Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 21 december 2009

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2009-12-21-36f7

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
21 december 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

64 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 21.12.2009

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 08/2863/A Rep. nr. 2009/16005

mevrouw L. C., kleinhandelaarster, handeldrijvende onder de naam C./R. (Ondernemingsnr. …), wonende te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester Y. M., advocaat met kantoor te …, …,

tegen :

1. de FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Belastingen en Invordering, sector BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het 1e BTW-Ontvangkantoor te KORTRIJK, met kantoren gevestigd te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31,

eerste verweerder,

voor wie is opgetreden Meester I. G. (balie Brugge) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,

2. meester C. C., advocaat te …, …, handelend in haar hoedanigheid van curator over de V.O.F. A., met zetel te …, …, handeldrijvende onder de benaming "S.", (ondernemingsnr. …), daartoe aangesteld bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, 5e Kamer d.d. 19.02.2009;

tweede verweerster qq,

die niet verschijnt noch iemand voor haar

3. de heer L. W., wonende te …, …,

derde verweerder,

die niet verschijnt noch iemand voor hem

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift d.d. 12 september 2008.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging, van de door eiseres en eerste verweerder overlegde bundels.

Eiseres en eerste verweerder werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzittingen van 23 november 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1. VOF A. werd opgericht op 10 januari 2007. De oprichtingsakte werd gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad op 15 februari 2007. Bij de oprichting zijn er twee vennoten : de heer L. W. met 99 aandelen en mevrouw L. C. (eiseres) met 1 aandeel. De heer L. W. werd aangesteld als zaakvoerder.

VOF A. was ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van bouwarchitectuur. Zij was derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Voor het tijdvak lopende van 31 januari 2008 tot 30 april 2008 werd een bijzondere rekening opgemaakt wegens het niet betalen van het saldo dat bleek uit de periodieke aangifte m.b.t. de handelingen verricht gedurende het vierde kwartaal 2007 en het eerste kwartaal 2008. De vennootschap was verschuldigd als BTW 4.283,45 EUR, als boete 420,00 EUR en als intresten 135,36 EUR.

Aangezien de betaling uitbleef werd een dwangbevel uitgevaardigd op 29 juli 2008. Dit dwangbevel werd op 29 juli 2008 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer L. B., e.a. inspecteur a.i. van de BTW-controle te Kortrijk 1, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de BTW te Brugge.

Het dwangbevel werd, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, op 20 augustus 2008 betekend aan VOF A., de heer L. W. en mevrouw L. C. (zijnde eiseres).

VOF A. werd op 19 augustus 2008 failliet verklaard. Als curator werd aangesteld Mr. C..

Op 12 september 2008 heeft eiseres een verzoekschrift neergelegd.

2. Eiseres vraagt dat :

- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

- het dwangbevel d.d. 29 juli 2008 nietig wordt verklaard;

- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 650,00 EUR.

3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 650,00 EUR.

III. BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Partijen voeren geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de hoofde is of de tegeneis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, zijn de hoofdeis en de tegeneis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. Eiseres stelt dat zij niets te zien heeft met VOF ADWILI en bij oprichting slechts één aandeel als stille vennoot bezat. Op 25 november 2007 heeft eiseres haar enig aandeel overgedragen aan de heer Libeer Willy. Op 25 november 2007 werd haar ontslag als vennoot geacteerd en aanvaard door de algemene vergadering.

2. De vennootschap onder firma is een vennootschap die wordt aangegaan tussen hoofdelijk aansprakelijke vennoten en die tot doel heeft een burgerlijke activiteit of een handelsactiviteit (artikel 201 W.Ven). Vennoten in een vennootschap onder firma kunnen niet persoonlijk worden veroordeeld op grond van verbintenissen, zolang deze niet zelf is veroordeeld (artikel 203 W.Ven.). De vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap is geschied (artikel 204 W.Ven.).

In tegenstelling tot de bewering van eiseres bestaan er in een vennootschap onder firma geen stille vennoten. Alle vennoten in een vennootschap onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk.

Inzake BTW is het dwangbevel de uitvoerbare titel die volstaat om maatregelen tot tenuitvoerlegging te nemen met het oog op de betaling van de verschuldigde bedragen (artikelen 85 en 85bis, W.BTW). Een veroordeling inzake BTW is dus niet nodig. Het dwangbevel werd op 20 augustus 2008 betekend aan VOF A., aan de heer L. W. (hoofdelijk aansprakelijke vennoot) en eiseres (hoofdelijk aansprakelijke vennoot).

Het bedrag op zich van de BTW-schuld van de vennootschap wordt ten gronde niet betwist door eiseres.

3. Eiseres stelt dat zij haar enig aandeel op 25 november 2007 heeft overgedragen aan de heer L. W. en op 25 november 2007 ontslag heeft genomen als vennoot. Eiseres legt hieromtrent het verslag van de algemene vergadering van 25 november 2007 neer.

4. Conform artikel 209 W.Ven. kan de overdracht van een deelneming slechts geschieden met inachtneming van de vormen van het burgerlijk recht en kan zij geen gevolg hebben ten aanzien van de verbintenissen die vóór haar openbaarmaking zijn aangegaan.

Eiseres legt geen enkel bewijs voor betreffende de eventuele openbaarmaking van de overdracht van haar aandeel. De overdracht heeft dan ook geen gevolg ten aanzien van de verbintenissen van de vennootschap.

De bepaling in het verslag van de algemene vergadering van 25 november 2007 waarbij eiseres ontheven wordt van elke eventuele verantwoordelijkheid voor alle daden welke door de vennootschap werden gesteld in de periode waarin eiseres vennoot was, is in strijd met de artikelen 201 en 204 W.Ven.. De betreffende artikelen zijn van openbare orde en er kan niet van worden afgeweken.

5. Eiseres is dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de BTW-schuld van VOF A. van het vierde kwartaal 2007 en het eerste kwartaal 2008. Het dwangbevel d.d. 29 juli 2008 werd terecht uitgevaardigd op naam van en betekend aan eiseres.

c. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

De waarde van de eis situeert zich tussen 2.500 en 5.000 EUR waarvoor het basis bedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 650,00 EUR bedraagt.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 650,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag éénentwintig december tweeduizend en negen.

Aanwezig zijn :

D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N. L. L. D. P.