Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Hasselt 19 november 2003

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-hasselt-2003-11-19-a917

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Hasselt
Datum
19 november 2003

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

103 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 19.11.2003

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN ZAKE A.R. nr. 02/230/A

R. H. NV, met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder nummer … met BTW nummer BE …

eiseres,

vertegenwoordigd door Mr. B. loco Mr. V., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, registratie en Domeinen, in de persoon van de ontvanger, thans genaamd e.a. lnsepcteur a.i., van het eerste BTW-ontvangkantoor, met burelen te 3500 Hasselt, Koning Boudewijn!aan 4.

verweerder,

vertegenwoordigd door Mr. R., advocaat te …, ….

Gelet op :

VOLGT HET VONNIS :

- het exploot van L. R., gerechtsdeurwaarder te …, van 28.01.2002 waarbij eiseres verweerder liet dagvaarden in verzet tegen het dwangbevel van 17.12.2001;

- de conclusies en stukken van eiseres;

- de conclusies, aanvullende conclusies en stukken van verweerder.

FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiseres is wegens de door haar uitgeoefende activiteit van garage uitbater geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder BTW-nummer … en is derhalve onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

Uit de inschrijving in het handelsregister te Hasselt en de publicatie van de oprichtingsakte in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad blijkt dat het maatschappelijk doel van eiseres als volgt werd omschreven :

"A) Groot- en kleinhandel, in- en uitvoer van :

1/ nieuwe en tweedehandse motorvoertuigen;

2/ onderdelen en toebehoren voor motorvoertuigen;

3/ vloeibare brandstoffen en smeermiddelen.

B) Werkplaats voor :

1/ de herstelling van motorvoertuigen;

2/ de herstelling van koetswerk;

3/ het slopen van motorvoertuigen;

4/ het opknappen van tweedehandse voertuigen.

C) De huur en verhuring van voornoemde voertuigen.

D) De handel in caravans en allerhande aanhangwagens voor motorvoertuigen.

Dit alles in de meest ruime zin”

(zie stukken 1 en 2 van eiseres).

Eiseres is concessiehouder van het automerk Renault en naast de verkoop van personenwagens staat zij ook in voor het onderhoud en herstelling van de personenwagens van haar cliënteel. Teneinde haar cliënten, die tijdelijk hun auto in de garage achterlaten voor onderhoud of herstelling, de mogelijkheid te geven zich verder te verplaatsen beschikt eiseres over een aantal vervangwagens, die voor kortere periodes door de cliënten konden worden gehuurd.

Eiseres brengt de BTW die betrekking heeft op de vervangwagens integraal in aftrek.

Op 7 en 8 december 2000 heeft mevrouw P., inspecteur van de BTW, registratie en domeinen verbonden aan de administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit, controlecentrum Hasselt-Beringen, na een voorafgaande verwittiging bij eiseres een controle uitgevoerd voor de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 1999.

Naar aanleiding van de vaststellingen van deze controleambtenaar werd er op 14 december 2001 een proces-verbaal opgesteld (zie stuk 1, bundel verweerder) waarin werd vastgesteld dat eiseres een inbreuk heeft begaan op art. 45, § 2, lid 2 a W.BTW, nl. eiseres heeft ten onrechte 100 % van de betaalde BTW op vervangwagens in aftrek gebracht i.p.v. 50 % omdat de uitzondering voorzien in art. 45, § 2, lid 2 a W.BTW enkel van toepassing is voor belastingplichtigen die naar buiten uit gekend zijn als verhuurders van auto's en hun diensten aanbieden aan het publiek in het algemeen.

Volgens voornoemd proces-verbaal werden de vervangwagens enkel verhuurd en ter beschikking gesteld van klanten gedurende de tijd die nodig was voor de herstelling of het onderhoud van de wagen en zodoende had eiseres geen recht op 100 % aftrek.

Het recht op aftrek diende volgens de controleambtenaar beperkt te worden tot maximum 50 % en derhalve was eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd :

- … BEF (thans € …) BTW;

- … BEF (thans € …) geldboete in toepassing van art. 70, § 1bis W.BTW en verminderd en afgerond bij toepassing van K.B. nr. 41 van 31 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de verminderde proportionele geldboete op het vlak van de BTW;

- de wettelijke intresten overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW berekend aan 0,8 % per maand vanaf 21.01.2000 over de som van … BEF (thans € …).

