Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 6 mei 2009

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-gent-2009-05-06-c979

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
6 mei 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

67 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 06.05.2009

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

Rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde fiscale kamer, openbare terechtzitting van 6 mei 2009

Rolnummer AR : 04/4603/A

In de zaak van :

NV M., met maatschappelijke zetel te …, … en hebbende als ondernemingsnummer …

eiseres,

hebben de als raadsman mter. M. C., advocaat te …, …

tegen :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoor aan de Wetstraat 12 te 1000 Brussel, ten deze op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van de BTW te Aalst, met burelen te 9300 Aalst, Graanmarkt 1

verweerder,

hebbende als raadsman mter. D. R. M., advocaat te …, …

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 8 april 2009 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding in verzet tegen dwangbevel d.d. 13 december 2004, de onderscheiden conclusies van de partijen, evenals hun respectieve bundels.

2. DE VORDERING

2.1. Eiseres heeft met de geding inleidende dagvaarding verzet aangetekend tegen een haar op 3 februari. 1999 per aangetekend schrijven ter kennis gebracht· dwangbevel, met RCIV nummer …, uitgevaardigd op 25 januari 1999, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 27 januari 1999.

2.2. De vordering zoals laatst verwoord in conclusie strekt er meer bepaald toe :

"De vordering van eiseres toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren;

Derhalve het dwangbevel en de daaropvolgende verjaringsstuitende dwangbevelen nietig te verklaren.

Subsidiair te zeggen voor recht dat er geen reden bestaat voor het heffen t.o.v. eiseres van een belasting over de toegevoegde waarde ten bedrage van … Bef. (€ …), vermeerderd met 0,8 % interesten per maand op … Bef. vanaf 21.01.1997 en verhoogd met de wettelijke geldboeten van … Bef. (€ …) verminderd tot … Bef. (€ …).

Verweerster eveneens te veroordelen tot de terugbetaling van reeds geïnde sommen uit hoofde van voormeld dwangbevel en verjaringsstuitende akten, meer de toepasselijke verwijlsinterest vanaf de inning tot de dag der volledige terugbetaling.

Verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding (... )"

3. FEITEN EN GESCHIL

Eiseres is als BTW-belastingplichtige geïdentificeerd onder het BTW-nummer BE ….

Op 31 maart, 6 en 26 april 1998 werd er een grondige cóntrole uitgevoerd van de boekhouding van eiseres aangaande. de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering voorde periode van 1 januari 1994 tot 31 december 1996.

Ten gevolge van deze grondige verificatie werden verschillende inbreuken vastgesteld m.b.t. de naleving van de BTW-wetgeving die werden opgenomen in een minnelijke regeling, welke bij gewone brief op 17 juli 1998 toegezonden werd aan eiseres (stuk 1 verweerder).

Bij brief d.d. 28 augustus 1998 vanwege haar accountant heeft eiseres deze minnelijke inregelstelling afgewezen (stuk 2 verweerder).

Op 18 december 1998 heeft de BTW-controle Aalst vervolgens een proces-verbaal opgesteld van de vastgestelde overtredingen. Op dezelfde datum werd, bij aangetekend schrijven, een voor eensluidend verklaard afschrift van voormeld proces-verbaal ter kennis gebracht van eiseres (stuk 3 verweerder).

Op 25 januari 1999 werd een dwangbevel uitgevaardigd waarvan aan eiseres kennis werd gegeven per aangetekend schrijven d.d. 3 februari 1999 (stuk 4 eiseres).

Door eiseres werd tegen voormeld dwangbevel verzet aangetekend bij verzoekschrift d.d. 7 juli 1999. Bij vonnis d.d. 15 september 2005 van onderhavige rechtbank en kamer werd deze vordering afgewezen als niet ontvankelijk daar zij ten onrechte bij verzoekschrift was ingeleid en niet bij dagvaarding. Eiseres heeft in dit vonnis berust.

Bij dagvaarding d.d. 13 december 2004 heeft eiseres haar vordering opnieuw aanhangig gemaakt bij deze rechtbank.

4. BESPREKING

4.1. De vermeende nietigheid van het dwangbevel

4.1.1. Eiseres werpt op dat het dwangbevel d.d. 25 januari 1999 nietig is om reden dat de kopie van het proces-verbaal dat bij het dwangbevel werd gevoegd niet voor eensluidend is verklaard. Op het proces-verbaal werd enkel de volgende tekst aangebracht "Voor eensluidend verklaard afschrift Aalst BTW, 3 februari 1999, de e.a. Inspecteur ai, P. D. V.", zonder dat echter een handtekening werd aangebracht.

