---
title: "Vervoermiddel, belastbaarheid · Hof van beroep te Antwerpen, 18 oktober 2011"
description: "Vervoermiddel, belastbaarheid, werkingssfeer, intracommunautaire verwerving van goederen. Hof van beroep te Antwerpen (België), 18 oktober 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervoermiddel-belastbaarheid-werkingssfeer-hof-van-beroep-antwerpen-2011-10-18-5cf4"
lang: "nl"
---

# Vervoermiddel, belastbaarheid, werkingssfeer, intracommunautaire verwerving van goederen · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

18 oktober 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

74 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 18.10.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

**EINDARREST**

Zitting van : **18/10/2011**

In zake : **2010/AR/1560**

**E. K. T.**, wonende te …, …,

**appellant,**

tegen het vonnis gewezen op 11 maart 2010 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt,

vertegenwoordigd door Mr. **F. U.** loco Mr. **B. K.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

1\. ADMINISTRATIE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, Ea. Inspecteur 2de BTW-Ontvangkantoor, te 3500 HASSELT, Voorstraat 43 bus 47,

2\. BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Minister van Financiën, te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12,

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Mr. **M. O.** loco Mr. **R. F.**, advocaat te 3…, …;

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 11 maart 2010, dat op verzoek van de administratie werd betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot van 15 april 2010, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 14 mei 2010, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

## 1. Voorafgaande feiten en procedure

### *1.1. Voorwerp van de betwisting*

De betwisting betreft de BTW, boete en interesten die zouden verschuldigd zijn naar aanleiding van de intracommunautaire verwerving van een voertuig.

**T. E. K.** kocht op 2 juni 2006 een personenwagen BMW van **G. Y.**, die in Duitsland woont. Dit voertuig was voor het eerst in gebruik genomen op 12 januari 2006.

Op 6 juni 2006 bood de heer **E. K.** zich aan bij het douanekantoor te …, volgens hem om te informeren naar de te vervullen voorwaarden, volgens de administratie om deze voorwaarden effectief te vervullen. Volgens de administratie diende de heer **E. K.** voor deze intracommunautaire verwerving een bijzondere BTW-aangifte in te dienen en de BTW te voldoen, vermits het voertuig minder dan zes maanden oud was en derhalve als nieuw te beschouwen was voor de toepassing van de BTW.

De heer **E. K.** diende geen bijzondere aangifte in en betaalde de BTW niet, met als gevolg dat een proces-verbaal werd opgesteld, op 28 oktober 2008, gevolgd door een dwangbevel, dat samen met het proces­verbaal aan de heer **E. K.** werd betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot van 12 november 2008.

Op basis van dit exploot zouden de volgende bedragen verschuldigd zijn :

\- 7.350,00 EUR BTW;

\- 730,00 EUR als wettelijke boete;

\- de wettelijke interesten;

\- de moratoire interesten over de geldboete vanaf de betekening van het dwangbevel;

\- de vervolgingskosten.

### *1.2. Procedure voor de eerste rechter*

De heer **E. K.** heeft een vordering in rechte ingeleid bij verzoekschrift, neergelegd op 14 november 2008. Volgens hem had de administratie niet aangetoond dat er een intracommunautaire verwerving in België had plaatsgevonden en dat er dus BTW in België verschuldigd was.

De eerste rechter oordeelde in zijn vonnis van 11 maart 2010 dat een intracommunautaire verwerving vereist dat het recht om als eigenaar over het goed te beschikken wordt overgedragen en bovendien dat het goed wordt overgebracht van de ene EG-lidstaat naar een andere. Niet vereist is dat het goed ook volgens zijn bestemming wordt gebruikt in het land waarnaar het wordt overgebracht. De eerste rechter oordeelde dat uit de feiten bleek dat de heer **E. K.** het voertuig aankocht met de bedoeling het over te brengen naar België en dat hij dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

Zijn vordering werd dan ook afgewezen als ontvankelijk doch ongegrond en hij werd veroordeeld tot de kosten van het geding, begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 900,00 EUR.

