---
title: "16 juni 2004 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, administratieve geldboete, uitvoer. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 16 juni 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-antwerpen-2004-06-16-913e"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, administratieve geldboete, uitvoer · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

16 juni 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

110 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16.06.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, 'op zestien juni tweeduizend en vier' in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer, rechter,

**P. W.**, rechter,

**N. V.**, rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **02/5965/A**

**BVBA JM T.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **E. D. B.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, thans Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, controlecentrum Mechelen-Lier, gevestigd te 2800 Mechelen, Schaliënhoevedreef 20 b.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **L. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 oktober 2002,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 mei 2004.

---

Het verzoekschrift van eisende partij waarbij zij verzet aantekent tegen het dwangbevel REG 127/112, uitgevaardigd op 4 september 2002 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 6 september 2002 strekt ertoe :

\- het verzet van eisende partij ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens

\- het bestreden dwangbevel REG. 127/112, uitgevaardigd op 4 september 2002 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 6 september 2002 van nul en generlei waarde te horen verklaren;

\- teruggave te horen bevelen van alle bedragen welke door eisende partij ten onrechte zouden zijn betaald en/of ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling of inhouding;

\- gedaagde te horen veroordelen tot de kosten van het geding hierin begrepen de rechtsplegingsvergoeding;

\- het te vellen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

## 1. Feiten

Op 29 augustus 2001 werd een BTW-controle doorgevoerd bij eisende partij over de periode van 1 april 2001 tot en met 29 augustus 2001, die later nog werd uitgebreid tot 11 december 2001.

Naar aanleiding van de vaststellingen ter plaatse werden door de heer **R. I.**, eerst aanwezend inspecteur bij de Administratie van de BTW, Registratie en domeinen, twee processen-verbaal opgesteld waarin hij tot het besluit komt dat eisende partij ten onrechte een vrijstelling krachtens [artikel 39bis, 1° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) heeft ingeroepen en betrokken is bij een carrousel fraude.

De nog verschuldigde BTW bedraagt volgens de berekeningen vermeld in bovenvermeld proces-verbaal :

\- een bedrag van 151.196,21 euro aan BTW;

\- een bedrag van 302.392,42 euro geldboete bij toepassing van [artikel 70, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70);

\- intresten a rato van 0,8 % per maand vanaf 21 januari 2002 te berekenen over 151.190,00 euro bij toepassing van [artikel 91, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91).

Het tweede proces-verbaal van 22 augustus 2002 werd op 26 augustus 2002 toegezonden aan eisende partij.

Op 2 september 2002 werd een betalingsbericht verzonden aan eisende partij met verzoek over te gaan tot betaling van bovenvermelde sommen.

Op september 2002 werd reeds een dwangbevel uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 6 september 2002 en betekend aan eisende partij op 16 september 2002.

Eisende partij tekende tijdig verzet aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 oktober 2002.

## 2. Ten gronde

### Toelaatbaarheid

Het verzet is tijdig en regelmatig naar vorm en er worden noch door partijen redenen van ontoelaatbaarheid opgeworpen, noch worden er door de rechtbank ambtshalve op te werpen redenen van ontoelaatbaarheid vastgesteld, zodat het verzet toelaatbaar is.

### Met betrekking tot de nietigheid van het dwangbevel

Eisende partij stelt dat het dwangbevel van 4 september 2002 nietig is omdat proces-verbaal dat als bijlage bij het dwangbevel werd gevoegd onvoldoende gemotiveerd is.

Een dwangbevel is geldig van zodra het de belastingplichtige in staat stelt om kennis te nemen van het voorwerp en de eis van de BTW-administratie en de gegrondheid ervan te betwisten.

In casu blijkt duidelijk uit het uitvoerig gemotiveerd proces-verbaal wat het voorwerp en de eis van de BTW administratie omvat alsook de elementen waarop verwerende partij zich steunt teneinde haar vordering te staven. De zeven facturen waarover de BTW wordt nagevorderd werd in bijlage bij het proces-verbaal gevoegd. Ook voor eisende partij is dit duidelijk gelet op het gemotiveerd niet akkoord dat zij op 9 september 2002 overmaakte aan verwerende partij bij monde van haar raadsman.

