---
title: "Verjaring, verjaring van zeven jaar · Hof van Cassatie van België, 27 november 2009"
description: "Verjaring, verjaring van zeven jaar, vervolging, verjaringstermijn van 7 jaar. Hof van Cassatie van België, 27 november 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-zeven-jaar-vervolging-verjaringstermijn-cassatie-brussel-2009-11-27-e64f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-sept-ans-poursuite-cassation-bruxelles-2009-11-27-684b"
---

# Verjaring, verjaring van zeven jaar, vervolging · verjaring - verjaring van zeven jaar

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

27 november 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

157 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 27.11.2009, Zaak** **F.08.0084.F**

*Verjaring*

*Verjaring van zeven jaar*

## Samenvatting

Uit artikel 81bis, § 1, derde lid, 3°, van het Wetboek van de belastingen over de toegevoegde waarde, meer bepaald uit de woorden "waarvan de administratie kennis gekregen heeft" kan niet worden afgeleid dat de bewijskrachtige gegevens waarop de BTW-administratie zich kan beroepen om de belasting in te vorderen, afkomstig moeten zijn van een andere administratie of van derden (1).

(1) Zie concl. adv.-gen., Pas., 2009, nr. ...

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

Hof van Cassatie van België

Arrest

Nr. F.08.0084.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

tegen

G.C., naamloze vennootschap,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 25 april 2008 gewezen door het

hof van beroep te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

\- de artikelen 81bis, §1, eerste en derde lid, 3°, 93quaterdecies, §§ 2 en 3, van de wet

van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde

waarde, en voor zoveel nodig, 53 van de wet van 15 maart 1999.

Aangevochten beslissing

Het arrest verklaart het hoofdberoep van de eiser slechts zeer ten dele gegrond en

veroordeelt hem om aan de verweerster het bedrag van 182.940 euro terug te betalen,

vermeerderd met de interest, berekend tegen de wettelijke rentevoet vanaf 14 januari

2005\. Het beslist aldus om de volgende redenen:

"De memorie van toelichting bij (artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, van het Wetboek van de

belasting over de toegevoegde waarde) (…) vermeldt het volgende: 'in navolging van de

rechtspraak over de inkomstenbelasting is de overgang naar de zevenjarige

verjaringstermijn bovendien mogelijk wanneer het misdrijf aan het licht is gekomen: (…)

door bewijskrachtige inlichtingen met een hogere waarde dan aanwijzingen, die onder

meer afkomstig zijn van een belastingadministratie van het koninkrijk'; (…) de

handleiding bij de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt onder punt 625/5 in

verband met die bepaling het volgende: als bewijskrachtige gegevens gelden onder meer

de resultaten van een controle, een onderzoek, een schatting, een minnelijke schikking,

etc., waarmee de betrokken belastingplichtige heeft ingestemd, alsook vaststellingen van

opsporingsdiensten die de bekentenis van de belastingplichtige dragen, resultaten van

onderzoekingen verricht door andere administraties en waarmee de belastingplichtige

heeft ingestemd, een tot op het ogenblik van de ontdekking onbekend gebleven

onderhandse akte of de resultaten van een controle in een land waarmee België geen

dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten (…). Er wordt evenwel opgemerkt dat sinds de

oprichting van de administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit op 1 juli

1997, die de ambtenaren van de sector BTW van de administratie van de BTW, registratie

en domeinen, enerzijds, en de ambtenaren van de administratie der directe belastingen,

anderzijds hergroepeert, inlichtingen die worden uitgewisseld tussen beide groepen

ambtenaren niet langer beschouwd worden als afkomstig van een 'andere' fiscale

administratie'; (…) de woorden 'waarvan de administratie kennis heeft gekregen'

impliceren dus dat de bewijskrachtige gegevens waarop de administratie zich baseert om

de belasting over de toegevoegde waarde vast te stellen niet zijn ingezameld door de

administratie die de belasting heeft vastgesteld, maar volgen uit gegevens die haar door

een zusteradministratie of door een derde ter kennis gebracht zijn; (…) in deze zaak volgt

uit het proces-verbaal van 8 december 2004 (…), meer bepaald uit de passage dat 'de

