---
title: "Verkeerde toewijzing tussen de afdelingen en kamers van eenzelfde rechtbank · Rechtbank van eerste aanleg te Bergen, 24 april 2018"
description: "Verkeerde toewijzing tussen de afdelingen en kamers van eenzelfde rechtbank, Bankonderzoek. Rechtbank van eerste aanleg te Bergen (België), 24 april 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkeerde-toewijzing-tussen-afdelingen-kamers-rechtbank-bergen-2018-04-24-70cf"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Verkeerde toewijzing tussen de afdelingen en kamers van eenzelfde rechtbank

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Bergen

**Datum**

24 april 2018

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

109 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen - Afdeling Bergen d.d. 24.04.2018

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

WF 703-15-12/019644

*Belasting over de toegevoegde waarde – Verkeerde toewijzing tussen de afdelingen en kamers van eenzelfde rechtbank – Bankonderzoek – Voorafgaandelijke bijzondere toestemming – Bankgeheim – Feitelijk vermoeden*

## Wetgeving

Gerechtelijk wetboek: artikel 88, § 2; artikel 632

Btw-wetboek: artikel 62bis

## Samenvatting

## I.Voorafgaandelijke feiten en procedure

Eiseres is btw-belastingplichtige sinds 2007 voor verschillende activiteiten waaronder de herstelling van voertuigen, wegenbouw, onderhoud en herstelling van verwarmingsketels en sanitaire installaties.

Tussen 2008 en 2011, heeft hij verschillende nihil-aangiften ingediend en een aantal aangiften waarin een zeer beperkt aantal handelingen in waren opgenomen terwijl uit de ingediende klantenlisting blijkt dat hij wel degelijk een economische activiteit uitoefent, rekening houdend met de bedragen van de aankopen in verband met zijn activiteiten.

Op 29 juni 2011, verkreeg de taxatieambtenaar, in het kader van zijn onderzoek, het akkoord van de bevoegde gewestelijke directeur om inzage te krijgen in de bankrekeningen van de belastingplichtige. Op basis van deze documenten, heeft de administratie bij belastingplichtige de btw geëist die begrepen is in de crediteurverrichtingen die vermoedelijk verband houden met de economische activiteit van betrokkene, betreffende alle ontvangen sommen op zijn rekeningen. Een proces-verbaal werd opgesteld en een dwangbevel werd betekend.

## II.Samenvatting van het arrest

*Inleidende opmerking*

Aanvankelijk had belastingplichtige de Staat gedagvaard om te verschijnen voor een burgerlijke kamer van de afdeling Charleroi van de rechtbank van eerste aanleg.

Deze kamer heeft de zaak verwezen naar de arrondissementsrechtbank omdat de administratie een exceptie van onbevoegdheid had opgeworpen. Deze rechtbank verklaarde de verwijzing onontvankelijk en verwees de zaak op haar beurt door naar de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de afdeling Charleroi heeft uiteindelijk de zaak verwezen naar de fiscale kamer van de afdeling Bergen van de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen.

*Samenvatting*

Belastingplichtige betwist de wettelijkheid van de toelating tot consultatie van zijn bankgegevens, verleend door de bevoegde gewestelijke directeur, omdat ze niet voldoet aan de fiscale voorschriften inzake bankonderzoek vastgesteld bij wet van 14 april 2011 die wijzigingen aanbracht aan de vigerende wetgeving ter zake.

De rechter verwerpt dit argument omdat de bedoelde wijzigingen enkel betrekking hebben op het wetboek van inkomstenbelasting en niet van toepassing zijn inzake btw.

De rechtbank verduidelijkt dat het verkrijgen van de machtiging, zoals bedoeld in [artikel 62bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis), de enige beperking is die wordt opgelegd aan de ambtenaren van de administratie.

Volgens belastingplichtige, heeft de vraag om inlichtingen bij de banken zijn privéleven buitensporig aangetast. De rechter heeft deze grief als ongegrond beschouwd. De vraag om inlichtingen was namelijk nauwkeurig, berustte op het vermoeden van niet-indiening, had betrekking op nauwkeurig bepaalde bankrekeningen en was slechts in laatste instantie ingediend nadat alle andere mogelijkheden om informatie te vergaren waren uitgeput. De machtiging was geldig afgeleverd door een bevoegde ambtenaar en nominatief hiertoe aangewezen. De inlichtingen verkregen uit het bankonderzoek zijn dus op regelmatige wijze verkregen.

