :

### Teller = omzet uit BTW onderworpen activa

Noemer = omzet uit alle activiteiten

Wat de teller betreft is er geen probleem, de betwisting ligt bij de berekening van de noemer;

Eiseres is de mening toegedaan dat de post "schenkingen" niet in de omzet zou mogen worden begrepen, terwijl verweerster stelt dat de giften een fundamenteel element zijn voor de werking van eiseres zodat die wel degelijk in de totale omzet dienen te worden begrepen;

## 3. In rechte

*De voeging van de drie dossiers;*

Overwegende dat de drie dossiers betrekking hebben op hetzelfde probleem tussen dezelfde partij en maar dat de betwisting telkens handelt over een verschillend boekjaar;

Dat er derhalve geen aanhangigheid is bewezen, doch dat in het kader van een goede rechtsbedeling de zaken worden gevoegd;

Dat alle partijen de voeging van de procedures vragen;

*Gegrondheid van de vordering;*

### a. Toepasselijke bepalingen

Overwegende dat [artikel 45, § 1 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) een algemeen principe bevat inzake de BTW-aftrek en bepaalt dat de belastingplichtige het recht heeft om van de BTW die hij verschuldigd is over de door hem verrichte leveringen en diensten, de BTW af te trekken die hij betaalde met betrekking tot de aan hem geleverde diensten en goederen, voor zover hij de geleverde goederen gebruikt voor :

•het verrichten van handelingen onderworpen aan de BTW;

•het verrichten van handelingen die krachtens artikel 39 t.e.m. 43 BTW-Wb (handelingen in verband met de uitvoer en de ermee samenhangende leveringen en diensten);

•het verrichten van handelingen in het buitenland, die recht op aftrek zouden hebben gegeven, indien zij in het binnenland hadden plaatsgevonden;

Dat conform artikel 46 BTW-Wb het recht op aftrek beperkt blijft volgens een verhoudingsgetal;

Dat [artikel 46 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) geen definitie geeft van een gemengd belastingplichtige, maar wel het recht op aftrek regelt van gemengde belastingplichtigen of van belastingplichtigen met gedeeltelijk recht op aftrek;

Dat derhalve het bedrag van de aftrekbare BTW dient te worden bepaald overeenkomstig het algemeen verhoudingsgetal bij toepassing van [artikel 46, § 1 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46);

De bewijslast inzake het bestaan van het recht op aftrek berust bij de belastingplichtige. De bewijslevering dient te blijken uit formeel regelmatige facturen.

(Rb. Oudenaarde 1 april 1994, «T.G.R.» 1994, 130.);

Dat artikel 46, § 2 van datzelfde wetboek bepaalt :

> "In afwijking van § 1 kan door of vanwege de Minister van Financiën aan de belastingplichtige op zijn verzoek, gunning worden verleend om het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel daarvan. De belastingplichtige kan door of vanwege de Minister van Financiën worden verplicht op die wijze te handelen, wanneer de aftrek naar verhouding van de in § 1 genoemde breuk leidt tot ongelijkheid in de heffing van de belasting;"

Dat derhalve de regel zoals bepaald in art 46, § 1 de algemene regel uitmaakt terwijl § 2 de uitzondering inhoudt die slechts mits instemming of op uitdrukkelijk verzoek vanwege de Minister van Financiën mogelijk is;

### b. Wetsbepalingen toegepast in onderhavige zaak

Overwegende dat eiseres haar investeringen en kosten onderverdeelt in 3 categorieën :

1\. BTW belastbaar

2\. Buiten de werkingssfeer van de BTW

3\. Kosten en investeringen die aan beide sectoren ten goede komen (gemengd)

Dat dit in de praktijk betekent dat indien men de regel bedoeld in artikel 46, § 2 wil toepassen, men voor de derde categorie kosten het werkelijk gebruik zal moeten bepalen, ofwel dat de aftrek zal dienen te gebeuren volgens een "bijzonder verhoudingsgetal" (cfr "werkelijk gebruik van de goederen en diensten of van een deel daarvan (art [46, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) BTW- Wetboek)");

