---
title: "4 december 2006 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 4 december 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2006-12-04-0140"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

4 december 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 04.12.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **06/573/A** Rep.nr.2006/15300

**de BVBA S.**, (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **I. C.** (balie Brugge ) loco Meester **A. C.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kantoren te 1000 Brussel, Wetstraat 14, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie van Taxatie en Invordering (sector BTW) te Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, Katelijnestraat 7, op vervolging en benaarstiging van de heer Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, met kantoren te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1, woonst kiezende aldaar,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden Meester **I. G.** (balie Brugge) loco Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet de dato 17 februari 2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 2 oktober 2006.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is gekend en ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer … en is gehouden tot het indienen van kwartaalaangiften.

Overeenkomstig met wat is bepaald in [artikel 8, § 1 KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29 december 1992 werd op naam van eiseres een bijzondere rekening opgemaakt voor het tijdvak van 31 juli 2005 tot 31 oktober 2005.

Omdat eiseres de ingevolge deze bijzondere rekening verschuldigde bedragen niet betaalde, werd op 7 februari 2006 door de e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Oostende, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW,een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 9 februari 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de e.a. inspecteur a.i., daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 15 februari 2006 betekend aan eiseres.

Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 17 februari 2006 stelt eiseres haar vordering in.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel nietig is en dat de erin vermelde sommen niet verschuldigd zijn. In ondergeschikte orde vraagt eiseres dat de boete wordt herleid tot hoogstens één tiende. Met betrekking tot de tegeneis vraagt eiseres dat deze zou worden afgewezen als ongegrond.

Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld om te betalen aan verweerder het bedrag van 500,00 EUR schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. Verder vraagt verweerder dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid van hoofd- en tegenvordering

Partijen voeren geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de hoofd- en tegenvordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, zijn de hoofd- en tegenvordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond van de hoofdvordering

**3.2.1.** Het dwangbevel werd uitgevaardigd op basis van de gegevens in de bijzondere rekening die op haar beurt op niets anders gebaseerd zijn dan enerzijds op de cijfers die eiseres zelf in haar BTW-aangiften voor de betreffende kwartalen had ingevuld en anderzijds het feit dat eiseres naliet die bedragen te betalen.

In de gegeven omstandigheden was het dus niet nodig om een proces-verbaal op te stellen.

**3.2.2.** Verder bevat het dwangbevel de vermelding dat de heer **P. D. B.** door de Gewestelijke Directeur van de BTW te Brugge aangewezen is om dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren. Verder wordt ook een stuk voorgelegd waaruit die machtiging blijkt.

**3.2.3.** De bewering van eiseres dat er materiële vergissingen zijn begaan bij de berekening van de verschuldigde belasting en dat er geen rekening zou gehouden zijn met een betaling van 5.000,00 EUR, wordt door niets bewezen.

**3.2.4.** Verweerder heeft in zijn bijzondere rekening de wetsartikelen en de onderdelen ervan vermeldt op grond waarvan de boete werd vastgelegd. Op die manier kon dus voldoende achterhaald worden dat verweerder 10 % van de verschuldigde BTW genomen heeft en dat bedrag heeft afgerond naar beneden. Dat volstaat als motiveringsplicht.

Verder is de boete wel degelijk gerechtvaardigd. Eiseres moest zich maar al te goed bewust zijn van het feit dat ze BTW moest betalen. Verder moet eiseres weten dat de niet-betaling een administratief apparaat in gang zet waardoor er kosten gemaakt worden die konden vermeden worden door stipte betaling.

In het geheel van de omstandigheden is de boete van 10 % aangepast en in verhouding met de feiten en dus zeker niet overdreven.

**3.2.5.** Het feit dat het bericht van invordering en de bijzondere rekening een aantal onleesbare vermeldingen zou bevatten kunnen de rechten van verdediging geenszins schenden vermits eiseres de zaak aan de rechtbank kan voorleggen en zij ondertussen inzage heeft gekregen van de stukken van verweerder waaruit zij voldoende kan afleiden wat de minder duidelijke passages voorstellen en betekenen.

**3.2.6.** Uit de tekst van het dwangbevel en de daaraan gehechte bijlagen blijkt dat de verschillende feiten en wettelijke bepalingen vermeld zijn die tot de conclusie leiden dat eiseres voor de betrokken periode de BTW, interest en boete verschuldigd was zoals in dat dwangbevel vermeld staat. Het dwangbevel is dus geldig en afdoende gemotiveerd.

De vordering van eiseres dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen.

### 3.3. nopens de grond van de tegenvordering

**3.3.1.** Verweerder vraagt op tegeneis een schadevergoeding van 500,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding 'aangezien de procedure er enkel op gericht is obstructie te plegen bij de poging tot invordering van de schuld die haar oorzaak vindt in de door eiseres zelf aangegeven belastbare handelingen.

**3.3.2.** Het opstarten van een gerechtelijke procedure is in casu, gelet op de concrete omstandigheden, dilatoir en getuigt van een verregaande lichtzinnigheid of kwaadwilligheid waarvan ieder voorzichtig of behoedzaam mens zich dient te onthouden. De argumenten die eiseres aanvoert zijn duidelijk 'gezocht' om betwisting te kunnen voeren en zonder dat eiseres ooit kan gedacht en verwacht hebben dat er enig gunstig gevolg zou kunnen aan gehecht worden. De toegang tot het gerecht mag niet lichtzinnig benut worden. Toch is dat wat eiseres hier onmiskenbaar gedaan heeft.

In billijkheid moet worden aangenomen dat de bijkomende kosten en organisatorische middelen die door die procedure, zelfs buiten de zuivere kosten van verdediging, ten nadele van verweerder veroorzaakt zijn minstens een waarde van 500,00 EUR vertegenwoordigen.

De tegenvordering is dan ook gegrond.

### 3.4. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart de tegenvordering ontvankelijk en gegrond.

Veroordeelt dienvolgens eiseres om te betalen aan verweerder van een bedrag van 500,00 EUR als schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 364,40 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag vier december tweeduizend en zes**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 24 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen
