---
title: "6 maart 2008 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 6 maart 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brussel-2008-03-06-71f5"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, bewijs, controlemaatregel

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

6 maart 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

139 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 06.03.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 36ste Kamer**

In zake van :

De NV **T. D.BE**, met maatschappelijke zetel te …, …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **H. K.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst FINANCIEN. Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit. Sector BTW. op·vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangstkantoor te Halle. met kantoren te 1500 Halle. Zuster Bernardastraat 32

**verwerende. partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **H.** loco Mr. **P. D.**, advocaat te …, …,

In deze zaak, in beraad genomen op 07/02/2008. wordt door de rechtbank

volgend vonnis uitgesproken :

Gelet op :

• het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het gerechtelijk wetboek uitgaande van eisende partij en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 02/06/2006,

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 30/10/2006,

• de conclusie, syntheseconclusie en tweede syntheseconclusie voor verweerster, neergelegd ter griffie respectievelijk op 04/12/2006, op 28/02/2007en op 06/07/2007,

• de conclusie en syntheseconclusie voor eiseres, neergelegd ter griffie respectievelijk op 20/12/2006 en op 14/05/2007,

• het bundel met stavingstukken voor verweerster, neergelegd ter griffie op 04/12/2006.

• het bundel met stavingstukken voor eiseres, neergelegd ter griffie op 30/11/2007.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 07/02/2008, waarna het bundel met de aanvullende stavingstukken van verwerende partij werd neergelegd en de zaak in beraad werd genomen.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

Eiseres, voorheen 'NV **C.**', staat sinds 01/06/1989 geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer BE … en is derhalve sinds die dag onderworpen aan de bepalingen vervat in het Wetboek van de Belasting over de toegevoegde waarde (hierna het BTW-Wetboek) en de respectievelijke uitvoeringsbesluiten.

De voor onderhavig geschil relevante belastbare periode liep in casu van 01/01/2002 tot en met 31/12/2003.

Zij baat sinds 1997 een gezondheids- en sportcomplex uit. De activiteit van eiseres bestaat in het terbeschikkingstellen (met of zonder begeleiding) van sauna's, zwembaden, whirlpools, een turks stoombad, een lig- en zonneweide, zonnebanken en (vanaf 1 oktober 2002) ook fitnesstoestellen. Daarnaast biedt eiseres ook schoonheidsbehandelingen en persoonsverzorging aan en worden er in het complex aquagymsessies georganiseerd.

Op 30/05/2005 werd door de bevoegde gemachtigde ambtenaar, mevrouw **M. S.** (eerstaanwezend verificateur bij een fiscaal bestuur, in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en verbonden aan het controlecentrum Halle) bij eiseres een controle uitgevoerd met betrekking tot de uitgeoefende werkzaamheden tijdens de periode van 01/01/2002 tot 31/12/2003.

Bij deze controle werden een aantal overtredingen vastgesteld die werden opgenomen in een proces-verbaal d.d. 25/11/2005.

Op grond van voormeld proces-verbaal blijkt dat eiseres de volgende sommen aan verweerster (de Administratie van de invordering, sector BTW) verschuldigd is :

| BTW | … EURO |
| --- | --- |
| VERMINDERDE BOETE | … EURO |
| INTEREST o.g.v. [artikel 91 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) | 0,8 % per maandag te rekenen vanaf 21/01/2004 |

De bevoegde waarnemend eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-ontvangstkantoor te Halle ging op 30/11/2005 over tot het uitvaardigen van een dwangbevel tot betaling van voormelde sommen. Dit dwangbevel werd op 05/12/2005 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-controlekantoor te Dilbeek (daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur te Mechelen).

Vervolgens werd het dwangbevel per aangetekend schrijven d.d. 06/12/2005 ter kennis gebracht van eiseres.

Op 02/06/2006 legde eiseres een geding inleidend verzoekschrift strekkende tot fiscaal verhaal (art. 1385decies Ger. W.) neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, hiermee tekent zij verzet aan tegen voormeld dwangbevel d.d. 05/12/2005 (dat haar werd betekend op 06/12/2005).

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering strekt ertoe het dwangbevel d.d. 06/12/2005 (uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiën, Dienst Invordering, Sector BTW, BTW-ontvangstkantoor Halle) te horen vernietigen en te horen zeggen voor recht dat eiseres de op grond van dit dwangbevel gevorderde bedragen niet verschuldigd is.