Dat de vaststelling van hogergenoemd bijzonder verhoudingsgetal de spil vormt van de betwisting;

Dat ter berekening van dat verhoudingsgetal er in het verleden diverse onderhandelingen werden gevoerd;

Dat de administratie van de BTW op 2 maart 1992 een ministeriële beslissing heeft genomen (document B2) waarbij gerefereerd wordt naar de bepaling van [artikel 46, § 2 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), waarbij het bijzonder verhoudingsgetal wordt bepaald door de verhouding tussen de inkomsten uit belastbare activiteiten en het totale inkomen;

Dat eiseres hiermede niet akkoord ging en een alternatief voorstelt (berekening op basis van personeelsbezetting, op basis van vloeroppervlakte of op basis van facturen);

Dat de administratie haar berekeningswijze verduidelijkt en de alternatieven afwijst;

Dat de berekening uiteindelijk geschiedt volgens de formule van de administratie, maar wel op grond van de cijfers door eiseres zelf weergegeven;

### c. Kern van het probleem - dienen giften en subsidies al dan niet te worden geweerd uit het totaal der inkomsten ?

Overwegende dat eiseres meent dat zowel giften als subsidies dienen te worden geweerd uit het totaal bedrag der inkomsten en dat zij haar argumentatie put uit de artikelen 11, I.a en 19 van de zesde BTW-richtlijn die het volgende bepalen :

Richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977,art. 11, I.a :

1.De maatstaf van heffing is :

a) voor andere goederenleveringen en diensten dan hierna bedoeld sub. B), c) en d) : alles wat de leverancier of dienstverrichter voor deze handelingen als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de zijde van de koper, van de ontvanger of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van de handelingen verband houden";

Richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977, art. 19 :

"Berekening van pro rata voor de toepassing van de aftrek"

1\. Het pro rata voor de toepassing van de aftrek, als··bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, is de uitkomst van een breuk, waarvan :

\- de teller bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de handelingen waarvoor overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, recht op aftrek bestaat en

\- de noemer bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de handelingen die in de teller zijn opgenomen, alsmede die waarvoor geen recht op aftrek bestaat. De Lid-Staten kunnen in de noemer ook het bedrag van subsidies opnemen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 11, A, lid 1, sub a).

Het pro rata wordt op jaarbasis vastgesteld, uitgedrukt ineen percentage en. op een hogere eenheid afgerond".

Dat eiseres beweert dat subsidies niet mogen worden opgenomen in de noemer van de breuk en dat giften met subsidies worden gelijkgesteld;

I. WAT SUBSIDIES BETREFT

Overwegende dat er wat de subsidies betreft duidelijk in de beslissing van de administratie van 17 november 1992 werd gesteld dat subsidies niet in de noemer dienden te worden opgenomen bij de berekening van het bijzonder verhoudingsgetal;

Dat die subsidies dienen te worden beschouwd als werkingstoelagen teneinde de VZW toe te laten haar statutaire doelstelling te bereiken;

Dat deze beslissing van verweerster aldus perfect in overeenstemming is met art [19](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-19) van de Richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977;

De nationale rechter is verplicht om het nationaal recht, wanneer zulks mogelijk is, conform een bestaande richtlijn te interpreteren.

Richtl. E.G. 18 december 1986 betreffende de coördinatie van de wetgeving van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten moet, bij ontstentenis van tijdige omzetting, aangewend worden ter interpretatie van het geldend nationaal recht inzake beëindiging van een agentuurovereenkomst.