Volgens de rechter, mag de uitvoering van een bankonderzoek waaruit het vermoeden van niet- aangegeven belastbare handelingen bleek en waarvan die handelingen in kwestie naderhand aangetoond werden door middel van de mededelingen op de bankrekeninguittreksels, niet beschouwd worden als een opeenstapeling van vermoedens. Het gaat immers niet om onderling afhankelijke argumenten. De bankrekeninguittreksels alleen laten ook toe om de betwiste taxatie vast te stellen.

De rechter weigert de vermindering van de boeten gelet op de duidelijke intentie tot belastingontduiking.

**Tekst van het vonnis**

***Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

**Jugement du Tribunal de première instance du Hainaut, division Mons du 24.04.2018**

Rôle : 16/3263/A

En cause de:

**Monsieur R.V.H**., domicilié à … , Demandeur, Ayant pour conseil Maître … , avocat dont le cabinet est sis à … , Ni présent ni représenté à l'audience,

**Contre:**

**L'ETAT BELGE, SPF Finances**, représenté par Monsieur le Ministre des Finances, dont le cabinet est sis à 1000 BRUXELLES, rue de la Loi, 12, poursuites et diligences de Madame le Conseiller du Team Recouvrement de Charleroi 6, dont les bureaux sont sis à 6000 CHARLEROI, rue Jean Monnet, 14, bte 44, Défendeur, Représenté à l'audience par Monsieur E. NICOLAS, conseiller, son agent,

Vu la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues;

Le tribunal prononce le jugement suivant:

Le tribunal a pris connaissance des pièces régulièrement produites de la procédure, notamment:

l'ordonnance rendue le 30 novembre 2016 par la Présidence de la Division de Charleroi de ce Tribunal, renvoyant la cause devant la présente chambre fiscale de la Division de Mons du Tribunal, ainsi que les antécédents et actes de procédure y visés;

à l'audience d'introduction du 19 janvier 2017, la fixation contradictoire de la cause pour plaidoiries à l'audience du 27 mars 2018;

les dernières conclusions des parties et leurs dossiers de pièces.

Il a entendu le représentant de l'ETAT BELGE en ses explications, les débats ayant été déclarés clos et la cause prise en délibéré à l'audience du 27 mars 2018.

## I. Objet de la cause

Le demandeur forme opposition à la contrainte TVA CTRI n° 311.1014.19932- décernée à son encontre le 17 novembre 2011, visée et rendue exécutoire le 18 octobre 2011, elle-même fondée sur un procès-verbal de régularisation du 14 octobre 2011.

## Il. Faits et antécédents de procédure

Monsieur R.V.H. a été identifié à la TVA sous le numéro ••••.•••.••• pour diverses activités : réparation de voitures et génie civil (déclaration de commencement d'activité déposée le 18 juillet 2007), entretien et dépannage de chaudières gaz et mazout, et sanitaire (déclaration de commencement d'activité déposée le 3 décembre 2010.

L'administration a constaté que les opérations à la sortie rapportées dans les seules déclarations introduites par Monsieur R.V.H. pour les années 2008 à 2011 (dont la plupart sont des déclarations « néant») étaient particulièrement limitées (uniquement des chiffres d'affaires à 6% déclarés pour les 3 ème et 4 ème trimestres 2010 s'élevant respectivement à 6.295, 76 EUR et 15.194,75 EUR), alors que les listings fournisseurs introduits par ce dernier laissaient présumer l'exercice d'une activité économique dans son chef, compte tenu du montant des achats effectués auprès de fournisseurs actifs dans des· domaines d'activités liés à celui dans lequel travaille Monsieur R.V.H. (commerce de gros en fourniture pour plomberie, chauffage, matériaux de construction, etc.). Elle a dès lors souhaité mener de plus amples investigations.

Le 29 juin 2011, !'Inspecteur principal HENRARD a obtenu du Directeur régional de la TVA à Mons l'autorisation de prendre connaissance de tous les documents relatifs aux comptes bancaires ouverts Monsieur R.V.H. au sein des institutions financières AXA BANK et DEXIA BANK, soit les comptes mentionnés dans le dossier tenu au nom de Monsieur R.V.H. par l'Administration générale de la fiscalité, secteur contributions directes.

Suite à la consultation des extraits bancaires communiqués par ces banques, l'administration a entendu réclamer la TVA incluse dans les mouvements créditeurs y repris, présumés en lien avec l'activité économique de Monsieur R.V.H..

Un procès-verbal a été dressé en ce sens le 14 octobre 2011.

