---
title: "Vervolging, geding · Hof van beroep te Gent, 23 mei 2001"
description: "Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Hof van beroep te Gent (België), 23 mei 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-gent-2001-05-23-1bd8"
lang: "nl"
---

# Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

23 mei 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 23.05.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**HOF VAN BEROEP GENT - 13e Kamer**

## 1998/AR/2516 - In de zaak van :

**H. Y.**, bakker, wonende te …, …,

**appellant,**

hebbende als raadsman Mr. **S. J.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, MINISTERIE VAN FINANCIEN, administratie van de BTW, op vervolging en benaarstiging van de hoofdcontroleur BTW Brugge 2de BTW-controle, te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

**geïntimeerde,**

hebbende als raadsman Mr. **V. D. P. J.**, advocaat te …, …

Velt het Hof het volgend arrest :

Bij verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd op 25 november 1998 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op 12 januari 1998 uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, eerste kamer.

Er wordt geen bewijs van betekening van dit vonnis voorgelegd.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

## De feiten :

De appellant was bakker.

Tijdens een gerechtelijk strafonderzoek bij de N.V. **N. M. van G. en B.** (regelmatig leverancier van de appellant) werd in de boekhouding een code aangetroffen naast de naam van de appellant en deze code zou (volgens de verklaringen afgelegd tijdens dit onderzoek) er op wijzen dat de appellant leveringen had ontvangen waarvoor geen factuur werd opgesteld.

Op 22 mei 1990 werd aan de appellant een correctieopgave toegestuurd inzake de BTW. Er werd betaling gevorderd van … fr. BTW en … fr. boeten, dit voor de periode gaande van 1 januari 1985 tot en met 31 december 1988.

Op 7 oktober 1991 werd hem een bericht toegestuurd waarbij betaling werd gevorderd van … fr. Dit bericht steunde op een "akkoord van 13 augustus 1991".

De raadsman van de appellant liet weten (brief d.d. 7 november 1991) dat hij geen kennis had van een akkoord en daarop werd geantwoord dat het akkoord werd ondertekend door de gevolmachtigde.

Bij brief d.d. 9 december 1991 stelde de raadsman dat de appellant niet akkoord was omdat de ondertekenaar van het akkoord geen bevoegdheid had om een correctieopgave voor akkoord te ondertekenen, dat de appellant enkel akkoord was met welbepaalde punten en dat hij, om het verder lopen van interest te vermijden, zou betalen onder voorbehoud en zonder nadelige bekentenis.

## De vordering :

Bij dagvaarding d.d. 3 januari 1992 vorderde de appellant de terugbetaling van een bedrag van … fr. BTW in hoofdsom, … fr. boeten en … fr. nalatigheidinteresten. Hij stelde dat deze bedragen door de administratie ten onrechte gevorderd waren op grond van een akkoord dat werd ondertekend door zijn boekhouder en dat enkel werd betaald onder voorbehoud en zonder nadelige bekentenis. Hij beweerde dat de boekhouder de perken van zijn mandaat van lasthebber te buiten gegaan was omdat het mandaat werd gesteld in algemene bewoordingen zodat de lasthebber geen daden van beschikking (zoals een dading) mocht afsluiten. Subsidiair voerde de appellant aan dat het akkoord was aangetast door dwaling en derhalve nietig.

De appellant riep ook in dat de vordering inzake het jaar 1985 tot en met het tweede kwartaal 1986 verjaard was en dat er geen bewijzen werden aangetroffen van leveringen zonder factuur.

De administratie hield voor dat zij alle redenen had om aan te nemen dat de boekhouder gemachtigd was om een bindend akkoord af te sluiten omdat hij reeds geruime tijd de aangiften indiende voor de appellant en hij ook reeds eerder een regularisatieopgave ondertekende, welke niet werd betwist. Zij stelde dat uit [art. 84, tweede lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) voortvloeit dat dadingen moeten beperkt blijven tot het definitief beslechten van louter feitelijke vraagstukken en dat het akkoord met betrekking tot de niet-gefactureerde hoeveelheid bloem derhalve bindend en onherroepelijk was voor de beide partijen.

