---
title: "Verjaring, Dwangbevel · Hof van Cassatie van België, 15 december 2011, F.10.0083.N"
description: "Verjaring, Dwangbevel, Stuitende werking, Hoofdelijk gehouden mededader, Uitvoerbare kracht. Hof van Cassatie van België, 15 december 2011, F.10.0083.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-dwangbevel-stuitende-werking-hoofdelijk-cassatie-brussel-2011-12-15-cabb"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-redevable-opposition-coauteur-tenu-cassation-bruxelles-2011-12-15-9e55"
---

# Verjaring, Dwangbevel, Stuitende werking, Hoofdelijk gehouden mededader, Uitvoerbare kracht

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.10.0083.N

**Datum**

15 december 2011

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 10 maanden

1. [Bestreden beslissing Hof van beroep te Antwerpen 02.02.2010](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-strafrechtelijke-sanctie-voldoening-belasting-hof-van-beroep-antwerpen-2010-02-eca5)
2. Weergegeven beslissing Hof van Cassatie van België 15.12.2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

77 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 15.12.2011 (F.10.0083.N)

*Verjaring - Dwangbevel - Stuitende werking - Hoofdelijk gehouden mededader - Uitvoerbare kracht - Verzet van de belastingplichtige*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen 81, eerste lid; 83, eerste lid; 85, § 2, en 89, 2e lid, W.BTW

Artikel 2251, Burgerlijk Wetboek

## Samenvatting

Het dwangbevel dat ter kennis wordt gebracht van degene die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, is één van de wijzen waarop de verjaring in de zin van artikel 2244 B.W. kan worden gestuit.

Het verzet van de belastingplichtige tegen het hem betekend dwangbevel heeft de opschorting van de uitvoerbare kracht van het dwangbevel tot gevolg zodat de verjaring tijdens de gehele duur van het rechtsgeding tegen de Staat niet is verkregen.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 15.12.2011**

**(F.10.0083.N)**

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de rekenplichtige ontvanger van het derde btw-ontvangkantoor te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4/4, eiser, vertegenwoordigd door mr. A.D.B. , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

F. O., verweerder.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 februari 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 12 juli 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

*Beoordeling*

1\. Krachtens [artikel 81, eerste lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81), zoals het op het geschil van toepassing is, verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan.

Krachtens [artikel 83, eerste lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83), zoals het op het geschil van toepassing is, wordt de verjaring ten aanzien van de voldoening, de interesten en de administratieve geldboeten, gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende Burgerlijk Wetboek. Een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien geen rechtsgeding hangend is.

Krachtens [artikel 85, § 2, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) stuit de kennisgeving van het dwangbevel de verjaring van de vordering van de belasting, de interesten en de administratieve geldboeten en van het toebehoren en stelt zij de belastingplichtige in staat verzet te doen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, op de wijze bepaald in artikel 89.

Krachtens [artikel 89, tweede lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89), zoals het op het geschil van toepassing is, kan de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts worden gestuit bij door de belastingplichtige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

Krachtens artikel 2251 Burgerlijk Wetboek loopt de verjaring tegen alle personen, behalve tegen hen voor wie de wet uitzondering maakt.

2\. Uit het geheel van voormelde bepalingen volgt dat:

\- het dwangbevel dat ter kennis wordt gebracht van degene die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, een van de wijzen is waarop de verjaring in de zin van artikel 2244 Burgerlijk Wetboek kan worden gestuit;

\- de verjaring, behoudens een nieuwe stuiting, tegen de Staat is verkregen vijf jaar na de kennisgeving van het dwangbevel, tenzij een rechtsgeding hangend is;

\- dit rechtsgeding kan bestaan in het verzet van de belastingplichtige, dat de opschorting van de uitvoerbare kracht van het dwangbevel tot gevolg heeft, en waaruit volgt dat de verjaring tijdens de gehele duur ervan tegen de Staat niet is verkregen;

\- de verjaring niet loopt tegen hen voor wie de wet een uitzondering maakt waarmee deze bepaling wil voorkomen dat de verjaring zou intreden terwijl een wettelijke regeling de schuldeiser verhindert de betaling van zijn vordering te verkrijgen.