Op 17 december 2001 werd tegen eiseres een dwangbevel uitgevaardigd (zie stuk 2, bundel verweerder), gesteund op het proces-verbaal van 14 december 2001 waarbij de volgende bedragen werden gevorderd :

- … BEF (thans € …) BTW;

- … BEF (thans € …) geldboete in toepassing van art. 70, § 1bis W.BTW en verminderd en afgerond bij toepassing van K.B. nr. 41 van 31 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de verminderde proportionele geldboete op het vlak van de BTW;

- de wettelijke intresten overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW berekend aan 0,8% per maand vanaf 21.01.2000 over de som van … BEF (thans € …);

- de moratoire intresten overeenkomstig art. 91, § 4 W.BTW, te berekenen over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de eerste kennisgeving of betekening van het dwangbevel;

- de vervolgingskosten.

Bij exploot van P. W., gerechtsdeurwaarder te …, van 24 december 2001 werd het dwangbevel betekend aan eiseres (zie stuk 3, bundel verweerder).

Bij exploot van L. R., gerechtsdeurwaarder te …, van 26 januari 2002 werd door eiseres verzet aangetekend tegen het dwangbevel van 17 december 2001. Eiseres vordert :

- het verzet ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;

- het genoemde dwangbevel te vernietigen en de vordering van de Belgische Staat ongegrond te verklaren;

- de veroordeling van verweerder tot terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond hiervan werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling;

- de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding.

BEOORDELING

1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

2.1. Principes

Als algemene regel stelt art. 45, § 1 W.BTW dat elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die geheven is van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.

Overeenkomstig art. 45, § 2, lid 1 W.BTW is de voorbelasting met betrekking tot de levering, de invoer, de intracommunautaire verwerving van auto's voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot deze voertuigen, slechts voor 50 % aftrekbaar.

Art. 45, § 2, lid 2a W.BTW bepaalt evenwel dat de aftrekbeperking van 50 % niet van toepassing is ten aanzien van “voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de· verkoop of de verhuur van automobielen".

Opdat de uitzondering van art. 45, § 2, lid 2a W.BTW van toepassing zou zijn is aldus vereist dat :

- dat de voertuigen bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd;

- door een belastingplichtige;

- die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of verhuur van automobielen.

2.2. Standpunt van partijen

Eiseres is de mening toegedaan dat de BTW die zij bij de aankoop van de wagens betaalde volledig aftrekbaar is vermits de wagens bestemd zijn om te worden verhuurd door een belastingplichtige wiens economische activiteit erin bestaat auto's te verkopen. Minstens dient gesteld dat uit de feitelijke gegevens blijkt dat eiseres is gekend als een verhuurder van auto's. De verhuuractiviteit verliest daarenboven haar karakter van specifiek economische activiteit in de zin van W.BTW niet omdat zij slechts gericht is op een bepaald segment van de markt of op een bepaald deel van het cliënteel.

Verweerder is van oordeel dat eiseres niet kan genieten van de in art. 45, § 2, lid 2a W.BTW bepaalde uitzondering inzake de verhuur van personenwagens en wagens voor dubbel gebruik omdat eiseres niet bekend staat als een specifiek verhuurbedrijf van personenwagens.

Verweerder argumenteert dat het feit dat de verhuurdienst niet voor iedereen toegankelijk is, maar enkel voor de klanten wiens voertuig voor onderhoud of herstelling is binnengebracht een beletsel vormt voor de toepassing van art. 45, § 2, lid 2a W.BTW. De verhuurdienst is niet het voorwerp van de concrete economische activiteit die uiteindelijk enkel bestaat in de verkoop, herstelling en onderhoud van voertuigen. De verhuurdienst is daaraan onderworpen en dient enkel ter verwezenlijking van de economische activiteit : zij vormt derhalve niet een specifieke economische activiteit die in casu bestaat uit de verhuur van automobielen.

2.3.

Uit de bewoordingen van art. 45, § 2, lid 2 a W.BTW volgt dat de belasting volledig aftrekbaar is voor voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht “of” te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop “of” verhuur van automobielen.