## Het bestreden vonnis :

Door de eerste rechter werd geoordeeld :

1\. dat de volmacht dient beschouwd te worden als een bijzonder mandaat omdat ze geen betrekking heeft op alle zaken van de lasthebber, maar enkel op handelingen met de fiscus; dat de volmacht uitdrukkelijk bepaalde dat de volmachthebber 'bindend' kon antwoorden op vragen van de fiscus en dat ook niet betwist werd dat de volmachthebber reeds eerder - en zonder opmerkingen vanwege de appellant - een regularisatieopgave had aanvaard; dat dit alles bewees dat een mandaat werd gegeven om overeenkomsten af te sluiten, zodat de appellant gebonden was door het akkoord;

2\. dat de overeenkomst een 'dading' was in de zin van art. 84; tweede lid BTW - wetboek, en geen dading in de zin van art. 2044 BW omdat de fiscus geen vrijstelling of vermindering van belasting kon verlenen en .de fiscale wet van openbare orde is; dat de overeenkomst enkel sloeg op feitenkwesties en ze bindend was tenzij de appellant kon aantonen dat het fiscaal akkoord zou aangetast zijn door een wilsgebrek (bedrog of dwaling); dat geen dwaling was bewezen omdat de administratie steunde op gegevens van een strafdossier waarvan zij op een regelmatige wijze kennis had genomen en waarvan zij ook de stukken mocht gebruiken tegenover derden;

3\. dat de verjaring geen verschoonbare dwaling was omdat de appellant werd vertegenwoordigd door een accountant die op de hoogte was van de regels van de verjaring in het belastingrecht, zodat de ingeroepen dwaling niet bewezen was;

4\. dat de belastingplichtige evenwel niet kan instemmen met een onwettige belasting en de belastingen steeds moeten gevestigd worden conform de wet, zodat de appellant gerechtigd was op de terugbetaling van de belastingen en de boeten welke verjaard waren op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst; dat de administratie akkoord was met betrekking tot 1986 (wat zou leiden tot een terugbetaling van … fr.), maar dat voor 1985 de verjaring geldig werd gestuit overeenkomstig [art. 85, § 2, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85).

Op grond van deze overwegingen werd de terugbetaling bevolen van … fr. en werd de vordering afgewezen voor het overige.

## Het hoger beroep :

In de beroepsakte wordt enkel ingeroepen dat een akkoordverklaring een daad van beschikking is, en dat de lastgeving werd opgesteld in algemene bewoordingen zodat ze alleen kan betrekking hebben op daden van beheer. De appellant meent dat het vonnis een tegenstrijdigheid bevat waar het enerzijds vaststelt dat het een bijzonder mandaat betreft omdat het enkel betrekking heeft op fiscale aangelegenheden en waar het anderzijds stelt dat het is opgesteld in algemene bewoordingen. Hij meent dat het mandaat slechts kan slaan op daden van beschikking wanneer er geen twijfel kan bestaan over de omvang van de gegeven opdracht.

Daar het akkoord om deze reden niet tegenstelbaar en niet bewijskrachtig wordt geacht, moet (aldus de appellant) de administratie de heffing bewijzen door objectieve gegevens.

In conclusies wordt nog gesteld dat het feit dat niet werd gereageerd op eerdere bevoegdheidsoverschrijdingen door de volmachthebber, geen gevolgen kan hebben voor toekomstige overschrijdingen doch enkel moet gezien worden als een (regelmatige) stilzwijgende bekrachtiging door de opdrachtgever, wat de aard van de gegeven opdracht niet kan uitbreiden.

Op de opmerking van de administratie dat haar rechten van verdediging zouden geschonden zijn doordat thans bewijzen gevraagd worden, antwoordt de appellant dat hij reeds bij brief d.d. 7 november 1995 liet weten dat hij het akkoord ongeldig achtte, zodat de administratie dan nog steeds alle nuttige objectieve gegevens had kunnen aanvoeren.

En tenslotte verwijst de appellant naar rechtspraak inzake de omvang van een gegeven opdracht.

De administratie wijst erop dat de appellant volmacht had gegeven om 'bindend' te antwoorden, dat de volmachthebber zich schriftelijk akkoord had verklaard in verband met zwarte aankopen in de periode van 1982 tot en met 1987, dat de kohieren omtrent deze periode uitvoerbaar werden verklaard op .17 juli 1991 en dat de appellant dienaangaande geen bevoegdheidsoverschrijding heeft ingeroepen en hij kennelijk de accountant ook niet heeft gewezen op het feit dat hij zijn mandaat te buiten gegaan was. Daaruit leidt zij af dat niet kan getwijfeld worden aan het bestaan van een volmacht om een akkoord te ……….. volmachthebber reeds op 18 maart 1987 …….

