---
title: "5 februari 2002 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, voldoening van de belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 5 februari 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-antwerpen-2002-02-05-3f2d"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

5 februari 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

82 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.02.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf februari tweeduizend en twee in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**N. V.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **95/6980/A**

**BVBA C. E.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **F. M.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, op vervolging en benaarstiging van de heer ontvanger van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren, gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- de inleidende dagvaarding, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **C. S.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **P. G.** te … op 13 november 1995.

\- de besluiten van verwerende partij neergelegd ter griffie op 20 april 1999,

\- de aanvullende conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 6 juli 1999,

\- de conclusie van eisende partij neergelegd ter griffie op 16 oktober 2000,

\- de tweede aanvullende conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 7 november 2000,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 9 november 2001.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken,

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1993 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro,

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 15 januari 2002.

---

De vordering strekt ertoe :

\- het verzet tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 20 september 1995 door de ontvanger van het 1ste kantoor BTW te Antwerpen, en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerde ambtenaar op 25 september 1995 ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;

\- voor recht te horen zeggen dat het dwangbevel zonder enige waarde is en dien: vernietigd, te worden;

\- gedaagde te veroordelen tot alle ten onrechte betaalde belastingen, te verhogen met de moratoriumintresten;

\- gedaagde er zich te zien en te horen veroordelen tot de kosten van het geding hierin begrepen de rechtsplegingsvergoeding;

\- het te vellen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij \\voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

## 1. Feiten

Eisende partij is geregistreerd als belastingplichtige onder BTW-registratienummer … sedert 1 april 1987 en oefent volgende werkzaamheid uit : tussenpersoon in de handel, verhuring van divers materiaal en kleinhandel in audio en elektronische toestellen.

Naar aanleiding van de bevindingen na een controle uitgevoerd door ambtenaren van de 7de BBI van Antwerpen inzake eisende partij werd een proces-verbaal opgesteld op 22 augustus 1995 door verificateur De Meester **P.** en adjunct -verificateur **V. R. L.** bij de 7 de BBI van Antwerpen.

Voormelde ambtenaren hebben, na vergelijking tussen de uitgaande facturen van eisende partij gericht aan de NV **M. E.** (stuk 7 bundel verwerende partij) en inkomende facturen van de NV **M. E.** uitgereikt door eisende partij in de periode van augustus 1990 tot en met september 1994, vastgesteld dat de BTW aangerekend op de facturen aangetroffen in de boekhouding van NV **M. E.** (stuk 6 bundel verwerende partij) niet werd opgenomen in enige BTW-aangifte en niet werd afgedragen aan de Belgische Staat.

De zaakvoerder van eisende partij, de heer **L. C.**, die tevens als onderhoudsmeesterwerkgast tewerkgesteld was bij NV **M. E.**, maakte voormelde dubbele reeksen van facturen op met de bedoeling huisdiefstal te plegen ter nadele van zijn werkgever.

De heer **L.** slaagde erin om de volledig fictieve facturen te laten boeken bij zijn toenmalige werkgever NV **M. E.** en te laten uitbetalen aan eisende partij, waarvan hij zaakvoerder was.

Hij maakte dubbele reeksen van facturen waarbij enkel de omschrijving van de geleverde goederen en diensten verschillend was teneinde de fictieve leveringen te doen aanvaarden wat moeilijk realiseerbaar was indien hij enkel de levering van muziekinstrumenten en aanverwant materiaal had vermeld op bovenvermelde facturen.

Op deze wijze slaagde de heer **L.** erin om bedrieglijk de som van 22.843.014 F door NV **M. E.** te laten uitbetalen aan eisende partij voor volstrekt fictieve leveringen van elektrisch of elektronisch materiaal.

Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen, kamer 4C van 13 oktober 1998 werd de heer **L.** veroordeeld voor voormelde feiten (stuk 8 bundel verwerende partij).

Wegens het niet naleven van de BTW-verplichtingen inzake de opname van voormelde facturen in de maandelijkse BTW-aangifte en inzake het afdragen van de in de aangifte vermelde BTW door eisende partij stelde verwerende partij in haar proces-verbaal van 22 augustus 1995 dat eisende partij nog volgende bedragen verschuldigd was aan haar :

\- BTW : 2.075.671 BEF

\- Wettelijke geldboete op grond van [artikel 70, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), namelijk het dubbel van de ontdoken rechten : 4.151.342 BEF afgerond overeenkomstig [artikel 4, § 1 van KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art4) van 30 januari 1987 op 4.151.000 BEF

Geen vermindering van de geldboete ingevolge KB nr. 41 omdat uit de aard van de overtredingen blijkt dat ze begaan werden met het oogmerk om de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

\- De van rechtswege verschuldigde intresten op grond van [artikel 91, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) vanaf 21 oktober 1994.

