Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Gent 22 september 1998

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-gent-1998-09-22-9bf1

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Gent
Datum
22 september 1998

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

48 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 22.09.1998

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

HOF VAN BEROEP TE GENT 26e KAMER - TERECHTZITTING VAN 22-09-1998

Belastingen-BTW

Hoger beroep onontvankelijk

BURGERLIJK

In de zaak nr. 1995/RK/0151 van :

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, op vervolging van de heer Ontvanger van het BTW-kantoor te Roeselare, met kantoren te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30;

appellant,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door Meester I. V., advocaat te .., loco Meester M. P., advocaat te …, …;

tegen :

K. C., thans huisvrouw, voorheen frituuruitbaatster, thans wonende te …, …;

geïntimeerde,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door Meester A. L., advocaat te …, …;

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder de bestreden beschikking in kort geding verleend door de heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk op 8 december 1994, waarvan geen akte van betekening voorligt en waartegen tijdig en geldig naar de vorm hoger beroep werd ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 6 april 1995;

Het Hof heeft in de openbare terechtzitting van 30 juni 1998 partijen gehoord in hun middelen en conclusies;

Overwegende dat de oorspronkelijke vordering uitging van de Belgische Staat die in toepassing van artikel 92, 1° lid BTW­wetboek op 16 december 1993 huidige geïntimeerde heeft gedagvaard in veroordeling tot betaling van een provisioneel bedrag begroot op … BEF voor een saldo van BTW-rechten voor de periode 31/10/92 tot 31/01/93, meer boete en renten;

Oorspronkelijke verweerster, huidige geïntimeerde mevrouw C. was voorheen frituuruitbaatster, inmiddels huisvrouw sinds de stopzetting van haar zelfstandige activiteit op 6 februari 1993;

De oorspronkelijke dagvaarding in kort geding was als volgt gemotiveerd :

"Gezien op 24.8.1993 door de heer Ontvanger der BTW te ROESELARE een dwangbevel uitgevaardigd werd dat op 25.8.1993 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd;

Gezien dit dwangbevel op 9.9.1993 aan gedaagde betekend werd;

Gezien door gedaagde bij dagvaarding d.d. 22.10.1993 verzet werd aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, waar de zaak op 8.11.1993 bij de 2e kamer ingeleid werd onder rolnummer … en naar de bijzondere rol verstuurd werd;

Gezien verzoeker echter in kortgeding de veroordeling van gedaagde vraagt tot een provisioneel bedrag van … F in toepassing van artikel 92, 1° lid BTW-wetboek;

Gezien deze vordering gesteund is op volgende overwegingen :

- In haar dagvaarding ten gronde betwist gedaagde in feite haar schuld niet. De vordering betwisten zou ook moeilijk kunnen vermits deze gesteund is op haar eigen ingediende BTW-aangiften ...

Mevrouw C. haalt wel betalingen aan maar deze werden in rekening gebracht.

Voor de rest worden afkortingen gevraagd, wat niet tot de bevoegdheid van de rechtbank behoort in fiscale zaken.

- De bedoeling van huidige gedaagde is dus enkel uitstel van betaling te bekomen en zonder een provisionele veroordeling kan zij daarin slagen gelet op de procedure voor de rechtbank van eerste aanleg.

- Gedaagde was frituuruitbaatster wat betekent dat zij de BTW contant van de cliënten heeft ontvangen en niet doorstort aan de Belgische Staat.

- Gedaagde heeft ondertussen haar activiteiten stopgezet zodat ook vragen kunnen gesteld worden in verband met haar solvabiliteit."

0verwegende dat inmiddels vaststaat dat op 1 februari 1995 ingevolge afbetalingen door geïntimeerde verricht en ingevolge compensatie met een tegoed van geïntimeerde bij de directe belastingen, de integrale BTW-schuld inclusief kosten, intresten en boeten door geïntimeerde werd voldaan; deze vaststelling overigens niet tegengesproken zijnde in de conclusies van appellante neergelegd op 19.09.96, de aanvullende beroepsbesluiten neergelegd op 16.06.97 en de tweede aanvullende beroepsbesluiten neergelegd door appellante op 20.08.97;

Dat er aldus mag van uitgegaan worden dat op 1 februari 1995 alle door geïntimeerde verschuldigde bedragen volledig werden voldaan;

Overwegende dat zoals hierboven formeel aangehaald het verzoekschrift hoger beroep werd neergelegd op 6 april 1995;

Dat de laatstgenoemde datum in casu t.o.v. mevrouw C. geen belang meer had;

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

HET HOF, rechtdoende op tegenspraak en met inachtneming van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935,

Verklaart het hoger beroep onontvankelijk bij gebreke aan belang;

Veroordeelt appellante, de Belgische Staat, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, op vervolging van de heer Ontvanger van de BTW-Ontvangkantoor te Roeselare met kantoren aan de Rondekomstraat 30 te 8800 Roeselare, tot de kosten van het hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten belope van … BEF;

Geeft geïntimeerde akte van haar tegenvordering gesteld bij conclusie d.d. 16 juli 1996 en herhaald bij navolgende conclusies, verklaart deze tegenvordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond en veroordeelt appellante uit hoofde van tergend en roekeloos geding tot betaling aan geïntimeerde van een bedrag van … BEF;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zesentwintigste kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op tweeëntwintig september negentienhonderd achtennegentig.

Aanwezig de heren :

G. M., plaatsvervanend Raadsheer waarnemend Voorzitter;

B. V. D. D., plaatsvervangend Raadsheer;

H. H., plaatsvervangend Raadsheer;

P. D. M., Griffier.

P. D. M. H. H. B. V. D. D. G. M.