Il fonde la contrainte litigieuse, portant sur un montant total de 232.173,21 EUR, ventilé comme suit:

\- TVA: 76.980,51 EUR

\- amendes proportionnelles : 153.961;02 EUR

\- intérêts à calculer à partir du 21 août 2011: 1.231,68 EUR.

Par citation signifiée le 30 mars 2012, Monsieur R.V.H. a invité l'ETAT BELGE à comparaître devant une chambre civile de la division de Charleroi du tribunal de première instance.

Saisie d'un déclinatoire de compétence soulevé par le défendeur, cette chambre a d'abord - renvoyé la cause devant le tribunal d'arrondissement - qui a dit ce renvoi irrecevable - puis, devant la présidence du tribunal, en application de l'article 88, § 2 du Code judiciaire.

Par ordonnance rendue le 30 novembre 2016, la Présidence de la Division de Charleroi de ce Tribunal a renvoyé la cause devant la présente chambre fiscale de la division de Mons du Tribunal.

## Ill. Position des parties

### *Position du demandeur*

Le demandeur demande au tribunal:

de déclarer son opposition à contrainte recevable et fondée; à titre principal:

de déclarer nuls et de nul effet la contrainte litigieuse et le procès-verbal de régularisation la fondant;

de condamner le défendeur -aux frais et dépens de l'instance dont l'indemnité de procédure et les frais de citation et mise au rôle de 310,92 EUR;

subsidiairement :

de dire pour droit que la TVA qu'il doit pour les années 2008 à 2011 n'est que de 29.630,04 EUR (et non de 76.980,51 EUR);

de réduire le taux des amendes appliquées par l'administration de la TVA sur la somme globalement due, au minimum, compte tenu des circonstances de la cause;

plus subsidiairement encore: de réduire les amendes à due proportion de la taxe due;

d'ordonner l'exécution provisoire du jugement à intervenir, nonobstant tout recours et sans caution ni cantonnement.

### *Position du défendeur*

A la suite du renvoi intervenu vers la présente chambre, le demandeur demande au tribunal:

\- de dire la demande non fondée ;

\- de confirmer la contrainte litigieuse; d'en débouter le demandeur;

\- de le condamner en tout état de cause aux dépens.

### Discussion

### *Recevabilité*

Régulière en la forme, la demande est recevable, ce que ne conteste pas le défendeur.

### *Fondement*

*Légalité de l'autorisation délivrée le 29 juin 2011*

Selon le demandeur, la question de la légalité de l'autorisation délivrée le 29 juin 2011 par le Directeur régional de la TVA à Mons se poserait à la lumière de la loi du 14 avril 2011 modifiant certaines dispositions fiscales en matière notamment de recherches bancaires, laquelle n'est entrée en vigueur que postérieurement à la délivrance de cette autorisation.

Le tribunal se doit de constater que les modifications législatives évoquées par le demandeur sont hors de propos puisqu'elles portent exclusivement sur les dispositions du Code des impôts sur les revenus (articles 322 et s. du CIR). Il n'existe d'ailleurs pas, en matière de TVA, pas de disposition analogue à l'article 318 du CIR.

En matière d'enquête bancaire, la seule contrainte imposée aux agents de l'administration TVA est l'obtention d'une autorisation spéciale préalable. Dans sa version applicable aux faits de la cause, l'[article 62bis du CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis) disposait ainsi:

> « *Par dérogation aux articles 1,* § *1er, et 62,* § *1er, les agents de l'administration qui a la taxe sur la valeur ajoutée dans ses attributions ne peuvent exiger, en vue de vérifier la correcte application de la taxe à charge de tiers, la communication des livres et documents autres que ceux visés à l'article 60,* § *1er, alinéa 1er, et la fourniture de renseignements de la Banque de La Poste, des établissements de banque, de change, de crédit et d'épargne, que lorsqu'ils agissent en vertu d'une autorisation délivrée par le fonctionnaire...désigné à cet effet par le Ministre des Finances*. »

Cette disposition doit être considérée comme limitant les pouvoirs de contrôle dont dispose l'administration de la TVA en vertu notamment des articles [61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) et [62](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62) du CTVA, disposant respectivement, dans leurs versions applicables aux faits de la cause disposait :

[Article 61, § 1, alinéa 1er du CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61)

> « *Toute personne est tenue de communiquer, sans déplacement, à toute réquisition des agents de l'administration qui a la taxe sur la valeur ajoutée dans ses attributions, les livres, factures et autres documents qu'elle doit conserver conformément à l'article 60, à l'effet de permettre de vérifier l'exacte perception de la taxe à sa charge ou à la charge de tiers.* »

[Article 62, § 1er du CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62)

> « *Toute personne est tenue de fournir verbalement ou par écrit, à toute réquisition des agents de l'administration qui a la taxe sur la valeur ajoutée dans ses attributions, tous renseignements qui fui sont réclamés aux fins de vérifier l'exacte perception de la taxe à sa charge ou à la charge de tiers.* »

En l'espèce, la régularité de la demande d'autorisation adressée au Directeur régional de la TVA ne saurait être mise en cause.

