Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 02.04.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee april tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : A.R. Nr. 02/797/A
BVBA A., met BTW-nummer …, ingeschreven in het register van de burgerlijke vennootschappen te Antwerpen onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester E. K. loco meester R. W., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 februari 2002,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 augustus 2003,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 193 5 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 maart 2004.
De vordering strekt ertoe de dwangbevel Reg. 127/2641 en 127/2642, uitgevaardigd op 3 april 2001 en uitvoerbaar verklaard op 5 april 2001, ongegrond en zonder voorwerp te verklaren, tevens een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitrage hof en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Het staat ontegensprekelijk vast dat de verschuldigde BTW, zoals vermeld in de dwangbevelen, juist is, dat eiseres de verschuldigde BTW kon verifiëren en dat de administratie op een correcte manier rekening heeft gehouden met de afbetalingen door eiseres.
De geldboete van 10 % is wettig en staat in redelijke verhouding met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.
De rechtbank is van oordeel dat artikel 91, § 1 W.BTW de bepalingen waaraan het Arbitrage hof vermag te toetsen klaarblijkelijk niet schendt zodat zij niet gehouden is tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Arbitrage hof.
OM DIE.REDENEN
Beschikkend gedeelte
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.