Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 25.06.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijfentwintig juni tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., alleenzetelend rechter,
N. V., griffier.
In zake : AR nr. 03/4987/A
NV C., voorheen NV F. M. B., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester A. B. loco meester L. G., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
1. de BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, vertegenwoordigd door haar Minister van Financiën en door de ontvanger van het Hauptzollamt Potsdam (Duitsland), gevestigd te Tizianstrasse 13 te D-14467 Potsdam, op vervolging en benaarstiging door de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de·Minister van Financiën, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 14, Administratie van de belastingen over de toegevoegde waarde, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32,
2. de rekenplichtige ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32.
verwerende partijen,
verschijnende bij meester W. M. loco meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te 2800 Mechelen, A.B.-straat I/1.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. S. te … op 13 augustus 2003,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2van het Gerechtelijk Wetboek op 13 februari. 2009,
- de conclusies en stukken van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 4 juni 2010.
De vordering strekt ertoe :
- te zeggen voor recht die niet alleen de 19 dwangbevelen, uitgevaardigd op 11·maart 2003 en uitvoerbaar verklaard op 19 maart 2003, maar eveneens de betekening van deze dwangbevelen nietig zijn en geen enkele titel kunnen opleveren noch een titel voor een bewarend beslag, noch een uitvoerbare titel om te kunnen invorderen;
- subsidiair de dwangbevelen en de vorderingen daarin geformuleerd verjaard te verklaren;
- nog meer subsidiair vast te stellen dat tweede verweerder ten onrechte invordert voor BTW, terwijl het in feite gaat om invoerrechten;
- uiterst subsidiair de verdere behandeling van de zaak op te schorten totdat er een definitieve uitspraak zal zijn geveld met betrekking tot de vordering van eiseres tegen tweede verweerder ingeleid bij dagvaarding van 29 december 2000 voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren;
- tweede verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende de betekening van 19 dwangbevelen met betalingsbevel
De Duitse autoriteit, zijnde eerste verweerder, diende bij de Belgische autoriteit, zijnde tweede verweerder, verzoeken tot invordering in.
Ingevolge deze verzoeken tot invordering heeft tweede verweerder 19 dwangbevelen uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard, die bij deurwaardersexploot van 18 juli 2003 werden betekend aan eiseres.
Volgens eiseres zijn de betekende dwangbevelen onvolledig. en onder meer niet gedateerd en/of niet ondertekend en/of niet voorzien van een executoriale formule.
Verder beweert eiseres dat de gerechtsdeurwaarder in zijn exploot valselijk heeft vermeld dat per dwangbevel bepaalde documenten mede zijn betekend, terwijl dit in werkelijkheid niet zou zijn.
De rechtbank stelt echter vast dat eiseres haar beweringen geenszins staaft aan de hand van het originele deurwaardersexploot, doch slechts aan de hand van een kopie dat per telefax werd overgemaakt.
Verder stelt de rechtbank vast dat de dwangbevelen recto verso bedrukt zijn en dat de kopie van het door eiseres voorgelegde deurwaardersexploot slechts de voorzijde van deze dwangbevelen bevat.
Uit de achterzijde van de dwangbevelen blijkt dat deze dwangbevelen wel gedateerd en ondertekend zijn en voorzien zijn van een executoriale formule.
Het is dan ook bijzonder duidelijk dat niet het deurwaardersexploot en de dwangbevelen onvolledig zijn, doch het integendeel eiseres is die een onvolledige kopie van het deurwaardersexploot voorlegt, zodat haar beweringen dan ook totaal ongeloofwaardig zijn en haar beschuldigingen ten aanzien van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder zelfs totaal onaanvaardbaar zijn.
Betreffende de schending van de taalwetgeving
Krachtens artikel 13 van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen in de Europese Economische Gemeenschap wordt de door de Duitse autoriteit overgelegde titel in voorkomend geval, zo spoedig mogelijk bekrachtigd, erkend, aangevuld of vervangen door een titel die in België uitvoerbaar is en kan het bekrachtigen, erkennen, aanvullen of vervangen niet worden geweigerd wanneer voor de Staat, waarin de Duitse autoriteit is gevestigd, de titel in behoorlijke vorm is opgesteld.
Te dezen heeft de bevoegde Belgische autoriteit, zijnde tweede verweerder, de Duitse executoriale titels vervangen door processen-verbaal en door voornoemde 19 dwangbevelen, uitgevaardigd op 11 maart 2003 en uitvoerbaar verklaard op 19 maart 2003, zijnde titels die in België uitvoerbaar zijn.
De dwangbevelen werden samen met de processen-verbaal betekend aan eiseres en vormen in België de uitvoerbare titels; het staat vast dat de dwangbevelen, de processen-verbaal en de betekening volledig in het Nederlands werden opgesteld zodat er werd gehandeld in overeenstemming met het attest van 14 januari 2010 van het Hof Justitie in zaak C-233/08.
Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de bevoegde Belgische autoriteit om de Duitse executoriale titels te voegen bij de Belgische uitvoerbare titels.