C'est contre les faits de la cause que le conseil du demandeur paraît soutenir que la demande adressée aux organismes bancaires aurait porté une atteinte excessive au droit à la vie privée de Monsieur R.V.H.: la demande est précise; elle se rapporte à un assujetti bien déterminé; elle repose sur une présomption de non-déclaration d'opérations imposables; elle porte sur des comptes bancaires précisément identifiés auprès du contrôle des contributions directes dont dépend l'intéressé, en qualité de travailleur indépendant; elle a enfin été formulée après que les autres moyens de collecte d'informations dont disposait l'agent contrôleur aient été épuisés. L'autorisation a, quant à elle, été accordée à un fonctionnaire nommément désigné.

Les renseignements obtenus à la suite de cette enquête bancaire l'ont donc été parfaitement régulièrement.

Le grief n'est pas fondé.

*Erreur dans le calcul des TVA non priyées*

Selon le demandeur, les montants de TVA réclamés seraient largement surévalués en ce que:

\- d'une part, certains montants considérés correspondraient à des prestations pour lesquelles la facturation co-contractant s'appliquait;

\- d'autre part, certains montants ne correspondraient pas à des opérations imposables mais à des dépôts relevant de son patrimoine privé;

\- enfin, l'administration se fonderait sur une cascade de présomptions pour établir la taxation contestée.

Le fait que certaines prestations auraient dues être facturées sous le régime co-contractant (et donc que les conditions auxquelles l'application de ce régime est subordonnée étaient remplies) n'est en rien établi par le demandeur sur qui repose la charge de la preuve. La facturation y relative ne paraît pas avoir été émise tandis que ces opérations n'ont pas été reprises dans les déclarations du demandeur. Le représentant de l'ETAT BELGE a attiré par ailleurs l'attention du tribunal sur le fait que le chiffre d'affaires (très limité) déclaré par le demandeur l'avait été à un taux de 6%, laissant présumer que (l'essentiel de) la clientèle du demandeur est constitué(e) de particuliers, pour lequel le régime du co-contractant ne saurait être invoqué. Il n'est enfin aucunement démontré que les prétendus bénéficiaires des prestations concernées auraient eux-mêmes déclaré et auto-liquidé la TVA due.

Le fait que certaines sommes correspondraient à des « *dépôts effectués par Je requérant sur base d'économies thésaurisées datant de l'époque où il entretenait des relations étroites avec son frère, aujourd'hui décédé»* n'est pas plus démontré. L'administration expose et justifie avoir fort logiquement retenu les mouvements créditeurs sur les comptes du demandeur portant des mentions non équivoques telles que « facture», « acompte», « installation brûleur»,« entretien chaudière»,« devis»,« dépannage», etc., et avoir exclu de sa base de calcul les mouvements internes aux comptes du demandeur ou encore sans rapport avec une activité professionnelle, ce qui contredit les allégations non démontrées dù demandeur.

Le fait d'avoir diligenté une enquête bancaire, présumant l'existence d'opérations taxables non déclarées, pour ensuite identifier lesdites opérations au moyen des communications apparaissant sur les extraits bancaires obtenus ne saurait s'analyser comme procédant d'une cascade de présomptions prohibée, dès lors qu'il n'y a aucun enchainement de raisonnements interdépendants, les renseignements glanés dans les extraits bancaires permettant à eux seuls d'asseoir la taxation litigieuse. Au demeurant, la Cour de cassation a déjà limité la portée qu'il convenait de donner à cette théorie doctrinale (cf. Cass., 15 décembre 2011; R.G. [F.10.0075.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-vermoedens-wettelijk-vermoeden-tegenbewijs-cassatie-brussel-2011-12-15-c771); Cass., 22 mai 2014, R.G. F.13.0086.N).

*Remise/réduction de l'amende*

En omettant de déclarer la TVA due sur les opérations de sortie non déclarées, le demandeur a manifestement cherché sciemment à éluder la TVA, en se procurant et/ou en procurant à un tiers (son co-contractant) un avantage illicite au détriment du Trésor.

