---
title: "12 december 2008 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Leuven"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 12 december 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-leuven-2008-12-84f9"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

12 december 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

61 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 12.12.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven – Afdeling Burgerlijke rechtbank, twaalfde kamer

Zitting : 12 december 2008

**Vonnis**

Rol nr. : **07/1576/A**

Inzake :

**P. W.**, zaakvoerder, wonende te …, ….

**eiser,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **M. V. D.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN INKOMENSFISCALITEIT in de persoon van de heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel. Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van het BTW-Ontvangstkantoor te 3001 Heverlee. Philipssite 3 A, bus 3.

**verweerster,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **M. C.**, advocaat te …, ….

## I. Procedure

De bepalingen· van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- het verzoekschrift op tegenspraak op 7 augustus 2007 ter griffie neergelegd;

\- de neergelegde conclusies en stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 3 oktober 2008.

## II. De feiten

Eiser is BTW-plichtige. Bij vonnis d.d. 2 februari 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven werd zijn verzet tegen een dwangbevel enkel gegrond verklaard voor de opgelegde boete die herleid werd tot … euro. Ingevolge het dwangbevel van 22 december 1995 diende hij in hoofdsom … euro BTW te betalen.

De verschuldigde BTW is het gevolg van het feit dat de aftrek van BTW geweigerd werd omdat eiser niet in het bezit was van regelmatige facturen die alle vereiste vermeldingen bevatten en omdat eiser voor een aantal intracommunautaire leveringen niet in het bezit was van de nodige stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt.

Bij schrijven d.d. 26 april 2007 verzocht eiser bij monde van zijn advocaat aan de gewestelijke directeur om vrijstelling van de te betalen nalatigheidsintresten.

Dit verzoek werd door de gewestelijke directeur verworpen bij schrijven d.d. 3 juli 2007.

## III. De vorderingen

Eiser formuleert zijn vordering als volgt :

Dienvolgens de beslissing van de gewestelijke directeur van de Federale Overheidsdienst Financiën, Belasting en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, met als kenmerk M/BTW/732.256.166/D18842/MW71, genomen op 3 juli 2007, te vernietigen.

Te zeggen voor recht dat de directeur een nieuwe beslissing zal moeten nemen waarbij hij op gemotiveerde wijze rekening zal houden met de middelen van concluant strekkende tot de vrijstelling van de interesten op de BTW bedragen die verschuldigd zijn krachtens het vonnis uitgesproken door de 12e kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 02.02.2007, hetzij op de bedragen in hoofdsom van … EUR (ingevolge de weigering van het recht op aftrek), en van … EUR (wegens niet bewezen gefactureerde intracommunautaire leveringen).

Verweerder te veroordelen tot de kosten.

Verweerster vraagt de vordering als ongegrond af te wijzen.

## IV. Beoordeling

1\. In bijzondere gevallen mag de bevoegde gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling verlenen voor alle in artikel 91, §§ 1 en 2, bedoelde interesten of voor een deel ervan ([artikel 84bis BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis)).

2\. De gewestelijke directeur beschikt hierbij over een zeer ruime beoordelingsbevoegdheid.

De rechtbank mag zich niet in de plaats van de gewestelijke directeur stellen en in zijn plaats de gevraagde vrijstelling toestaan. De rechtbank kan enkel nagaan of de beslissing van de gewestelijke directeur in overeenstemming met de wet genomen werd en deze desgevallend vernietigen.

3\. Het wordt niet betwist dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van toepassing is.

Dit betekent dat de beslissing de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat deze motivering afdoende moet zijn. Met de uitdrukking "afdoende" wordt bedoeld dat de beslissing voldoende door de motivering moet worden gedragen. (Cass., 3 februari 2000, A.J.T. 2000-01, 284).

4\. De rechtbank dient na te gaan of de gewestelijke directeur de concrete omstandigheden van de aanvraag ernstig heeft onderzocht en of hij zijn appreciatierecht werkelijk heeft uitgeoefend. [Artikel 84bis BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) wordt geschonden wanneer de gewestelijke directeur verzuimt de beoordelingsbevoegdheid uit te oefenen die de wet hem toewijst inzonderheid wanneer hij verzuimt een standpunt in te nemen in verband met de door de belastingplichtige aangevoerde omstandigheden (Vergelijk in verband met inkomstenbelastingen : Raad van State, arrest nr. 66.412 van 27 mei 1997, http://www.raadvst-consetat.be ).

5\. Eiser motiveert in zijn verzoekschrift zijn aanvraag tot vrijstelling als volgt :

Aangezien in het burgerlijke vonnis, dat werd uitgesproken 2 februari 2007, op onbetwistbare wijze wordt uiteengezet dat mijn cliënt vreemd is aan de carrouselfraude en te goeder trouw, waardoor de rechtbank de gevorderde geldboete tot het minimum herleidde, kan mijn cliënt niet verantwoordelijk gesteld worden voor de intresten die verschuldigd zijn op de gevorderde BTW-bedragen. Mijn cliënt kan m.a.w. niet verantwoordelijk gesteld worden voor het feit dat de procedure meer dan 10 jaren heeft aangesleept.

