Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Hasselt 23 juli 2010

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-hasselt-2010-07-23-f889

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Hasselt
Datum
23 juli 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

36 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 23.07.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN ZAKE A.R. nr. 03/127/A :

B. G., handelaar, wonende te …, …, ondernemingsnummer ….

Eiser, vertegenwoordigd door mr. C. N. loco mr. A. D., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN,

in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 21.

ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 47.

Verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. W. D. loco mr. R. F. advocaat te …, ….

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 21.01.2003;

- de conclusies, synthesebesluiten, tweede synthesebesluiten en stukken van verweerder;

- de aanvullende conclusies, synthesebesluiten van eiser;

- de akkoordbesluiten van partijen neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 29.04.2010.


De betwisting tussen partijen betreft een verzet tegen een dwangbevel uitgevaardigd op 12.12.2002 door de heer D. S., waarnemend e.a inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt.

Ter zitting van deze rechtbank op 03.06.2010 hebben partijen de rechtbank verzocht kennis te nemen van het op 26.04.2010 tussengekomen minnelijk akkoord en vast te stellen dat de rechtsvordering ingevolge dit akkoord zonder voorwerp is geworden.

Ingevolge het minnelijk akkoord tussen partijen wordt de in het dwangbevel van 12.12.2002 gestelde vordering herleid tot de volgende bedragen :

- verschuldigde BTW : … euro;

- verschuldigde verminderde proportionele boete : … euro;

- wettelijke interesten op grond van en te berekenen overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW : 0,8 pct per maand vanaf 21.01.2001 over de verschuldigde BTW, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van … euro.

Dit minnelijk akkoord werd opgenomen in een correctie opgave voor akkoord ondertekend door eiser op 26.04.2010.

Partijen stellen dat door het op 26.04.2010 tussengekomen minnelijk akkoord de door eiser ingestelde vordering tot vernietiging van het op 12.12.2002 door de heer D. S., waarnemend e.a. inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt uitgevaardigd dwangbevel, zonder voorwerp is geworden.

Wat betreft de kosten zijn partijen akkoord dat iedere partij zijn eigen kosten draagt en dat er geen aanleiding is tot het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.


Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Stelt vast dat de vordering tot vernietiging van het op 12.12.2002 door de heer D. S., waarnemend e.a. inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt uitgevaardigd dwangbevel, zonder voorwerp is geworden.

Laat de kosten ten laste van iedere partij.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 23.07.2010, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw M. C., enige rechter, en

De heer L. P., griffier.

L. P. M. C.