4.1.2. Een dwangbevel is geldig op voorwaarde dat het de belastingplichtige in staat stelt het voorwerp en de eis van de BTW-administratie te laten kennen en de gegrondheid ervan na te gaan.

In casu bevat het dwangbevel uitdrukkelijk en duidelijk de sommen die in het proces-verbaal voorkomen. De rechtbank stelt bovendien vast dat eiseres reeds eerder een eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal d.d. 18 december 1998 heeft ontvangen (stuk 3 eiseres). De tekst van het proces-verbaal dat werd gevoegd bij het dwangbevel was· identiek aan het exemplaar dat eensluidend werd verklaard en aan eiseres werd overgemaakt. Eiseres had derhalve geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van het proces-verbaal dat bij het dwangbevel werd gevoegd en was perfect in staat na te gaan welke sommen aan BTW van haar gevorderd werden en om welke reden. Bij gebreke aan belangenschade is er geen reden om het proces-verbaal nietig te verklaren (In dezelfde zin: Rb Luik, 22 oktober 2001, T.F.R. 2002, 533).

4.2. Ten gronde

4.2.1. Eiseres meent dat het rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden doordat de aftrekbare BTW (beroepsgedeelte) op het door eiseres aangekochte motorjacht ten tijde van de aankoop door de controleambtenaar van de BTW werd vastgesteld op 25 % terwijl nu - bij ongewijzigde omstandigheden inzake het gebruik van het vaartuig - de administratie het beroepsgebruik wil herleiden naar 10 % en het privé-gedeelte aldus 90 % zou bedragen (voordeel in natura).

4.2.2. Met reden laat de administratie echter opmerken dat zij zich ten tijde van de aankoop van het motorjacht nog geen correct beeld kon vormen over de werkelijke bestemming van het jacht in het kader van de activiteit van eiseres, doch enkel .diende voort te gaan op de bedoelingen die eiseres voorhield nopens het toekomstig gebruik van het vaartuig, met name de aanwending tot publicitaire doeleinden.

Deze initiële bepaling van de aftrekbare BTW à rato van 25 % kan echter niet als een verworven recht beschouwd worden indien de werkelijke bestemming zoals die achteraf werd ingevuld door eiseres niet met de oorspronkelijk. aan de administratie medegedeelde bedoelingen overeenstemt.

Ter zake de werkelijke bestemming van het jacht wijst de administratie er op dat er enkel publiciteit zou zijn gevoerd bij middel van een los spandoek dat wordt vastgemaakt aan het vaartuig. Voor de jaren 1994, 1995 en 1996 werd met betrekking tot het verlenen van publiciteit via het jacht enkel gefactureerd aan NV BVM, zijnde een vennootschap waarvan de bestuurder (de heer G. V. M.) tevens bestuurder is van eiseres. Deze facturatie overstijgt nauwelijks of niet de kosten die in de boekhouding van eiseres werden opgenomen in verband met het jacht. Bovendien blijkt in de boekhouding over deze jaren geen enkele kost terug te vinden zijn met betrekking tot de promotie van de activiteit van eiseres als publiciteitsagentschap.

Deze vaststellingen stemmen inderdaad tot nadenken over de vraag in welke mate het jacht werkelijk voor bedrijfsdoeleinden gebruikt werd. Eiseres geeft hieromtrent geen enkele toelichting of legt geen stukken voor die de beroepsmatige aanwending staven, noch onderneemt zij enige poging om aan te tonen dat de vaststellingen op het ogenblik van de controle onjuist zouden zijn geweest.

In de gegeven omstandigheden kwam de administratie terecht tot het besluit dat er slechts een geringe beroepsmatige aanwending van het pleziervaartuig heeft plaatsgevonden, die in een geest van ruim begrip werd bepaald op 10 %.

De vordering van eiseres is ongegrond.

5. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

Eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk-Wetboek).

De kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).

De vordering van eiseres is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, in de schijf van 2.500,01 tot 5.000·euro. In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan … euro (art. 2 KB 26 oktober 2007).

Ter openbare terechtzitting dd. 8 april 2009 hebben de partijen niet verzocht om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen of te vermeerderen.

Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende op TEGENSPRAAK,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot de kosten als volgt :

- aan de zijde van eiseres:

dagvaarding : … EUR

- aan de zijde van verweerder:

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag zes mei tweeduizend en negen, waar aanwezig waren :

de heer J. V. d. F., rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. J. V. d. F.