C'est dès lors à bon droit qu'une amende correspondant à deux fois les droits éludés lui a été appliquée (cf. article 1er, dernier alinéa, de I'AR n° 41 du 30 janvier 1987 fixant le montant des amendes proportionnelles en matière de TVA, pris en exécution notamment de l'[article 70 du CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)).

Si pareille sanction administrative revêt bien la nature d'une sanction à caractère pénal conférant au justiciable la protection de l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, le tribunal estime pareille sanction en l'espèce proportionnée à la gravité des infractions commises, de nature à en prévenir la réitération, et estime qu'il n'y a dès lors pas lieu d'en ordonner la remise ou réduction.

## Dépens

Le demandeur succombe sur ses prétentions de sorte qu'il sera condamné aux dépens, non liquidés par l'ETAT BELGE qui, non représenté par un avocat, ne peut prétendre à une quelconque indemnité de procédure.

### Beschikkend gedeelte

**Par ces motifs,**

**Le tribunal,**

Statuant contradictoirement en premier ressort;

Vu les dispositions de la loi du 15 juin 1935 dont il a été fait application ;

Dit la demande de Monsieur R.V.H. recevable, mais non fondée; L'en déboute;

Le condamne aux entiers frais et dépens de l'instance, non liquidés par l'ETAT BELGE qui, non représenté par un avocat, ne peut prétendre à une quelconque indemnité de procédure.

Ainsi jugé et prononcé en langue française et en audience publique au Palais de Justice de Mons, province de Hainaut, les jour, mois et an que dessus, par la chambre fiscale du tribunal susdit où siégeaient

Signatures

De gegevens van een partij die de FOD Financiën leesbaar liet (ondernemingsnummer) zijn hier door punten vervangen. De tekst is nergens anders gewijzigd.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) 2 voorkomens

[WBTW art. 62](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62) 2 voorkomens

[WBTW art. 62bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

2

[Fiches van de administratieve commentaar 2](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkeerde-toewijzing-tussen-afdelingen-kamers-rechtbank-bergen-2018-04-24-70cf/documenten?type=commentaar)

« … provincie Waals-Brabant. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de kwestie van de territoriale bevoegdheid van de rechtbank en de kwestie van de verdeling van de zaken tussen de afdelingen en kamers van het gerecht (voor een toepassing hiervan, zie vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, nr. RG 16/3263/A van 24.04.2018 ): Aanvankelijk had belastingplichtige de Staat gedagvaard om te verschijnen voor een burgerlijke kamer van de afdeling Charleroi van de rechtbank van eerste aanleg. Deze kamer heeft de zaak verwezen naar de arrondissementsrechtbank omdat de administratie … »

[Het geding (01.05.2023)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/geding-d0af) Administratieve commentaar 06.11.2023

[Bekijk de 2 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkeerde-toewijzing-tussen-afdelingen-kamers-rechtbank-bergen-2018-04-24-70cf/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nietigheid dwangbevel, Openbare orde karakter van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-dwangbevel-openbare-orde-karakter-hof-van-beroep-antwerpen-2021-10-05-474e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek van Btw, bewijslast, territoriale bevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-btw-bewijslast-territoriale-rechtbank-bergen-2025-09-01-066f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vermoeden van fraude, Zwijgrecht, Valse facturen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vermoeden-fraude-zwijgrecht-valse-facturen-hof-van-beroep-brussel-2023-06-28-77bf) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet aangegeven omzet, aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aangegeven-omzet-aangifte-hof-van-beroep-gent-2024-02-13-95d7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Legaliteit van de aanslagprocedure](https://juriel.be/nl/rechtspraak/legaliteit-aanslagprocedure-visitatierecht-woonplaats-belastingplichtige-rechtbank-2023-09-11-d135) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijsmiddelen en controlemaatregelen, voorleggen van boeken en bescheiden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijsmiddelen-controlemaatregelen-voorleggen-boeken-bescheiden-hof-van-beroep-gent-2015-01-13-000b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijskracht proces-verbaal, Verjaring, Rechten van de verdediging, Redelijke termijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskracht-proces-verbaal-verjaring-rechten-hof-van-beroep-gent-2014-01-21-2c28) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Voldoening van de belasting, bewijs, controlemaatregel, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-bewijs-controlemaatregel-vrijstelling-rechtbank-brussel-2010-05-17-4c88) 3 gemeenschappelijke bepalingen
