---
title: "26 juni 2025 · Verlegging van de heffing, Toepassingsvoorwaarden · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Verlegging van de heffing, Toepassingsvoorwaarden, Bewijslast, Proportionele geldboeten van 200%. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 26 juni 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlegging-heffing-toepassingsvoorwaarden-bewijslast-rechtbank-brussel-2025-06-26-5c59"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Verlegging van de heffing, Toepassingsvoorwaarden, Bewijslast · Belasting over de toegevoegde waarde – Verlegging van de heffing – Toepassingsvoorwaarden – Bewijslast – Proportionele geldboeten van 200% - Intentie om de belasting te ontduiken – Evenredigheidstoets – Toetsing met volle rechtsmacht – Gebrek aan bevoegdheid om de geldboeten te verminderen

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

26 juni 2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

167 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 26.06.2025

FINALITI 1966550801 WF 701-15-22043387

\[ Gunstig vonnis voor de Belgische Staat \]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Verlegging van de heffing – Toepassingsvoorwaarden – Bewijslast*

*Belasting over de toegevoegde waarde – Proportionele geldboeten van 200% - Intentie om de belasting te ontduiken – Evenredigheidstoets – Toetsing met volle rechtsmacht – Gebrek aan bevoegdheid om de geldboeten te verminderen*

## Samenvatting van het vonnis

Verzoekster is geïdentificeerd voor btw-doeleinden voor haar activiteiten van algemene elektrotechnische installatiewerken, elektrotechnische installatiewerken van nijverheidsinrichtingen, installatie van verwarming, klimaatregeling en ventilatie aangedreven door elektriciteit, overige bouwinstallatie, draad gebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet en activiteiten op het gebied van computerconsultancy en beheer van computerfaciliteiten.

Zij werd onderworpen aan een btw-controle, waarbij meerdere inbreuken werden vastgesteld: niet-ingeschreven facturen (correctie van het omzetcijfer), een te lage belastbare grondslag voor de verkoop van twee voertuigen, een foutieve toepassing van de verleggingsregeling, laattijdige betaling van verschuldigde btw en het niet voorleggen van wettelijk vereiste boeken en documenten.

Na de afwijzing van haar administratief beroep diende verzoekster een tegensprekelijk verzoekschrift in bij de rechtbank.

Voor de rechtbank voert verzoekster partij aan:

\- De depressieve toestand van haar voormalige boekhouder als rechtvaardiging voor haar ontstentenis van kwade trouw;

\- De correcte toepassing van het verleggingsregeling.

De rechtbank stelt vast dat enkel de inbreuk met betrekking tot het verleggingsregeling en de geldboeten tegen het tarief van 200% door verzoekster worden betwist.

De verleggingsregeling (of medecontractantenregeling) laat de dienstverrichter toe om zijn prestaties aan te rekenen met 0% btw aan de afnemer van de dienst, die dan de schuldenaar van de btw wordt. Het betreft een verlegging van de heffing van de belasting. De handelingen die onder deze regeling vallen, zijn opgesomd in [artikel 20, § 2 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d). Het gaat om alle werken in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19).

De factuur moet elementen bevatten die aantonen dat de uitgevoerde handelingen binnen het toepassingsgebied van het verleggingsregeling vallen. Deze verplichting wordt verklaard doordat de verleggingsregeling een afwijking vormt op de algemene regel die een btw-tarief van 21% oplegt. Bijgevolg is moet degene die zich op deze regeling beroept de toepassing ervan rechtvaardigen.

De verleggingsregeling moet om twee redenen worden geweigerd:

\- de regeling werd toegepast op facturen die uitsluitend leveringen van goederen betreffen, en niet op diensten;

\- de regeling werd toegepast op facturen waarvoor het niet mogelijk is te bepalen welke werken werden uitgevoerd.