Op 20 september 1995 werd een dwangbevel met nummer Reg. … uitgevaardigd door de ontvanger ad interim, **D. d. B.** van het 1ste BTW -ontvangkantoor te Antwerpen, welk uitvoerbaar verklaard werd op 25 september 1995 door **G. V. d. H.**, gewestelijk directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, en betekend werd aan eisende partij op 5 oktober 1995.

Op 13 november 1995 tekende eisende partij tijdig verzet aan tegen voormeld dwangbevel.

## 2. Beoordeling

Het verzet is tijdig en regelmatig naar vorm en er worden noch door partijen redenen van ontoelaatbaarheid opgeworpen, noch worden er door de rechtbank ambtshalve op te werpen redenen van ontoelaatbaarheid vastgesteld, zodat het verzet toelaatbaar is.

### Principes

Op grond van artikel 50, par. 1, 3° en 4° van het Wetboek BTW (zoals dit tot 31 december 1992 van toepassing was) en van artikel 16 van het KB nr. 1 van 23 juli 1969 (zoals dit tot 31 december 1992 van toepassing was), is een BTW-belastingplichtige ertoe gehouden, in de binnen de gestelde termijn in te dienen BTW-aangiften, aangifte te doen van alle in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid verrichte handelingen en van alle gegevens dit nodig zijn voor het berekenen van de verschuldigde BTW, en is hij eveneens ertoe gehouden de in verband daarmee verschuldigd geworden BTW te voldoen binnen de termijn gesteld voor de indiening van die aangiften.

Ingevolge [artikel 53, 3° Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) (zoals dit van toepassing is vanaf 1 januari 1993) is een belastingplichtige gehouden iedere maand aangifte te doen van het bedrag der in dit wetboek bedoelde handelingen die zij hebben verricht of die aan hen werden verstrekt, gedurende de vorige maand in het kader van hun economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren.

Ingevolge [artikel 53, 4°Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) (zoals dit van toepassing is vanaf 1 januari 1993) is een belastingplichtige ertoe gehouden de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij [artikel 53, 3° Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) voorgeschreven aangifte.

Op grond van [artikel 54 van het Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-54) (zoals dit tot 31 december 1992 van toepassing was), wordt eenieder die in een factuur of in een als dusdanig geldend stuk een bedrag aanrekent als belasting over de toegevoegde waarde, schuldenaar van die belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verstrekt.

Op grond van [artikel 51, § 1, 3°van het Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) (zoals dit van toepassing is vanaf 1 januari 1993) wordt eenieder, die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt, schuldenaar van die belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verstrekt.

### Toepassing van de principes

Eisende partij verrichtte regelmatig per kwartaal BTW-aangiften met daarin de vermelding van alle oorspronkelijke facturen met specificatie per factuur van nummer, bedrag, BTW, ..., zoals blijkt uit de stukken neergelegd door eisende partij.

Er bestaat geen discussie tussen partijen over het feit dat de facturen aangetroffen in de boekhouding van eisende partij en de facturen aangetroffen bij NV **M. E.** perfect overeenstemmen met betrekking tot volgende vermeldingen : de identiteit van de klant, de factuurdatum, het factuurbedrag, de maatstaf van heffing en de verschuldigde BTW.

Eisende partij heeft de, ingevolge de regelmatig ingediende kwartaalaangiften, verschuldigde BTW steeds voldaan, hierover bestaat geen discussie tussen partijen.

Bijgevolg heeft de Belgische staat volgens eisende partij geen nadeel geleden ingevolge de door de heer **L.** opgezette constructie om zijn voormalige werkgever NV **M. E.** op te lichten.

Thans stelt verwerende partij echter dat, gelet op de verschillen in de omschrijving van de gedane leveringen van goederen en diensten op de voormelde facturen, zij het recht heeft om de BTW voor een tweede maal op te vorderen.

Zij is van oordeel dat eisende partij zich niet kan beroepen op haar eigen arglistigheid als zij inroept dat beide reeksen van facturen dezelfde fictieve lading dekken. De arglistigheid van eisende partij blijkt uit de correctionele veroordeling van haar zaakvoerder door de correctionele rechtbank te Antwerpen, kamer 4C van 13 oktober 1998.

Verwerende partij verliest daarbij echter uit het oog dat het de taak is van de rechtbank de waarheid te achterhalen, en in functie van die waarheid na te gaan of de doelstellingen van de wetgeving werden nageleefd.

Na lezing van alle stukken voorgebracht door partijen komt de rechtbank tot de bevinding dat de constructie opgezet door de heer **L.** geenszins tot doel had BTW-fraude te plegen en dat verwerende partij geenszins benadeeld is door het laakbare gedrag van de heer **L.**.