3\. [Artikel 73sexies, eerste lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) bepaalt dat personen die als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis werden veroordeeld, hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van de ontdoken belasting.

De strafrechtelijk veroordeelde dader of medeplichtige kan niet tot betaling worden gedwongen zolang niet vaststaat dat de belasting verschuldigd is en het bedrag ervan niet vaststaat ingevolge het verzet van de belastingplichtige tegen het dwangbevel.

4\. De appelrechters oordelen dat het verzet aangetekend door de belastingplichtige, te weten de bvba F•••• O••••• Juwelen, de administratie niet belet om tot invordering van de verschuldigde btw over te gaan ten laste van de verweerder als hoofdelijk aansprakelijke in de zin van [artikel 73sexies, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) en dat dienvolgens de verjaring ten aanzien van de verweerder niet werd geschorst door het verzet van de belastingplichtige tegen de dwangbevelen van 4 juli 1991 en 8 januari 1992.

Door aldus te oordelen schenden de appelrechters de in het middel aangewezen wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

**Het Hof,**

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

### Door de FOD bijgevoegd stuk

\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_

## *Conclusie van advocaat-generaal Thijs:*

1\. Verweerder, een diamantsnijder, was in de jaren 1986 en 1987 werkzaam bij de BVBA F•••• O••••• Juwelen.

Verweerder werd strafrechtelijk vervolgd, onder meer wegens het niet opnemen in de jaarrekening en in de BTW-aangifte van voormelde vennootschap van een belangrijk deel van de omzet. Hij werd onder meer wegens inbreuken op [artikel 73 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) veroordeeld bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 oktober 1990.

Bij twee dwangbevelen, enerzijds één uitgevaardigd op 4 juli 1991 en op 12 juli 1991 betekend, en anderzijds één uitgevaardigd op 8 januari 1992 en betekend op 17 januari 1992, werd van de BVBA F•••• O••••• Juwelen betaling gevorderd van BTW, boeten en interesten.

De genoemde vennootschap tekende tegen de dwangbevelen verzet aan voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 25 juli 1991 en op 29 januari 1992.

Op 21 december 2009 werd het verzet van de genoemde vennootschap door de rechtbank als ongegrond afgewezen.

Op 10 maart 2003 werd lastens verweerder in cassatie een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 18 april 2003 betekend werd. In dat bevel werd verwezen naar de bedragen verschuldigd door de BVBA F•••• O••••• Juwelen zoals vermeld in voormeld dwangbevel van 4 juli 1991 en naar gedeeltelijke betalingen die werden verricht, alsook naar een arrest gewezen op 15 november 1990 door het hof van beroep te Antwerpen, waarbij verweerder in cassatie op strafgebied werd veroordeeld tot een geldboete op grond van overtreding van artikelen de 50, §1, 3° en 73 BTW-wetboek. In het bevel werd er verder op gewezen dat de verweerder in cassatie, op grond van zijn strafrechtelijke veroordeling, krachtens [artikel 73sexies BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies), hoofdelijk gehouden was tot betaling van de ontdoken belasting van voormelde vennootschap.

Verweerder in cassatie tekende verzet aan tegen het dwangbevel van 10 maart 2003.

De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen oordeelde in een vonnis van 4 april 2008 dat het litigieuze dwangbevel van 10 maart 2003 werd uitgevaardigd op een ogenblik dat de verjaring ten aanzien van de verweerder in cassatie reeds was ingetreden.

De eiser in cassatie tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis.

2\. Het bestreden arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 februari 2010 oordeelt dat de verjaring van de betwiste schulden ten aanzien van de verweerder in cassatie reeds was ingetreden op het ogenblik van de betekening van het dwangbevel van 10 maart 2003 en wijst het hoger beroep van de eiser in cassatie af.

3\. In het enig cassatiemiddel voert de eiser in cassatie aan dat het bestreden arrest niet wettig heeft beslist dat de verweerder de het dwangbevel van 10 maart 2003 gevorderde bedragen niet verschuldigd is wegens verjaring.

4\. [Artikel 83, eerste lid, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83) bepaalt dat zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggave van de belasting, de interesten en de administratieve geldboeten, de verjaring gestuit wordt op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien geen rechtsgeding hangend is.