De vordering beoogt voorts verweerster te horen veroordelen tot terugbetaling van alle op grond van dit dwangbevel ten onrechte ingehouden of aangetekende bedragen, vermeerderd met de moratoriuminteresten en minstens vooraleer recht te spreken de persoonlijke verschijning te horen bevelen van mevrouw **V.** en de heer **K. V. M.**.

Verweerster concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1 Ontvankelijkheid

De vordering van eiseres werd ingesteld bij verzoekschrift (art. 1385decies en undecies Ger. W.) neergelegd ter griffie op 2/06/2006.

Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eiser niet.

De rechtbank stelt zich daarentegen de vraag of een verzet tegen dwangbevel inzake BTW bij verzoekschrift gericht aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan gedaan worden.

Krachtens de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wordt, wanneer de belastingplichtige nalaat zijn betaal- en/of aangifteverplichtingen na te komen, een bijzondere rekening bijgehouden, gevolgd door de opmaak van een invorderingsorder.

[Artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) stelt dat bij niet-betaling, een dwangbevel wordt uitgevaardigd door de met de invordering belaste ambtenaar, de ontvanger. Krachtens [artikel 85, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85), stelt de betekening of de kennisgeving van het dwangbevel de belastingplichtige in staat verzet aan te tekenen en stuit het de verjaringstermijn.

In toepassing van art. 1385 decies Ger. W. kan dit evenwel bij verzoekschrift gebeuren.

De vordering van eiseres dient bijgevolg ontvankelijk verklaard.

#### 3.II Gegrondheid

Eiseres biedt aan haar klanten de mogelijkheid om (met of zonder begeleiding) gebruik te maken van verschillende voorzieningen in haar sport- en gezondheidscomplex, zoals daar zijn : sauna's, zwembaden, whirlpools, een turks stoombad, zonnebanken, een zonne- en ligweide en sinds 01/10/2002 ook fitnesstoestellen. Daarnaast worden ook verschillende schoonheidsbehandelingen, aquagymsessies en de mogelijkheid tot persoonsverzorging aangeboden.

Eiseres stelt dat deze activiteiten door de klanten kunnen worden uitgeoefend in niet afzonderlijk gescheiden delen. Elke klant heeft dan ook recht tot toegang tot alle faciliteiten; zowel de sportfaciliteiten (de zwembaden en de fitnessruimte) als de gezondheids- en verzorgingsfaciliteiten (de saunafaciliteiten). Hiervoor wordt aan het clienteel een uniforme inkomprijs van … euro gevraagd.

Overeenkomstig rubriek XXVIII van tabel A van het *Koninklijk besluit nr. 20 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven* (in uitvoering van [artikel 37 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37)), is de toegang tot een inrichting voor sportactiviteiten en het recht om er gebruik van te maken onderworpen aan het tarief van 6 % BTW.

Alle andere activiteiten in het sport- en gezondheidscomplex van eiseres zijn op grond van artikel 1 van voormeld Koninklijk besluit onderworpen aan het normale tarief, met name 21 % BTW.

Gezien het eenvormige toegangsticket ter waarde van … euro was er, met het oog op de toepassing van de respectievelijke BTW-tarieven, behoefte aan een uitsplitsing van de door eiseres aangeboden activiteiten.

Op 17/11/1997 werd, in navolging van een plaatsbezoek op 05/11/1997, tussen de administratie en eiseres een akkoord afgesloten inzake de toenmalige geldende verdeelsleutel. Op grond van dit akkoord werden 43,39 % van de ontvangsten onderworpen aan een BTW-tarief van 6 % en waren de resterende 56,61 % van de ontvangsten onderworpen aan een BTW-tarief van 21 %. Deze verdeelsleutel trad in werking vanaf de opening van het complex op 06/06/1997. (Stuk 5 bundel verweerster.)

Tussen midden 1999 en 1 oktober 2002 (vermoedelijke tijdstip van voltooiing van de werken) werden door eiseres grondige renovatiewerken uitgevoerd aan haar infrastructuur. Zo werd het complex uitgebreid met een fitnessruimte (zonder begeleiding), een vrouwensauna en een extra zwembad voor de vrouwen.

