---
title: "7 januari 2010 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, strafbepaling, administratieve geldboete. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 7 januari 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-gent-2010-01-07-244a"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

7 januari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

74 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 07.01.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 07 JANUARI 2010.**

Algemene rol nummer : **07/1712/A**

In de zaak van :

**D. D.**, wonende te …, … en met ondernemingsnummer …

**eiser,**

hebbende als raad Mter **M. V. B.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het BTW-kantoor Gent, met kantoren te 9050 Gent, G. Crommenlaan 6 bus 107

**verweerder,**

hebben de als raad Mter **C. D.**, advocaat te …, …

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2009, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift van 4 mei 2007 en de conclusies van de partijen.

## 2. DE VORDERING

**2.1.**

De eiser verhaalt zich tegen het dwangbevel (reg.127/3562, op 17 december 2003 uitgevaardigd door de heer **M. V. G.**, Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Gent 1, op 18 december 2003 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. G.**, e.a. inspecteur, aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen. sector BTW te Gent.

De vordering van de eiser strekt tot de vernietiging van het dwangbevel.

De eiser vordert de vrijstelling van de bestreden aanslag in de onroerende voorheffing.

## 3. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

**3.1.**

De eiser werkt sedert 1 maart 1994 als loontrekkende bij de Noord-Franse firma PAB Nord SA

Daarnaast is eiser sedert 1 oktober 1989 geregistreerd als BTW-belastingplichtige voor de activiteit van "prospectie voor aannemers en architecten en marktonderzoek".

Eiser brengt de BTW inzake verbouwingswerken aan een onroerend goed gelegen in de … (…) volledig in aftrek, evenals de BTW m.b.t. een aantal autokosten.

Na een controle op 11 juni 2001 en 31 juli 2001 over de periode van 1 juli 1996 tot en met 31 december 1999 werden door de BTW-administratie een aantal overtredingen vastgesteld die in een correctieopgave werden opgenomen. Op 22 augustus 2001 wordt aan de eiser een correctieopgave toegestuurd waarin de BTW wordt teruggevorderd die de eiser in aftrek had gebracht met betrekking tot de verbouwingswerken aan zijn huis in de … (…) (…, …) en met betrekking tot een aantal autokosten.

Op 8 oktober 2001 wordt een proces-verbaal opgesteld waarin de administratie de BTW-aftrek verwerpt en een boete wordt opgelegd.

Op 9 oktober 2001 deelde de eiser aan het BTW-controlecentrum Gent mee dat hij niet akkoord kon gaan met de correctieopgave.

Op 10 oktober 2001 werd een dwangbevel uitgevaardigd. geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 16 oktober 2001 en aan de eiser ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 17 oktober 2001 voor volgende bedragen :

\- BTW : 275.616 BEF (6.832,34 EUR)

\- Boete : 27.000 BEF (669,31 EUR)

Samen : 302.616 frank (7.501,65 EUR)

Op 14 februari 2002 tekent de eiser verzet aan tegen het dwangbevel. Deze procedure is gekend onder AR 02/734/A. Deze procedure heeft aanleiding gegeven tot het vonnis van deze rechtbank en kamer d.d. 24 april 2008, dat inmiddels in kracht van gewijsde is gegaan.

Naar aanleiding van het onderzoek ter plaatse bij de eiser te …, alsmede naar aanleiding van een onderzoek ter plaatse op het adres van de woning van de eiser te …, werden twee processen-verbaal opgesteld. De huidige procedure houdt het verzet in tegen het proces-verbaal d.d. 16 december 2003 met betrekking tot de controle bij de eiser ter plaatse in zijn woning te …. Dit proces-verbaal heeft betrekking op de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2002.

In dit proces-verbaal vordert de administratie de volgende bedragen :

\- BTW : 5.209,53 EUR;

\- Geldboete : 10.419,06 EUR;

\- Intresten conform artikel 91, § 1 W.BTW vanaf 21.01.2003 : p.m.

\- Moratoire intrest conform artikel 91, § 4 W.BTW : p.m.

\- Vervolgingskosten : p.m.

Met betrekking tot dit proces-verbaal werd op 17 december 2003 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 18 december 2003 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard onder nummer 127/3562. De eiser heeft tegen dit proces-verbaal en dwangbevel een fiscale voorziening ingeleid op 4 mei 2007.

## 4. BESPREKING

**4.1.**

In het vonnis van deze rechtbank en kamer d.d. 24 april 2008 heeft de rechtbank met betrekking tot de periode van 1 juli 1996 tot 31 december 1999 geoordeeld dat de eiser een economische activiteit uitoefent.