Bijgevolg is er geen enkele reden om het dwangbevel nietig te verklaren en is de vordering van eisende partij desbetreffend ongegrond.

### Principes ten gronde

Krachtens artikel 39bis, 1° Wb. BTW zijn leveringen van goederen van belasting vrijgesteld indien :

1.de goederen worden verzonden of vervoerd door (of voor rekening van) de verkoper of de afnemer;

2\. de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap;

3\. de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de BTW te onderwerpen.

Krachtens [artikel 3 van het KB nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van 29 december 1992 moet de verkoper te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt. Hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.

### Toepassing van de principes

Eisende partij stelt dat de levering van goederen verricht door haar vrijgesteld was van belasting krachtens artikel 39bis, 1° Wb. BTW.

Eisende partij dient derhalve het bewijs te leveren van intracommunautaire levering.

Zij legt volgende stukken voor :

1) Een uitgaande verkoopsfactuur gericht aan **S.** GMBH te Duitsland met factuurnummer … d.d. 31 mei 2001 betreffende 500 GSM.'s Nokia 8210 Dual band en met melding klantnummer ….

2) Een bestelbon gericht aan **S.** SA in het Groothertogdom Luxemburg met factuurnummer … d.d. 23 mei 2001 betreffende 500 GSM's Nokia 8210 Dual band met vermelding klantnummer …. 0p deze factuur is het adres van de bestemmeling doorstreept en werd met de hand het adres in Duitsland dat toebehoord aan **S.** GMBH geschreven.

Een pro forma factuur betreffende bovenvermelde bestelling gericht aan **S.** SA te Luxemburg en een betalingsbewijs vanuit Luxemburg desbetreffend aan eisende partij.

3) Facturen, bestelbons en betalingsbewijzen betreffende de vijf andere betwiste facturen.

4) Foto's waarop een bestelwagen van eisende partij is te zien, een jongeman en een ingang van een woning.

5) Telefoonlistings met betrekking tot 2 telefoonnummers zonder dat uit deze documenten op te maken is aan wie deze telefoonnummers toebehoren. De betreffende telefoonnummers komen niet voor op de facturen uitgaande van eisende partij zodat de relevantie van deze stukken voor de rechtbank niet duidelijk is.

6) Een brief vanwege een boekhouder van de firma **S.** SA te opgesteld op verzoek van de zaakvoerder van eisende partij waarin vermeld staat dat de door eisende partij opgestelde facturen werden ingebracht in de boekhouding te Luxemburg met vermelding intracommunautaire levering.

7) Een brief vanwege een Duits boekhoudkantoor namens **S.** Germany GMBH met betrekking tot factuurnummer … van eisende partij,

Uit geen enkel van deze documenten blijkt dat de goederen effectief werden vervoerd naar hun bestemmeling.

Bijgevolg heeft eisende partij niet aan de voorwaarden van artikel 39 bis, 1° voldaan en is de levering in casu niet vrijgesteld van Belgische BTW.

De vordering van eisende partij is desbetreffend ongegrond.

### Betreffende de boete

De boete van 200 % werd opgelegd op grond van artikel 70, § 1 BTW. Verwerende partij stelt dat de tabellen voor de vermindering van boeten opgenomen in de bijlagen bij KB 41 W.BTW volgens artikel 1, laatste alinea van voormeld KB niet van toepassing zijn ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk om de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken, wat in casu het geval is.

Eisende partij is van oordeel dat het oogmerk om belasting te ontduiken in haar hoofde niet aanwezig was en ondergeschikt dat de boete in casu onevenredig is gelet op de concrete omstandigheden van de zaak.

Zij stelt bovendien dat zij de in het proces verbaal opgenomen inlichtingen die overeenkomstig [artikel 93bis BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) werden ingewonnen in het buitenland niet heeft kunnen verifiëren dar deze stukken niet door verwerende partij werden voorgelegd.

*Betreffende het oogmerk om de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken*

Uit het proces-verbaal en de stukken voorgelegd door partijen blijkt het volgende :

1) Vergissingen met betrekking tot de BTW-nummers van de beide afnemers die vermeld worden in het kader van huidig dossier :

\- Verwerende partij heeft vastgesteld dat eisende partij op de door BVBA **JM T.** op 10 juli 2001 ingediende opgave der intracommunautaire leveringen van het tweede kwartaal 2001 onjuiste BTW-nummers vermeldde van de twee afnemers die voorkomen op de bovenvermelde facturen namelijk **S.** Gmbh en **S.** SA.

Na aanvang van de controle op 29 augustus 2001 werd op 3 september 2001 een verbeterende opgave der intracommunautaire leveringen ingediend waarbij eisende partij stelde dat ze een vergissing had begaan. Door deze 'Vergissing werd de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten belemmerd en vertraagd.

\- Op de dubbels van de verkoopfacturen aan **S.** SA staat eveneens een verkeerd BTW-nummer vermeld doch dit betreft een ander BTW-nummer dan het nummer vermeld in de opgave der intracommunautaire leveringen.

\- Op de dubbels van de verkoopfacturen aan **S.** GMBH staat hetzelfde verkeerd BTW-nummer als vermeld in de opgave der intracommunautaire leveringen.

2) Er wordt door eisende partij geen enkel bewijs voorgelegd van vervoer naar de klanten **S.** SA en **S.** Gmbh, wat tot op heden het geval is zoals reeds bovenvermeld.

3) Volgens de inlichtingen die verwerende partij heeft ontvangen vanwege de Duitse administratie is er in Duitsland geen bedrijfsruimte beschikbaar op de zetel van de firma **S.** Gmbh vermits dit een woning betreft van de ouders van de oprichtster van **S.** SA te Luxemburg.

Bovendien waren de goederen voor levering reeds verkocht aan een Belgische belastingplichtige klant.

De zaakvoerder' van de Duitse firma verklaart hierover dat de leverancier en de klant elkaar opwachtten in de bedrijfszetel en daar de goederen overlaadden.

Vermits eisende partij stelt dat ze zelf heeft gezorgd voor het vervoer naar de klanten is dit element haar bekend en dient er geen voorlegging van de stukken desbetreffend te gebeuren.

4) De zaakvoerder van **S.** Germany, mevrouw **G. V.**, is tevens gedelegeerd bestuurder van de Luxemburgse onderneming **S.** SA (pag. 3 en 5 proces verbaal d.d. 22 augustus 2002).Ook dit element is door eisende partij gekend vermits zij stelt zelf de goederen te brengen naar de klanten en hiertoe contacten legt.

5) Uit de stukken voorgelegd door eisende partij blijkt dat de gegevens van de Duitse en Luxemburgse klant door elkaar worden gebruikt namelijk:

\- Op de bestelbon d.d. 23 mei 2001 die betrekking heeft op 500 GSM's Nokia 8210 Dual band blijkt dat het adres van de Luxemburgse vennootschap werd doorstreept en vervangen door de Duitse vennootschap doch dat de naam niet werd vervangen

\- Op de pro forma factuur d.d. 23 mei 201 gericht aan de Luxemburgse vennootschap staat een stempel van de Duitse vennootschap.

6) Uit nazicht van de gegevens van de leveranciers van de GSM's in kwestie heeft de opsteller van het proces-verbaal vastgesteld dat een aantal van deze leveranciers geen BTW aangiften indienden waardoor de BTW niet werd afgedragen een de Staat. Eisende partij heeft deze BTW in de door haar ingediende BTW-aangiften wel in aftrek gebracht.

