Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 09.04.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negen april tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : A.R. Nr. 00/740/A
B.V.B.A. D. B. C.,
met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te … (…), ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester S. R. loco meester F. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de belasting over de toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
En in zake : A.R. Nr. 01/2407/A
B.V.B.A. D. B. C.,
met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te … (…), ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester S. R. loco meester F. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
Ministerie van Financiën, Administratie der Directe Belastingen, Gewestelijke Directie Antwerpen II, vertegenwoordigd door de Gewestelijk Directeur der Directe Belastingen Antwerpen II, wiens kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Tabakvest 50.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
En in zake : A.R. Nr. 01/2695/A
B.V.B.A. D. B. C.,
met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te … (…), ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester S. R. loco meester F. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
In zake : A.R. Nr. 00/740/A
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 4 februari 2000,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 5 september 2003,
- de besluiten van partijen.
En in zake : A.R. Nr. 01/2407/A
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 april 2001,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 5 september 2003,
- de besluiten van partijen.
En in zake : A.R. Nr. 01/2695/A
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder R. D. B. te … op 12 april 2001,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 5 september 2003,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 12 maart 2004.
Inzake A.R. 00/740/A
De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat de in de bestreden beslissing van 12 januari 2000 en in de correctieopgave van 27 oktober 1999 opgenomen sommen tot nul worden herleid, dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde sommen, vermeerderd met de nalatigheidsintresten en de kosten van het geding.
Inzake A.R. 01/2407/A
Gelet op de aanslagen in de vennootschapsbelasting voor het
- aanslagjaar 1997, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 6 december 1999 en verzonden aan de belastingplichtige op 10 december 1999,
- aanslagjaar 1998, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 1 februari 2000 en verzonden aan de belastingplichtige op 4 februari 2000.
Gelet op de bezwaarschriften tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen op respectievelijk 7 januari 2000 voor aanslagjaar 1997 en op 14 maart 2000 voor aanslagjaar 1998.
Gelet op de bestreden beslissing van de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijke directeur der directe belastingen te Antwerpen II van 9 februari 2001 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij de bezwaarschriften ontvankelijk doch ongegrond werden verklaard.
Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 10 april 2001 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.
De vordering beoogt te zeggen voor recht dat de bestreden aanslagen nietig zijn en dat de erin vermelde sommen niet verschuldigd zijn, dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde sommen, vermeerderd met de nalatigheidsinteresten en de kosten van het geding.
Inzake A.R. 01/2695/A
De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat het dwangbevel, uitgevaardigd op 19 oktober 2000 en uitvoerbaar verklaard op 30 oktober 2000, nietig is en dat de erin vermelde sommen niet verschuldigd zijn, dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde sommen, vermeerderd met de nalatigheidsinteresten en de kosten van het geding.
Samenvoeging
Deze 3 zaken, gekend onder A.R. 00/740/A, A.R. 01/2407/A en A.R. 01/2695/A, zijn nauw samenhangend en worden omwille van een goede rechtsbedeling samengevoegd zo dat de rechtbank uitspraak doet in één vonnis.
Relevante feiten
Eiseres exploiteert een taverne.
Op 8 maart 1999 heeft de administratie bij eiseres een controle aangevangen over de jaren 1996 en 1997.
Er werd onder meer vastgesteld dat al de kasrollen werden weggegooid en dat geen enkel stuk kon worden voorgelegd die de dagontvangsten staafden.
Hierop heeft de administratie omzetberekeningen opgesteld voor de jaren 1996 en 1997.
Deze omzetberekeningen en de resultaten van de controle werden tijdens de bespreking van 22 september 1999 aan de gevolmachtigde boekhoudster voor nazicht afgegeven met verzoek deze berekeningen na te zien.
Na verdere bespreking op 27 oktober 1999 werd met de gevolmachtigde boekhoudster een akkoord bereikt.
Na overleg met voornoemde boekhoudster heeft de zaakvoerder van eiseres op 27 oktober 1999 :
- een correctieopgave voor de jaren 1996 en 1997 inzake BTW voor akkoord ondertekend.
- een akkoordverklaring ondertekend inzake vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 1997, inkomsten 1996,
- een akkoordverklaring ondertekend inzake vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 1998, inkomsten 1997.
Volgens eiseres bevatten voornoemde voor akkoord ondertekende correctieopgave en voornoemde akkoordverklaringen een materiële vergissing omdat voor de jaren 1996 en 1997 ten onrechte de verkoopprijzen werden toegepast die slechts vanaf 1 mei 1998 golden.
Beoordeling
Betreffende de toelaatbaarheid van de vordering ingeleid bij verzoekschrift inzake BTW (A.R. 00/740/A)
Krachtens artikel 700 Ger.W. worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift. De artikelen 860 en 861 Ger.W. kunnen niet worden toegepast op de schending van deze regel die onder de rechterlijke organisatie ressorteert (Cass. 27 mei 1994, R.W. 1994-95, 1017).
Bijgevolg moet een vordering in de regel door middel van een dagvaarding bij gerechts deurwaarderexploot worden ingesteld en mag het verzoekschrift slechts gebruikt worden wanneer de wet het toelaat of voorschrijft.