Artikel 85, §2, van dat wetboek bepaalt dat de kennisgeving van het dwangbevel, dat uitgevaardigd wordt door de met de invordering belaste ambtenaar, de verjaring stuit van de invordering van de belasting en van zijn toebehoren en de belastingplichtige in staat stelt verzet te doen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, op de wijze bepaald in artikel 89.

Krachtens artikel 89, tweede lid, van hetzelfde wetboek, kan de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts worden gestuit bij door de belastingplichtige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

5\. De appelrechters gaan er in het bestreden arrest van uit dat het verzet met dagvaarding dat werd ingesteld door de BVBA F•••• O••••• Juwelen, de verjaring van de BTW-schuld enkel heeft geschorst ten aanzien van deze vennootschap en niet ten aanzien van de verweerder in cassatie, die ten gevolge van zijn strafrechtelijke veroordeling hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van die schuld.

Deze redenering van de appelrechters lijkt op het eerste gezicht een logische toepassing van de gemeenrechtelijke regels inzake hoofdelijkheid.

6\. De appelrechters gaan evenwel voorbij aan het feit dat de hoofdelijkheid waarin [artikel 73sexies BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) voorziet, van een bijzondere soort is. De hoofdelijkheid waarin die bepaling voorziet heeft duidelijk tot doel de Staat een bijkomend verhaalsobject te verlenen voor de door de vennootschap verschuldigde belastingschuld, om te vermijden dat de schuld van de vennootschap onbetaald blijft. Dat bijkomend verhaalsobject is het vermogen van de persoon, die als orgaan van de belastingschuldige vennootschap een rol heeft gespeeld in het verborgen houden van de belastbare grondslag.

De vennoot is geen evenwaardige schuldenaar van de belastingschuld, maar eerder een waarborg voor de betaling van de belastingschuld, of exacter een waarborg dat de economische waarde van de belastingvordering niet verloren gaat voor de gemeenschap.

7\. Gelet op die omstandigheid, is het niet meer dan logisch dat de gehoudenheid tot betaling van de strafrechtelijk veroordeelde vennoot, gekoppeld is en blijft aan de gehoudenheid tot betaling in hoofde van de belastingschuldige vennootschap. Als de bevoegde rechter ten gevolge van een verzet tegen dwangbevel vaststelt dat de belastingschuld in kwestie niet wettelijk verschuldigd is door de belastingschuldige vennootschap, verliest de hoofdelijke gehoudenheid in hoofde van de vennoot, die als waarborg voor de betaling van de schuld van de vennootschap is ingesteld, elke betekenis en bestaansreden. Het is ondenkbaar dat de vennoot, nadat de fiscale rechter heeft vastgesteld dat de belastingschuld van de vennootschap niet verschuldigd is, verder tot betaling van die schuld wordt aangesproken.

8\. Ingeval de belastingschuldige vennootschap de verschuldigdheid van de belastingschuld betwist, heeft die betwisting de opschorting van de tenuitvoerlegging tegen de vennootschap tot gevolg (Cass. 16 oktober 2008, AR [C.06.0433.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-verzet-rechtsgeding-geding-cassatie-brussel-2008-10-16-257e), A.C. 2008, nr. 552; F. STEVENART MEEUS, "L'opposition à contrainte formée par un assujetti à la T.V.A. est-elle une instance en justice visée à l'[article 83, alinea 1er, du Code de la T.V.A.](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83)?", RGCF 2009, 139, randnr. 15).

Nu de gehoudenheid van de vennoot tot de betwiste belastingschuld een bijkomende zekerheid voor de fiscus vormt, is het ondenkbaar dat de fiscus, hangende de betwisting uitgaande van de belastingschuldige vennootschap, de hoofdelijk aansprakelijke vennoot tot betaling kan dwingen. De opschorting van de eisbaarheid van de belasting die het gevolg is van het verzet van de belastingschuldige vennootschap, moet dan ook in die zin worden opgevat dat ze ook de aansprakelijke vennoot ten goede komt. Op het vlak van de verjaring heeft dit, op grond van artikel 2251 van het Burgerlijk Wetboek, tot gevolg dat de schorsing van de verjaring van de BTW-schuld zowel ten aanzien van de hoofdschuldenaar als ten aanzien van de medeschuldenaar speelt.

