---
title: "Vervolging, geding · Hof van beroep te Gent, 24 april 2012"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, recht op aftrek van belasting. Hof van beroep te Gent (België), 24 april 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-gent-2012-04-24-7b81"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

24 april 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

103 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 24.04.2012

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van Beroep te Gent, 5****e** **kamer 24.04.2012**

Nr. **2011/AR/1400**

in de zaak van :

**L. F.**, wonende te …, …, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de C.V. **B. A.**.BE, met maatschappelijke zetel destijds gevestigd te …, … en met KSO-nummer …, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde d.d. 29.10.2007 en bij vonnis van zelfde rechtbank d.d. 1.10.2008 gesloten verklaard bij gebrek aan actief,

**appellant q.q.,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. Y.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, Controlecentrum Dendermonde, met kantoren gevestigd te 9200 DENDERMONDE, Begijnhoflaan 49 en de Administratie van Belastingen en Invordering, sector BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst, met kantoren gevestigd te 9300 AALST, Graanmarkt 1,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **L. G.** loco mr. **V. A. E.**, advocaat te … (…), …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

## 1. De procedure

Bij verzoekschrift van 6 mei 2011 heeft de appellant q.q. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat door de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, op 8 november 2010 werd uitgesproken. In het bestreden vonnis werd de vordering van de appellant q.q. ontvankelijk maar ongegrond verklaard met verwijzing van de appellant q.q. in de kosten van het geding.

De appellant formuleert in hoger beroep zijn vordering waarmee hij van het hof vraagt :

*Het hoger beroep, door appellant ingesteld bij verzoekschrift d.d. 6 mei 2011, ontvankelijk, toelaatbaar en gegrond te verklaren.*

*Derhalve het bestreden vonnis, op 8 november 2010 gewezen door de 6**de* *Fiscale Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de zaak met AR nr. …, te vernietigen in alle overwegingen en beschikkingen in zoverre de oorspronkelijke vordering van appellant ongegrond werd verklaard.*

*En opnieuw recht doende :*

*De vordering van appellant ontvankelijk en gegrond te verklaren.*

*Dienovereenkomstig, zowel :*

*a)* *enerzijds :*

*het PV d.d. 8 oktober 2004 opgemaakt door de heer* ***F. B.****, eerstaanwezend verificateur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, Controlecentrum Sint­Rochusstraat 63 te 9200 Dendermonde, en tegen de betekening ervan bij aangetekend schrijven;*

*en*

*het PV d.d. 31 januari 2005 opgemaakt door de heer* ***F. B.****, eerstaanwezend verificateur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, Controlecentrum Sint­Rochusstraat 63 te 9200 Dendermonde, en tegen de betekening ervan bij aangetekend schrijven;*

*b)* *als anderzijds het dwangbevel met RCIV-nr. …, opgemaakt op 10 maart 2006 door de heer* ***B. M.****, eerstaanwezend Inspecteur a.i., Ontvanger van het BTW­Ontvangkantoor te Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 16 maart 2006 door de heer* ***L. V. M.****, eerstaanwezend Inspecteur van de BTW-controle te Dendermonde 1, daartoe aangewezen door de gewestelijke Directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Gent, op 27 maart 2006 betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder* ***H. V. D.****, met standplaats te …, er kantoorhoudend te …, …;*

*en waarin wordt gesteld dat verschuldigd zou zijn*

*1.* *de som van … EUR als belasting over de toegevoegde waarde;*

*2.* *de som van … EUR als geldboete in uitvoering van* [*artikel 70, § 1 en 1bis van het BTW-Wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)*;*

*3.* *de interest van 0,80 % per maand over de niet-tijdig betaalde BTW ingevolge* [*artikel 91, § 1, 1° van het BTW­Wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)*, te rekenen vanaf 21 januari 2004, zijnde de som van … EUR als intresten berekend tot 20 maart 2006, te vermeerderen met de interest van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21 maart 2006;*

*4.* *de moratoire interest over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de betekening van het dwangbevel ingevolge* [*artikel 91, § 4 van het BTW-Wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)*;*

