---
title: "17 januari 2013 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling, uitvoer, invoer. Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 17 januari 2013."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-hasselt-2013-01-17-d529"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling, uitvoer, invoer · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

17 januari 2013

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

79 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 17.01.2013

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

IN ZAKE A.R. nr. **07/598/A** :

**E. M.**, ondernemingsnummer …, wonende te …, ….

**eiseres,**

vertegenwoordigd door mr. **B. T.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de rekenplichtige van het 1ste BTW­ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 46.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde mevrouw **N. H.**, inspecteur bij het BBI Centrum te Hasselt.

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- de dagvaarding in verzet d.d. 14.02.2007;

\- de besluiten en stukken van eiseres;

\- de besluiten, de aanvullende conclusie, de syntheseconclusie en stukken van verweerder.

## I. DE FEITEN EN VOORGAANDEN

De vordering van eiseres betreft het verzet tegen het dwangbevel (RCIV­nr. …) dat op haar naam en lastens haar werd uitgevaardigd op 14.02.2000 door **F. H.,** e.a. Inspecteur van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Hasselt en dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **R. C.**, gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 17.02.2000.

Op 22.02.2000 verstuurde verweerder aangetekend een kennisgeving van dwangbevel aan eiseres.

Op 24.03.2004 verstuurde de belastingadministratie aan eiseres opnieuw een kennisgeving van dwangbevel.

Middels gerechtsdeurwaardersexploot van 03.10.2006 werd een voor eensluidend verklaard afschrift van het dwangbevel, met in bijlage het proces-verbaal opgemaakt te Hasselt op 07.01.2000, betekend aan eiseres en werd aan haar een bevel gedaan om te betalen.

Bij voormeld dwangbevel wordt door verweerder van eiseres gevorderd :

-

\- BTW (hoofdsom) : … BEF (… euro);

\- boete : … BEF (… euro)

meer intresten en kosten.

Eiseres is als BTW-plichtige geregistreerd onder nr. BE ….

Op 27.08.1999 en 26.11.1999 werd er een controle uitgevoerd door **B. J.­P.**, verificateur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt met het oog op een fiscaal toezicht op de toepassing van de BTW-wetgeving voor de periode van 01.01.1995 tot 31.12.1995.

Er werden verschillende inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld.

Van deze vaststellingen werd op 07.01.2000 proces-verbaal opgesteld.

## II. IN RECHTE

### *1. De ontvankelijkheid*

Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### *2. Gegrondheid*

#### a. De verjaring

Eiseres houdt voor dat de vordering van de fiscus verjaard is op grond van art. 81 (oud) W.BTW.

Krachtens dit artikel verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboete door verloop van vijf jaren te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan.

Art. 83 (oud) W.BTW bepaalt : *"Zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggaaf van de belasting, de intresten en de administratieve geldboete, wordt de verjaring gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Een nieuwe verjaring die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring indien geen rechtsgeding hangende is.*

*Afstand van de verlopen tijd der verjaring en kennisgeving van het dwangbevel op de wijze als bedoeld in art. 85, § 1 W.BTW, worden ten aanzien van hun gevolgen gelijkgesteld met de in het vorige lid bedoelde stuiting."*

De vordering tot voldoening van de BTW ontstaat bij het verstrijken van de indieningstermijn van de BTW-aangifte waarin de verschuldigde BTW moet worden opgenomen (Brussel, 20.09.2006, *TFR*, 2007, 675).