(Brussel 20 mei 1992, «Distributierecht 1987-1992» 1994, 275, noot RYCKX, D. «T.B.H.» 1993, 254, noot WYTINCK, P.;

«R.W.» 1992-93, 852, noot VAN HAEGENBORGH, G.);

De nationale rechter is er toe gehouden wanneer hij het nationaal recht toepast, ongeacht of het bepalingen betreft die dateren van voor een Europese richtlijn of van nadien, de bepalingen in de mate van het mogelijke te interpreteren in het licht van de tekst en van de bedoeling van de richtlijn.

(H.v.J. nr. [C-106/89](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-106-89-arrest), 13 november 1990 (Marleasing / La Comercial Internacional de Alimentacion), «S.E.W.» 1992 (weergave), 816, noot TIMMERMANS, C.; «T.R.V.» 1991, 36, advies VAN GERVEN W., noot BOUCKAERT, F., BOUCKAERT, J.;

«T. Not.» 1991 110, noot BOUCKAERT, F.; “NJB (Ned.)” 1991, 1064; «T.B.H.» 1991,;875, noot COIPEL, M.; «Rev. prat. soc.» 1992, 46.);

Dat een richtlijnconforme interpretatie in casu aangewezen is;

Dat er aldus omtrent subsidies geen betwisting meer bestaat;

II. WAT DE GIFTEN BETREFT

Overwegende dat eiseres stelt dat vermits de giften met subsidies moeten worden gelijkgesteld, de giften eveneens buiten de noemer van het verhoudingsgetal moeten worden gehouden;

Dat eiseres zich daartoe baseert op een arrest van het Hof van Justitie in antwoord op een prejudiciële vraag;

"Art. 19, lid 1 Zesde Richtl. Raad E.E.G. nr. 77/388, 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd, dat dividenden van aandelen, ontvangen door een onderneming die niet voor al haar handelingen aan BTW is onderworpen, moeten worden uitgesloten van de noemer van de breuk die dient voor het berekenen van het pro rata voor de toepassing van de aftrek.

(Cfr H.v.J. nr. [C-333/91](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-333-91-arrest), 22 juni 1993 (Satam N.V. / Minister van Begroting), BTW-Revue 1994 (weergave), 754; Jur. H.v.J. 1993, I, 3513, concl. VAN GERVEN, W.; Fisc. Koer. 1993 (weergave), 593; EC Tax 1993, 174; F.J.F. 1993, 386.);

Dat de vergelijking zoals gedaan door eiseres evenwel in onderhavig geval niet kan worden gevolgd in de mate dat giften aan het N.C.O.S. bezwaarlijk als een dividend van een aandeel kunnen worden beschouwd;

Dat eiseres een V.Z.W. is met zeer specifieke doelstellingen (cfr Infra);

Dat eiseres haar doelstellingen realiseert via rechtstreekse financiële hulp (hulp aan N.G.O. 's, promotie van bepaalde producten) en via onrechtstreekse hulp (debatavonden, tentoonstellingen …);

Dat eiseres hoegenaamd geen handelaar noch een handelsvennootschap is, laat staan dat haar hoofdbetrachting zou zijn, de verkoop van gedrukt materiaal of van dranken in de kantine;

Dat ze wel aan BTW onderworpen activiteiten uitoefent in bijkomende orde, hetgeen niet wordt betwist;

Dat de giften aan eiseres gedaan, een belangrijk (zo niet overgroot) deel van de middelen uitmaakt;

Dat in verband met de giften aan eiseres, toch twee specificaties dienen te worden aangestipt;

\- zo de schenkers met een gift aan eiseres geen persoonlijke tegenprestatie verwachten (zoals een schenking onder voorwaarden), zij wel verwachten dat eiseres het geschonken geld gebruikt voor projecten in de derde wereld;

\- de schenkers ontvangen een fiscaal attest vanwege eiseres, waardoor zij een belastingvoordeel krijgen;

Dat er derhalve niet kan worden gesproken van een handeling om niet (sensu stricto) omdat het animus donandi in casu niet evident is;

De animus donandi bij een schenking kan niet worden afgeleid uit het louter ontbreken van een economisch evenwichtige tegenprestatie. De vrijgevigheidsintentie houdt eerder verband met de wil van de schenker iemand te bevoordelen, zonder een economische tegenprestatie in ruil te verwachten, noch met het oog op het vergoeden van eerder geleverde prestaties.

