---
title: "5 oktober 2001 · Vervolging, geding · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 5 oktober 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-antwerpen-2001-10-05-b644"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

5 oktober 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

71 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.10.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf oktober tweeduizend één in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**Ph. J.**, adjunct-griffier.

Inzake A.R. Nr. **99/6415/A**

**NV C. C. B.**, met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met BTW-nummer …,

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **Ch. V. G.** loco meester **E. D. P.** en meester **S. T.**, advocaten, kantoorhoudende te …, …;

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer gewestelijk directeur der belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 73;

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.,** advocaat, kantoorhoudende te …, …;

gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1385decies Ger.W., neergelegd ter griffie d.d. 8 november 1999;

\- de oproepingen bij gerechtsbrief d.d. 27 december 1999;

\- de conclusies voor verweerder, neergelegd ter griffie d.d. 28 februari 2000;

\- de conclusies voor eiseres, neergelegd ter griffie d.d. 18 juni 2001;

\- de aanvullende conclusies voor verweerder, neergelegd ter griffie d.d. 2 juli 2001; gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

gelet op de rechtsmiddelen en argumenten van partijen ter zitting van 7 september 2001;

---

De vordering strekt ertoe de directoriale beslissing van 9 augustus 1999 teniet te doen, dienvolgens de opgelegde boete ten bedrage van … BEF en de in rekening gebrachte intresten ten bedrage van … BEF kwijt te schelden en in meest ondergeschikte orde de opgelegde boete en intresten te verminderen, de terugbetaling te bevelen van de door eiseres reeds betaalde bedragen en/ of de door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoire intresten, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

RELEVANTE FEITEN

Eiseres heeft op 20 januari 1999 de periodieke BTW-aangifte voor het vierde kwartaal 1998 ingediend, doch beeft nagelaten de verschuldigd geworden belasting tijdig te betalen.

Bijgevolg werd op 16 april 1999·een bijzondere rekening opgemaakt waardoor eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd werd, namelijk :

\- BTW : … BEF

\- boete : … BEF

\- intresten : … BEF

\- TOTAAL : … BEF

hetgeen eiseres op 11 mei 1999 betaalde.

Bij aangetekende brief van 19 mei 1999 verzocht eiseres de gewestelijke directeur van BTW om vrijstelling te verlenen van de opgelegde boete en intresten.

Ingevolge de directoriale beslissing van 1 juli 1999 deelde de gewestelijke directeur enerzijds mede dat hij niet meer bevoegd was om te beslissen over verzoeken om kwijtschelding van administratieve geldboeten en wees hij anderzijds het verzoek tot kwijtschelding, minstens vermindering van de intresten, af.

Op 28 juli 1999 antwoordde eiseres dat zij vernomen had dat de Minister het recht tot vermindering en kwijtschelding van geldboeten, dat vervat ligt in artikel 9 van het regentsbesluit van 18 maart 1831, aan de gewestelijke directeurs van de BTW heeft gedelegeerd en verzocht zij om het dossier opnieuw te onderzoeken.

Ingevolge directoriale beslissing van 9 augustus 1999 deelde de gewestelijke directeur, mede dat het dossier opnieuw werd onderzocht, doch dat met de nieuwe aangehaalde argumenten geen wettelijke of feitelijke rechtvaardigingsgrond bestaat om, in toepassing van artikel 9 van het regentsbesluit van 18 maart 1831, kwijtschelding of vermindering van de boete te verlenen.

BEOORDELING

## Betreffende de bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens artikel 569, eerste lid, 32° Ger. W. neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet.

Bijgevolg is de rechtbank bevoegd om kermis te nemen van geschillen betreffende de kwijtschelding of de vermindering van de opgelegde boete en intresten.

## Betreffende het gebrek aan motivering van de directoriale beslissingen

De directoriale beslissingen beantwoorden aan de motiveringsvereiste van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen wanneer zij door hun inhoud geen twijfel laten omtrent de juridische en feitelijke overwegingen die hieraan ten grondslag liggen en die op voldoende wijze aan de belastingschuldige kenbaar moeten worden gemaakt teneinde hem toe te laten de gegrondheid ervan te beoordelen.