Verweerster is van oordeel dat de ingebruikname van voormelde nieuwe faciliteiten de facto de ontbinding van het akkoord van 17/11/1997 met zich mee bracht. Dit akkoord zou, volgens verweerster, immers de ontbindende voorwaarde bevatten dat van zodra er enige wijziging optrad in de exploitatie, eiseres de administratie hiervan op de hoogte diende stellen. Het akkoord was vanaf dat moment dan ook niet langer geldig.

Eiseres stelt zich hier niet mee akkoord en stelt dat er in het desbetreffende akkoord enkel sprake was een mogelijkheid tot 'herroeping' op basis van nieuwe gegevens.'

Het voormelde akkoord d.d. 17/11/1997 maakt met name melding van het volgende :

*"(...) Deze verdeelsleutel is geldig (...) tot herroeping.*

*(...)*

*U neemt eveneens de verplichting op u om mij, ingeval van nieuwe feiten die de verdeelsleutel hierboven bepaald zouden wijzigen. onmiddellijk op de hoogte te stellen."* (Stuk 5 bundel verweerster.)

Eiseres zou verweerster in een schrijven van 28/04/1999 een eerste maal op de hoogte hebben gebracht van haar geplande werken. Hierin werd benadrukt dat een nieuwe fitnessruimte (zonder begeleiding) aan het complex zou worden toegevoegd .en dat er desgevallend dus behoefte was aan een nieuwe verdeelsleutel (stuk 2 bundel eiseres).

Na voltooiing van de geplande uitbreiding stuurde eiseres op 07108/2002 nogmaals een brief naar de bevoegde administratie met de vraag of het nodige kon worden gedaan met oog op het bekomen van een nieuwe vaste verdeelsleutel (stuk 4 bundel eiseres).

Op 17/03/2003 volgde een plaatsbezoek door mevrouw **V.**, eerstaanwezend inspecteur diensthoofd van de BTW-controle Dilbeek. Aan eiseres werd gevraagd om voor eind juli 2003 een gemotiveerd voorstel bij de administratie in te dienen. Dit voorstel diende te worden vastgesteld op grond van de geventileerde inkomsten en zou als basis dienen voor de onderhandelingen met de administratie inzake het bekomen van een nieuwe verdeelsleutel op de inkomgelden.

Eiseres stelt dat zij tijdig, in een brief van 18/06/2003, verweerster in kennis stelde van de door haar geformuleerde berekening van de verdeelsleutel.

Verweerster betwist dit en stelt dat zij dit schrijven nooit op voormelde datum in ontvangst nam. Zij zou slechts voor eerst kennis hebben genomen van deze brief toen deze haar werd overhandigd bij de controle uitgevoerd op 30/11/2005. Dit document heeft zich, naar het oordeel van verweerster, dan ook nooit in het administratieve dossier bevonden (zie stuk 9 bundel verweerster).

Eiseres stelt bovendien dat na telefonisch contact met voormelde bevoegde ambtenaar, mevrouw **V.**, een mondeling akkoord zou zijn afgesloten inzake een nieuwe verdeelsleutel.

In de BTW-aangifte van augustus 2003 paste zij voor ontvangsten vanaf 01/10/2002 dan ook meteen deze nieuwe verdeelsleutel toe waarbij 85 % van de ontvangsten werden onderworpen aan het tarief van 6 % BTW en 15 % van de ontvangsten aan het tarief van 21 % BTW. Zij ging er immers vanuit dat tussen haar en de administratie een nieuw (geldig) akkoord was bereikt.

Verweerster betwist het bestaan van dit mondelinge akkoord ten stelligste.

Zij is de mening toegedaan dat het akkoord d.d. 17/11/1997, inzake de oude verdeelsleutel, vanaf 02/10/2002 (met name vanaf de ingebruikname van de nieuwe faciliteiten) de facto werd ontbonden.

Gezien eiseres nooit enige berekening of motivering omtrent een nieuwe verdeelsleutel aan verweerster ter kennis zou hebben gebracht, zou er derhalve nooit enig nieuw akkoord (schriftelijk noch mondeling) zijn bereikt inzake een nieuwe toepasbare verdeelsleutel.