(Cfr Brussel 10 september 1992, «R.W.» 1992-93, 884, noot; «Rev. not. belge» 1993, 373, noot B.C.);

Dat in casu de vrijgevigheidsintentie t.a.v. eiseres niet evident is, vermits de uiteindelijke begunstigde niet eiseres is dan wel de N.G.O.’s …;

Dat bovendien eiseres een fiscaal attest kan laten geworden waardoor de schenker dan weer een fiscaal voordeel geniet;

Dat eiseres derhalve, wat die giften betreft, niet meer doet, dan de functie uitoefenen van postbus en de gelden overmaakt aan de NGO's in derdewereldlanden;

Dat giften derhalve geenszins kunnen worden gelijkgesteld met subsidies, en dat verweerster terecht stelt dat het bedrag van de giften in de noemer moet worden opgenomen, conform art 46;

Dat tenslotte niet mag worden uit het oog verloren dat eiseres een VZW is;

Dat uit de neergelegde cijfers blijkt dat de giften ten aanzien van eiseres steeds meer dan 80 % van de omzet vertegenwoordigen;

Dat conform artikel 1 van de Wet op de VZW's (27 juni 1921) de VZW een vereniging is, welke niet nijverheids- of handelszaken drijft of welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen;

Dat de commerciële sector van eiseres wel degelijk bijkomstig is;

Dat conform artikel 46, § 2 tweede alinea

> "de belastingplichtige kan door of vanwege de Minister van Financiën worden verplicht op die wijze te handelen, wanneer de aftrek naar verhouding van de in § 1 genoemde breuk leidt tot ongelijkheid in de heffing van de belasting;"

Dat het uitsluiten van giften uit de berekening van het verhoudingsgetal wel degelijk zou leiden tot ongelijkheid in de heffing van de belasting;

Dat de administratie trouwens die beslissing van 17 november 1992 reeds in die zin motiveerde :

> "… vermits deze criteria gedurende de loop van eenzelfde jaar, zoals U overigens zelf toegeeft, aan wijzigingen onderhevig zijn en dus niet op een objectieve wijze kunnen worden vastgesteld en bovendien aanleiding geven tot een percentage aan aftrekbare BTW dat hoegenaamd niet in verhouding staat tot de gerealiseerde belastbare omzet";

Dat de giften dan ook in de noemer van het verhoudingsgetal dienen te worden opgenomen zodat de vorderingen van eiseres als ongegrond dienen te worden afgewezen;

*In ondergeschikte orde is de vordering eveneens ongegrond*

In ondergeschikte orde voert eiseres aan dat de BTW-administratie het beginsel van behoorlijk bestuur en het beginsel van de rechtszekerheid heeft geschonden om reden dat :

\- de "eigen berekeningsmethode" op basis van de aankopen, jarenlang door de Administratie werd aanvaard - de beslissingen van 2 maart 1992 en 17 november 1992 een retro-actief effect hebben;

Overwegende dat eiseres reeds in 1991 op de hoogte was dat de BTW-administratie het "eigen berekeningssysteem van eiseres" niet aanvaardde en dat het standpunt van de administratie klaar en duidelijk en onveranderd is gebleven (stuk B1 verweerster);

Dat bovendien uit de briefwisseling blijkt dat eiseres steeds nauw is betrokken geweest bij de totstandkoming van de ministeriële beslissing;

Dat verweerster dan ook noch de beginselen van behoorlijk bestuur, noch het rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden;

*Wat de geldboetes betreft*

Overwegende dat eiseres in de zaken gekend onder AR 94/16533/A & AR 97/2135/A de kwijtschelding van de geldboete vraagt;

