---
title: "Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 17 februari 2005"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 17 februari 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-gent-2005-02-17-ecdb"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

17 februari 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

68 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 17.02.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT – ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 FEBRUARI 2005

Algemene rolnummer : **04/715/A**

In de zaak van:

N.V. **S. T.**, met zetel te …, …, ingeschreven in het ondernemingsregister onder nr. …,

eiseres, voor wie optreedt meester **A. D.**, advocaat te …, …,

tegen :

**de BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW-kantoor Wetteren, Gentsesteenweg 93, 9230 Wetteren,

verweerder, voor wie optreedt meester **C. D.**, advocaat te …, ….,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 20.1.2005 waarna het debat zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding dd. 17.2.2004, de onderscheiden conclusies van de partijen, evenals de door de partijen neergelegde dossiers.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe :

"1. de in het proces verbaal dd. 19.11.2003 vastgestelde verschuldigde BTW (+ boete) ten bedrage van … frank (… EUR) wegens de zogenaamde inbreuken op de aftrekregeling voor een gedeeltelijke belastingplichtige (toepassing van artikel 45, §1 W.BTW), ongegrond te verklaren;

2\. de verwerping van de herziening van de aftrek van de BTW voor de totale som van … frank (… EUR) ongegrond te verklaren;

3\. te stellen voor recht dat de BTW-administratie ten onrechte het tegoed van … frank (… EUR) en het tegoed van … frank (… EUR) op de rekening-courant, dd. 31.10.2001 en 30.4.2003, heeft ingehouden en dienvolgens de BTW-administratie te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van de totale som van … EUR, meer de moratoriumintresten overeenkomstig art. 91, § 3 W.BTW,

…”

verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

De verweerder vraagt de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

## 3. FEITEN EN GESCHIL

De activiteit van eiseres is :

\- aan- en verkoop van paarden;

\- het kweken van paarden;

\- het houden van paarden gebruikt voor het dekken;

\- het houden van paarden gebruikt voor deelname aan wedrennen;

\- het geven van pension aan paarden gedurende een periode nodig voor het dekken van deze paarden.

In afspraak met de administratie werd door eiseres aanvankelijk het statuut van gemengde belastingplichtige toegepast om reden dat eiseres in de uitoefening van haar economische activiteit ook andere handelingen verrichtte dan handelingen waarvoor op grond van art.45 W.BTW aanspraak op aftrek bestaat (deelname aan paardenwedrennen en het innen van prijzengelden).

Aldus werd over het eerste kwartaal 1996 tot en met het derde kwartaal 2000 een BTW-bedrag van … frank … EUR) niet in aftrek gebracht.

Op 31.12.2000 richtte eiseres aan de bevoegde BTW-controle een verzoek tot teruggaaf van deze niet afgetrokken BTW en beriep zich hiervoor op een arrest van het [Hof van Cassatie van 13.10.2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vermeldingen-factuur-btw-cassatie-brussel-2000-10-13-7e22) (www.cass.be). In dit arrest oordeelde het Hof dat een vrijgestelde activiteit nl. de deelname aan paardenwedstrijden, die deel uitmaakt van een BTW activiteit nl. de uitbating van een paardenhandel en dekstation, niet tot gevolg heeft dat de BTW belastingplichtige de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige verkrijgt.

Eiseres is dan ook van oordeel dat zij niet als een gemengde maar als een belastingplichtige, met een volledig aftrek moet worden beschouwd.

In afwachting van deze beslissing werden door eiseres via de aangifte van het 4de kwartaal 2000 en het eerste kwartaal 2001 herzieningen in haar voordeel verricht voor een totaal bedrag van … frank (… EUR). Hierdoor ontstond op 30.4.2001 een belastingkrediet ten voordele van eiseres.

Op 31.5.2001 werd een BTW-controle uitgevoerd bij eiseres hetgeen leidde tot een correctieopgave, periode 1.1.1996 tot 31.3.2001, waarbij de BTW-administratie een bedrag vorderde van … frank (… EUR) (BTW … frank + boete … frank), wegens inbreuken op de aftrekregeling van een gemengde belastingplichtige die de regel van het werkelijk gebruik toepast (toepassing van artikel 46, § 2 W.BTW).

Eiseres was hiermee niet akkoord verwijzend naar het arrest van het Hof van Cassatie.

Lastens eiseres inhouding betekend van … EUR.

Op 8.10.2003 werd door de centrale administratie een definitief standpunt ingenomen en werd op 19.11.2003 een proces-verbaal in die zin opgesteld.

Volgens genoemd proces verbaal heeft eiseres ten onrechte de herziening doorgevoerd van de niet afgetrokken BTW met betrekking tot de periode 1996-2000.

Bij dagvaarding dd.17.2.2004 brengt eiseres de zaak voor onderhavige rechtbank.

## 4. BESPREKING

1\. Verweerder laat gelden dat eiseres 2 afzonderlijke activiteiten uitoefent nl. enerzijds paardenhandel en dekken van paarden (belaste handelingen) en anderzijds het deelnemen aan paardenwedstrijden waarbij prijzengeld wordt verdiend.

Volgens verweerder valt het innen van prijzengeld buiten de werkingssfeer van de BTW.

Volgens verweerder moet eiseres worden aangemerkt als een gedeeltelijke belastingplichtige waarvoor het recht op aftrek wordt beperkt op grond van art.45, §1, 1° W.BTW.

2\. In casu stelt de rechtbank vast dat de deelname aan de paardenwedstrijden en het behalen van prijzen een wijze is om de paarden bekendheid te doen krijgen en de verkoopwaarde ervan te verhogen. Deze activiteiten kaderen in en dienen ter bevordering van de uitoefening van de economische activiteit van paardenhandel en dekstation en vormen daar één geheel mee zodat de activiteit voor de totaliteit onderworpen is aan de BTW.

Er is dan ook geen sprake van twee soorten handelingen nl. enerzijds handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en anderzijds andere handelingen. Eiseres is dus steeds volledige belastingplichtige geweest met een volledig recht op aftrek. (zie in dezelfde zin : Cass.20.1.2000, F.J.F. nr. 2001/27 p. 74; Cass.13.10.2000, www. cass.be; Antwerpen 28.11.1995, F.J.F. nr. 96 /187 p. 385).

De vordering van eiseres is dan ook gegrond.

### Beschikkend gedeelte

**Op die gronden,**

**De rechtbank,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond;

Verklaart de in het proces verbaal dd.19.11.2003 vastgestelde verschuldigde BTW (en boete ten bedrage van … frank ongegrond;

Verklaart de verwerping van de herziening van de aftrek van de BTW voor de totale som van … frank (… EUR) ongegrond;

Stelt dat verweerder ten onrechte het tegoed van … frank (… EUR) en … frank (… EUR) op de rekening courant dd. 31.10.2001 en 30.4.2003 heeft ingehouden;

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de som van … EUR, meer de moratoriumintresten overeenkomstig art.91, § 3 W.BTW;

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

\- aan de zijde van eiseres :

•dagvaardingskosten : € …

•rechtsplegingsvergoeding : € …

\- aan de zijde van verweerder :

•rechtsplegingsvergoeding : € …

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 17 februari 2005, waar aanwezig waren :

**J. D. B.**, alleenzetelend rechter,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **J. D. B.**