*5.* *de vervolgingskosten.*

*nietig en ongegrond te verklaren en te zeggen voor recht dat alle bedragen, zowel aan belasting over de toegevoegde waarde, als alle geldboeten en alle interesten, ten onrechte tegenover de CV* ***B. A.****.BE werden in rekening gebracht en gevorderd.*

*De Belgische Staat te veroordelen tot het terugbetalen van de door haar vanaf 8 oktober 2004 en/of tijdens de procedure teveel nagevorderde of ingehouden sommen.*

*De Belgische Staat te veroordelen tot alle kosten van de beide instanties, zoals hierna begroot.*

De geïntimeerde vordert de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond en de bevestiging van het bestreden vonnis. De geïntimeerde vraagt tevens dat het hof de appellant q.q. zou veroordelen tot het betalen van de gerechtskosten van het hoger beroep.

## 2. De feitelijke gegevens

De appellant treedt op als vereffenaar van rechtswege van **B. A.** CV in vereffening, vennootschap die failliet werd verklaard - maar waarbij het faillissement wegens gebrek aan actief werd gesloten - en nog verder bestaat voor haar vereffening.

**B. A.** CV is een BTW-belastingplichtige.

Op 29 juni 2004 werd een controle aangevat met betrekking tot de toepassing van de BTW-wetgeving over de periode van 1 januari 2003 tot 31 december 2003.

De controleagent maakte op 8 oktober 2004 een proces-verbaal op met voorstel tot minnelijk akkoord dat werd overgemaakt aan de belastingplichtige. Deze liet op 26 november 2004 weten niet akkoord te gaan met de rechtzettingen.

Op 22 december 2004 bevestigde de controleagent zijn standpunt aan de belastingplichtige.

Op 31 januari 2005 werd nogmaals proces-verbaal opgesteld waarbij de BTW-vordering van … euro werd verantwoord, vermeerderd met een administratieve boete en interest.

Bij gebrek aan betaling werd op 10 maart 2006 voor de betreffende BTW, boete, interest en kosten een dwangbevel uitgevaardigd dat op 16 maart 2006 geviseerd werd en uitvoerbaar verklaard.

Dat dwangbevel werd op verzoek van de geïntimeerde aan **B. A.** CV betekend door gerechtsdeurwaarder **H. V. D.** op 27 maart 2006, waarna op 19 juli 2006 uitvoerend beslag op roerende goederen volgde, weliswaar omgezet in een proces-verbaal van niet bevinding.

Met een verzoekschrift van 10 augustus 2006 stelde **B. A.** CV haar vordering in voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

De zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent heeft in zijn vonnis van 8 november 2010, zoals hoger vermeld, de vordering van de appellant q.q. als ongegrond afgewezen.

Het is tegen dat vonnis dat de appellant q.q. hoger beroep heeft ingesteld.

## 3. De betwistingen tussen de partijen

*3.1. Met betrekking tot de motivering van het proces-verbaal*

De appellant q.q. roept in dat de motivering van het proces-verbaal niet voldoet aan de vereisten van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen. Na een theoretische analyse dienaangaande stelt de appellant q.q. dat de motivering niet afdoende is omdat het voor **B. A.** CV niet mogelijk was om aan de hand van het dwangbevel en het eraan gehechte proces-verbaal de door de administratie beweerde inbreuken te kennen en te beoordelen.

Het volstaat om het proces-verbaal te lezen om vast te stellen dat deze grief ongegrond is.

Het proces-verbaal vermeldt eerst de inbreuken die de controleagent meende vast te stellen met betrekking tot de aftrekregeling, meer bepaald het niet voldaan zijn aan de verplichting in het bezit te zijn van een regelmatige factuur, voorwaarde om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen. De controleagent stelt dat de stukken die **B. A.** CV als verantwoording voor de uitoefening van de aftrek tijdens de controle heeft voorgelegd niet zijn opgemaakt conform [artikel 5 KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) waardoor de belastingplichtige overeenkomstig [artikel 3 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) en artikel 45 W.BTW zijn recht van aftrek niet zou kunnen uitoefenen. Omdat het recht op aftrek toch werd uitgeoefend, besluit de controleagent om die ten onrechte afgetrokken BTW terug te vorderen.