Bijgevolg maken de in bijlage toegevoegde Duitse executoriale titels geen substantieel bestanddeel van de Belgische uitvoerbare titels uiten was dit slechts bijgevoegd ter voorlichting van eiseres.
De Duitse executoriale titels dienden dan ook niet te worden vertaald en de taalwetgeving werd aldus niet geschonden.
Betreffende de afwezigheid van aanwijzing door de gewestelijke directeur
De dwangbevelen werden geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar, die volgens deze dwangbevelen aangewezen was door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Mechelen.
Krachtens artikel 85, § 1 W.BTW wordt het dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur of door de door hem aangewezen ambtenaar.
Artikel 85, § 1, lid 1 W.BTW vereist niet dat de bevoegdheid overgedragen wordt aan een ambtenaar die met naam wordt genoemd, maar biedt de mogelijkheid om de bevoegdheid over te dragen aan bepaalde categorieën van ambtenaren (Cass. 12 februari 2009, http://jure.juridat.just.fgov.be/?lang=nl ), hetgeen ongetwijfeld geschiedde aan de categorie van ambtenaren waartoe deze ambtenaar behoorde.
Deze aanwijzing blijkt trouwens uit het optreden zelf van de ambtenaar; het komt de rechter niet toe deze aanwijzing te onderzoeken (vergelijk Cass. 8 oktober 1996, Arr. Cass.1996, 365).
Bijgevolg blijkt uit het optreden zelf van de ambtenaar dat de gewestelijke directeur deze categorie van ambtenaren had aangewezen om de dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren en het komt de rechtbank niet toe deze aanwijzing te onderzoeken.
Geen enkele wettelijke bepaling vereist trouwens dat de categorie van ambtenaren schriftelijk door de gewestelijke directeur wordt aangewezen en er is geen enkele reden om te veronderstellen dat deze categorie van ambtenaren niet werd aangewezen door de gewestelijke directeur.
Betreffende de effectieve invordering
Volgens eiseres werden de bestreden dwangbevelen slechts uitgevaardigd ten titel van bewarende maatregelen en kunnen deze aldus geen aanleiding zijn tot effectieve invordering.
Nergens uit blijkt dat deze dwangbevelen slechts ten titel van bewarende maatregelen werden uitgevaardigd.
Betreffende de verjaring van de Duitse BTW
De verjaring werd op 18 juli 2003 gestuit door de betekening van de bestreden dwangbevelen en de verjaring is tijdens deze gerechtelijke procedure geschorst zodat er geen sprake is van verjaring.
Betreffende de aard van de ingevorderde sommen
Er kan niet de minste twijfel over bestaan dat de ingevorderde sommen BTW betreft, hetgeen trouwens uitdrukkelijk werd bevestigd door de Duitse autoriteit (stuk 23 van verweerders).
Betreffende de intresten
De intresten zijn ongetwijfeld verschuldigd en hieromtrent is ontegensprekelijk voldoende duidelijkheid.
Betreffende de opschorting
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om deze zaak op te schorten totdat er een definitieve uitspraak zal zijn geveld met betrekking tot de procedure ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren.
Betreffende de kosten van betekening van dwangbevel
Krachtens artikel 1018 Ger. W. zijn de kosten van de betekening van dwangbevel geen gerechtskosten.
Betreffende de rechtsplegingsvergoeding
Om de waarde van de vordering te bepalen kunnen er drie mogelijkheden zich voordoen, namelijk :
- eis is, in geld uitgedrukt (artikelen 557 tot 562 Ger. W.);
- eis is niet in geld uitgedrukt, maar wel in geld waardeerbaar (artikel 592 Ger. W.);
- eis is zelfs niet in geld waardeerbaar.
Te dezen wordt gevorderd te zeggen voor recht dat de 19 dwangbevelen en de betekening van deze dwangbevelen nietig zijn en de vorderingen verjaard zijn.
Niettegenstaande de bestreden dwangbevelen een som geld tot voorwerp hebben, wordt te dezen gevorderd om de bedragen van deze dwangbevelen niet te moeten betalen zodat er aldus geen som geld wordt geëist.
Bijgevolg is de vordering van eiseres overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. niet in geld uitgedrukt.
Artikel 2 KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ger. W. bepaalt uitdrukkelijk dat voor geschillen die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen het bedrag van de vordering wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg; hieruit volgt dat voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger. W., zijnde een eis die niet in geld is uitgedrukt maar wel in geld waardeerbaar is.
Aangezien de vordering van eiseres overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. niet in geld is uitgedrukt en aangezien - zoals hoger vermeld - voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger. W., staat het vast dat dit geschil voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding betrekking heeft op een niet in geld waardeerbare vordering.
Krachtens artikel 3. Van voornoemd KB van 26 oktober 2007 bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus 1.200,OO EU, het minimumbedrag 75,00 EUR en het maximumbedrag 10.000,00 EUR.
Geen van de partijen heeft verzocht het basisbedrag te verminderen of te verhogen zodat de rechtbank dit basisbedrag moet toekennen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
rechtdoende op tegenspraak,
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerders begroot op 139,25 EUR betekening dwangbevel en op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve slechts vereffend op 1.200,00 EUR rechtsplegingvergoeding.
N. V. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.