Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Antwerpen 2 november 2010

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-antwerpen-2010-11-02-35ad

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Antwerpen
Datum
2 november 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

44 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 02.11.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, zesde bis kamer, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen:

Inzake : 2009/AR/1102

V. D. K. W., in zijn hoedanigheid van vereffenaar S. EN ZONEN NV, ingeschreven in het kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer … en voorheen met maatschappelijke zetel te …, …, hiertoe aangesteld bij vonnis van de 5de kamer van de Rechtbank van koophandel te Antwerpen de dato 25 oktober 2006, met kantoren te 2018 ANTWERPEN, Bourlastraat 3 bus 6,

- appellant

- tegen het vonnis gewezen door de 4de F kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 10 december 2008

- vertegenwoordigd door Mr. A. K.-W., advocaat te …, …

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd .door de Minister van Financiën, met kantoren te Brussel, Wetstraat 12, in persoon van Eerstaanwezend Inspecteur van de Eerste BTW-Ontvangkantoor Antwerpen, waarvan burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4,

geïntimeerde

vertegenwoordigd door Mr. A. L., advocaat te …, …


Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 10 december 2008, waarvan geen betekening voorligt. (AR 08/599/A)

Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 17 april 2009, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld. (2009/AR/1102)

1. Voorafgaande feiten en procedure

Voorwerp van de betwisting.

De vordering strekt ertoe de BTW boete, t.b.v. … EUR kwijt te schelden, appellant te ontslaan van de ten onrechte betaalde BTW boete en de terugbetaling te bevelen van de door appellant reeds betaalde bedragen en/of door de FOD FINANCIEN ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten en de kosten van het geding.

2. Procedure voor de eerste rechter.

De eerste rechter heeft de vordering van appellant ontvankelijk doch ongegrond verklaard en hem veroordeeld tot de kosten.

De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde boete van 20 % in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.

3. Procedure voor het hof van beroep.

Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te hervormen en opnieuw recht sprekende het ingediende verzoek tot kwijtschelding integraal gegrond te verklaren.

De administratieve beslissing dd. 20 december 2007 te vernietigen en dienvolgens kwijtschelding te verlenen van de BTW boete. Appellant te ontslaan van de ten onrechte betaalde BTW boete en de terugbetaling te bevelen van de door appellant reeds betaalde bedragen en/of door geïntimeerde ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten.

5. Bespreking

Betreffende de ontvankelijkheid van het hoger beroep :

De wetgever stelt met artikel 92, tweede lid 2 W.BTW de toegang tot de rechter in hoger beroep afhankelijk van de consignatie van de sommen die krachtens het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg verschuldigd zijn.

Op 29 april 2009 heeft de met invordering belaste ambtenaar van het 1ste BTW ontvangkantoor van Antwerpen appellant door middel van een aangetekende brief verzocht om binnen de twee maanden het geheel van de nog verschuldigde bedragen die het voorwerp uitmaken van het huidige geding, zijnde … EUR te consigneren op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas. Op 20 oktober 2009 heeft deze kamer de vordering van appellant tot ongegrondverklaring van het verzoek tot consignatie ontvankelijk doch ongegrond verklaard.

Tot op heden heeft appellant de gevraagde sommen niet betaald en/of niet geconsigneerd en ook geen zakelijke of persoonlijke zekerheid gesteld; de termijn van :twee maanden, voorzien in art. 92 W.BTW is inmiddels ruim verstreken. Appellant heeft in conclusies ten gronde geen standpunt ingenomen.

Het hoger beroep is niet ontvankelijk.

6. De rechtsplegingsvergoeding

Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007.

Beide partijen hebben zich akkoord verklaard met een bedrag van … EUR;

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

HET HOF,

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Verwijst appellant in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van TWEE NOVEMBER TWEEDUIZEND EN TIEN

waar aanwezig waren :

M. D., alleenzetelend Raadsheer

F. H., Griffier

M. D. F. H.