Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 26.03.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig maart tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : AR nr. 03/7539/A
BVBA Y. Y., met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel te …, ….
eisende partij,
- niet verschijnend.
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 december 2003,
- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 2 januari 2004.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 27 februari 2004.
Overwegende dat eisende partij niet is verschenen, noch iemand voor haar.
Overwegende dat het voordeel van artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.
De vordering strekt ertoe eiseres toe te staan de BTW-schuld met RCIV nr. … af te korten in tien maandelijkse termijnen en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Eiseres steunt haar verzoek tot betalingsfaciliteiten op haar goede trouw en haar liquiditeitsproblemen bij de opstartfase.
De rechtbank is van oordeel dat er geen enkele reden is om uitstel van betaling te verlenen, ongeacht of de rechtbank hiertoe de mogelijkheid heeft, te meer daar eiseres niet betwist dat zij sedert de aanvang van haar werkzaamheid haar BTW-verplichtingen inzake de betaling van de verschuldigde BTW nooit heeft nageleefd.
Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende bij verstek overeenkomstig artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek ten opzichte van eiseres en op tegenspraak ten opzichte van verweerder,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 342,09 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 171,05 EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.