---
title: "Valsheid, Gebruik van valse stukken · Hof van Cassatie van België, 25 september 2001"
description: "Valsheid, Gebruik van valse stukken, valsheid in geschriften. Hof van Cassatie van België, 25 september 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/valsheid-gebruik-valse-stukken-in-cassatie-brussel-2001-09-25-2817"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/faux-usage-cassation-bruxelles-2001-09-25-3380"
---

# Valsheid, Gebruik van valse stukken, valsheid in geschriften

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

25 september 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

58 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 25.09.2001 (P.00.0005 N)

*Valsheid - Gebruik van valse stukken*

## Wettelijke bepalingen

Artt. 193 en 196, Strafwetboek

## Samenvatting

Oordelen dat het opgestelde expertiseverslag een geschrift is dat moest worden aangewend tot het verhogen van het verzekerd risico en dat het geschrift, onder meer gelet op eisers hoedanigheid van expert, van belang was om de verzekeringsmaatschappij te overtuigen van de waarde van de te verzekeren goederen, schendt de wetsbepalingen niet.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 25.09.2001**

**(P.00.0005 N)**

I. V. L. M., P., P., beklaagde, eiseres tot cassatie van een arrest, op 25 november 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer,

tegen

1\. C.I.C.E., verzekeringsmaatschappij, met zetel te ...,

2\. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Registratie en Domeinen, Directie BTW Hasselt, voor wie optreedt de heer adjunct-directeur van het Ministerie van Financiën, met zetel te Hasselt, Rijksadministratief Centrum, Voortstraat 43,

3\. G.B., naamloze vennootschap, met zetel te ...,

4\. B.M., burgerlijke partijen, de derde vertegenwoordigd door Mr. P.V.O., advocaat bij het Hof van Cassatie, burgerlijke partijen,

II. R. W., C., M., beklaagde, eiser tot cassatie van een arrest, op 25 november 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer,

tegen

1\. C.I.C.E., reeds vermeld,

2\. G.B., reeds vermeld,

3\. B. M.,

4\. K.V., naamloze vennootschap, met zetel te ..., burgerlijke partijen,

III. S. M., J., J., J., beklaagde, eiser tot cassatie van een arrest, op 25 november 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, met als raadsman Mr. R.V., advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

C.I.C.E., reeds vermeld, burgerlijke partij,

**HET HOF,**

Gehoord het verslag van raadsheer Dhaeyer en op de conclusie van advocaat-generaal Werquin;

Gelet op het bestreden arrest, op 25 november 1999 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;

## I. Op de voorziening van V.L.M.:

A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering :

Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering :

Overwegende dat eiseres geen middel aanvoert;

## II. Op de voorziening van R.W.:

A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering :

Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering :

Overwegende dat eiser geen middel aanvoert;

## III. Op de voorziening van S.M.:

Gelet op de memorie die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt;

A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering :

*Over het eerste middel :*

Overwegende dat uit de processen-verbaal van de terechtzittingen van 13 november 1996, 29 januari 1997 en 13 april 1997, blijkt dat de rechters Vanderhaeghen en Caers en de plaatsvervangende rechter Lommelen die het beroepen vonnis van 21 mei 1997 hebben gewezen en ondertekend alle terechtzittingen over de zaak hebben bijgewoond, zodat de in het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 mei 1997 vervatte vermelding dat de rechters Vanderhaeghen en Peeters en de plaatsvervangende rechter Lommelen het beroepen vonnis hebben uitgesproken, geen tegenstrijdigheid doet ontstaan waardoor het Hof zijn wettigheidscontrole niet zou kunnen uitoefenen;

Dat het middel niet kan worden aangenomen;

*Over het tweede middel :*

Overwegende dat als een privaat geschrift in de zin van de artikelen 193 en 196 Strafwetboek moet worden aangemerkt elk geschrift dat van aard is in het maatschappelijk verkeer enigszins als bewijs van een rechtshandeling of een rechtsfeit te dienen;

Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, een door een private deskundige opgesteld expertiseverslag een dergelijk geschrift kan uitmaken;

Overwegende dat de appèlrechters die oordelen dat het door eiser opgestelde expertiseverslag een dergelijk geschrift is omdat het moest worden aangewend tot het verhogen van het verzekerd risico en dat het geschrift, onder meer gelet op eisers hoedanigheid van expert, van belang was om de verzekeringsmaatschappij te overtuigen van de waarde van de te verzekeren goederen, de in het middel aangehaalde wetsbepalingen niet schenden;

Dat het middel niet kan worden aangenomen;

En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering :

Overwegende dat eiser geen bijzonder middel aanvoert;

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Verwerpt de voorzieningen;

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun respectieve voorziening.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer ...

Ondertekeningen