9\. In het bestreden arrest gaan de appelrechters er ten onrechte van uit dat de verweerder in cassatie, als hoofdelijk aansprakelijke vennoot, een evenwaardige schuldenaar is van de belastingschuld van de vennootschap, zodat de betwisting van de schuld door de vennootschap geen invloed heeft op de gehoudenheid van de vennoot tot betaling van die schuld en op de mogelijkheid voor de Staat om de vennoot tot betaling te dwingen.

10\. [Artikel 73sexies, eerste lid, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) bepaalt dat personen die als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis werden veroordeeld, hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van de ontdoken belasting.

Uit die bepaling blijkt duidelijk dat de veroordeelde dader of medeplichtige slechts tot betaling kan worden aangesproken indien de ontduiking van belasting vast staat of niet betwist wordt. Zolang de belasting betwist wordt, en er derhalve geen zekerheid over bestaat of er al dan niet belasting werd ontdoken, kan de mededader of medeplichtige niet tot betaling van de belasting worden aangesproken (E. DIRIX en K. BROECKX, « Beslag » in APR, Kluwer, 2010, 216-233; A. MISSAL, "De hoofdelijke gehoudenheid tot belastingschulden na een strafrechtelijke veroordeling: een stand van zaken", TFR 2010, 935-954; H. VANDEBERGH en J. BOES, "Invordering van belasting op grond van het kohier bij niet in het kohier opgenomen personen. Het cassatiearrest van 14 juni 2007, TFR 2008, 335-341; B. VANERMEN, Verjaring inzake directe belastingen en BTW, Larcier, 2008, 80-86 en 138-146).

De appelrechters oordelen in het bestreden arrest dan ook ten onrechte dat het aantekenen van verzet door de BVBA O••••• Juwelen de belastingsadministratie niet belette om tot invordering van de verschuldigde BTW over te gaan ten laste van de verweerder in cassatie, als hoofdelijk aansprakelijke in de zin van [artikel 73sexies BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies).

De appelrechters oordelen verder nog dat de hoofdelijke aansprakelijkheid in de zin van [artikel 73sexies BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) aan bepaalde beperkingen en voorwaarden onderworpen is, wat haaks staat op hun uitgangspunt dat de belastingplichtige vennootschap en de strafrechtelijk veroordeelde vennoot, allebei gelijkwaardige en verwisselbare schuldenaars zouden zijn van de belastingschuld.

Het enig middel komt dan ook gegrond voor.

Besluit: VERNIETIGING.

De namen van natuurlijke personen die leesbaar bleven in de versie die de FOD Financiën verspreidt, worden hier niet opnieuw gepubliceerd: ze zijn tot hun initiaal herleid. De tekst is nergens anders gewijzigd.

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 73sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) 7 voorkomens

[WBTW art. 83](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83) 3 voorkomens

[WBTW art. 73](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) 1 voorkomen

[WBTW art. 81](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

[WBTW art. 89](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Belastingen over toegevoegde waarde, Akkoordverklaring, Afstand van Geding, Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingen-toegevoegde-waarde-akkoordverklaring-afstand-hof-van-beroep-2026-01-27-bd27) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-ontvankelijkheid-regelmatigheid-intracommunautaire-levering-cassatie-brussel-2015-05-22-bd5e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2008-11-18-5570) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, bewijs, controlemaatregel, werkingssfeer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-gent-2003-10-14-968f) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2002-10-01-e393) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar van de vordering, Verjaring, Handeling onder bezwarende titel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-vordering-verjaring-handeling-onder-hof-van-beroep-antwerpen-2024-03-05-3cdb) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldigheid van het dwangbevel, Afdoende motivering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldigheid-dwangbevel-afdoende-motivering-verwijzing-hof-van-beroep-luik-2022-09-14-7774) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaring, nalatigheidsinterest, afstand van geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-nalatigheidsinterest-afstand-geding-rechtbank-brugge-2025-04-08-ca5a) 3 gemeenschappelijke bepalingen