De controleagent verduidelijkt verder dat de voorgelegde interne nota's geen volgnummer, noch naam en adres van de maatschappelijke zetel van de belastingplichtige bevatten hoewel dat voorgeschreven is ingevolge de artikelen 53, 2° en 54 W.BTW en niet als factuur kunnen beschouwd worden zoals vereist door [artikel 5, 1° en 2° KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) en [artikel 3 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d).

Op basis van die gegevens werd duidelijk aangegeven op grond van welke feiten en van welke rechtsregels tot terugvordering van de afgetrokken BTW werd besloten.

De eerste rechter heeft dat op zeer pertinente wijze vastgesteld en heeft de juiste conclusie getrokken.

De grief is ongegrond.

*3.2.* *Met betrekking tot het recht op aftrek van voorbelasting*

**B. A.** CV heeft de betwiste BTW, zijnde een bedrag van … euro, afgetrokken op basis van 'interne nota's' die ze zelf heeft opgemaakt. Die interne nota's verwijzen telkens naar een overeenkomst van 15 september 2003 tussen **B. A.** CV en een aan haar gelieerde vennootschap, **L. M.** en **C. S.** NV (hierna LMCS NV).

De appellant q.q. stelt dat op basis van die overeenkomst, waarin bedongen was dat de bedragen slechts uitbetaald moesten worden op het tijdstip waarop kwam vast te staan dat de ontbindende voorwaarde uit artikel 4 van de overeenkomst niet langer kon worden ingeroepen, het LMCS NV niet toegelaten was enig document (factuur of andere) op te maken of te versturen met betrekking tot de prestaties in de overeenkomst. Ondertussen zou **B. A.** CV, die de contractueel bedongen vergoedingen betaald had, wel verplicht zijn geweest om de betwiste interne nota's op te maken om te bereiken dat de boekhouding een waarheidsgetrouw beeld gaf en in overeenstemming was met de werkelijkheid.

De appellant q.q. kan nochtans niet gevolgd worden in zijn standpunt. Overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in aftrek brengen ir, de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 5° W.BTW.

Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige, overeenkomstig [artikel 3, § 1, 1° KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 en 53octies W.BTW waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in [artikel 5, § 1, KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa).

De dienstverstrekker, LMCS NV, had evenwel geen factuur opgesteld. **B. A.** CV kon slechts zelf opgestelde 'interne nota's' voorleggen. Die stukken zijn geen facturen en kunnen er ook niet mee gelijkgesteld worden. Ze vermelden immers geen opeenvolgend nummer, volgens één of meer reeksen, dat deze stukken op eenduidige wijze identificeert, waaronder ze worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen van de dienstverrichter, noch de naam of de maatschappelijke benaming van de dienstverrichter, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel, en zijn in artikel 50 W.BTW bedoelde BTW-identificatienummer. Ze bevatten bovendien evenmin de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de verstrekte diensten, hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten. Er wordt enkel verwezen naar het contract van 15 september 2003. In die zin bevat de factuur niet de vermeldingen als voorzien in [artikel 5, § 1, 1°, 2° en 6° KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa), zodat **B. A.** CV niet aan de vereisten van artikel 45, § 1 en [artikel 3, § 1, 1° KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) voldeed op het ogenblik dat zij haar recht op aftrek uitoefende.

Hoezeer de appellant q.q. ook verwijst naar de overeenkomst van 15 september 2003, toch levert hij daarmee niet het bewijs dat hij over facturen beschikte die hem toelieten de betwiste BTW in aftrek te nemen.