Uit de tekst van art. 45, § 2, lid 2a W.BTW kan bijgevolg niet worden afgeleid dat de volledige aftrek van voorbelasting voor auto's bestemd voor verhuring enkel zou zijn voorbehouden aan verhuurondernemingen. De wet gebruikt immers tweemaal de term “of” wat inhoudt dat de verkoop of de verhuur alternatieven zijn die onderling verwisselbaar zijn (zie o.m. Rb. Brussel 10 januari 2003, Fis. Koer., 2003; Rb. Gent, 7 juni 2001, Fisc., 2002, nr. 836, p. 7).

De strikte interpretatie die verweerder aan dit artikel geeft en die erop neer komt dat de zinsnede "bestemd om te worden verkocht" dient te worden samengelezen met de zinsnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen" en dat de zinsnede "bestemd om te worden verhuurd" dient te worden samengelezen met de zinsnede “door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen", valt niet uit de letterlijke bewoordingen van de tekst af te leiden.

Bovendien dient te worden benadrukt dat art. 45, § 2, lid 1 W.BTW een uitzonderingsregel is op de algemene regel van art. 45, § 1 W.BTW en derhalve strikt dient te worden uitgelegd. Terwijl daarentegen art. 45, § 2, lid 2a W.BTW een afwijking is op de uitzonderingsbepaling van art. 45, § 2, lid 1 W.BTW en derhalve niet strikt maar ruim dient te worden uitgelegd.

Ter zake kan worden verwezen naar de rechtspraak van het Hof van Justitie te Luxemburg waarbij werd beslist dat alle uitzonderingen op de neutraliteit van het BTW-stelsel strikt moeten worden geïnterpreteerd, wat impliceert dat alle beperkingen op deze uitzonderingen ruim moeten worden geïnterpreteerd (zie o.m. H.v.J., 12 februari 1998, Blasi / Finanzamt München, Jur. H.v.J., 1998, I, 481; BTW-revue, 1999, 86, concl. F. JACOBS).

2.4.

De rechtbank is bovendien van oordeel dat eiseres een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen.

Uit de feitelijke gegevens blijkt dat :

- het maatschappelijk doel van eiseres tevens bestond in de huur en verhuring van voertuigen (zie stukken 1 en 2, bundel eiseres);

- eiseres aan haar cliënteel een afzonderlijke huurprijs aanrekende wanneer zij een beroep wenste te doen op een vervangwagen in geval het eigen voertuig onbeschikbaar was wegens herstelling of onderhoud (zie stukken 12 en 13, bundel eiseres);

- eiseres geregeld vervangwagens verhuurde tijdens de gecontroleerde periode (zie stukken 10 t.e.m. 13, bundel eiseres);

- er voor de verhuring een vaste organisatie was (onder meer typecontracten, vaste huurtarieven en facturatie van deze dienst) (zie stukken 5 t.e.m. 8 en 10 t.e.m. 13, bundel eiseres)

- eiseres reclame maakte voor deze verhuurdienst onder meer op het internet (zie stukken 8 t.e.m. 9, bundel eiseres) en in de garage (zie stuk 17, bundel eiseres);

- eiseres voor de verhuur van vervangwagens BTW aanrekende (zie stukken 12 en 13, bundel eiseres).

De verhuuractiviteit van eiseres verliest geenszins haar karakter van "specifieke economische activiteit" in de zin van art. 45, § 2, lid 2a W.BTW omdat eiseres niet aan iedereen zou verhuren, doch slechts aan een beperkte doelgroep namelijk haar cliënteel wiens voertuig voor onderhoud of herstelling is binnengebracht in de garage.

De vordering van eiseres is derhalve gegrond.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.

Vernietigt het bestreden dwangbevel van 17 december 2001, en zegt voor recht dat eiseres de in het dwangbevel gevorderde BTW, geldboeten, intresten en kosten niet verschuldigd is.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond hiervan werden geïnd.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding en begroot deze kosten als volgt :

- aan de zijde van eiseres op € … dagvaardingskosten en € … rechtsplegingsvergoeding;

- aan de zijde van verweerder op € … rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op 19 NOVEMBER 2003.

alwaar zetelden :

Dhr. L. B., rechter, waarnemend voorzitter,

Mevr. M. C., rechter,

Mevr. C. V., rechter,

Dhr. Ph. N., griffier.

Ph. N. C. V. M. C. L. B.