Wanneer geen wettelijke afwijking is voorzien, is een gedinginleiding anders dan via dagvaarding of vrij willige verschijning ongeldig en is de vordering aldus ontoelaatbaar.
Het oude artikel 89, lid 2 en 3 W.BTW, dat in voege was vóór de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen en de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, bepaalde dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit bij door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding en dat de vordering aanhangig wordt gemaakt bij de rechtbank waaronder het kantoor van de ambtenaar, die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, ressorteert.
Artikel 59 van voornoemde wet van 15 maart 1999 (in werking getreden op 6 april 1999) bepaalt dat voornoemd artikel 89, lid 2 en 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : "De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kon slechts worden gestuit door een vordering in rechte."
Verder werd ingevolge artikel 9 van voornoemde wet van 23 maart 1999 {eveneens in werking getreden op 6 april 1999) in het Gerechtelijk Wetboek onder meer artikel 1385decies ingevoegd, luidend als volgt : “Tegen de belastingadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, lid I, 32°, ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak... "
Krachtens artikel 3 Ger.W. is een nieuwe wet op de rechtspleging onmiddellijk van toepassing, behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.
Bijgevolg wordt vanaf 6 april 1999 in de regel de vordering tegen de belastingadministratie bij verzoekschrift op tegenspraak ingesteld.
In artikel 97, lid 1 van voornoemde wet van 15 maart 1999 is echter een uitzondering bepaald op de onmiddellijke toepassing van deze nieuwe wet op de rechtspleging, namelijk : Voor zover zij de procedureregels wijzigen is voornoemd artikel 59, dat artikel 89, lid 2 en 3 W.BTW wijzigt, slechts van toepassing op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.
Te dezen heeft de oorzaak van eisbaarheid zich ontegensprekelijk voorgedaan vóór 1 januari 1999 zodat het oude artikel 89 , lid 2 en 3 W.BTW van toepassing is en de vordering dan ook diende ingesteld te worden door middel van een dagvaarding.
Aangezien de vordering echter bij verzoekschrift werd ingesteld en aangezien de wet het in casu niet toeliet of voorschreef het verzoekschrift te gebruiken, is deze vordering dan ook ontoelaatbaar.
Betreffende de voor akkoord ondertekende correctieopgave inzake BTW (A.R. 01/2695/A) en de ondertekende akkoordverklaringen inzake vennootschapsbelasting (A. R. 01/2407/A)
Eiseres is gebonden door de voor akkoord ondertekende correctieopgave inzake BTW en door de akkoordverklaringen inzake vennootschapsbelasting en kan hierop slechts terugkomen als zij het bewijs levert dat zij zich in rechte of in feite heeft vergist, hetgeen zij mag bewijzen door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.
Volgens eiseres bevatten voornoemde akkoorden een materiële vergissing omdat voor de jaren 1996 en 1997 ten onrechte de verkoopprijzen werden toegepast die slechts vanaf 1 mei 1998 golden.
De loutere voorlegging van kopies van twee prijslijsten, de ene zonder aanduiding van enige datum en de andere met een datum van 1 mei 1998, levert geen enkel bewijs voor de geldigheidsperiode van die prijslijsten en bewijst geenszins dat voor de jaren 1996 en 1997 foutieve verkoopprijzen werden toegepast.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat eiseres in strijd met haar bewaringsplicht al de kasrollen heeft weggegooid en dat zij geen enkel stuk kon voorleggen die de dagontvangsten staafden; de kasrollen hadden immers de toegepaste verkoopprijzen voor de jaren 1996 en 1997 kunnen aantonen.
Eiseres legt geen enkel ander bewijs voor waaruit zou kunnen blijken dat voor de jaren 1996 en 1997 foutieve verkoopprijzen werden toegepast.
De loutere bewering dat de akkoorden gebaseerd zijn op een foutieve prijslijst, zonder dat hiervan het minste bewijs wordt voorgelegd, is niet voldoende om de bewijskracht van deze akkoorden te betwisten.
Aangezien eiseres niet het minste bewijs levert dat voor de jaren 1996 en 1997 de verkoopprijzen werden toegepast die slechts vanaf 1 mei 1998 golden, bewijst zij geenszins dat voornoemde akkoorden aangetast zijn door een vergissing in rechte of in feite.
Eiseres faalt dan ook in haar bewijslast en is dan ook gebonden door de voor akkoord ondertekende correctieopgave inzake BTW en door de akkoordverklaringen inzake vennootschapsbelasting.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Aangezien krachtens artikel 377 WIB92 de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing schorsen inzake A.R. 01/2407/A en aangezien door partijen er geen redenen worden voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis inzake A.R. 00/740/A en A.R. 01/2695/A, kan dit vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Voegt de 3 zaken, gekend onder A.R. 00/740/A, A.R. 01/2407/A en A.R. 01/2695/A, samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.
Verklaart de vordering inzake A.R. 00/740/A ontoelaatbaar.
Verklaart de vorderingen inzake A.R. 01/2407/A en A.R. 01/2695/A toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR + … EUR + … rechtsplegingsvergoedingen en door de rechtbank ambtshalve vereffend op éénmaal … EUR rechtsplegingsvergoeding voor de 3 samengevoegde zaken.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.