(verweerster) die haar rekeningen per kalenderjaar afsluit en die bij de controle van de

cvba Entreprises Monjardin et Cie ondervraagd werd binnen de gewone

verjaringstermijn van drie jaar, op 29 januari 2003 een dossier heeft meegedeeld waaruit

blijkt dat zij onrechtmatige belastingaftrekken heeft verricht vanaf 1 april 1999', dat de

gegevens die de AOIF van luik I als bewijskrachtig heeft beschouwd om de litigieuze

aftrekken te verwerpen, door diezelfde administratie zijn ingezameld bij de behandeling

van het dossier van de medecontracterende vennootschap (Entreprises Monjardin) ; (…)

het betreft hier geen gegevens waarvan de administratie kennis heeft gekregen in de zin

van het bovenvermelde artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, maar gegevens die deze

administratie zelf heeft ingezameld; (…) de in deze bepaling bedoelde zevenjarige termijn

kan daarom niet worden toegepast (…); de vordering tot voldoening van de belasting is

dus overeenkomstig [artikel 81bis, §1, eerste lid, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis), verjaard na het

verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van

opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft

voorgedaan;

(…) Uit het onderzoek van de tabel in de berekeningsnota die als bijlage gevoegd is bij

het proces-verbaal dat aan het litigieuze dwangbevel ten grondslag ligt, volgt dat de

vordering tot voldoening van de belasting die van de litigieuze facturen is afgetrokken, op

1 januari 2003 verjaard was voor de facturen die in 1999 waren opgemaakt en op 1

januari 2004 voor de facturen die in 2000 waren opgemaakt, en dat alleen de vordering

tot voldoening van het bedrag van de belasting die was afgetrokken op de factuur van 30

november 2001 houdende de slotafrekening, namelijk 121.492 frank (3.011,71 euro) niet

verjaard was op 15 december 2004, dag waarop het dwangbevel werd uitgevaardigd".

Grieven

Het bij artikel 53 van de wet van 15 maart 1999 ingevoegde artikel 81bis van het BTW-

wetboek, §1, eerste lid, bepaalt dat "er verjaring is voor de vordering tot voldoening van

de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken

van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die

belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan".

Het derde lid, 3° voegt hieraan evenwel toe dat "in afwijking van het eerste en tweede lid,

de bedoelde verjaring er bovendien is na het verstrijken van het zevende kalenderjaar

volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan wanneer (…)

bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat

belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er belastingaftrekken

werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die

daarop van toepassing zijn".

Voor de toepassing van de in deze bepaling bedoelde zevenjarige verjaringstermijn is het

vereist maar voldoende dat uit "bewijskrachtige gegevens" blijkt dat belastbare

handelingen niet zijn aangegeven of dat tijdens die periode onrechtmatige aftrekken zijn

verricht. Artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, legt geen enkele andere voorwaarde op en

vereist meer in het bijzonder niet dat de informatie die een juiste belastingheffing

mogelijk maakt, afkomstig is van een derde of van een andere belastingadministratie dan

die welke belast is met de vaststelling en de invordering van de belasting.

De tekst van artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, is klaar en duidelijk op dat punt en het arrest

heeft zich daartegen niet kunnen beroepen op de parlementaire voorbereiding van de wet.

[Artikel 93quaterdecies, §§ 2 en 3, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quaterdecies) bepaalt bovendien dat alle

inlichtingen, stukken, processen-verbaal of akten ontdekt of bekomen in het uitoefenen

van zijn functie, door een ambtenaar van een fiscaal rijksbestuur, hetzij rechtstreeks,

hetzij door tussenkomst van een der hierboven aangeduide diensten, door de Staat kunnen

ingeroepen worden voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten

verschuldigde som.

Wanneer een ambtenaar in de uitoefening van zijn functie op regelmatige wijze een

inlichting of een akte ontdekt, is de Staat aldus bevoegd zich hierop tegen gelijk wie te

beroepen, onder meer, voor de opsporing en de invordering van elke krachtens de wet

verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid wanneer zij is

ontdoken of onrechtmatig afgetrokken.

Het arrest onderwerpt de toepassing van artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, aan een

voorwaarde die dit artikel niet bevat, namelijk dat de inlichtingen waaruit het bestaan

van niet aangegeven belastbare verrichtingen of van de onrechtmatige aftrek van de

belasting blijkt, afkomstig moeten zijn van derden of van een andere administratie dan de

BTW-administratie die de belasting vaststelt en invordert opdat die rechtsvordering nog

zou kunnen worden ingesteld binnen de termijn van zeven jaar die loopt vanaf de datum

waarop de oorzaak van de opeisbaarheid van die belasting zich voordoet.

