---
title: "19 februari 2008 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 19 februari 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2008-02-19-3d50"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

19 februari 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 19.02.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

## In de zaak 04/276/A :

**de N.V. C.**, (Ondernemingsnr….), …,

**eiseres**

voor wie optreedt Meester **K. G.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De F.O.D.FINANCIËN**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Belastingen en Invordering, sector BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het 1e BTW-Ontvangkantoor te KORTRIJK met kantoren gevestigd te 8500 KORTRIJK, Hoverniersstraat 31,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 26 januari 2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 22.01.2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge haar activiteit van bouwpromotie en coördinatie, aan- en verkoop, huur en verhuur van onroerende goederen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 25 februari 2003 en 8 juli 2003 werd door ambtenaren van FOD-Financiën, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde m.b.t. de periode van 1 januari 2000 tot 31 maart 2002.

Op 18 november 2003 werd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 19 november 2003 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd. Volgens dit dwangbevel was eiseres … EUR BTW en … EUR boete verschuldigd.

Voormeld dwangbevel werd op 19 november 2003 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **E. M.**, e.a. inspecteur a.i. te Waregem.

Met een tegensprekelijk verzoekschrift de dato 26 januari 2004 stelt eiseres haar vordering in.

**2.2.** Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel, uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 19 november 2003, ongegrond is en dat de in het bestreden dwangbevel vermelde BTW-sommen niet verschuldigd zijn. Verder vraagt zij de terugbetaling van alle sommen die werden betaald of ingehouden, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling of inhouding.

Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard zonder borgstelling, noch kantonnement.

**2.3.** Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en deels gegrond wordt verklaard. Meer bepaald vraagt verweerder dat de vordering herleid wordt tot … EUR BTW en … EUR boete, vermeerderd met de moratoire interesten bedoeld in artikel 91, § 1 W.BTW en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten, van het geding, in zijn ,hoofde begroot op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** Uit de voorliggende verkoopfacturen opgemaakt door eiseres m.b.t. het onroerend goed **R. L. M.**, gelegen in de … te …, en de voorliggende notariële akten van verkoop van appartementen gelegen in voormelde residentie door de heer **V. P.** (van de grond en bestaand gebouw) en eiseres (voor wat betreft de afwerking van het appartement en de garage) blijkt dat het ging om de verkoop van afgewerkte woonappartementen waarbij de verkoopprijs werd gesplitst in een bedrag voor de verkoop van de grond en het bestaande oude gebouwen een bedrag voor de afwerking van het appartement en de garage (in de notariële akten wordt eiseres telkens aangeduid als verkoper). Verder is het ook zodat er geen aannemingsovereenkomsten worden voorgelegd die gesloten werden tussen eiseres en de uiteindelijke kopers.

Aan de bewering van eiseres dat de resp. kopers reeds eigenaar waren van het onroerend goed op het ogenblik dat de appartementen afgewerkt werden, kan dan ook geen geloof worden gehecht.

Wanneer de heer **V.** als eigenaar van de grond en het oude gebouw toelaat dat eiseres op haar kosten het gebouw verbouwt tot een appartementsgebouw, kan eiseres geen eigenaar worden van deze veranderingswerken, zelfs niet bij wege van een in haar voordeel gedane afstand van het recht op natrekking, aangezien deze werken op zich geenszins een individualiseerbare constructie vormen.

Het recht van natrekking heeft derhalve gespeeld in het voordeel van de heer **V.** die in rechte de enige verkoper is van de geheelheid van de verkochte zaak.

De heer **V.** heeft voor de verkoop van de appartementen, handelend als niet btw-belastingplichtige, niet geopteerd voor de vervreemding ervan met toepassing van de BTW ov. artikel 8, § 1 W.BTW, noch de formaliteiten vervuld opgelegd door het KB nr. 14. Derhalve is de verkoop van de appartementen en de andere ruimten van het omgevormd gebouw volledig onderworpen aan het-registratierecht.

Ingevolge artikel 19, § 2, 1° W.BTW en [artikel 3 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art3) moest eiseres, die de door haar uitgevoerde werken niet gefactureerd heeft aan de **V.**, ten laste van zichzelf belasten.

**3.2.2.** Voor de twee appartementen (WO 1B en MUL WO 4) die nog niet verkocht waren op het ogenblik van het opstellen van het proces-verbaal, zijn partijen het eens dat ten onrechte de volledige koopsom (grond + gebouw) als maatstaf van heffing voor de BTW werd genomen. Aangezien de grondwaarde telkens op … EUR kan geraamd worden (zie besluiten van eiseres en verweerder), is de BTW slechts verschuldigd op een waarde van … EUR en … EUR.

Met reden heeft verweerder dan ook de in het bestreden dwangbevel gevorderde BTW en boete herleidt tot resp. … EUR en … EUR.

### 3.3. nopens de kosten

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van elk van de partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.

### 3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad

Ingevolge artikel 377 WIB '92 en artikel 92bis W.BTW kan een vonnis in fiscale zaken niet uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad. Dit werd bevestigd door het Hof Van Beroep te Gent in haar arrest. van 2 maart 2004, nr. 2002/AR/2691 inzake NV **D.**.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel ongegrond is voor het gedeelte dat de BTW ten bedrage van … EUR en de boete ten bedrage van … EUR, meer de moratoire interesten bedoeld in artikel 91, § 1 W.BTW, te boven gaat.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Verwijst elk van de partijen in hun eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is die kosten vast te stellen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag **negentien februari tweeduizend en acht**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 1 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen
