---
title: "e2ab0404 · 26 april 2004 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 26 april 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-antwerpen-2004-04-26-e2ab"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

26 april 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

57 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 26.04.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig april tweeduizend en vier in openbare zitting van de 4F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. **00/337/A**

**V. B. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de NV **P.-I.-I.** in vereffening (voorheen genaamd NV **J&E A. A. I.**), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, … en ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met BTW-nummer ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **P. L.** loco meester **K. D. M.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **W. F.** te … op 12 januari 2000,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 mei 2003,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 16 Juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 29 maart 2004.

---

## Gegevens en voorgaande

Eiser NV **P. I. I.** was indertijd gekend als NV **J&E A. A. I.** en was toen gevestigd te ….

Op 13 december 1996 blijkt zij van naam te zijn veranderd in **P. I. I.**, haar zetel te dier gelegenheid te hebben verplaatst naar een ander adres te … (Bijlagen bij het BS 31 januari 1997) en naderhand op een niet opgegeven ogenblik naar …, alwaar zij op 28 mei 1997 in vereffening werd gesteld (dit laatste in Bijlagen bij het BS 13 juni 1997).

De BTW-belastingdienst heeft op een niet opgegeven ogenblik in hoofde van eiseres op grond van een eigen BTW-aangifte van eiseres een bijzondere rekening geopend over de periode 31 oktober 1998 tot 31 januari 1999, en hij heeft deze bijzondere rekening met een aangetekende brief van 17 februari 1999 verstuurd naar eiseres op haar oorspronkelijke benaming en adres, hoewel vermelde BTW-aangifte over de maand oktober 1998 uitging (stuk 7 van verweerder) van eiseres onder haar nieuwe benaming en vanuit haar adres te ….

Verweerder meldt niet of deze aangetekende brief onbestelbaar terugkwam, maar blijkt aan de hand van de bijzondere rekening al op 19 februari 1999 een dwangbevel te hebben opgesteld, dat op 23 februari 1999 uitvoerbaar werd verklaard, waarvan dan met aangetekende brief van 25 februari 1999 kennis werd gegeven, nog steeds onder oorspronkelijke benaming en op dito adres (stukken 2 resp.3 verweerder).

Verweerder heeft met een op 24 augustus 1999 gedateerd document (stuk 4 van verweerder) aangifte van schuldvordering gedaan voor het bedrag van de bijzondere rekening, zulks ter zake rechten plus intrest en boete plus intrest.

Deze aangifte is gericht aan eiseres onder huidige benaming en op haar adres te ….

Op 29 en 30 september 1999 heeft een gerechtsdeurwaarder het dwangbevel betekend aan het adres van eiseres en aan het adres van haar vereffenaar (stuk 5 van verweerder).

Eiseres heeft met exploot van 12 januari 2000 laten dagvaarden tot 'integrale' vernietiging van het dwangbevel en tot uitspraak voor recht dat de in het dwangbevel opgenomen sommen niet verschuldigd zijn en/ of aan het dwangbevel geen gevolg kan worden gegeven aangezien het dwangbevel de gelijkheid tussen de schuldeisers schendt.

## Onderzoek en beoordeling

Er loopt geen betwisting ter zake de toelaatbaarheid van de rechtsvordering, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.

Eiseres blijkt zowel het dwangbevel bij wijze van vorderingstitel te betwisten, als de eraan ten grondslag liggende fiscale vordering, als de mogelijkheid voor verweerder om over te gaan tot invordering te haren laste tijdens haar vereffening hoe dan ook.

Eiseres betwist vooreerst de intrinsieke geldigheid van het dwangbevel als titel, door te stellen dat de uitvoerbaarverklaring zou zijn geschied door een daartoe niet bevoegd ambtenaar.

Dit komt vanwege eiseres als niet ernstig voor, nu de met naam en graad in het dwangbevel vermelde ambtenaar daarin ook uitdrukkelijk wordt geduid als daartoe aangewezen door de gewestelijk directeur van de BTW.

De vergelijking door eiseres met de in het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 12 maart 1998, FJF 98/208, beoordeelde situatie is onterecht, nu aldaar hoe dan ook geen naam blijkt te zijn voorgekomen in het dwangbevel.

Het dwangbevel is aldus geldig als vorderingstitel.

Eiseres betwist het lopen van de wettelijk bepaalde moratoire intrest voor de periode van niet geldige wijze kennisgeving van het dwangbevel, omdat de aangetekende brief van 25 februari 1999 ondanks de wettelijke publicatie van naam- en adresverandering toch nog is gestuurd op de oude naam en op het oude adres.

Eiseres laat het invullen van de rechtsgrond daartoe over aan de rechtbank, die desbetreffend schending van artikelen 1382-83 Burgerlijk Wetboek onder de vorm van onbehoorlijk bestuur vaststelt (beginsel van zorgvuldigheid), waaraan eiseres terecht als herstelwijze knoopt dat moratoire intrest slechts geldig kon beginnen lopen vanaf de betekening van 29-30 sept.1999.

Eiseres betwist de laattijdigheid van de BTW-aangifte voor de maand oktober 1998, nu deze al midden november 1998 zou zijn ingediend, waar de bijzondere rekening de indiening pas op 18 januari 1999 situeert.

Uit de overtuigingsstukken van verweerder blijkt dat de belastingdienst per 2 december 1998 aan eiseres aangetekend (stuk 9 verweerder) onjuistheid van de BTW-aangifte heeft gemeld, waarop op 17 december 1998 werd geantwoord met een correctie (zelfde stuk, keerzijde).

De aangifte blijkt aldus aanvankelijk wel degelijk onjuist te zijn geweest, zodat de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de toegepaste boete vervuld zijn.

Vanuit het voorgaande dient te worden besloten dat de BTW-vordering gegrond is en dat ze minstens met de exploten van 29 en 30 september 1999 geldig ter kennis is gegeven, waarbij het dwangbevel als vorderingstitel niet is aangetast door nietigheid.

Eiseres stelt terecht dat haar vereffening individuele uitvoeringsrechten neutraliseert, althans voor zover de vereffening te goeder trouw geschiedt en niet louter is bedoeld om schuldeisers af te schepen, welk laatste verweerder te dezen niet doet gelden.

Het door [artikel 85 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) bepaalde dwangbevel vormt een handeling van voorrecht van uitwinning en ontslaat aldus de BTW-belastingdienst van het nastreven van een vonnis, vormt evenwel zelf geen handeling van tenuitvoerlegging, ook al werd er kennis van gegeven met een exploot van gerechtsdeurwaarder, nu de kennisgeving precies diende om eiseres - als in het dwangbevel geduid belastingschuldige - in staat te stellen dit dwangbevel te betwisten ter wering van de uitvoerbare kracht ervan ([artikel 85, § 2, 3° BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85)).

Nu blijkt dat verweerder nog geen tenuitvoerlegging van het dwangbevel had aangevat, maar slechts bevel tot betalen had laten betekenen, mist de grief van eiseres ter zake de gelijkheid van haar schuldeisers dan ook doel in huidig geding.

De rechtbank hoeft enkel te oordelen of het dwangbevel geldig is als titel met het oog op een mogelijke tenuitvoerlegging, en ze bevindt deze titel intrinsiek geldig en inhoudelijk wettig.

Ter zake tenuitvoerlegging van het dwangbevel is de rechtbank niet gevat.

De vordering is aldus slechts zeer ten dele gegrond, met name op het ene punt waarop aan verweerder intrestvordering wordt ontzegd in de periode tussen 25 februari 1999 (datum van kennisgeving op oud adres) en 29 september 1999 (datum van exploot van betekening op het nieuwe adres).

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar maar slechts zeer ten dele gegrond,

Zegt voor recht dat eiseres geen moratoire intrest verschuldigd is voor de periode 25 februari tot en met 29 september 1999, en wijst de vordering af voor het meergevorderde en het voor het anders gevorderde,

Veroordeelt eiseres tot 4/5 van de kosten, en verweerder tot 1/5 van de kosten, deze aan elke zijde begroot, en door de rechtbank in hun geheel vereffend op … EUR dagvaarding en … EUR geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding in hoofde van eiseres en op … EUR geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verweerder.

**N. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Regularisatieopgave, Handtekening voor akkoord -Vertegenwoordigingsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regularisatieopgave-handtekening-akkoord-hof-van-beroep-brussel-2021-01-21-0c02) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Procedure, Dwangbevel, Handtekeningsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/procedure-dwangbevel-handtekeningsbevoegdheid-artikel-85-cassatie-brussel-2020-12-04-34b9) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsregister, voorafgaande kennisgeving verantwoording belastingschuld, termijn, betalingstermijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-kennisgeving-verantwoording-rechtbank-hasselt-2022-10-13-5d10) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Overeenstemming met het unierecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-overeenstemming-unierecht-rechtbank-brussel-2022-12-21-5d36) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van de omzet, Bewijs door vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzet-bewijs-vermoedens-geen-hof-van-beroep-brussel-2023-02-a664) 1 gemeenschappelijke bepalingen