In casu diende er dan ook toepassing te worden gemaakt van het vermoeden, zoals vervat in [artikel 64, § 3 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), op grond waarvan bij gebrek aan tegenbewijs voor handelingen die aan een verschillend tarief zijn onderworpen het hoogste tarief toepassing vindt.

Gezien eiseres eenzijdig besloot om de nieuwe verdeelsleutel toe te passen in haar BTW-aangifte van augustus·2003, werden er; naar het oordeel van 'verweerster, in het proces verbaal d.d. 25/11/2005, dat in navolging van de controle d.d. 30/05/2005 door de administratie werd opgemaakt, dan ook terecht een aantal overtredingen vastgesteld.

Eiseres werpt op dat de administratie het vertrouwensbeginsel en het recht op rechtzekerheid heeft geschonden, nu ten onrechte geen rekening wordt gehouden niet het tussen haar en mevrouw **V.** aan de telefoon (mondeling) a(gesloten akkoord en de administratie in het bijzonder naliet om te reageren tegen de voorgestelde gewijzigde verdeelsleutel.

Zij is dan ook de mening toegedaan dat zij, op grond van het uitblijven van enige reactie door de administratie binnen een redelijke termijn na de wijzigingsaangifte in 2003, terecht eenzijdig toepassing kon maken van de door haar opgestelde verdeelsleutel. Verweerster liet immers nooit blijken dat zij niet akkoord was met de nieuwe verdeelsleutel. Enkel bij een laattijdige controle zou een reactie zijn gekomen.

De artikelen [64, § 1 en § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) van het BTW-Wetboek stellen dat :

*"§ 1. Hij die goederen verkrijgt produceert om ze te verkopen wordt behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.*

*§ 2. Hij die diensten verricht, wordt behoudens tegenbewijs geacht dat te hebben gedaan onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt”.*

[Artikel 64, § 3 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) bepaalt dat :

> *"Wanneer iemand als bedoeld in de §1 of § 2, handelingen verricht met betrekking tot goederen of diensten die aan een verschillend tarief onderworpen zijn, dan worden die handelingen behoudens tegenbewijs geacht voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of de diensten waarvoor het hoogste tarief geldt”.*

De rechtbank kan uit de stukken in het dossier afleiden dat in casu beide partijen het eens zijn dat er naar aanleiding van de ingebruikname van de nieuwe faciliteiten van het sportcomplex op 01/10/2002 nood was aan een nieuwe vaste verdeelsleutel.

Alhoewel eiseres in haar conclusies betwist dat aan de vroegere overeenkomst d.d. 17/11/1997 met betrekking tot de oude verdeelsleutel de facto op 01/10/2002 een einde kwam, blijkt uit verschillende brieven gelicht aan de administratie dat zij verweerster meerdere malen heeft verzocht, om naar aanleiding van de uitbreiding van haar faciliteiten, een nieuwe vaste verdeelsleutel te bepalen. (Zie stukken 2, 4, 6 en 7 in bundel eiseres).

In haar schrijven van 12/03/2003 gericht aan de administratie stelde zij uitdrukkelijk het volgende :

*"Ingevolge onze telefonische afspraak werd er een vergadering gepland met Uzelf en mijn cliënt in het saunacomplex gelegen in de … te … teneinde een reevaluatie te doen van het akkoord bekomen op 17/11/1997, met Dhr.* ***R.*** *(toenmalig hoofdcontroleur) (...)"* (Stuk 6 bundel eiseres)

In dit schrijven geeft eiseres derhalve toe dat nood was aan een her-evaluatie van het vroegere akkoord d.d. 17/11/1997 en dat de oude verdeelsleutel derhalve diende te worden aangepast en diende te worden vervangen door een nieuwe verdeelsleutel.

De discussie of het vroegere akkoord d.d. 17/11/1997 werd ontbonden of louter werd herroepen is voor onderhavig geschil derhalve irrelevant, nu beide partijen het eens zijn dat een nieuwe verdeelsleutel diende te worden bepaald.

Verweerster stelt terecht dat het Belgisch belastingrecht bovenal beheerst wordt door een ongeschreven beginsel, nl. de idee dat de fiscale wetten zo essentieel zijn voor het Staatsbelang dat ze de openbare orde raken.

