Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 09.01.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negen januari tweeduizend en vier en openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : A.R. Nr. 02/5791/A
…, wonende te …, …
eisende partij,
verschijnende bij meester F. J. loco meester L. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst (voorheen Ministerie van Financiën), Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de heer Gewestelijke Directeur Directie BTW Antwerpen, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 73.
verwerende partij,
verschijnende bij meester R. V. loco meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 oktober 2002,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 maart 2003,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 december 2003.
Gelet op het verzoekschrift van 18 juni 2001 tot vrijstelling van nalatigheidsintresten en tot kwijtschelding van een BTW boete toegekomen bij de bevoegde directeur.
Gelet op de bestreden beslissing van de gewestelijke directeur, directie Antwerpen, van 7 februari 2002 en op dezelfde datum verzonden aan de belastingplichtige, waarbij de boete van … EUR werd kwijt gescholden, doch geen vrijstelling van nalatigheidsintresten werd verleend.
Gelet op het verzoekschrift neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 7 oktober 2002 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.
De vordering beoogt de directorale beslissing, voor zover deze beslissing betrekking heeft op het niet verlenen van vrijstelling van nalatigheidsintresten, teniet te doen, dienvolgens eiser vrijstelling van nalatigheidsintresten te verlenen met betrekking tot de BTW-schuld gekend onder RCIV nr. …, verweerder te gelasten de reeds betaalde intresten over te boeken voor aanzuivering van de verschuldigde BTW en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Relevante feiten
Bij hernieuwde kennisgeving van dwangbevel werd eiser op 30 januari 2002 medegedeeld dat hij in gebreke blijft de volgende sommen te voldoen, namelijk :
- BTW … EUR
- verminderde geldboete … EUR
- wettelijke intresten … EUR
- moratoire intresten … EUR
Inzake BTW werd eiser geen vrijstelling van nalatigheidsintresten verleend.
Inzake personenbelasting werd eiser bij beslissing van 18 april 2001 van de gewestelijke directeur te Antwerpen, afdeling invordering, daarentegen wel vrijstelling van nalatigheidsintresten verleend en werden de reeds aangerekende intresten overgeboekt voor aanzuivering van de nog verschuldigde belastingen.
Beoordeling
Krachtens artikel 569, 32° Ger. W. is de rechtbank van eerste aanleg exclusief bevoegd om kennis te nemen van de geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet.
Bijgevolg is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd om uitspraak te doen over de wettelijkheid van om het even welke individuele toepassing van een belastingnorm, terwijl de Raad van State sedert 6 april 1999 enkel nog bevoegd is om uitspraak te doen over normatieve fiscale rechtshandelingen of in de gevallen waarin de wet de beoordelingsbevoegdheid expliciet aan de Raad van State heeft toegewezen (Gedr. St. Kamer 1997-98, nummer 1341/1, 35 : "Sommige individuele fiscale rechtshandelingen - zoals het (niet-) vrijstellen van de betaling van nalatigheidsintresten (artikel 417 WIB 92) - konden tot dusver, bij gebreke aan bijzondere bevoegdheid van de rechterlijke macht, slechts bij de Raad van State worden aangevochten").
De vordering van eiser tot vrijstelling van nalatigheidsintresten is onmiskenbaar een geschil betreffende de individuele toepassing van een belastingwet, waarvan de beoordelingsbevoegdheid niet expliciet is toegewezen aan de Raad van State, zodat de rechtbank bevoegd is en de vordering derhalve toelaatbaar is.
De gewestelijke directeur beschikt met betrekking tot de "bijzondere gevallen" bedoeld in artikel 84bis W.BTW over een zeer ruime beoordelingsbevoegdheid en zijn bevoegdheid wordt terzake niet begrensd door de beperkende uitleg vervat in de memorie van toelichting bij de wet van 20 augustus 1947 en hij dient zich evenmin te voegen naar de ministeriële toelichtingen of circulaires, welke slechts als aanbeveling gelden; de beslissing van de gewestelijke directeur moet echter berusten op rechtens aanvaardbare motieven die steun vinden in werkelijk bestaande feiten.
Gelet op de omvang van de nalatigheidsintresten, de actuele financiële draagkracht van eiser, de ouderdom van de schuld die betrekking heeft op de periode van 1 januari 1982 tot 31 december 1984 en de ongelukkige omstandigheden waarin de schuld is ontstaan bevindt eiser zich ontegensprekelijk in een bijzonder geval als bedoeld in artikel 84bis W.BTW.
De bestreden beslissing van 7 februari 2002 berust bijgevolg niet op rechtens aanvaardbare motieven die steun vinden in werkelijk bestaande feiten en is manifest onredelijk.
Op basis van de werkelijk bestaande feiten dient aan eiser vrijstelling verleend te worden voor alle in artikel 91, § 1 en 2 bedoelde nalatigheidsintresten.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.
Wijzigt de bestreden beslissing en opnieuw beslissende,
Verleent vrijstelling aan eiser voor alle in artikel 91, § 1 en 2 bedoelde nalatigheidsintresten met betrekking tot de BTW schuld gekend onder RCIV nr. ….
Beveelt verweerder de reeds betaalde intresten over te boeken voor aanzuivering van de verschuldigde BTW.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiser begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
Wijst het meer en/ of anders gevorderde af.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.