Eisende partij legt terzake een arrest van het Hof van Justitie voor van 19 september 2000 (Schmeink & Cofreth AG&Co.KG/Finanzamt Borken en M. Strobel/Finanzamt Esslingen, met nummer [C-454/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-454-98-arrest)) waarin het Hof volgende stelling aanneemt. "Wanneer de opsteller van de factuur het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig heeft uitgeschakeld, verlangt het beginsel van de neutraliteit van de belasting over de toegevoegde waarde, dat de ten onrechte gefactureerde belasting kan worden herzien zonder dat deze herziening afhankelijk kan worden gesteld van de goede trouw van de opsteller van de factuur".

Het Hof herinnerde er verder aan dat de maatregelen die de lidstaten krachtens [artikel 22, lid 8 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-22) ter waarborging van de juiste heffing van de belasting en ter voorkoming van fraude kunnen nemen niet verder mogen gaan dan ter bereiking van die doelstellingen noodzakelijk is. Dat zij niet op zodanige wijze mogen aangewend worden, dat zij afbreuk doen aan de neutraliteit van de BTW, een basisbeginsel van het bij de desbetreffende gemeenschapsregeling ingevoerde gemeenschappelijk BTW-stelsel.

De doelstelling van [artikel 51, § 1, 3° Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) (voorheen [artikel 54 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-54)) is de volgende : ieder die een factuur of een als dusdanig geldend stuk opmaakt waarop de BTW wordt vermeld, zelfs bij niet levering van een goed, kan worden aangesproken voor de BTW.

De bedoeling van dit artikel is te voorkomen dat de uitreiking van dergelijk stuk waarop de BTW wordt aangerekend, een titel zou creëren voor de aftrek in hoofde van de geadresseerde van de factuur.

In casu is dit gevaar volledig irreëel gelet op het vaststaand feit dat slechts één reeks van facturen werd uitgereikt aan de geadresseerde, in casu NV **M. E.**, en gelet op het opzet van de constructie die de heer **L.** had uitgewerkt, namelijk oplichting ten nadele van zijn werkgever.

Het gevaar voor verlies van belastinginkomsten was terzake volledig uitgeschakeld, zodat de goede trouw van eisende partij niet dient aangetoond te worden.

Eisende partij stelt bovendien terecht dat de BTW-schuld pas ontstaat op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk en dat in casu de facturen aangetroffen in de boekhouding van eisende partij nooit werden uitgereikt, daar het louter om een intern document gaat. Het uitgereikte exemplaar van de factuur dat zich bevond bij NV **M. E.** onderging wel het volledig BTW-regime.

Zuiver technisch BTW-kundig zijn er geen inbreuken gepleegd en is er geen gevaar voor verlies van belastinginkomsten, zodat de vordering van eisende partij in casu gegrond is.

### Betreffende de uitvoerbaarverklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van huidig vonnis.

### Beschikkend gedeelte

## 0M DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering in verzet tegen het dwangbevel toelaatbaar en gegrond, zoals hierna bepaald.

Zegt voor recht dat het dwangbevel zonder waarde is en dient vernietigd te worden.

Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding in hoofde van eisende partij begroot in haar conclusie doch door de rechtbank vereffend op 91,35 EUR dagvaarding en 163,61 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer- en anders gevorderde af.

**N. D.** **N. V.**

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 3 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 2 voorkomens

[WBTW art. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-54) 2 voorkomens

[KB nr. 41 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 22](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-22) 1 voorkomen

[C-454/98, arrest van 19 september 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-454-98-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Interest, Systeem van verrekening, Tarief interest](https://juriel.be/nl/rechtspraak/interest-systeem-verrekening-tarief-strijdigheid-cassatie-brussel-2023-03-24-9b56) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Neutraliteitsbeginsel, proportionele geldboete, interesten, voorafgaande kennisgeving, fraudetermijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/neutraliteitsbeginsel-proportionele-geldboete-interesten-rechtbank-hasselt-2024-01-18-62ca) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Consulting, Bedrieglijk opzet, Plaats van de dienst, adviesverstrekking](https://juriel.be/nl/rechtspraak/consulting-bedrieglijk-opzet-plaats-dienst-hof-van-beroep-brussel-2025-03-19-77c1) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Grossierbedrijf;facturatie;geldboete, groothandel, facturering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/grossierbedrijf-facturatie-geldboete-groothandel-hof-van-beroep-antwerpen-2005-02-08-618f) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-geldboete-hof-van-beroep-gent-2013-02-26-1058) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2009-09-06-260e) 4 gemeenschappelijke bepalingen