Verder stelt zij dat het akkoord, bindend ….. ingevolge het akkoord geen bijkomende bewijskrachtige elementen….. verzameld. Zij meent dat haar rechten van verdediging worden geschonden omdat thans bijkomende objectieve elementen worden gevraagd.

Ook de administratie verwijst naar rechtspraak inzake de interpretatie van een volmacht.

En tenslotte stelt de administratie nog dat in de boekhouding van de N.V. **N. M.** een code werd aangetroffen naast de naam van de appellant, en dat de verklaringen van de verantwoordelijken en van het personeel van deze N.V. duidelijk aantoonden dat een fraudesysteem bestond zodat diende aangenomen te worden dat de appellant zwarte leveringen had ontvangen. Zij wijst er op dat de appellant geen klacht neerlegde tegen de N.V. en dat een eenvoudige ontkenning geen tegenbewijs kan vormen.

De administratie vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis.

## Beoordeling :

De volmacht van de appellant luidt als volgt :

> *"Lastgever geeft hierbij uitdrukkelijk volmacht aan lasthebber, die zijn mandaat aanneemt, om ter gelegenheid van :*
>
> \- *vragen om inlichtingen, berichten van wijziging van aangifte, berichten van aanslag van ambtswege, fiskale controles*
>
> \- *zakelijke geschillen, verzoekschriften en briefwisseling, voornoemde 'lastgever' te vertegenwoordigen en te verdedigen*
>
> \- *voorlegging te doen van alle gevraagde stukken*
>
> \- *bindend te antwoorden op alle mondelinge en schriftelijke vragen"*.

De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat deze volmacht moet aangezien worden als een bijzondere volmacht omdat ze enkel betrekking heeft op fiscale aangelegenheden. Het feit dat de bewoordingen vrij algemeen zijn en slaan op alle mogelijke verrichtingen in verband met fiscale aangelegenheden, doet daaraan niet af. Bovendien is in de opdracht uitdrukkelijk voorzien dat de volmachthebber de opdrachtgever kan 'binden' door zijn antwoord op de mondelinge en schriftelijke vragen van de administratie en wordt niet ontkend dat de opdrachthebber reeds eerder (niet betwiste) fiscale akkoorden heeft af gesloten namens de opdrachtgever.

Dit alles dwingt de overtuiging af dat niet kan getwijfeld worden aan de wil van de lastgever om het sluiten van fiscale akkoorden op te dragen aan zijn lasthebber, te dezen zijn accountant. Het akkoord van de volmachthebber is dan ook geldig (vergelijk Cass. 13 april 1984, R.W. 1984-85, 1495).

Het bestreden vonnis moet derhalve bevestigd worden.

### Beschikkend gedeelte

Op deze gronden, het Hof,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het ongegrond en bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis.

Veroordeelt de appellant tot de kosten van de aanleg in zijnen hoofde niet te begroten gezien ze eigen blijven en in hoofde van de geïntimeerde begroot op … fr. rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **DERTIENDE KAMER** rechtsprekende in burgerlijke zaken, heden **23 MEI TWEEDUIZEND EN EEN**, door :

alleenrechtsprekend Kamervoorzitter **L. G.**,

bijgestaan door griffier **C. S.**.

**S.** **G.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingschuld, Inning, Opneming in een innings- en invorderingsregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingschuld-inning-opneming-in-innings-grondwettelijk-hof-brussel-2024-11-28-0d4d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-Schuld, Gebouw, Terrein, gebouwd onroerend goed](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-schuld-gebouw-terrein-gebouwd-rechtbank-2025-12-15-34eb) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsbericht, Vermelding van de beroepsmogelijkheden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsbericht-vermelding-beroepsmogelijkheden-rechtbank-brussel-2025-01-08-383f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kennisgeving van bijzondere rekeningen, Uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kennisgeving-bijzondere-rekeningen-uitdrukkelijke-motivering-rechtbank-2025-06-30-f6bb) 2 gemeenschappelijke bepalingen