7) Reeds in 1997 werd eisende partij betrokken in een BTW fraudezaak wat blijkt uit de correctieopgave die door de zaakvoerder van **JM T.** werd ondertekend op 15 juli 1998 (stuk 8 bundel verwerende partij).

Na samenlezing van al deze objectieve gegevens is de rechtbank van oordeel dat verwerende partij ten overvloede het bewijs heeft geleverd van het feit dat er in hoofde van eisende partij het oogmerk om de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken aanwezig was.

De rechtbank acht bet gelet op bovenvermelde argumenten niet nuttig de debatten te heropenen teneinde voorlegging van de overige stukken vermeld in het proces-verbaal te bevelen die betrekking hebben op derden (klanten) en op inlichtingen verkregen uit het buitenland.

De overige argumentatie ontwikkeld door partijen met betrekking tot dit aspect is terzake niet meer dienend.

*Betreffende de omvang van de geldboete*

De omvang van de wettelijk mogelijk toepasbare administratieve boete maakt deze boete tot een strafsanctie in de zin van het EVRM, zulks onafhankelijk van de werkelijk toegepaste boete.

De rechtbank heeft rechtsmacht om de wetsconformiteit van de boete te beoordelen, en heeft evenzeer rechtsmacht om na te gaan of de toegepaste boete aangepast is aan de realiteit van de feiten en de handelswijze van de belastingplichtige, zonder echter te mogen overgaan tot een louter opportuniteitsbeoordeling.

Zulks kon alvast niet worden afgeleid uit de even tevoren louter door de verbalisanten gedane vaststelling dat eiseres haar bewijslast uit [artikel 39bis, 1° Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) niet invulde, zulks zelfs al is de boete op zich van rechtswege verschuldigd.

Louter ter beoordeling - weze zulks pas achteraf- van de hoogte van de toegepaste administratieve geldboete, stelt de rechtbank vast dat de facturatie, door eisende partij bewust is geschied om de belastingdienst om de tuin te leiden.

Nu fiscaal-administratieve geldboetes naast een vergoedende aard ook een bestraffende en afschrikkende aard en dito oogmerk hebben, beoordeelt de rechtbank de toegepaste boete als aangepast aan de aard der feiten, en is er voor de rechtbank geen aanleiding om tot enige besluitvorming te komen dat er in casu strijdigheid met de rechten van de mens zou ontstaan. Eisende partij is een rechtspersoon. De administratieve boete dient bijgevolg te worden behouden zoals ze werd toegepast.

### Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens de bepalingen van art. 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing.

### Beschikkend gedeelte

## 0M DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Na erover beraadslaagd te hebben.

Verklaart de vordering in verzet tegen het dwangbevel toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eisende partij tot de kosten van het geding in hoofde van verwerende partij begroot en door de rechtbank vereffend op 171,05 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer- en anders gevorderde af.

**N. D.** **N. V.** **P. W.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[KB nr. 52 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

[WBTW art. 93bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vormvereisten dwangbevel, gezag van gewijsde, zetel van economische activiteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vormvereisten-dwangbevel-gezag-gewijsde-zetel-hof-van-beroep-gent-2023-06-20-aab9) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautair goederenverkeer, fraude, omzetberekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautair-goederenverkeer-fraude-omzetberekening-hof-van-beroep-gent-2025-12-02-dffa) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Vennootschap naar Frans recht, Invoer /Overbrenging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-vennootschap-frans-recht-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-1024) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitvoer, Reiziger, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitvoer-reiziger-vrijstelling-rechtbank-brussel-2023-12-07-196e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Invoer/Overbrenging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-invoer-overbrenging-btw-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-5aee) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Vertegenwoordiger, Invoer, Intracommunautaire overbrenging, BTW-vrijstelling, intracommunautaire Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-vertegenwoordiger-invoer-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-febd) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Invoering van de belasting, werkingssfeer, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-levering-goederen-rechtbank-mechelen-2000-03-16-0127) 3 gemeenschappelijke bepalingen