Aangezien het om een afwijkende regeling gaat, is het aan verzoekster om te bewijzen dat aan de toepassingsvoorwaarden van de verleggingsregeling is voldaan.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster faalt in de bewijslast die op haar rust:

\- Wat betreft de eerste reeks facturen: het gaat op de facturen om leveringen van goederen zonder enige verwijzing naar diensten. Bovendien is er geen verband met de door de verzoekster voorgelegde offertes. Derhalve is het niet mogelijk is om met zekerheid de offerte aan de factuur te koppelen;

\- Wat betreft de tweede reeks facturen: deze vermelden “diensten” met een verwijzing naar een maand of een project, zonder verdere verduidelijking. Het is onmogelijk te bepalen of het daadwerkelijk om onroerende werken gaat zoals vereist door [artikel 20, § 2 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d). De facturen zijn niet gedetailleerd en verwijzen niet naar de offertes van verzoekster, zodat het ook hier niet mogelijk is om met zekerheid de offerte aan de factuur te koppelen.

De verleggingsregeling werd dan ook terecht geweigerd en het middel is ongegrond.

\- Wat betreft de geldboeten:

Deze werden opgelegd aan het tarief van 200% op grond van [artikel 70 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70). Deze geldboeten worden opgelopen door het enkel feit van de inbreuk tegen de btw-wetgeving, ongeacht de goede of kwade trouw van de overtreder. De schaal voor vermindering van geldboeten voorzien in koninklijk besluit nr. 41 is niet van toepassing in geval van een inbreuk die werd gepleegd met de bedoeling belasting te ontduiken of de belastingontduiking mogelijk te maken.

De frauduleuze intentie werd weerhouden op basis van de volgende elementen:

\- Het niet aangeven van verkoopfacturen kan niet als een eenvoudige vergissing worden beschouwd, maar toont een wil aan om de geïnde btw te behouden in plaats van deze door te storten aan de Staat;

\- De toepassing van de verleggingsregeling op leveringen van goederen kan evenmin als een vergissing worden beschouwd, maar wijst op de wil om geen btw aan te rekenen;

\- Het herhaald karakter van de frauduleuze handelingen.

Verzoekster beroept zich op de depressieve toestand van haar voormalige boekhouder om het slechte beheer van haar fiscaal dossier en het ontbreken van kwade trouw in haar hoofde aan te tonen. Nochtans beschikt belastingplichtige over volledige vrijheid in de keuze van haar boekhouder en draagt zij de gevolgen van die keuze.

Het tarief van 200% is dan ook gerechtvaardigd, aangezien de frauduleuze intentie moet worden weerhouden.

In onderhavig geval, heeft een proportionele geldboete van 200% een repressief en ontradend karakter en is zij dus van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 6 van het EVRM. De rechtbank beschikt over volle rechtsmacht met betrekking tot fiscale geldboeten van strafrechtelijke aard. Deze volle rechtsmacht verplicht de rechtbank, volgens het Hof van Cassatie, om de sanctie te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, met uitsluiting van subjectieve overwegingen of loutere redenen van opportuniteit. In dit geval lijkt een geldboete van 200% niet onevenredig gelet op de hierboven uiteengezette omstandigheden en omdat er duidelijk sprake is van frauduleuze intentie.

Opmerkingen

Tegenpartij heeft beroep aangetekend.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

Dit vonnis wordt enkel gepubliceerd in de originele taal.

**Jugement du tribunal de première instance francophone de Bruxelles du 26.06.2025**

**(23/2696/A)**

**EN CAUSE DE** **:**

**X.,** inscrite à la B.C.E. sous le n°…, dont le siège social est établi à 1070 Anderlecht, boulevard Industriel, 9,

partie demanderesse,

représentée par **Me M.I. loco Me H.V.,** avocat dont le cabinet est établi à …

**CONTRE** **:**

**L'Etat belge,** Service Public Fédéral Finances, rue de la Loi, 12, 1000 Bruxelles, représenté par Monsieur le Ministre des Finances, poursuites et diligences du Conseiller général — Directeur du Centre PME de Bruxelles I, dont les bureaux sont établis a 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin botanique, 50, boite 3404 et inscrit à la B.C.E. sous le n°0308.357.159,

partie défenderesse,

comparaissant en personne a l’intervention de **Mme S.B.,** attachée

---

En cette cause, tenue en délibéré le 5 juin 2025, le tribunal prononce le jugement suivant.