Met betrekking tot het pand gelegen te … heeft de rechtbank geoordeeld dat dit pand niet dienstig is voor de activiteit die de eiser op zelfstandige basis uitoefent en de eiser niet kan genieten van de aftrek van de BTW gegeven of verschuldigd met betrekking tot de verbouwingswerken aan dit pand. Er worden thans geen argumenten of bijkomende grieven opgeworpen die de rechtbank in de andere zin kunnen overtuigen.

De huidige betwisting heeft evenwel betrekking op de weigering van de aftrek van de voorbelasting met betrekking tot diverse algemene kosten, zijnde de kosten met betrekking tot de voertuigen Renault Kangoo en Renault Express, en andere algemene kosten dan deze met betrekking tot het pand te ….

**4.2.**

De eiser argumenteert dat ingevolge het vonnis van deze rechtbank d.d. 24 april 2008 is komen vast te staan dat hij daadwerkelijk een zelfstandige economische activiteit uitoefent, tengevolge waarvan hij niet kan aanvaarden dat alle BTW met betrekking tot diverse algemene kosten door de administratie worden geweigerd.

**4.3.**

De rechtbank moet echter na lezing van de uitvoerige conclusies van de partijen en nazicht van de stukken opnieuw besluiten dat de eiser beweert maar niet bewijst dat hij 'algemene' kosten heeft gemaakt, noch dat hij de Renault Express en de Renault Kangoo gebruikt voor zijn zelfstandige economische activiteit. Bovendien, wat de brandstofkosten betreft, is nog steeds niet uit te maken voor welk voertuig deze werden gemaakt. De BTW komt dan ook niet voor aftrek in aanmerking. De eiser laat na afdoende te bewijzen welke kosten daadwerkelijk bestemd en betrekking hebben op een economische activiteit. De eiser levert aldus niet het bewijs van zijn vordering, tengevolge waarvan deze als ongegrond dient te worden afgewezen.

**4.4.**

De eiser laat gelden dat het dwangbevel nietig is omdat de verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door het professioneel gebruik van het pand te … te verwerpen zonder zich te vergewissen van de toestand ter plaatse.

De eiser kan hierin niet worden gevolgd aangezien eiser zelf aan de administratie meedeelde dat zijn uitbatingadres te … was en zelf vroeg de controle te laten doorgaan bij zijn accountant. Overigens werd pas op17 december 2001 de inschrijving in het handelsregister te Gent doorgehaald.

**4.5.** Met betrekking tot de opgelegde boete

In het proces-verbaal d.d. 16 december 2003 werd gesteld dat de opgelegde boete van 200 % van toepassing is en dat geen vermindering kan worden toegestaan van de opgelegde geldboete. De eiser zou de inbreuken op de BTW-wetgeving hebben gepleegd met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

De rechtbank is van oordeel dat de administratie op grond van de vaststellingen en overwegingen die in het proces-verbaal d.d. 16 december 2003 zijn opgenomen, terecht heeft geoordeeld dat de eiser heeft gehandeld met het oogmerk om de belastingen te ontduiken, hetgeen in het bijzonder wordt bevestigd door zijn manifeste onwil enige medewerking te verlenen aan het onderzoek, zijn volharding daarin en het ontbreken van enig bewijs met betrekking tot de aftrekbaarheid van de ten onrechte in aftrek gebrachte kosten. De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde geldboete regelmatig is opgelegd conform de wettelijke bepalingen (artikel 70, § 1bis W.BTW), afdoende is gemotiveerd en zich in een evenredige verhouding bevindt met de ernst en de omvang van de door de eiser begane overtredingen.

**4.6.**

De eiser dient als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art.1017, eerste lid Ger.W.).

De kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding. zoals bepaald in artikel 1022 van het Ger.W. (art. 1018, 6° Ger.W.)

Ter terechtzitting verklaren partijen zich akkoord dat de vordering in geld waardeerbaar is.

Partijen ramen het bedrag van de vordering tussen 10.000 en 20.000 EUR. In dat geval is het basis bedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 1.100 EUR. Partijen hebben niet verzocht om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen of te verhogen.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering van de eiser ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de eiser tot de kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt :

aan de zijde van de verweerder : de rechtsplegingsvergoeding : 1.100 EUR;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **woensdag zeven januari tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

de heer **S. R.**, rechter. voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **S. R.**