Zoals u eveneens weet werd de boekhouding van mijn cliënt bijgehouden door een ambtenaar van BTW-controlekantoor van Haacht (cf. bijlage).·Uit het ganse dossier, en meer in het bijzonder uit het vonnis van 2 februari 2007 blijkt onbetwistbaar dat deze persoon de boeken dermate slecht heeft bijgehouden dat mijn cliënt thans geconfronteerd wordt met een gigantisch bedrag aan achterstallige BTW, intresten en boetes. Een normaal voorzichtige boekhouder in dezelfde omstandigheden geplaatst zou onmiddellijk hebben opgemerkt dat de litigieuze facturen en intracommunautaire leveringen niet aan de wettelijke voorwaarden voldeden, met als gevolg dat deze fouten waren rechtgezet, waardoor mijn cliënt geen schade had geleden. Mijn cliënt maakt alle voorbehoud om de betreffende ambtenaar en de Belgische Staat te dagvaarden in schadevergoeding.

Mijn cliënt beschikt bovendien niet over de geldmiddelen om aan de gevorderde BTW, de intresten en de geldboete te voldoen. Indien u wenst dat dit aan de hand van stukken wordt bewezen, verzoek ik u mij te informeren welke stukken moeten worden voorgelegd.

6\. De gewestelijke directeur motiveert zijn beslissing als volgt :

Aangezien het verzet voor het overige werd afgewezen en als ongegrond werd verklaard, blijft het oorspronkelijk bedrag aan BTW wel degelijk verschuldigd door uw cliënt en zijn er op grond van [artikel 91, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) van rechtswege intresten verschuldigd. Zij maken de vergoeding uit voor het financieel verlies dat de Schatkist heeft geleden wegens het niet tijdig ontvangen van de BTW.

De belastingplichtige blijft steeds zelf verantwoordelijk voor het naleven van de BTW-verplichtingen, zelfs indien hij daarvoor een derde heeft aangesteld. De schade die de belastingplichtige door de houding van derden heeft opgelopen, dient via de normale rechtsprocedures op deze derden te worden verhaald. De BTW-administratie is evenwel geen tussenkomende partij in deze geschillen.

Uw cliënt had, bij het aantekenen van het verzet, de verschuldigde BTW reeds kunnen voldoen om nadien de intresten te vermijden.

7\. In zijn verzoekschrift heeft eiser als één van de redenen om vrijstelling van nalatigheidsintresten te bekomen zijn moeilijke financiële toestand aangehaald. Hij voerde aan dat hij niet beschikte over voldoende geldmiddelen om de verschuldigde BTW, intresten en boete te voldoen.

8\. De gewestelijke directeur heeft hierop geen antwoord gegeven. Niettemin komt het de gewestelijke directeur toe te onderzoeken of de belastingplichtige zich werkelijk in een moeilijke financiële toestand bevindt en, in het positieve geval, of de feiten die hiertoe aanleiding hebben gegeven, een vrijstelling van nalatigheidsintresten verantwoorden. Door geen standpunt in ie nemen over de door eiser ingeroepen financiële moeilijkheden heeft de gewestelijke directeur nagelaten om de hem door de wet toegekende beoordelingsbevoegdheid concreet uit te oefenen en wordt [artikel 84bis BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) geschonden.

9\. De aangevochten beslissing wordt vernietigd.

Het gevolg hiervan is dat de gewestelijke directeur een nieuwe beslissing zal dienen te nemen. Het komt de rechtbank echter niet toe hierbij "richtlijnen" te geven aan de gewestelijke directeur.

10\. Het geding betreft een niet in geld waardeerbare zaak. Het voorwerp van het geding is immers enkel de beslissing van de gewestelijke directeur. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt … euro. Er is geen reden om dit bedrag te vermeerderen of te verminderen.

### Beschikkend gedeelte

## V. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De rechtbank vernietigt de aangevochten beslissing van de gewestelijke directeur van de Federale Overheidsdienst Financiën, Belasting en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en lnkomensfiscaliteit, sector BTW, BTW-Directie Mechelen, met als kenmerk M/BTW/732.256.1661D18842/MW71, genomen op 3 juli 2007.

De rechtbank veroordeelt verweerster tot de kosten. Deze kosten moeten voor verweerster niet begroot worden omdat zij te haren laste blijven en worden voor eiser begroot op … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **12de kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op **12 december 2008**, waar zetelden :

meneer **L. W.**, alleenzetelend rechter;

mevrouw **E. V. D. G.**, griffier.

**E. V. D. G.** **L. W.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 84bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Oprichting gebouw, Gedeeltelijk voor economische activiteit, BTW-medecontractant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/oprichting-gebouw-gedeeltelijk-economische-activiteit-hof-van-beroep-brussel-2020-01-07-58f0) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Vermindering van de geldboeten bij wijze van gunst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-vermindering-wijze-gunst-uitstel-hof-van-beroep-luik-2021-10-26-7d90) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kennisgeving van aanwijzingen van fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kennisgeving-aanwijzingen-fraude-in-boekhouding-rechtbank-namen-2020-04-02-bf01) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Laattijdige betaling, Geldboeten, Intresten, Teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-laattijdige-betaling-geldboeten-rechtbank-bergen-2021-01-14-de79) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijskracht van het proces-verbaal, Motivering van een bestuurshandeling, Dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskracht-proces-verbaal-motivering-bestuurshandeling-rechtbank-namen-2020-12-03-e8b5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op toegang, fiscale visitatie, fishing-expeditie, fishing expedition](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-toegang-fiscale-visitatie-fishing-hof-van-beroep-gent-2024-01-16-6acb) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldigheid van het dwangbevel, Afdoende motivering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldigheid-dwangbevel-afdoende-motivering-verwijzing-hof-van-beroep-luik-2022-09-14-7774) 2 gemeenschappelijke bepalingen
