---
title: "17 januari 2000 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 17 januari 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-brugge-2000-01-17-f18a"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

17 januari 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

68 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 17.01.2000

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIJFDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

**In de zaak 98/309/A**

**O. W.**, bestuurder van vennootschappen, wonende te …, …,

**eiser,**

voor wie is opgetreden meester **H. V.**, advocaat te …, …,

**TEGEN**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, wiens burelen gevestigd zijn te Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4

**verweerder,**

voor wie is opgetreden meester **L. D. S.**, advocaat te …, …,

---

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet dd. 27 januari 1998.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 25 oktober 1999.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

Uit het proces-verbaal van de opsporingsdienst van de douane en accijnzen te Kortrijk van 15 november 1996 (stuk.3 verweerster) blijkt dat er door eiser een aantal inbreuken werden begaan op de wetgeving en de reglementering inzake douane en accijnzen en BTW.

Bij gebrek aan akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door de heer **R. T.**, hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW., Registratie en Domeinen (3° controle Brugge) op 10 september, 1997 een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiser begane overtredingen werden geacteerd (stuk 4 verweerster).

Op basis van het voormeld proces-verbaal van 10 september 1997 werd op 18 december 1997, door de heer **L. P.**, eerstaanwezend inspecteur van de BTW-ontvangkantoor te Brugge, overeenkomstig art. 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd (stuk 5 verweerster).

Dit dwangbevel werd op 23 december 1997 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heet **R. T.**, eerstaanwezend inspecteur van het derde controlekantoor van de BTW, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Brugge.

Op 8 januari 1998 werd voormeld dwangbevel bij deurwaardersexploot betekend aan eiser (stuk 6 verweerster).

De vordering van eiser strekt ertoe :

\- het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- dienvolgens te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel uitgevaardigd op 18 december 1997 door de heer **L. P.**, e.a. Inspecteur van het BTW-kantoor te Brugge, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de BTW, Registratie en Domeinen, en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **P. D. S.** op 8 januari 1.998 wordt vernietigd.

\- dienvolgens te horen bevelen dat alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd worden terugbetaald, dit verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling.

\- verweerster te horen veroordelen tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

1\. Nopens de laattijdigheid van de besluiten van eiser dd. 7 april 1999.

Op verzoek van verweerster heeft de .voorzitter van de rechtbank op 14 oktober 1998, op grond van art. 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek, conclusietermijnen en een rechtsdag bepaald.

Overeenkomstig deze conclusietermijnen diende eiser zijn eerste besluiten ter griffie neer te leggen uiterlijk op 14 december 1998.

De rechtbank stelt vast dat eiser zijn eerste (en tevens laatste) besluiten pas op 7 april 1999 ter griffie heeft neergelegd.

Overeenkomstig artikel 747, § 2 laatste lid, van het gerechtelijk wetboek wordt voormelde conclusie dan ook ambtshalve uit de debatten geweerd.

2\. Nopens de samenvoeging

Eiser wijst in de akte van verzet op het feit dat kwestieuze zaak nauw verbonden is met de zaak 95/3668/A. In deze zaak zou het gaan om leveringen van sigaretten aan Spanje.

Eiser vraagt dan ook de samenvoeging.

Bij tussenvonnis van deze kamer dd. 2 juni 1997 werd de zaak 95/3668/A samengevoegd met de zaken gekend onder de nummers 95/3822/A, 95/3823/A, 95/3824/A, 95/3525/A, 95/3826/A, 96/785/A en 96/1513/A (zie stuk 3 eiser).

De rechtbank dient vast te stellen dat er een fundamenteel verschil is tussen onderhavige zaak en de zaak onder A.R. nr. 95/3668/A.

In laatstgenoemde zaak werden er blijkbaar aangezuiverde documenten voorgelegd. De beschuldiging is echter dat de aanzuivering van de documenten werd vervalst en dat zij bijgevolg niet werden aangezuiverd volgens de douanewetgeving.

In onderhavig geding daarentegen werden er gewoonweg geen aangezuiverde documenten voorgelegd.

Waar er in de zaak 95/3668/A nog eventueel twijfel kan bestaan over het al dan niet regelmatig aangezuiverd zijn van de T 1-documenten, kan er in onderhavige zaak daarover geen enkele twijfel bestaan.

Beide zaken kunnen derhalve onmogelijk als samenhangend worden beschouwd.

3\. Nopens de voorrang van de strafvordering

Verweerster stelt terecht dat de BTW-rechten verschuldigd zijn nu de T 1-documenten niet werden aangezuiverd in Portugal.

Het bewijs van de aanzuivering van de douanedocumenten en bijgevolg de aanbrenging van de goederen in het land van bestemming kan enkel en alleen worden geleverd door aangezuiverde documenten bij een douane-kantoor.

In onderhavig geding wordt door eiser niet betwist dat er geen dergelijke aangezuiverde documenten bestaan.

In het geding 95/3668/A waren er wel aangezuiverde documenten ter beoordeling voorgelegd aan de strafrechter.

In eerste aanleg heeft de strafrechter trouwens beslist dat ze vervalst waren.

Met betrekking tot onderhavige zaak dient voor de bepaling van de BTW-schuld enkel te worden nagegaan of de bepalingen van de BTW-wetgeving werden voldaan. De goede trouw van de BTW-schuldige is van geen enkel belang.

De uitspraak van de strafzaak kan dus, in tegenstelling met de zaak 95/3668/A, geen enkele invloed hebben op onderhavige burgerlijke zaak. Wat de uitspraak van de strafrechter ook weze, de vaststelling blijft dat de regeling extern douanevervoer niet op een regelmatige wijze, nl. door·het aanzuiveren van de nodige documenten, werd beëindigd. Bijgevolg zijn er BTW-rechten verschuldigd.

4\. Nopens de grond van de zaak

Het bewijs van een regelmatige afhandeling van de douaneregeling extern douanevervoer overeenkomstig de douanewetgeving, die tevens van toepassing is op de BTW betreffende invoer, kan slechts geleverd worden door de voorlegging van regelmatig aangezuiverde douanedocumenten.

Eiser betwist niet dat hij niet over dergelijke douanedocumenten beschikt.

Bij niet voorlegging van de aangezuiverde douanedocumenten is de stelling van BTW bij invoer niet van toepassing en is de BTW verschuldigd in België, ook al is er geen bewezen kwaad opzet.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De Rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Weert de door eiser op 7 april 1999 neergelegde conclusie uit de debatten.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering .ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van verweerster begroot op … frank, uit hoofde van rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op zeventien januari tweeduizend.

Aanwezig zijn :

**I. D.** : alleenrechtsprekend rechter

**K. D.** : griffier

**K. D.** **I. D.**