Vu les pièces de la procédure, et notamment :

 la requête contradictoire déposée au greffe du tribunal de céans le 26 mai 2023 ;

 l'ordonnance rendue le 1 er septembre 2023 en application de l’article 747 § 1er du Code judiciaire ;

 les conclusions déposées par la partie demanderesse le 14 mars 2024 ;

 les conclusions de synthèse déposées par la partie défenderesse le 2 décembre 2024.

Entendu le conseil de la partie demanderesse et l'Etat belge en leurs dires et moyens a l’audience publique du 5 juin 2025 ;

## I. Objet du litige

**1.-**

Le litige a trait à une dette TVA à charge de la partie demanderesse, reprise dans le procès-verbal de régularisation du 21 avril 2022 et dans un avis de perception, portant sur la période du 1 er janvier 2019 au 30 septembre 2021 et sur les montants suivants :

\- TVA : 60.391,47€ ;

 Amendes proportionnelles : 120.782,94€ ;

 Amende fixe : 1.000€ ;

 Interets intercalaires : 507,37€.

**2.-**

La partie demanderesse sollicite de déclarer l’action recevable et fondée et en conséquence de mettre à néant le procès-verbal de régularisation et I ‘avis de réception décerne et de condamner l'Etat belge aux entiers dépens de l’instance.

**3.-**

La partie défenderesse conclut au non-fondement de la demande.

## II. Recevabilité

**4.-**

La demande, introduite dans les formes et le délai prévus par la loi, est déclarée recevable, ce qui ne fait pas l’objet de contestation entre les parties.

## III. Faits

**5.-**

La partie demanderesse est inscrite à la Banque Carrefour des Entreprises et assujettie à Ia TVA pour son activité déclarée de travaux d'installation électrique de bâtiment, travaux d'installation électronique autres que bâtiment, installation de chauffage, ventilation et conditionnement d'air, autres travaux d'installation n.c.a., télécommunication sans fil et en conseil informatique.

**6.-**

Le 21 avril 2022, à la suite d'un contrôle en matière TVA, un procès-verbal de régularisation est dressé relatif à la période du 1 er janvier 2019 au 30 septembre 2021, constatant cinq infractions :

 rectification du chiffre d'affaires pour cause de factures non inscrites :

•TVA : 16.599,78€ ;

•Amendes : 200%;

 base d'imposition inferieure a la valeur normale pour la vente de deux vehicules .

•TVA : 1.414,47€ ;

•Amendes : 200%;

 application incorrecte du regime de I'autoliquidation :

•TVA : 42.377,22€ ;

•Amendes : 200%;

 paiement tardif de Ia TVA due :

•Interets intercalaires : 507,35€ ;

 absence de communication des livres et/ou autres documents tenus a l’obligation de conservation :

•Amende non proportionnelle : 1.000€.

Le 17 juillet 2022, une réclamation administrative est introduite, la partie demanderesse contestant les régularisations. Le 11 mai 2023, la décision directoriale rejetant l’ensemble des arguments est rendue.

## IV. Discussion

### 7. Exposé du litige

La partie demanderesse invoque devant le Tribunal :

 L'état dépressif de son ancien comptable pour justifier son absence de mauvaise foi

 L'application correcte du régime d'autoliquidation.

La partie défenderesse maintient le bien-fondé de l’ensemble des régularisations.

Le Tribunal relève que seule l’infraction relative à I ‘autoliquidation et les amendes au taux de 200% sont contestées par la partie demanderesse.

#### *Régime de l'autoliquidation*

*A. Principes légaux*

**8.-**

Le régime de I ‘autoliquidation (ou régime cocontractant) permet au prestataire de services de facturer ses prestations à 0% de TVA au preneur de services, qui devient le redevable de Ia TVA.

II s'agit d'un report de paiement de la taxe.

