---
title: "27 juni 2005 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 27 juni 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2005-06-27-4d4f"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

27 juni 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

79 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 27.06.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

**In de zaak : 02/156/A**

**de C.V.O.H.A. D. L.**, (H.R. Oostende nr. …), met zetel te …, …,

**eiseres**

voor wie is opgetreden Meester **I. J.** (balie Brugge) loco Meester **G. S.** en Meester **G. A.**, beiden advocaat met kantoor te …, …,

**TEGEN**

**De FOD FINANCIËN**, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## EN

In de zaak 02/2321/A Rep.nr.2005/

**de C.V.O.H.A. D. L.**, (H.R. Oostende nr. …), met zetel te …, …,

**eiseres**

voor wie is opgetreden Meester **I. J.** (balie Brugge) loco Meester **G. S.** en Meester **G. A.**, beiden advocaat met kantoor te …, …,

**TEGEN**

**De FOD FINANCIËN**, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

**I. RECHTSPLEGING.**

Gelet op het inleidende verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 22 januari 2002 in de zaak 02/156/A.

Gelet op de dagvaarding houdende verzet dwangbevel de dato 16 augustus 2002 in de zaak 02/2321/A.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 30 mei 2005.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

**II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK.**

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte activiteit van restaurant. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 13 maart 2001 werd door een ambtenaar bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1997, 1998 en 1999.

Bij gebrek aan akkoordverklaring werd op 16 oktober 2001 door de controlerende ambtenaar een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen i.v.m de tarieven en i.v.m. de aan te geven belastbare omzet werden geacteerd.

Op 6 december 2001 werd op basis van dit proces-verbaal door de met de invordering belaste ambtenaar, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 13 december 2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **R. D.**, waarnemend gewestelijk directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 17 december 2001 ter kennis gebracht van eiseres.

Bij verzoekschrift de dato 22 januari 2002 (zaak gekend onder A.R. nr. 02/156/A) en bij dagvaarding de dato 16 augustus 2002 (zaak gekend onder A.R. nr. 02/2321/A) stelt eiseres haar vordering in.

**2.2.** Eiseres vraagt dat de zaken gekend onder A.R. nr. 02/156/A en onder A. R. nr. 02/2321/A worden samengevoegd en dat de vorderingen ontvankelijk en gegrond worden verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel nietig is en dat eiseres uit hoofde van het dwangbevel geen BTW, boeten, interesten of kosten is verschuldigd. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, aan haar zijde begroot op … EUR rolrecht, … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**2.3.** Verweerder vraagt eveneens de samenvoeging. Verder vraagt hij dat de vordering gekend onder A.R. nr. 02/156/A onontvankelijk wordt verklaard en dat de vordering gekend onder A.R. nr. 02/2321/A ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond wordt verklaard in die zin dat er akte wordt genomen van het feit dat hij afziet van de vordering i.v.m. de inbreuken op de toegepaste BTW-tarieven t.b.v. … EUR BTW en … EUR boete. Tenslotte vraagt verweerder nog dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**III. BEOORDELING.**

**3.1. nopens de samenvoeging.**

Beide zaken betreffen identieke betwistingen. Op vraag van de partijen kunnen beide zaken dan ook worden samengevoegd.

**3.2.** **nopens de ontvankelijkheid van het verzoekschrift in de zaak 02/156/A.**

**3.2.1.** De rechtbank stelt vast dat huidige vordering tegen de belastingadministratie werd ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift de dato 22 januari 2002.

**3.2.2.** Het artikel 89, 2° lid WBTW, in voege voor de wetten van 15 en 23 maart 1999 m.b.t. de beslechting en de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, bepaalde dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit bij een door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

**3.2.3.** Artikel 59 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen (in werking getreden op 6 april 1999) bepaalt dat artikel 89, 2° lid WBTW wordt vervangen door de volgende bepaling : "de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit door een vordering in rechte".

Met betrekking tot de inwerkingtreding van de procedureregels stelt artikel 97 derde lid van voormelde wet van 15 maart 1999 dat voormeld artikel 59 van toepassing is op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.

**3.2.4.** De wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken (in werking getreden op 6 april 1999) stelt in artikel 9 het volgende: " In boek IV van het vierde deel van hetzelfde wetboek wordt een hoofdstuk XXIV met de artikelen 1385 decies en 1385 undecies ingevoegd, luidend als volgt : Hoofdstuk XXIV - geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet. Artikel 1385 decies - Tegen de belastingadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak".

In voormelde wet van 23 maart 1999 wordt de overgangsbepaling van artikel 97 van de wet van 15 maart 1999 niet afgeschaft.

