---
title: "5 april 2004 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 5 april 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2004-04-05-346c"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

5 april 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

64 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 05.04.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **03/880/A** Rep. nr. 2004/4798

**de NV M. B.**, (BTW-nr. BE …), voorheen groothandel in zuivel, thans overslagbedrijf, met maatschappelijke zetel te …, en met administratieve zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **K. V.** loco Meester **M. D. B.**, beiden advocaat te …

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur, ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, met burelen te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden Meester **F. N.** loco Meester **J. V. d. P.**, advocaat te …

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet tegen het dwangbevel d.d. 18.03.2003.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtsplegingen van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 15 maart 2004.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** De NV **M. B.** was voor haar geregelde en zelfstandige uitbating van een groothandel in zuivel, geregistreerd onder het BTW-nummer ….

Op 25 oktober 2002 werd door de heer **B. J.**, eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd verbonden aan de BTW-inspectie te Brugge, een toezicht verricht met het oog op de juiste toepassing van de BTW.

Het toezicht betrof specifiek de aan de BTW onderworpen. subsidies voor boter en boterconcentraat, aan eiseres uitbetaald door het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door de heer **B.** voornoemd, op 3 december 2002, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerder).

Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van voormelde NV een bedrag gevorderd van 20.016,63 EUR BTW en 2.000,00 EUR geldboete.

Wegens niet-betaling werd op 5 december 2002 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 9 december 2002 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **S.**, e.a. inspecteur a.i. van de BTW te Knokke-Heist, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de BTW (zie stuk 2 verweerder).

Dit dwangbevel werd op 10 december 2002 bij een ter post aangetekende brief aan eiseres ter kennis gebracht (zie stuk 3 verweerder).

**2.2.** Eiseres vraagt dat :

\- Het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

\- Het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat dienvolgens verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die zij aan verweerder heeft betaald of die te haren laste werden ingehouden ter aanzuivering van de navordering die het voorwerp van het dwangbevel uitmaakt, verhoogd met de moratoire rente met toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW.

\- Verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, in haar hoofde begroot op 117,24 EUR dagvaardingskosten en 334,66 EUR rechtsplegingsvergoeding.

\- Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 334,66 EUR.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

Het proces-verbaal is een akte waarin een ambtenaar van het Ministerie van Financiën inzonderheid zijn benaarstigingen, zijn opzoekingen, de verkregen inlichtingen, de materiële vaststellingen van bepaalde feiten en de aan hem afgelegde verklaringen optekent. Opdat het proces-verbaal geldig zou zijn, moet het de naam en de hoedanigheid vermelden van de opsteller die daartoe bevoegd is, de datum vermelden waarop de vaststellingen zijn gedaan, gedagtekend en ondertekend zijn door de ambtenaar die het opgesteld heeft en op nauwkeurige en omstandige wijze de gedane vaststellingen weergeven.

Het kwestieuze proces-verbaal de dato 3.12.2002 vermeldt enerzijds de bedragen van ontvangen subsidies en stelt anderzijds dat door die ontvangen subsidies de aangerekende prijs aan de klant verminderd wordt met het bedrag aan ontvangen subsidies per kilogram en dat zij derhalve rechtstreeks verband houden met de gevraagde eindprijs en dus onderworpen dienen te worden aan BTW ingevolge artikel 26 W.BTW.

Samen met eiseres dient de rechtbank vast te stellen dat het kwestieuze proces-verbaal de dato 3.12.2002 naast de opsomming van de ontvangen subsidies tussen 25 januari 1999 en 27 december 1999 geen verdere materiële vaststellingen bevat die voormelde gevolgtrekkingen van verweerder zouden ondersteunen. Het proces-verbaal bevat immers geen enkele vaststelling dat de bedragen van de toegekende subsidies (ongeveer) gelijk waren aan het verschil tussen de normale marktprijs voor boter en de door eiseres aangerekende verkoopprijs (significant verband tussen de prijsvermindering en de subsidie).

Een proces-verbaal dat niet op een nauwkeurige en omstandige wijze de vaststellingen weergeeft die de gevolgtrekkingen van de administratie ondersteunen, is geen rechtsgeldig proces-verbaal en kan niet als basis kan dienen voor het uitgevaardigde dwangbevel de dato 5.12.2002.

Het bestreden dwangbevel dient dan ook te worden vernietigd.

Alle verdere argumentatie is vanaf dan niet langer dienend.

### 3.3. nopens de kosten

Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen.

### 3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad

Verweerder stelt dat artikel 377 WIB 92 de uitvoerbaarheid bij voorraad zou verbieden. Dat artikel luidt als volgt : De termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie schorsen de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing.

Dat artikel is evenwel, behalve wat het cassatieberoep aangaat, een bevestiging van de regeling van het gemeenrechtelijk procesrecht, namelijk artikel 1397 Ger. W.. Overeenkomstig artikel 1398 Ger. W. is het de regel dat de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn vonnis kan toestaan. Het is alleen anders wanneer dat als uitzondering bij wet is bepaald. Artikel 377 WIB 92 voorziet geen dergelijke uitzondering (vgl. bijv. artikel 1399 Ger. W.). Het herhaalt, zoals gezegd, slechts het principe van artikel 1397 Ger. W.. Uit de volgorde waarin de genoemde artikelen voorkomen, moet worden afgeleid dat de mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan, niet verdwijnt door een wet die de schorsing van de tenuitvoerlegging door een rechtsmiddel als principe stelt.

Gelet op de uitspraak heeft eiseres belang bij de voorlopige tenuitvoerlegging.

Er is de rechtbank verder geen reden bekend op grond waarvan zij geen uitstel van tenuitvoerlegging zou kunnen verlenen. Aldus geldt het principe van artikel 1333 Ger. Wb.. De uitvoerbaarheid bij voorraad wordt daarom toegestaan.

De voorlopige tenuitvoerlegging kan niet afhankelijk gemaakt worden van het stellen van een zekerheid.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.

Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel **nietig** is en als onbestaande moet worden beschouwd.

Veroordeelt dienvolgens **verweerder** tot terugbetaling van het bedrag dat door hem reeds zou geïnd zijn ten nadele van eiseres, vermeerderd met de moratoire interest overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot het betalen van de gerechtskosten, in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en begroot deze aan de zijde van eiseres op 117,24 EUR dagvaardingskosten en 342,09 EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **vijf april tweeduizend en vier**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. H.**