**9.-**

L'[article 20 de l'arrêté royal n°1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) stipule que :

> *« Par dérogation à l’article 51, § 1er, 1°, du Code, le cocontractant de l'assujetti établi en Belgique qui effectue une des opérations indiquées au paragraphe 2, acquitte la taxe due en raison de cette opération lorsqu'il est lui-même un assujetti tenu au dépôt de la déclaration visée a l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code. II acquitte la taxe de la manière prévue au paragraphe 4 ».*

Les prestations pouvant bénéficier du régime de l'autoliquidation sont énumérées a l'[article 20, §2 de l'arrêté royal n°1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d). II s'agit de tout travaux immobiliers au sens de l'[article 19,§2 CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19).

**10.-**

La facture doit contenir les éléments permettant d'attester que les prestations effectuées

entrent dans le champ d'application du régime de l'autoliquidation.

Cette obligation s'explique par le fait que le régime de l'autoliquidation est un régime dérogatoire a la règle générale imposant un taux de TVA de 21%. En conséquence, il revient a celui qui s'en prévaut d'en justifier l’application.

***B.*** *Application au cas de la partie demanderesse*

**11.-**

Le régime de l'autoliquidation est refuse pour deux motifs :

\- Le régime a été appliqué a des factures comportant uniquement des livraisons de biens, et non des prestations de service ;

\- Le régime a été appliqué a des factures pour lesquelles il n'est pas possible de

déterminer quels travaux ont été réalisés.

S'agissant d'un régime dérogatoire, il revient à la partie demanderesse de prouver que les conditions de l'autoliquidation sont remplies.

**12.-**

Le Tribunal constate que la partie demanderesse échoue dans la charge de la preuve qui lui

revient :

 En ce qui concerne la première série de factures, il s'agit de livraisons de biens sans aucune référence à des prestations de service sur les factures, qui ne font pas référence aux devis présentes par la partie demanderesse, de tel sorte qu'il n'est pas possible de relier avec certitude le devis a la facture ;

 En ce qui concerne la deuxième série de factures, elle mentionne « *prestations de services »* avec une référence a un mois ou à un projet, mais sans aucune autre précision. II est impossible des lors de déterminer s'il s'agit bien de travaux immobiliers comme l'exige l'[article 20, §2 de l'arrêté royal n°1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d). Les factures ne sont pas detainées et ne font pas références aux devis présentes par la partie demanderesse, de tel sorte qu'il n'est pas possible de relier avec certitude le devis a la facture.

Le régime d'autoliquidation a été refuse a raison ; le moyen n'est pas fonds.

#### *Amendes au taux de 200%*

13.-

Les amendes au taux de 200% ont été appliquées sur base de l'[article 70 CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70). II est donc réclamé à ce titre a la partie demanderesse la somme de 120.782,94€, l’Administration ayant retenu l'intention d’éluder la TVA.

Ces amendes sont encourues du seul fait de l’infraction à la législation en matière de TVA, indépendamment de toute circonstance de bonne ou mauvaise foi du contrevenant.

Les amendes sont valablement motivées par le détail des infractions commises par la partie demanderesse.

14.-

L'échelle de réduction des amendes prévue à l'arrêté royal n°41 n'est pas applicable en cas d'infraction commise dans l'intention d’éluder 'Impôt ou de permettre d’éluder la taxe.

La partie défenderesse a retenu l'intention frauduleuse en raison des éléments ci-dessus :

 Le fait de ne pas déclarer des factures de ventes ne peut être considérés comme une simple erreur, mais démontre une volonté de conserver la TVA recueillie au lieu de la rétrocéder a l'Etat ;

 L'application du régime de l'autoliquidation a des livraisons de biens ne peut être considérés comme une simple erreur, mais démonte la volonté de ne pas porter de la TVA en compte ;

 Le caractère répétitif des actes frauduleux.

**15.-**

La partie demanderesse invoque l'état dépressif de son ancien comptable pour justifier le mauvais traitement de son dossier fiscal et l’absence de mauvaise foi dans son chef.

Or, l'assujetti jouit d'une totale liberté quant au choix de son comptable et en assume les conséquences.

Le taux de 200% est dès lors justifie, l’intention frauduleuse devant être retenue.