De motiveringsverplichting heeft aldus tot doel de bestuurder alle informatie te verschaffen die hij nodig heeft om te kunnen beoordelen of het zin heeft zich te verweren tegen de bestuurshandeling en hem in staat te stellen met kennis van zaken op een nuttige wijze desgewenst de bestuurshandeling aan te vechten.

Bijgevolg heeft de wet tot doel te vermijden dat de bestuurder een procedure moet inspannen teneinde de motieven te vernemen.

Volgens de directoriale beslissing van 1 juli 1999 kunnen de intresten niet worden kwijtgescholden of verminderd omdat er geen gegevens zijn die de toepassing van de uitzonderingsmaatregelen, bedoeld bij artikel 84bis van het wetboek van BTW, kunnen rechtvaardigen.

Volgens de directoriale beslissing van 9 augustus 1999 bestaat er geen wettelijke of feitelijke rechtvaardigingsgrond om, in toepassing van artikel 9 van het regentsbesluit van 18 maart 1831, kwijtschelding of vermindering van de boete te verlenen.

De directoriale beslissingen hebben eiseres dan ook een inzicht verschaft in de motieven tot afwijzing van de verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van de boeten en intresten en eiseres kon dan ook terdege oordelen of het zin had zich hiertegen te verzetten.

De directoriale beslissingen zijn dan ook voldoende gemotiveerd en aldus rechtsgeldig.

## Betreffende de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur

Het oude artikel 84, tweede lid van het wetboek van BTW kende aan de Minister van Financiën het recht toe om boeten kwijt te schelden of te verminderen.

Onder dit artikel had de Minister van Financiën aan de directeur-generaal van de BTW, registratie en domeinen en aan de gewestelijke directeurs van de administratie van de BTW, registratie en domeinen een delegatie verleend van de hem toegekende machten.

Ingevolge de wet van 15 maart 1999 werd echter het oude artikel 84, tweede lid van het wetboek van BTW opgeheven.

Later heeft de Minister van Financiën beslist dat de delegatie onder het oude artikel 84, tweede lid van het wetboek van BTW eveneens van toepassing is in het kader van artikel 9 van het regentsbesluit van 18 maart 1831.

Slechts vanaf deze beslissing van de Minister van Financiën was de gewestelijke directeur bijgevolg opnieuw bevoegd tot kwijtschelding of vermindering van de boeten (Fiscoloog nummer 718 van 25 augustus 1999, blz. 1).

Op 1 juli 1999 heeft de gewestelijke directeur dan ook terecht geoordeeld dat hij niet bevoegd was om te beslissen over het verzoek om kwijtschelding van de boete.

De administratie heeft eiseres dan ook niet op een dwaalspoor gebracht en de beginselen van behoorlijk bestuur werden dan ook niet geschonden.

Anderzijds worden krachtens artikel 1385undecies Ger. W. slechts bijzondere termijnen voorzien om een vordering in rechte in te stellen ingeval een administratief beroep wordt georganiseerd.

In casu is echter geen administratief beroep georganiseerd zodat er geen bijzondere termijnen zijn om een vordering in rechte in te stellen.

Bijgevolg werden de beginselen van behoorlijk bestuur dan ook niet geschonden doordat de administratie heeft nagelaten om eiseres in kennis te stellen van de termijn om een vordering in rechte in te stellen.

De beginselen van behoorlijk bestuur werden evenmin geschonden doordat de administratie heeft nagelaten om eiseres in kennis te stellen welke rechtbank bevoegd is, onder welke vorm dergelijke vordering aanhangig dient gemaakt te worden en aan wie het moet worden gericht.

## Betreffende de kwijtschelding of vermindering van de boete

Niettegenstaande de laattijdige betaling van de BTW mogelijk te wijten is aan een materiële vergissing van een bediende en/of een boekhouder, is de rechtbank van oordeel dat de boete in verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## Betreffende de kwijtschelding of vermindering: van de intresten

Ongeacht de bevoegdheid van de rechtbank om de intresten kwijt te schelden of te verminderen, is de rechtbank van oordeel dat er in casu geen enkele reden is om de van rechtswege verschuldigde intresten kwijt te schelden of te verminderen.

## Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Conform artikel 92bis van het Wetboek van BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook nier uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**De RECHTBANK,**

rechtdoende **op tegenspraak**,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend;

verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af;

veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … BEF rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … BEF rechtsplegingsvergoeding.

**PH. J.** **P. W.**
