---
title: "15 december 2009 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling, uitvoer. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 15 december 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2009-12-15-e96c"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling, uitvoer · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

15 december 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 15.12.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **06/3622/A** Rep.nr.2009/157

**de BVBA F. P.**, (Ondernemingsnr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **H. V.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidende verzoekschrift houdende verzet dwangbevel d.d. 5.12.2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 17.11.2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres was voor haar economische activiteit van bouwen reparatie van plezier- en sportvaartuigen geregistreerd onder het BTW-nummer ….

Op 27 mei 2005 werd een toezicht verricht met het oog op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over de periode van 1.01.2004 tot en met 17.05.2005.

Naar aanleiding van dit toezicht werd een overtreding op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld (inbreuk tegen de bepaling van artikel 39, § 1, 1° W.BTW).

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtreding werd een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtreding werd geacteerd.

Op 3 oktober 2006 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 31 oktober 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de e.a. inspecteur van het BTW-controlekantoor te Blankenberge, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 7 november 2006, via aangetekend schrijven, ter kennis gebracht aan eiseres.

Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 5 december 2006 werd verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.

**2.2.** Eiseres vraagt dat :

\- Het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

\- Het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat dienvolgens verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die zij aan verweerder heeft betaald of die te haren laste werden ingehouden, verhoogd met de moratoire rente.

\- Verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, in haar hoofde begroot op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 2.000,00 EUR.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** Op grond van artikel 39, § 1, 1° W.BTW, zijn de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap van belasting vrijgesteld.

Gezien de aard van de BTW-wetgeving is het de verkoper die verantwoordelijk is voor de aanrekening en doorstorting van de BTW en is hij ook verantwoordelijk voor juiste toepassing van de vrijstellingen. Als de belastingplichtige deze vrijstelling inroept moet hij dan ook het bewijs leveren dat de goederen de Gemeenschap hebben verlaten.

Op grond van [artikel 3 van het koninklijk besluit nr.18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art3) van 29 december 1992 moet verkoper ten allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van uitvoer blijkt. Hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken en de aangifte ten uitvoer.

Dit is geen limitatieve opsomming, waarbij geen enkel specifiek document op zichzelf voldoende of onontbeerlijk is. Het bestaan van de uitvoer kan dan ook bewezen worden door alle middelen van recht, uitgezonderd de eed.

Het is niet onredelijk dat de fiscus bij de beoordeling van de bewijzen enige gestrengheid betoont, nu sinds 1.01.1993 tevens alle grenscontroles op het goederenverkeer tussen de lidstaten werden afgeschaft en dit aanleiding heeft gegeven tot een grootschalige fraude die gepleegd wordt door malafide leveranciers en/of afnemers. (*Antwerpen, 13 december 1999, F.J.F. nr. 2000/174, p. 458*).

**3.2.2.** Eiseres stelt dat zij het uitvoerdocument, de factuur betreffende de uitvoerformaliteiten en de verkoopfacturen hebben voorgelegd en dat voormelde stukken de echtheid van de uitvoer naar Gibraltar bewijzen. Volgens eiseres heeft de administratie dan ook volledig ten onrechte en louter willekeurig de vrijstellingstoepassing geweigerd.

**3.2.3.** De rechtbank stelt vast dat eiseres m.b.t. de boot 2 verkoopfacturen dewelke geadresseerd zijn aan **K. M. L.** in Gibraltar en een uitvoerdocument waaruit moet blijken dat de boot op 7 juli 2006 vanuit Brugge wel degelijk is uitgevoerd met bestemming Gibraltar werden voorgelegd.

Evenwel werden. geen bestelbons, vervoerdocumenten noch betalingsbewijzen voorgelegd die de echtheid van de uitvoer kunnen staven. Ook werden geen stukken voorgelegd waaruit de echtheid van de invoer in Gibraltar blijkt.

Gelet op het voorgaande is het duidelijk dat eiseres geen geheel van overeenstemmende handelsdocumenten, zoals uitdrukkelijk vereist door het voormelde [artikel 3 van het KB nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art3), kan voorleggen waaruit de echtheid van de uitvoer naar Gibraltar blijkt. De administratie was derhalve gerechtigd de vrijstelling te verwerpen.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. De waarde van de vordering situeert zich tussen de 20.000,01 en de 40.000,00 EUR zodat het basisbedrag van 2.000,00 EUR toepasselijk is.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 2.000,00 EUR rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **dinsdag vijftien december tweeduizend en negen**.

Aanwezig :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 18 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 2 voorkomens