Vooreerst stelt de rechtbank vast dat in het proces-verbaal van 07.01.2000 verwezen wordt naar art. 53, lid 1, 3° en 4° W.BTW (zoals van toepassing op onderhavig geschil) waarin bepaald wordt :

> *"Belastingplichtigen, met uitzondering van degenen die geen enkel recht op aftrek hebben, zijn gehouden :*
>
> *…*
>
> *3°* *iedere maand aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij hebben verricht of die aan hen werden verstrekt, gedurende de vorige maand in het kader van hun economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren;*
>
> *4°* *de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 3° voorgeschreven aangifte."*

In geval van maandaangifte is het mogelijk dat de handelingen die eiseres heeft verricht in de maand januari 1995 en die vermeld worden op factuur nr. … van 24.01.1995, dienden aangegeven te worden uiterlijk de twintigste dag volgend op het tijdvak waarop zij betrekking heeft, zijnde 20.02.2000. Zodat de verjaring van de vordering tot voldoening mogelijks begon te lopen op 21.02.2000 met betrekking tot de handelingen vermeld in de factuur nr. … van 24.01.1995. De eerste kennisgeving van het dwangbevel dateert van 22.02.2000. Bijgevolg is de rechtbank van oordeel dat desbetreffende de debatten dienen heropend te worden teneinde partijen toe te laten standpunt in te nemen met betrekking tot de verjaring en toe te lichten of het een maand- of kwartaalaangifte betrof.

Voor de overige handelingen vermeldt in de facturen opgesomd in het proces-verbaal zijnde factuur … van 12.04.1995, factuur … van 18.05.1995, factuur nr. … van 18.05.1995, factuur nr. … van 29.06.1995, factuur nr. … van 20.07.1995 en factuur nr. … van 29.06.1995, stelt zich voormeld probleem niet, nu zelfs in het geval van maandaangifte de verjaring ten vroegste begon te lopen op 21.05.1995 en de kennisgeving van het dwangbevel op 22.02.2000, op 24.03.2004 en bij exploot van gerechtsdeurwaarder op 03.10.2006 en conform de voorwaarden van art. 85 W.BTW, de verjaring stuit van deze vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten, van de administratieve geldboete en van het toebehoren.

Vervolgens heeft eiseres bij exploot van gerechtsdeurwaarder van 14.02.2007 een rechtsgeding ingeleid inhoudende het verzet tegen het dwangbevel van verweerder.

Een rechtsgeding met betrekking tot de toepassing of de invordering van de BTW dat wordt ingesteld door de schuldenaar van de BTW schorst de verjaring. In art. 83 (oud) W.BTW wordt immers vermeld "indien geen rechtsgeding hangende is". Te dezen is het dwangbevel de eerste daad van uitvoering waartegen de belastingplichtige enkel kan opkomen door het instellen van een vordering voor de rechtbank. Deze rechtsvordering, eenmaal de verjaring door de betekening van het dwangbevel werd gestuit, schorst in principe zolang het rechtsgeding loopt.

Rekening houdende met het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de vordering van verweerder met betrekking tot de handelingen vermeld in deze laatste facturen niet verjaard is.

Ten overvloede merkt de rechtbank bovendien op dat de onderzoekstermijnen inzake BTW samenvallen met de verjaringstermijnen. Krachtens artikel 81 (oud) W.BTW verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboete door verloop van vijf jaren te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan.

Hierboven werd reeds uiteengezet dat de vordering tot voldoening van de BTW voor de handelingen vermeld in deze laatste facturen nog niet verjaard is.

b. Vrijstelling/intracommunautaire levering (uitgezonderd de handelingen/leveringen vermeld in factuur nr. … van 24.01.1995 waarvoor de debatten heropend worden)

Eiseres stelt dat de vordering van verweerder ongegrond is en dat zij voldaan heeft aan de op haar berustende bewijslast.

Uit de artikelen [39bis, eerste lid, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis), BTW-wetboek en 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 volgt dat de belastingplichtige die zich op de vrijstelling van [artikel 39bis, eerste lid, 1°, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) beroept, dient aan te tonen dat de voorwaarden voor de vrijstelling zijn vervuld.

