Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 02.03.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee maart tweeduizend en elf in openbare zitting van de 2 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., rechter, voorzitter van de kamer,
P. W., rechter,
R. P.-D., plaatsvervangend rechter,
N. D., griffier.
In zake : AR nr. 10/1436/A
NV G. F., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met zetel gevestigd te …, …, keuze van woonst gedaan hebbend op het kantoor van meester M. V. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester S. G. en meester D. T. beiden loco meester M. V. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen in de persoon van de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de Gewestelijke directeur van de BTW te Hasselt, Voorstraat 43 bus 40.
verwerende partij,
verschijnende bij meester P. B. loco meester P. V. d. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 26 februari 2010,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 30 april 2010,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 2 februari 2011.
De vordering strekt ertoe de beslissing van 27 november 2009 te hervormen, het door eiseres op 15 september 2009 ingediende verzoekschrift tot kwijtschelding van boete ontvankelijk en gegrond te verklaren, de BTW-boete van 20 % kwijt te schelden dan wel te verminderen, eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingehouden BTW en in voorkomend geval de teruggave te bevelen van de eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en/of door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de intresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW en de kosten van het geding.
Beoordeling
Bij correctieopgave heeft de administratie onder meer gesteld dat eiseres in het jaar 2007 ten onrechte geen BTW heeft aangerekend op de tantièmes welke zij heeft gefactureerd aan 2 vennootschappen en heeft de administratie hiervoor een boete van 20 % opgelegd.
Eiseres verklaarde zich op 15 september 2009 akkoord met de inhoud van deze correctieopgave, doch kon zich niet vinden in het opleggen van een BTW-boete van 20%.
Bij verzoekschrift van 15 september 2009 verzocht eiseres dan ook om kwijtschelding van de opgelegde boete van 20 %, doch bij administratieve beslissing van 27 november 2009 werd dit verzoek afgewezen.
Volgens eiseres is de beslissing van 27 november 2009 echter niet rechtsgeldig omdat deze beslissing :
- niet werd genomen door de gewestelijke directeur, doch door een e.a. inspecteur, zonder vermelding dat hij hiertoe gemachtigd was;
- niet gemotiveerd was.
De in de correctieopgave opgelegde boete wordt echter aan het oordeel van de rechtbank onderworpen en niet de beslissing van 27 november 2009; de beweerde niet rechtsgeldigheid van de beslissing van 27 november 2009 heeft dan ook geen invloed op de rechtsgeldigheid van de correctieopgave waarin de opgelegde boete van 20 % voldoende werd gemotiveerd.
Volgens eiseres heeft zij geen BTW aangerekend op de tantièmes omdat hieromtrent onduidelijkheid zou geheerst hebben, doch sedert het antwoord op de parlementaire vraag van 8 augustus 2003 is hieromtrent niet de minste onduidelijkheid meer.
Er dient opgemerkt te worden dat eiseres haar toestand niet spontaan heeft rechtgezet en dat de door haar gepleegde inbreuk slechts aan het licht is gekomen door een controle van de administratie.
De geldboete van 20 % is wettelijk, voldoende gemotiveerd en de rechtbank is van oordeel dat deze boete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten, zelfs wanneer de schatkist geen nadeel zou geleden hebben door deze inbreuk.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Na erover beraadslaagd te hebben,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 2.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 1.320,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. R. P.-D. P. W. L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.