**16.-**

Par une jurisprudence constante, la Cour de cassation a dit pour droit que le pouvoir du juge de réduire l'amende administrative découle de l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales des lors que les amendes administratives ont un caractère pénal au sens de cette disposition.

Pour décider si une sanction administrative en matière fiscale peut constituer une sanction pénale au sens de l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, il y a lieu de vérifier si :

\- Elle concerne sans distinction tous les contribuables et non uniquement un groupe déterminé dote d'un statut particulier;

\- Elle prescrit un comportement déterminé et prévoit une sanction en vue de son respect

\- Elle ne concerne pas seulement une réparation pécuniaire d'un préjudice mais tend essentiellement à sanctionner afin d'éviter la réitération d'agissements similaires ; Elle se fonde sur une norme à caractère général dont le but est à la fois préventif et répressif ;

\- Elle est très sévère eu égard a son montant.

**17.-**

En l'espèce, une amende proportionnelle au taux de 200% présente un caractère répressif et dissuasif et est donc de nature pénale au sens de l'article 6 de Ia Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales.

Le Tribunal dispose d'un contrôle de pleine juridiction des amendes fiscales de nature pénale.

Parmi les caractéristiques d'un organe judiciaire de pleine juridiction figure le pouvoir de reformer en tous points, en fait comme en droit, la décision entreprise, rendue par l’organe inferieur. Cet organe doit notamment avoir la compétence pour se pencher sur toutes les questions de fait et de droit pertinentes pour le litige dont il se trouve saisi.

Le contrôle de pleine juridiction amène le Tribunal, selon la Cour de cassation, a apprécier la sanction à l'aune des principes de droit, en l’occurrence du principe de proportionnalité, l’exclusion de considérations subjectives ou de motifs d'opportunités.

En l'espèce, une amende de 200% ne parait pas disproportionnée étant donne les circonstances expliquées ci-avant et qu'il y a manifestement intention frauduleuse.

## V. Dépens

**18.-**

Le Tribunal constate l’absence de dépens dans le chef de la partie défenderesse qui n'est pas

représentée par un avocat.

### Beschikkend gedeelte

**PAR CES MOTIFS,**

**LE TRIBUNAL,**

Statuant contradictoirement,

Vu Ia Ioi du 15 juin 1935 sur I'emploi des langues en matière judiciaire.

Dit Ia demande recevable, mais non fondée.

Condamne aux dépens de l’instance la partie demanderesse ; constate l’absence de dépens dans le chef de la partie défenderesse ; délaisse a la partie demanderesse la charge de la contribution au fonds budgétaire pour l’aide juridique de deuxième ligne de 24,00€.

**Ainsi juge et prononce à l’audience publique de Ia Vierne chambre du tribunal de première instance francophone de Bruxelles, le 26 juin 2025,**

0u étaient présents et siégeaient :

C. G., juge,

L.D., greffière

### Nota van de FOD Financiën

## Opmerking of commentaar

Wetgeving

Artikelen [19 § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), [51 § 1 en 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) WBTW

[Artikel 1 van koninklijk besluit nr 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

## Referentie WF

FINALITI 1966550801 WF 701-15-22043387

## Aangehaalde teksten

5

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 5 voorkomens

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 3 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 1 voorkomen

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Verlegging van de heffing, Toepassingsvoorwaarden, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlegging-heffing-toepassingsvoorwaarden-bewijslast-rechtbank-brussel-2024-12-06-2b65) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, onroerende werken, onroerende verhuur, vrijgestelde handeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onroerende-werken-verhuur-hof-van-beroep-brussel-2015-10-15-c01b) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2009-09-06-260e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verwerping van de gedane aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verwerping-gedane-aankoop-cassatie-brussel-2020-05-22-53d0) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2011-09-06-5b48) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Verlegging van de heffing, Medecontractant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-hoofdelijke-aansprakelijkheid-verlegging-hof-van-beroep-antwerpen-2022-02-15-e77d) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Onroerend goed, Syndicus, BTW-tarief, Verlegging van heffing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerend-goed-syndicus-btw-tarief-rechtbank-brugge-2025-06-16-65d0) 3 gemeenschappelijke bepalingen