**3.2.5.** Het is duidelijk dat het gemeen fiscaal gerechtelijk recht (artikel 1385 decies en artikel 1385 undecies van het gerechtelijk wetboek, zoals ingevoerd door de wet van 23 maart 1999) maar van toepassing is in zoverre er hierop geen uitzonderingen zijn voorzien in het bijzonder fiscaal procesrecht (Lex specialis derogat legi generali).

In casu is het duidelijk dat artikel 89, tweede lid W.BTW. en de artikelen 59 en 97 derde lid van de wet van 15 maart 1999 uitzonderingsbepalingen vormen op het gemeen fiscaal gerechtelijk recht (art. 1385 decies en undecies van het gerechtelijk wetboek).

**3.2.6.** Gelet op het voorgaande dient te worden besloten dat de nieuwe regels met betrekking tot de wijze waarop het fiscaal geding wordt ingeleid (verzoekschrift in plaats van dagvaarding) slechts van toepassing zijn op de geschillen inzake BTW die betrekking hebben op vorderingen of teruggaven waarvan de oorzaak van opeisbaarheid of teruggave zich vanaf 1 januari 1999 heeft voorgedaan.

De twaalfde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent kwam in haar vonnis de dato 9 november 2000 in de zaak C. CORMIER vs. BELGISCHE STAAT tot dezelfde conclusie.

**3.2.7.** Uit de door partijen voorgelegde stukken blijkt dat de oorzaak van opeisbaarheid van de hier betwiste sommen zich voor een stuk heeft voorgedaan voor 1 januari 1999, meer bepaald in de jaren 1997 en 1998, zodat het verzet ten onrechte werd ingeleid bij verzoekschrift. De wet (cf. supra) voorziet in onderhavig geval dat de gedinginleiding dient te geschieden bij dagvaarding.

Aangezien voormelde regels met betrekking tot de rechtsingang ressorteren onder de rechterlijke organisatie houdt de miskenning ervan zonder meer de onontvankelijkheid van de vordering in (Cass. 27 mei 1994, RW. 1994-1995, p. 1017).

**3.3.** **nopens de ontvankelijkheid van de dagvaarding in de zaak 02/2321/A.**

Verweerder voert geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

**3.4. nopens de grond.**

***3.4.1.*** *inbreuken i.v.m. de tarieven (rubriek I proces-verbaal 16 oktober 2001).*

Samen met eiseres stelt de rechtbank vast dat verweerder thans afziet van zijn vordering i.v.m. de inbreuken op de toegepaste BTW-tarieven t.b.v. … EUR BTW en … EUR boete.

***3.4.2.*** *inbreuken i.v.m. de aan te geven belastbare omzet (rubriek Il proces-verbaal 16 oktober 2001).*

Een grondig onderzoek van het facturatieprogramma bij de NV **M.** laat vermoeden dat in de periode van 15.07.1999 tot en met 31.08.1999 de NV **M.** aan eiseres niet gefactureerde leveringen heeft gedaan voor een totaal bedrag van … Bf (zie processen-verbaal van 19 januari 2001 en 28 mei 2001).

Aangezien de Z-totalen niet doorlopend genummerd werden, de ontvangstbewijzen (BTW-ticketten) onvolledig werden ingevuld of niet werden uitgereikt en de door eiseres ontvangen handgeschreven bestelbons van de NV **M.** niet bijgehouden werden, vormt de boekhouding van eiseres geen coherent geheel en is zij niet bewijskrachtig. Derhalve kan zij niet als tegenbewijs aanvaard worden.

Dit deel van de vordering dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

**3.5. nopens de kosten.**

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van de partijen moeten zij elk hun eigen kosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Voegt de beide zaken met A.R. nr. 02/156/A en A.R. nr. 02/2321/A samen.

Verklaart het verzoekschrift houdende verzet dwangbevel in de zaak met A.R. nr. 02/156/A onontvankelijk.

Verklaart de dagvaarding houdende verzet dwangbevel in de zaak met A.R. nr. 02/2321/A ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat het bestreden dwangbevel dat door verweerder ten nadele van eiseres op 6 december 2001 werd uitgevaardigd ongegrond is voor het gedeelte van de BTW dat een bedrag van … EUR overtreft en voor het gedeelte van de administratieve boete dat een bedrag van … EUR overtreft.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot **terugbetaling** aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte van het genoemde dwangbevel dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Veroordeelt de partijen elk tot het betalen van hun eigen gerechtskosten van deze procedure, in welke omstandigheden die kosten niet moeten worden begroot.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **zevenentwintig juni tweeduizend en vijf**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. H.**