Het weigert dus in strijd met de wet artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, toe te passen op de

verjaring van de rechtsvordering en op het recht op invordering van de door de

verweerster aan de eiser verschuldigde belastingen; het schendt tevens artikel 81bis, §1,

eerste lid, door het in strijd met de wet van toepassing te verklaren. Ten slotte schendt het

ook nog artikel 93quaterdecies, §§ 2 en 3, daar het de eiser het recht ontzegt om voor de

invordering van de door de verweerster onrechtmatig afgetrokken belastingen, binnen de

termijn van artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, rekening te houden met de inlichtingen die de

BTW-administratie op regelmatige wijze verkregen heeft.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens [artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) verjaart de

vordering tot voldoening van de belasting na het verstrijken van het zevende

kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft

voorgedaan, wanneer bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis

heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in

België of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de

wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.

Uit die bepaling, meer bepaald uit de bewoordingen "waarvan de administratie

kennis gekregen heeft" kan niet worden afgeleid dat de bewijskrachtige gegevens

waarop de BTW-administratie zich kan beroepen om de belasting in te vorderen,

afkomstig moeten zijn van een andere administratie of van derden.

Het arrest dat er anders over beslist, schendt voormeld artikel 81bis, §1, derde lid,

3°.

Het middel is gegrond.

### Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het

vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door

voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Christine Matray, Alain

Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 27 november 2009

uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaatgeneraal

André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en

overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 93quaterdecies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quaterdecies) 1 voorkomen

## Rechtspraak

2

### België

2

Hof van beroep te Brussel 2013/AF/219 28.01.2016

#### [Verjaring van de vordering tot voldoening van de btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-vordering-voldoening-btw-verjaringstermijn-hof-van-beroep-brussel-2016-01-28-7064)

Rechtbank van eerste aanleg 23/1804/A 15.12.2025

#### [BTW-Schuld, Gebouw, Terrein, gebouwd onroerend goed](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-schuld-gebouw-terrein-gebouwd-rechtbank-2025-12-15-34eb)

## Administratieve doctrine

2

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-zeven-jaar-vervolging-verjaringstermijn-cassatie-brussel-2009-11-27-e64f/documenten?type=commentaar) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-zeven-jaar-vervolging-verjaringstermijn-cassatie-brussel-2009-11-27-e64f/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … dat de gegevens die door de administratie worden verkregen van de belastingplichtige zelf in aanmerking kunnen worden genomen voor de toepassing van artikel 81bis, § 1, derde lid (oud), 3°, van het Btw-Wetboek, is bevestigd door het Hof van Cassatie ( Arrest van het Hof van Cassatie nr. F.08.0084.F van 27.11.2009 ). In deze zaak wordt een navordering verricht voor feiten die de belastingplichtige zelf ter kennis bracht van de administratie naar aanleiding van een vraag om inlichtingen in het kader van een fiscale controle die is uitgevoerd bij de medecontractant van … »

[Verjaringen (01.01.2024)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/verjaringen-1ea4) Administratieve commentaar 23.05.2024

[Bekijk de 4 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-zeven-jaar-vervolging-verjaringstermijn-cassatie-brussel-2009-11-27-e64f/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet aangegeven omzet, inzage gerechtsdossier, una via overleg](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aangegeven-omzet-inzage-gerechtsdossier-una-rechtbank-gent-2024-03-13-576c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vervolgingen en gedingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolgingen-gedingen-verjaring-vordering-voldoening-grondwettelijk-hof-all-2017-01-19-840b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Regularisatieopgave, Handtekening voor akkoord -Vertegenwoordigingsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regularisatieopgave-handtekening-akkoord-hof-van-beroep-brussel-2021-01-21-0c02) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fraude, Feitelijke vermoedens, Bewijskracht proces-verbaal, Berekening meeromzet, Tarief btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fraude-feitelijke-vermoedens-bewijskracht-proces-hof-van-beroep-gent-2021-11-02-12cc) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 1 gemeenschappelijke bepalingen