### *1.4. Procedure voor het hof van beroep*

Voor het hof van beroep vordert de heer **E. K.**, thans appellant om zijn hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en om dienvolgens het betwiste dwangbevel te vernietigen. Hij vordert om de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde of betaalde sommen, verhoogd met de moratoriuminteresten en de gerechtelijke interesten en om de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, inclusief de bij de wet voorziene rechtsplegingsvergoeding. Hij vordert om het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, niettegenstaande de aanwending van enig rechtsmiddel.

Ter zitting van 19 september 2011 laat appellant acteren dat hij de rechtsplegingsvergoeding begroot op een bedrag van 990,00 EUR.

De Belgische Staat vordert om het hoger beroep af te wijzen en om het bestreden vonnis te bevestigen, met veroordeling van appellant tot de kosten van het geding, hetzij een rechtsplegingsvergoeding hoger beroep van 990,00 EUR.

## 2. Bespreking

Volgens appellant vond de aankoop in Nederland plaats en heeft hij het voertuig nooit in België als eigenaar gebruikt. Hij is naar Duitsland vertrokken om transitplaten te bekomen, met de bedoeling om het voertuig naar Marokko over te brengen.

Geïntimeerde stelt dat door de ambtenaren is vastgesteld dat het voertuig fysiek aanwezig was op het moment dat de heer **E. K.** zich aanbood in … en dat het dus wel degelijk overgebracht werd naar België. De BTW is dus wel verschuldigd.

Er wordt niet betwist dat het voertuig in kwestie een nieuw voertuig betrof (artikel 8bis, § 2, 2° W.BTW). Er bestaat evenmin betwisting over het feit dat de heer **E. K.** het voertuig aankocht van de heer **G.**, woonachtig in Duitsland. Het betrof, blijkens de koopovereenkomst een verwerving ten bezwarende titel, met name voor de prijs van 35.000,00 EUR.

Betwisting bestaat wel over de vraag of er met betrekking tot dit voertuig een intracommunautaire verwerving plaatsvond in België.

Voor de bepaling van de plaats van de intracommunautaire verwerving dient artikel 25quinquies W.BTW te worden toegepast.

Dit artikel luidt als volgt :

*"§ 1. Een intracommunautaire verwerving van goederen vindt in België plaats als de overeenkomstig de §§ 2 tot 4 aangemerkte plaats zich in België bevindt.*

*§ 2. Als plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen wordt aangemerkt de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.*

*§ 3. Onverminderd het bepaalde in § 2 wordt de plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen als bedoeld in artikel 25ter, § 1, evenwel geacht zich te bevinden op het grondgebied van de Lid-Staat die het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de afnemer deze verwerving heeft verricht, voor zover de afnemer niet aantoont dat de belasting op deze verwerving is geheven overeenkomstig § 2*

*Indien echter op de verwerving op grond van § 2 belasting wordt geheven in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of van het vervoer van de goederen, nadat de belasting erop is geheven op grond van het eerste lid, wordt de maatstaf van heffing dienovereenkomstig verlaagd in de Lid-Staat die het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de afnemer deze verwerving heeft verricht.*

*Voor de toepassing van het eerste lid wordt de intracommunautaire verwerving van goederen geacht overeenkomstig § 2 aan de belasting te zijn onderworpen wanneer :*

*1°* *de intracommunautaire verwerving van goederen is verricht in een andere Lid-Staat door een belastingplichtige die voor de BTW­doeleinden in België is geïdentificeerd;*

*2°* *de intracommunautaire verwerving van goederen wordt verricht met het oog op een volgende levering van deze goederen in die andere Lid-Staat door deze belastingplichtige;*

*3°* *de aldus door deze belastingplichtige verworven goederen worden rechtstreeks uit een andere Lid-Staat dan België verzonden of vervoerd naar degene voor wie hij de volgende levering verricht;*

*4°* *degene voor wie de volgende levering is bestemd, is een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in de Lid-Staat van bestemming;*

*5°* *degene voor wie de volgende levering is bestemd, is door de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige aangewezen als tot voldoening van de belasting gehouden persoon uit hoofde van de levering die is verricht door deze belastingplichtige;*

*6°* *de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige heeft, voor de levering die hij verricht onder de hierboven vermelde voorwaarden, naast de verplichting bepaald in 5° hierboven, de aangifteverplichtingen bedoeld in artikel 53sexies, § 1, 2°, nageleefd.*