*"(...) De fiscale wetgeving is van openbare orde. Dit principe wordt niet meer in twijfel getrokken en is toepasselijk op alle belastingen.(...)"* (TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht, 2006, 22)

*"(...) De relatie belastingplichtige-fiscus wordt beheerst door de fiscale wet.,die onbetwist van openbare orde is. (...)"* (Rb. Brugge 18 december 2001, Fisc. Act. 2002, afl. 8, 3).

*"(...) Fiscale wetteksten zijn teksten van openbare orde en moeten dus restrictief worden geïnterpreteerd. Het verbreden of ruimer maken van een tekst (...) door interpretatie ervan is een ongezonde praktijk. (...)"* (Gent 18 april 1989. *F.J.F*. 1989, 338).

Verweerster werpt tevens terecht op dat het recht op rechtzekerheid en het vertrouwensbeginsel, waarop eiseres zich in casu wenst te beroepen, geen onbeperkte rechten zijn.

Met name het legaliteitsbeginsel, zoals vervat in artikel 170 en 172 van de grondwet dat stelt dat geen belasting of ontlasting kan worden ingevoerd dan door een wet, staat de onbeperkte werking van voormelde rechten in de weg.

Het hof van Cassatie oordeelde in haar attest van 3 november 2000 dat het recht op rechtzekerheid van een individuele belastingplichtige geen onbeperkt recht is. Dit recht moet derhalve onder omstandigheden wijken voor het legaliteitsbeginsel dat de rechtszekerheid en gelijkheid verzekert ten bate van alle belastingplichtigen.

Zij stelde met name het volgende : *"(...) Dat recht houdt inzonderheid niet in dat een belastingplichtige, die met een ambtenaar een akkoord heeft gesloten waarbij hem in strijd met uitdrukkelijke wetsbepalingen bepaalde voordelen worden verleend, aanspraak zou kunnen maken op de toepassing van dat akkoord. Dat akkoord kan derhalve in zijnen hoofde geen gerechtvaardigde verwachtingen scheppen. (art. 170 G.W.)"* (Cass. (1e k.) AR F.98.0072N, 3 november 2000, http://www.cass.be (18 oktober 2001))

Eiseres legt in haar stukkenbundel een schrijven d.d. 10/04/2007 uitgaande van haar boekhouder, de heer **V. M.**, neer. In dit schrijven verklaart deze persoon dat hij in september 2003 weldegelijk telefonisch contact had met mevrouw **V.**. Tijdens dit telefonisch onderhoud zou mevrouw **V.** het volgende hebben bevestigd : *"het is ok zoals u voorstelde in uw brief”*. (Waarbij de brief waarnaar verwezen werd het schrijven van 18/06/2006 zou zijn waarin de heer Van Mossevelde de nieuwe gewenste verdeelsleutel motiveerde.)

De heer **V. M.** verklaart in dit stuk dat hij op grond van dit telefoongesprek ervan uitging dat de door hem voorgestelde verdeelsleutel door de administratie was aanvaard. Hij ging vervolgens over tot het aanbrengen van de respectievelijke correcties aan de BTW-aangifte van augustus 2003 (stuk 10 bundel eiseres).

De rechtbank stelt vast dat deze verklaring, welke enkel recent werd opgesteld, onvoldoende bewijskracht heeft en geenszins het bewijs bijbrengt dat enige akkoord, inzake de in casu te hanteren verdeelsleutel, met de administratie werd afgesloten.

Daarenboven merkt de rechtbank op dat de brief waarnaar in het gesprek zou zijn verwezen, d.d. 18/06/2006 (en waarvan verweerster betwist dat zij er (tijdig) kennis van kreeg), op zich geen melding maakt van een gedetailleerde, gemotiveerde en exact berekende vaste verdeelsleutel.

Dit schrijven maakt (enkel) melding van het volgende :

*"(...) De wijzigingen in ontvangsten n.a.v. de uitgebreide verbouwingen (fitnessruimte-gelijkvloers en kelderverdieping, vrouwensauna, vrouwenzwembad) zijn de volgende :*

*Sauna 15 %*

*Zonneweide 18 %*

*Zwembad 27 %*

*Fitness 40 %*

*Totaal 100 %*

*De wijzigingen betreffende de fitnesscentrums betreffen vnl. fitness zonder begeleiding.*

*Aangezien er 1 vaste inkomprijs is, en zal blijven, die toegang geeft fot de volledige infrastructuur (zwembad, sauna, fitness, zonnewei), is het onmogelijk om een effectieve verdeling van de inkomgelden te bepalen op het moment dat de klant de zaak betreedt, zoals Dhr.* ***R.*** *reeds kon vaststellen in 1997.*

*Daarom zou ik U willen verzoeken een vaste verdeelsleutel te willen bepalen die het mogelijk maakt de·BTW-aangifte op een doeltreffende manier op te stellen**.(...)"* (Stuk 7 bundel eiseres, stuk 9 bundel verweerster) (De rechtbank onderlijnt).