Ook de boekhoudverplichtingen van **B. A.** CV kunnen haar werkwijze niet verantwoorden. Terecht laat de geïntimeerde trouwens gelden dat de balans van 31 december 2003 de betreffende schulden zelfs niet op het passief vermeldt, zodat van een correct, volledig en waarheidsgetrouw beeld van de werkelijke toestand van de handelszaak geen sprake is. Zoals de geïntimeerde stelt, werden de interne nota's slechts opgesteld om de aftrek van de BTW te bekomen en om kosten (die BTW) te boeken die zich in werkelijkheid niet hebben voorgedaan.

Bij gebrek aan uitgereikte facturen, was er trouwens geen BTW gestort aan de Schatkist (door de leverancier, LMCS).

Voorts merkt de geïntimeerde terecht op dat, wanneer **B. A.** CV de schuld toch tot uitdrukking had willen brengen in de balans, zij rekening 444 'te ontvangen facturen' had moeten crediteren voor het bedrag van de schuld en die rekening op de balans te vermelden. De boeking was dan :

611 commissies aan derden …

444 aan te ontvangen facturen …

Dit zonder dat er enige BTW-rekening moest gedebiteerd worden. Slechts bij ontvangst van de factuur van de leverancier kon **B. A.** CV overgaan tot boeking van de BTW als volgt :

444 te ontvangen facturen …

411 aftrekbare BTW …

440 aan leveranciers …

Hoe dan ook liet het opstellen van interne nota's, al zouden ze zijn bedoeld om op elk ogenblik in de boekhouding van haar handelszaak een correct, volledig en waarheidsgetrouw beeld te geven van de werkelijke toestand van deze zaak, **B. A.** CV niet toe om de voorwaarden van de artikelen 45 en 49 W.BTW en de artikelen [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) tot [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art4) KB nr. 3 te negeren en de aftrek uit te oefenen met miskenning van die wettelijke voorwaarden. Zoals weergegeven, kon **B. A.** CV hoe dan ook de schuld tegenover LMCS NV in de boekhouding tot uiting brengen, maar dan wel op die manier dat dit - anders dan nu het geval was - niet tot gevolg had dat de aftrek van de BTW ten onrechte werd uitgeoefend.

Ook deze grief is ongegrond.

## 4. De gerechtskosten

De appellant q.q. wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het hoger beroep dragen.

Overeenkomstig het eerste lid van artikel 1022 Ger.W., vervangen bij wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, heeft slechts de partij die in het gelijk gesteld wordt recht op een rechtsplegingsvergoeding.

Voor de vaststelling van die rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger.W., uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007, moet, bij gebrek aan verzoek en redenen tot afwijking ervan, het basisbedrag gehanteerd worden.

Vermits de waarde van de vorderingen, bepaald zoals voorzien in de artikelen 557 tot 562 en artikel 618 Ger.W. zich in de schijf van 60.000,01 tot 100.000,00 euro bevindt, is het basisbedrag van … euro toepasselijk.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF,**

recht doende op **tegenspraak**;

gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

gehoord in openbare terechtzitting de partijen in hun middelen en conclusies,

verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar wijst het af als ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis;

veroordeelt de appellant q.q. tot het betalen van de gerechtskosten van het hoger beroep, vastgesteld als volgt :

\- aan de kant van de appellant q.q. : *nihil*

\- aan de kant van de geïntimeerde :

• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **VIERENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN TWAALF**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D. M.**

***Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest ten uitvoer zullen leggen;***

***Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;***

***Ten blijke waarvan dit arrest is ondertekend en gezegeld met het zegel van het Hof. Voor eensluidende uitgifte in uitvoerbare vorm afgeleverd aan DE BELGISCHE STAAT.***

***Vrij van expeditie recht ingevolge art. 162, 4° en 280, 1° W. Reg.***

***De Griffier – hoofd van dienst,***

***B. C.***

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 4 voorkomens

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 4 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Regelmatige factuur, Winstmargeregeling, Bewijs, Bewijskracht, Tarief, Fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regelmatige-factuur-winstmargeregeling-bewijs-bewijskracht-hof-van-beroep-gent-2023-11-28-95ae) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-bewijslast-inbreuk-hof-van-beroep-brussel-2016-04-28-2c2d) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2008-03-18-4102) 4 gemeenschappelijke bepalingen