De belastingplichtige die zich beroept op de BTW-vrijstelling voor intracommunautaire leveringen (art. 39bis W.BTW) moet een dubbel bewijs leveren, m.n. enerzijds dat de goederen die het voorwerp vormen van de beweerde intracommunautaire levering (ingevolge verkoop), het Belgisch grondgebied hebben verlaten en aangekomen zijn op het grondgebied van een andere Lidstaat, en anderzijds dat de levering is geschied voor een belastingplichtige die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lidstaat.

De rechtbank is van oordeel dat de belastingplichtige er niet in slaagt te bewijzen dat de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling voorzien in voormeld artikel 39bis, eerste lid, 1° van het W.BTW voldaan zijn voor wat de facturen betreft die zijn opgesomd in het proces-verbaal uitgezonderd factuur nr. … van 24.01.1995.

Het bewijs van het bestaan van het vervoer of verzending buiten België moet worden geleverd door middel van een geheel van overeenstemmende gebruikelijke handelsdocumenten.

Op de facturen in verband met de (intracommunautaire) levering door eiseres werd geen BTW aangerekend. Wanneer evenwel eiseres niet het bewijs kan leveren dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, moet worden vastgesteld dat de door eiseres verrichte leveringen, leveringen op het Belgisch grondgebied zijn en dat ten onrechte toepassing werd gemaakt van de intracommunautaire vrijstelling.

De voorlegging van bestelbons, facturen en bankafschriften van de betalingen volstaan niet als bewijs van het feit dat de goederen naar Nederland werden vervoerd.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres zich ten onrechte verweert met de stelling dat het bijbrengen van de CMR-vrachtbrieven voldoende zou zijn als bewijs, nu blijkt dat verweerder betreffende deze documenten terechte opmerkingen maakte en tevens verduidelijkte waarom ze geen deugdelijk bewijs vormen. Er kan dan ook wel degelijk getwijfeld worden aan de deugdelijkheid van deze documenten. Dit geldt des te meer nu uit het proces-verbaal blijkt dat uit onderzoek bij de verhuurfirma gebleken is dat de aangerekende kilometers door de verhuurfirma niet in overeenstemming zijn met de werkelijke afstanden van vervoer bij levering aan de bestemmeling/geadresseerde in Nederland.

De vordering van eiseres is dan ook in die mate ongegrond.

---

Gelet op de art 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**De rechtbank**, rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart het verzet van eiseres tegen het dwangbevel ontvankelijk.

Al vorens verder recht te doen met betrekking tot de vordering tot voldoening van de BTW betreffende de handelingen vermeld in factuur nr. … d.d. 24.01.1995, heropent om voormelde redenen ambtshalve de debatten op zitting van **donderdag 27 juni 2013 om 09:00 uur, zaal 2/6, Parklaan 25/2, 3500 Hasselt**.

Bepaalt overeenkomstig art. 775 ev. Ger. W. de conclusietermijnen als volgt :

\- eiseres : uiterlijk op 17.03.2013 om 16u,

\- verweerder : uiterlijk op 17.05.2013 om 16u.

Verklaart het verzet van eiseres tegen het dwangbevel voor het overige ongegrond.

Houdt de uitspraak over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer A**, op het gerechtshof te Hasselt op **17.01.2013**, alwaar aanwezig waren :

De Heer **T. H.**, voorzitter van de rechtbank, en

De Heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **T. H.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Intracommunautaire levering, Voorwaarden van de vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-voorwaarden-vrijstelling-bewijs-hof-van-beroep-luik-2021-05-18-17f6) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2021-06-15-3a74) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Intracommunautaire handeling, Intracommunautaire levering van vervoermiddelen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-handeling-vervoermiddelen-bewijs-rechtbank-luik-2022-04-25-6c7e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitwisseling van informatie tussen lidstaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitwisseling-informatie-rechtbank-luik-2022-12-06-990b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitwisseling van informatie tussen lidstaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitwisseling-hof-van-beroep-luik-2025-02-17-6a43) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-bestaan-economische-rechtbank-brussel-2025-09-26-7672) 1 gemeenschappelijke bepalingen