*§ 4. Wanneer door een niet-belastingplichtige rechtspersoon verworven goederen uit een derdelands gebied worden verzonden of vervoerd en door deze niet-belastingplichtige rechtspersoon worden ingevoerd in een andere Lid-Staat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer, worden de goederen geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit de Lid-Staat van invoer van de goederen en wordt de plaats van deze intracommunautaire verwerving bepaald overeenkomstig bovenstaande §§ 2 en 3.*

*§ 5. Behoudens tegenbewijs, wordt de intracommunautaire verwerving van een goed geacht in België plaats te vinden wanneer de afnemer zijn intracommunautaire verwerving onder een ter uitvoering van artikel 50, § 1, toegekend BTW-identificatienummer heeft verricht of wanneer hij, op het tijdstip van de verwerving, in België een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats. "*

Vermits de heer **E. K.** een natuurlijk persoon is die niet voor de BTW is geregistreerd, dienen de derde en de vierde paragraaf van artikel 25quinquies W.BTW hier verder buiten beschouwing te worden gelaten.

De belastingplichtige beweert dat Nederland dient te worden beschouwd als plaats van de intracommunautaire verwerving, vermits het voertuig vanuit Duitsland naar Nederland zou zijn gebracht, waar de heer **E. K.** het zou aangekocht hebben van **Y. G.** die in Duitsland woont. De heer **E. K.** maakt deze bewering evenwel niet hard. Uit geen enkel gegeven blijkt dat het voertuig in Nederland zou zijn gestald.

Bovendien moet hier toepassing gemaakt worden van de vangnetbepaling van artikel 25quinquies, § 5 W.BTW. Behoudens tegenbewijs, wordt de intracommunautaire verwerving van het voertuig aldus geacht in België te hebben plaatsgevonden vermits de heer **E. K.**, als afnemer van het voertuig in België een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats. Er wordt immers niet betwist dat de heer **E. K.** in die tijd woonde in As (België), zoals hij zelf verklaarde aan de ambtenaren naar aanleiding van zijn verhoor op 21 augustus 2006.

Ten overvloede kan erop gewezen worden dat de heer **E. K.** bij voormeld verhoor van 21 augustus 2006 tot tweemaal toe stelde dat hij zich begin juni met de betrokken wagen aanbood bij de douane te …. Blijkbaar was dit voertuig ook aanwezig naar aanleiding van het verhoor op 21 augustus 2006, dat in zijn woning plaatsvond, vermits hij verklaarde dat de ambtenaren zelf hebben kunnen zien dat er op dat moment 29.059 km op de teller van de BMW stonden. Ook naar aanleiding van het verhoor op 23 augustus 2008 geeft hij toe dat hij met de wagen heeft rondgereden in België. Hij verklaarde namelijk dat hij het voertuig tot die tijd in Nederland zou hebben gelaten indien hij had geweten dat de wagen zes maanden oud moest zijn. Hoewel hij telkens weer verklaarde dat het niet zijn bedoeling was om de wagen te houden, verklaarde hij op 14 november 2006 wel dat hij met de wagen 20.000 km heeft gereden. Uit al deze gegevens blijkt derhalve dat hij het voertuig in België heeft gebruikt en daarover heeft beschikt als eigenaar.

De heer **E. K.** toont niet aan dat hij de BTW heeft voldaan in Nederland of in een ander land, zodat hij het vermoeden van artikel 25quinquies, § 5 W.BTW niet heeft weerlegd.

Gelet op het voorgaande oordeelt het hof dat de eerste rechter terecht heeft geoordeeld dat het voertuig BMW het voorwerp heeft uitgemaakt van een intracommunautaire verwerving in België en dat de Belgische BTW hierop verschuldigd is.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt **T. E. K.** tot de kosten van het geding, begroot op een rechtsplegingsvergoeding hoger beroep van 990,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **ACHTTIEN OKTOBER TWEEDUIZENDENELF**,

waar aanwezig waren :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**S. B.** en **M. G.**, Raadsheren;

**A. V. L.**, Griffier.

**A. V. L.** **M. G.** **S. B.** **D. W.**
