Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 25.10.2002
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent - 17e Kamer
Nr. 1969/AR/50175
In de zaak van :
D. A., wonende te …, …,
appellant,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door Mr. V. K. loco Mr. H. P., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het BTW Ontvangkantoor te Brugge, G.Vincke-Dujardinstraat 4 te 8000 BRUGGE,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door Mr. V. D. P. J., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies en de stukken werden ingezien.
BEOORDELING
I. Over de onontvankelijkheid van het hoger beroep
1. De tussen partijen gerezen betwisting nam een aanvang toen de Ontvanger van de BTW te Brugge op 5.04.1990 een dwangbevel uitschreef tegen huidige appellant, Dhr. A. D., als BTWbelastingplichtige (zie stuk 7 geïntimeerde). Dwangbevel dat geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard op 14.05.1990.
2. Het verzet van Dhr. A. D. tegen voormeld dwangbevel werd door de eerste rechter - rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vijfde kamer - als ongegrond afgewezen bij vonnis van 8.03.1993.
3. Onder verwijzing naar voormeld vonnis dd. 8.03.1993 waarbij het verzet tegen het dwangbevel werd afgewezen, heeft de Ontvanger van BTW te Brugge op 7.07.1993 bij toepassing van het toentertijd toepasselijke artikel 92, lid 2 W.BTW Dhr. A. D. aangetekend verzocht tot consignatie over te gaan van de verschuldigde belastingen. Een overzichtelijke afrekening nopens het verschuldigde bedrag van … BEF was in het verzoek verwerkt (zie stuk 11 geïntimeerde).
4. Artikel 92, lid 2 W.BTW is formeel en duidelijk nopens de te volgen houding en na te leven verplichtingen van de belastingschuldige :
"Wanneer het verzet tegen het dwangbevel is afgewezen kan tegen de rechterlijke beslissing niet op geldige wijze enig rechtsmiddel worden aangewend indien het bedrag van de verschuldigde sommen niet in consignatie is gegeven binnen twee maanden na het verzoek dat de bevoegde ambtenaar bij aangetekende brief tot de belastingschuldige richt."
Feit is, dat Dhr. A. D. aan dit verzoek tot consignatie van de bevoegde ambtenaar geen gevolg heeft gegeven binnen de wettelijk voorziene vaste termijn (zie ook stuk 12 geïntimeerde, aangetekende aanmaning dd. 1.12.1993 vanwege de Ontvanger "U te vragen mij de copie van het bewijs van storting aan de depositokas toe te sturen... ").
De raadsman van Dhr. A. D. kon niet anders dan er ridderlijk voor uitkomen bij brief van 10.12.1993, namelijk "Er werd geen storting gedaan in de consignatiekas zodat ook geen bewijs ervan kan worden overgemaakt... " ( zie stuk 13 geïntimeerde).
5. Bij toepassing van voormeld artikel 92, lid 2 W.BTW moet het Hof terzake beslissen dat Dhr. A. D. die het bedrag van … BEF niet consigneerde binnen de vaste voorziene termijn, niet op geldige wijze enig rechtsmiddel kon aanwenden tegen het eerste vonnis.
6. Het door de huidige appellant ingesteld hoger beroep bij verzoekschrift van 14.06.1993 tegen het beroepen vonnis van 8.03.1993 dient derhalve onontvankelijk verklaard.
7. Wat voorafgaat kan niet worden weggewerkt noch afgezwakt door een achteraf en laattijdig voorgehouden "overmacht", trouwens niet eens op een aanvaardbare wijze bewezen.
II. Gerechtskosten
De appellant die het rechtsmiddel foutief aanwendde, dient veroordeeld tot de gerechtskosten in hoger beroep. Aan de zijde van de geïntimeerde te begroten op de rechtsplegingsvergoeding van … EUR. Aan de zijde van de appellant niet verder te begroten vermits ze ten zijnen laste blijven.
Beschikkend gedeelte
OP DEZE GRONDEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Alle meeromvattende en/of andersluidende conclusies en/of grieven verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond.
Verklaart het hoger beroep onontvankelijk.
Veroordeelt de appellant tot de gerechtskosten zoals hierboven (supra II) beslist.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de ZEVENTIENDE burgerlijke kamer van het Hof van beroep te Gent, op VIJFENTWINTIG OKTOBER TWEEDUIZEND EN TWEE.
Aanwezig de heren :
J. B., Kamervoorzitter,
M. V., griffier.
M. V. J. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.