Dat verweerster in conclusie stelt dat een eventuele kwijtschelding of een verdere vermindering van de boeten expliciet tot de bevoegdheid behoort van de Minister van Financiën (art [84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) BTW-Wetboek);

Dat eiseres deze stellingname betwist;

Dat naar aanleiding van een prejudiciële vraag, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, het Arbitrage hof op 24 februari 1999 als volgt een arrest heeft gewezen :

\- In zoverre het in de zin wordt geïnterpreteerd dat het de rechter bij wie een verzet tegen dwangbevel aanhangig is, niet toestaat op de beslissing een fiscale geldboete op te leggen, een controle met volle rechtsmacht uit te oefenen, schendt [artikel 70 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

\- In zoverre het in de zin wordt geïnterpreteerd dat het de rechter bij wie een verzet tegen dwangbevel aanhangig is, toestaat op de beslissing een fiscale geldboete op te leggen, een controle met volle rechtsmacht uit te oefenen, schendt [artikel 70 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.

Dat deze stellingname impliceert dat deze rechtbank volle rechtsmacht heeft en aldus in de beoordeling kan treden van de juridische en feitelijke grondslag van de opgelegde administratieve geldboete;

(Cfr ALEN, A. *Handboek van het Belgisch Staatsrecht*, Deurne, Kluwer, 1995, nr. 574 ALEN, A. Administratieve geldboeten, hun internationaal - en intern rechterlijke kwalificatie' in *Publiekrecht*. *De doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht* Cyclus Willy Delva, Gent; Mys & Breesch, 1997, 427);

Dat eiseres de boetes van … BEF en … BEF volledig heeft betaald;

Dat verweerster in conclusies toegeeft, en dat dit ook uit de stukken blijkt, dat de discussie tussen partijen een technische discussie is en dat eiseres teveel BTW had afgetrokken (volgens haar eigen verdeelsleutel);

Dat uit de stukken evenwel duidelijk blijkt dat er geen intentioneel element van fraude in hoofde van eiseres bewezen is;

Dat gelet op de procedureperikelen en de onderhandelingen tussen partijen in casu, de administratieve geldboetes (zelfs al liggen ze qua percentage bij zonder laag) dan ook worden kwijtgescholden;

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**De Rechtbank,**

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik zoals gewijzigd;

Rechtsprekend op tegenspraak;

Voegt de zaken gekend onder AR 94/16533/A en AR 97/2135/A samen met de zaak gekend onder AR 94/12431/A;

Verklaart de diverse vorderingen van eiseres ontvankelijk doch slechts in, zeer beperkte mate gegrond;

Veroordeelt verweerster tot terugbetaling van de opgelegde geldboetes, en verhoging t.b.v. … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf 21 december 1994 , berekend overeenkomstig [artikel 91, § 4 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91);

Veroordeelt verweerster tot terugbetaling van de opgelegde geldboetes en verhoging t.b.v. … BEF te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf 10 februari 1997, berekend overeenkomstig [artikel 91, § 4 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91);

Wijst eiseres af van het meergevorderde;

Veroordeelt iedere partij tot haar deel van de kosten;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 24ste kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, op **09.09.1999**.

waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **V.**, alleenrechtsprekend rechter,

Mevrouw **D.**, griffier.

**D.** **V.**

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 5 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 4 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-19) 1 voorkomen

[C-106/89, arrest van 13 november 1990](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-106-89-arrest) 1 voorkomen

[C-333/91, arrest van 22 juni 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-333-91-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek, projectontwikkeling, publiciteits- en verkoopgerelateerde kosten, beginselen behoorlijk bestuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-projectontwikkeling-publiciteits-verkoopgerelateerde-hof-van-beroep-gent-2024-02-27-a79a) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-gebruik-doeleinden-hof-van-beroep-luik-2022-04-19-91a6) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele geldboeten, Evenredigheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboeten-evenredigheid-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2023-03-02-bf34) 4 gemeenschappelijke bepalingen
