Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 16.12.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 16 DECEMBER 2008
Rolnummer AR 04/1737/A
In de zaak van :
D. W., en zijn echtgenote D. V. samenwonende te …, …
eisers, hebbende als raad Mter C. V. M., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur der Administratie en Domeinen, Ontvangkantoor Zottegem, met burelen te 9620 Zottegem, G. Schockaertstraat 4
verweerder, hebbende als raad Mter M. P., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie de dato 30 april 2004.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 18 november 2008 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK
2.1. Eisers zijn particulieren die aan de woning gelegen te … aan de … onroerende werken hebben verricht.
Op 19 september 2002 werd door N. S. eerstaanwezend verificateur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in die hoedanigheid verbonden aan het 2° BTW-controlekantoor van Oudenaarde een plaatsbezoek verricht met het oog op de vaststelling van het juiste tarief en bedrag van de BTW van toepassing op deze onroerende handelingen.
Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.
Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door N. S., voornoemd, op 25 februari 2003 een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eisers begane overtredingen werden geacteerd (stuk 3 - eisers).
Tengevolge van dit proces-verbaal werd van eisers een bedrag gevorderd van € … en € … geldboete.
Op 10 maart 2003 werden eisers uitgenodigd over te gaan tot betaling van de verschuldigde bedragen waarna eisers tot betaling overgingen. Op 23 april 2003 deelden eisers hun niet-akkoord mee aan de 20 BTW-controle van Oudenaarde (stuk 6 - eisers).
Op 29 januari 2004 werd door eisers een herinnering verzonden (stuk 7 - eisers).
Op 2 februari 2004 deelde de BTW-administratie haar definitief standpunt mee aan eisers zijnde dat het herbouwen van een woning niet kan worden aangemerkt als een verbouwing in de zin van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20, zelfs indien een instorting van onstabiele muren de reden van afbraak vormt (stuk 8 - eisers).
Op 30 april 2004 legden eisers een fiscaal verzoekschrift neer ter griffie.
2.2. Eisers vragen dat de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard wordt, dat dienvolgens de bestreden beslissing teniet gedaan wordt en dat vastgesteld wordt dat het verlaagd BTW-tarief van toepassing is op de werken die door eisers werden uitgevoerd en niet het betaalde tarief van 21 % en dat verweerder veroordeeld wordt tot terugbetaling aan eisers van een bedrag van € …, subsidiair dat gezegd wordt voor recht dat de opgelegde boete kwijtgescholden wordt overeenkomstig artikel 84, 5° lid W.BTW en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten.
2.3. Verweerder vraagt dat: de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en eisers veroordeeld worden tot de gedingkosten.
III.BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Eisers stellen dat het in casu niet gaat over afbraak en heropbouw van een oude bestaande woning maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief van 6 %.
3.2.2. Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij de tarieven onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %.
De toepassing van dit verlaagde BTW-tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben. Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.
In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken. Verder lezen we het volgende : "Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en inzonderheid, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Daarentegen dient als bouwwerkzaamheid die bijdraagt tot de oprichting van een nieuw gebouw te worden aangemerkt : 1° het herbouwen van een gebouw na afbraak, zelfs in het geval van behoud van funderingen en kelders van het oude gebouw of van bijkomende elementen van de structuur (b.v. alleen de voorgevel aan de straatzijde behouden omwille van de integratie in het stedelijk kader)."
3.2.3. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving geen andere bedoeling en draagwijdte heeft dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventuele aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook.
Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindende kracht.
Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden verkeren, een gelijke behandeling garanderen.
3.2.4. Het onderscheid tussen verbouwingswerken die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A genieten en de verbouwingswerken die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw., Kamer, 1992-'93, nr. 70, 6703-Vr. nr. 585 Gehlen, BTW-Rev., nr. 107, 106, nr. 3).
3.2.5. De versies van partijen steken schril af tegen mekaar.
Voor verweerder is er sprake van een bouwwerkzaamheid die bijdraagt tot het oprichten van een nieuw gebouwen volgens eisers is er sprake van de omvorming van een bestaande woning.
Eisers willen gebruik maken van het verlaagd tarief en dus van de uitzondering. In die omstandigheden dragen zij de bewijslast.
Op basis van de voorliggende stukken blijkt dat de woning werd opgetrokken op en binnen de fundering en de vloerplaat van de oude woning en dat de linker mandelige gevel en de tuinberging behouden is gebleven. Verder werd een nieuwe gevelsteen rond de woning gezet, de muuropeningen en de binnenindeling gewijzigd, nieuw opstaand metselwerk in stenen en gebakken aarde aangebracht, nieuw gewelf voorzien, kapconstructie en dakbedekking volledig vervangen, dakvorm verlaagd, bevloering en alle technieken (electro, sanitair verwarming) werden volledig vernieuwd. De dragende buitenmuren, met uitzondering van één mandelige muur werden heropgebouwd. Dergelijke werken zijn van die aard dat ze slechts op zeer beperkte wijze en niet meer op relevante wijze steunen op de oude dragende muren en de wezenlijke structuur van de oude woning en gaan derhalve verder dan de loutere omvorming van een bestaande woning. Het feit dat aan eisers een vergunning tot verbouwen werd afgeleverd doet niets af aan de vaststelling dat na uitvoering der kwestieuze werkzaamheden van de oorspronkelijke woning quasi niets meer is overgebleven (stuk 5 - verweerder). Het feit dat de dragende muren ingestort zijn onafhankelijk van de wil van eisers doet geen afbreuk aan de vaststelling dat gelet op de aard en de omvang der uitgevoerde werken niet de omvorming van een woning beoogd werd maar integendeel voormelde werken de bouw van een nieuwe woning betekenen.
Het verlaagde tarief is dan ook niet van toepassing.
3.3. nopens de boete
Verweerder heeft aan eisers een boete opgelegd van 10 % bij aanvullende conclusie van verweerder de dato 30 mei 2007 (stuk 15 rechtsplegingsdossier) herleid tot de helft.
Een boete van 5 % op het verschuldigd BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Grondwettelijk Hof, 24 februari 1999, Rolnr. 1279 arrest nr. 22/99). Dit kan alleen in de zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich mee dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Nu de betwisting wordt gevoerd op principiële gronden (instorting van een muur om redenen onafhankelijk van de wil van eisers en de tengevolge daarvan ontstane principiële betwisting) die niet van meet af aan als ongegrond konden worden aanzien, zijn geen gronden om een boete op te leggen.
3.4. nopens de kosten
Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van elk der partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder gevorderde BTW ten bedrage van € … gegrond is.
Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder opgelegde boete van € … ongegrond is.
Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eisers van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden.
Wijst eisers voor het overige af.
Verwijst elk der partijen in hun eigen gerechtskosten in welk geval het overbodig is ze te begroten.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op dinsdag zestien december tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
mevrouw A. H., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. A. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.