Hieruit leidt de rechtbank af dat zelfs indien mevrouw **V.** inderdaad het voormelde zou hebben geuit *"het is ok zoals u voorstelde in uw brief"*, het vervolgens nog steeds aan de administratie toekwam om alsnog een effectieve vaste verdeelsleutel te bepalen.

Eiseres kon dus geenszins, op basis van het telefonisch gesprek met mevrouw " **V.**, zomaar overgaan tot het eenzijdig bepalen van de nieuwe verdeelsleutel.

De verdeelsleutel welke zij in haar BTW-aangifte van augustus 2003 toepaste, waarbij, 85 % van de ontvangsten werden onderworpen aan het tarief van 6 % BTW en 15 % aan het tarief van 21 % BTW, werd derhalve eenzijdig door eiseres "zonder tussenkomst van de administratie berekend.

Verweerster stelt terecht dat eiseres nog steeds in gebreke blijft om op gemotiveerde wijze aan te tonen waarom voormelde verhouding tussen de verschillende BTW-tarieven in casu in de belastbare periode moesten worden toegepast.

Bij gebrek aan tegenbewijs vindt derhalve het vermoeden zoals vervat in [artikel 64, § 3 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) toepassing. Overeenkomstig dit artikel worden de ontvangsten geacht voor het geheel betrekking te hebben op de diensten waarvoor het hoogste tarief, in casu het tarief van 21 % BTW, gold (zie in die zin Rb. Leuven 15 december 2006, Fisc. Koer:, 2007, Afl. 7, 408).

Hierbij merkt de rechtbank bovendien op dat eiseres in casu evenmin het bewijs voorbrengt dat het recht op toegang tot het zwembad en de fitness zaal een dienstprestatie op zich vormt en niet slechts een onderdeel uitmaakt van het geheel pakket van diensten inzake lichaamsverzorging.

Eiseres betwist immers op geen enkel ogenblik dat voor het totale pakket van diensten (met name zowel het recht op gebruik van de sportvoorzieningen als het recht op gebruik van de gezondheids- en saunavoorzieningen) 1 vaste inkomprijs wordt gevraagd.

In het proces-verbaal d.d. 25/11/2005 werd terecht een overtreding vastgesteld. Het dwangschrift werd derhalve terecht in hoofde van eiseres op 30/11/2005 opgesteld en op 06/12/2005 aan haar betekend.

Het middel is ongegrond.

De vordering dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

## 4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN

De waarde van de vordering bedraagt … EURO.

Partijen verklaren ter zitting dat zij het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding vorderen en daar niet wensen van af te wijken.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van verweerster begroot op … EURO.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **6 maart 2008**

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **M. L.**, alleenrechtsprekend rechter

Mevrouw **I. K.**, afgevaardigd adjunct-griffier.

**I.K.** **M. L.**

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 4 voorkomens

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 2 voorkomens

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wedersamenstelling van de omzet, Bewijs door vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzet-bewijs-vermoedens-geen-hof-van-beroep-brussel-2023-02-a664) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingen over toegevoegde waarde, Akkoordverklaring, Afstand van Geding, Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingen-toegevoegde-waarde-akkoordverklaring-afstand-hof-van-beroep-2026-01-27-bd27) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 11 maart 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2005-03-11-1714) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel, Delegatie van de visa en de tenuitvoerlegging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-delegatie-visa-tenuitvoerlegging-mondelinge-hof-van-beroep-brussel-2015-10-29-b2a8) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, bewijs, controlemaatregel, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2007-06-19-c733) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2002-10-01-e393) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, plaats van de dienst, strafbepaling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-plaats-rechtbank-brussel-2009-01-19-fa9e) 3 gemeenschappelijke bepalingen
