---
title: "Tarieven, Recht op Aftrek · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 11 juni 2013"
description: "Tarieven, Recht op Aftrek, vrijstelling, boetes, tarief, recht op aftrek van Btw. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 11 juni 2013."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarieven-recht-aftrek-vrijstelling-boetes-rechtbank-gent-2013-06-11-ab3d"
lang: "nl"
---

# Tarieven, Recht op Aftrek, vrijstelling, boetes, tarief

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

11 juni 2013

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

90 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent dd. 11.06.2013 (AR 12/745/A)**

*Belasting over de toegevoegde waarde – Tarieven – Recht op Aftrek – vrijstelling - boetes*

## Samenvatting

De eiseres die zich beroept op de toepassing van het verlaagd tarief van 6%, dient het bewijs voor te leggen dat aan de voorwaarden daartoe voldaan is.

Geen recht op aftrek voor onvolledige facturen.

Voor de toepassing van de vrijstelling bedoeld in art 402

De opgelegde administratieve sancties hebben geen repressief karakter. Ze werden opgelegd conform wettelijke en uitvoeringsbepalingen.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde fiscale kamer,**

**dd. 11.06.2013**

**AR 12/745/A**

In de zaak van:

S.C-I. BVBA, (voorheen S. C. BVBA) met maatschappelijke zetel te…, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer …,

EISERES, vertegenwoordigd door Mter. S. S., advocaat te…;

Tegen:

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel, In de persoon van de Minister van Financiën, in de persoon van de Gewestelijke Directeur van het Controlecentrum Aalst, met kantoor te 9300 Aalst, Dr. André Sierensstraat 16 bus 1, vertegenwoordigd door G.D.B., e.a. inspecteur-diensthoofd bij een fiscaal bestuur;

VERWEERDER;

Vonnist de rechtbank als volgt:

**1.** **De rechtspleging****.**

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 13 mei 2013 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift d.d. 31 januari 2012.

**2.** **De vordering****.**

De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel, uitgevaardigd op 8 december 2011 door mevrouw B. V.W., Waarnemend Eerstaanwezend Inspecteur van het Ontvangkantoor BTW Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 20 december 2011 door de door de Gewestelijke Directeur van de BTW te Gent gedelegeerde ambtenaar (mevrouw K. P.), en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 23 december 2011.

De eiseres vordert de vernietiging van het voornoemde dwangbevel en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn, minstens de opgelegde geldboete kwijt te schelden. De eiseres vordert de terugbetaling van alle op grond van het dwangbevel geïnde bedragen en de veroordeling van de verweerder tot de kosten van het geding.

**3.** **De relevante feiten en het geschil****.**

**3.1.**

De eiseres heeft ingevolge de uitgeoefende beroepswerkzaamheid van catering vanaf 1 februari 1985 de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige en is onderworpen aan de wetgeving inzake BTW en aan de ter uitvoering van die wetgeving genomen uitvoeringsbesluiten.

**3.2.**

Op 20 september 2011 heeft de fiscale administratie bij de eiseres een BTW controle aangevangen over de periode van 1 januari 2008 tot 31 december 2009.

Op 6 december 2011 is overgegaan tot het opmaken van een proces-verbaal waarin de overtredingen tegen de toepassing van het BTW-Wetboek (W.BTW) werden opgenomen.

In het proces-verbaal vordert de administratie vanwege de eiseres de volgende bedragen:

• BTW: 62.523,79 EUR;

• geldboete: 6.250,00 EUR voor wat betreft de overtredingen opgenomen in de rubrieken 1) tot en met 3) van dit proces-verbaal;

• geldboete: 2.500,00 EUR voor wat betreft de overtreding opgenomen in rubriek 5) van het proces-verbaal;

• de totale boete bedraagt na afronding 8.750 EUR;

• wettelijke interest in uitvoering van artikel 91, §1, 1° van het W.BTW, 0,8% per maand te rekenen vanaf 21 januari 2010 over 62.520 EUR.

• moratoriuminteresten voorzien bij [artikel 91 §4 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91): pro memorie.

Vervolgens werd het voornoemde bestreden dwangbevel uitgevaardigd en aan de eiseres op 23 december 2011 per aangetekende brief overgemaakt.

De eiseres kan zich niet verzoenen met het dwangbevel en heeft op 31 januari 2012 het gedinginleidend verzoekschrift neergelegd, waarmee ze het geschil aan de rechtbank heeft voorgelegd.

**4.** **Beoordeling****.**

**4.1. Met betrekking tot de betwisting van het tarief van 6%.**

*4.1.1.*

Artikel 64 W.BTW bepaalt:

§ 1. Hij die goederen verkrijgt of produceert om ze te verkopen wordt behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

§ 2. Hij die diensten verricht, wordt behoudens tegenbewijs geacht dat te hebben gedaan onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

§ 3. Wanneer iemand als bedoeld in de §§ 1 of 2, handelingen verricht met betrekking tot goederen of diensten die aan een verschillend tarief onderworpen zijn, dan worden die handelingen behoudens tegenbewijs geacht voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of de diensten waarvoor het hoogste tarief geldt.

*4.1.2.*

Deze tarieven van 6% en 12% zijn van toepassing op die goederen en diensten waarvan uitdrukkelijk melding wordt gemaakt in de desbetreffende tabel van de bijlage bij het KB nr. 20.

De eiseres die zich beroept op de toepassing van het tarief van 6%, dient het bewijs voor te leggen dat aan de voorwaarden daartoe is voldaan.

*4.1.3.*

Op basis van de door de eiseres voorgelegde boekhouding wordt vastgesteld dat er geen bewijskrachtig stukken zijn die de toepassing van het tarief van 6% verantwoorden. De door de eiseres voorgelegde stukken zijn niet controleerbaar en omvatten enkel een eenzijdige bewering van de belastingplichtige. De documenten waarnaar wordt verwezen vermelden enkel een algemene vermelding: "kontante omzet".

De stelling van de eiseres dat een aanvaarde factuur de transactie bewijst kan niet gelden indien geen identiteit van een koper wordt vermeld. Het betreft een intern document waarbij de eiseres enkel een formulier heeft gebruikt ten behoeve van de interne boekhouding waar de vermelding "Factuur" voorgedrukt is.

*4.1.4.*

De tabel 2 van het proces-verbaal omvat facturen waarin de eiseres een bedrag heeft aangerekend voor het ter beschikking stellen van vergaderruimten die niet aan de BTW werden onderworpen. Er worden tevens 'diversen' gefactureerd welke niet aan de BTW onderworpen werden. Door de eiseres worden geen verantwoordingsstukken voorgelegd die deze post 'diversen' verantwoorden. De in de tabel 2 opgenomen bedragen aan huurinkomsten en diversen zijn onderworpen aan het normale tarief van 21 %.

Het contract waarbij zowel de terbeschikkingstelling van de zaal als het verstrekken van een maaltijd wordt verstrekt, dient krachtens artikel 18, §1, 11° W.BTW beschouwd als één dienstverlening, ook indien de exploitant van de eetgelegenheid een afzonderlijke prijs in rekening brengt voor de zaal, enerzijds, en voor de maaltijd, anderzijds. De eiseres dient een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken. De administratie stelt terecht dat krachtens artikel 38, §1 W.BTW het voor de leveringen van goederen en de diensten toe te passen tarief, het tarief is dat van kracht is op het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt, en krachtens artikel 17, § 1, 2de lid, §§ 2 en 3, en artikel 22, § 2, 2de lid en § 3, het tarief is dat van kracht is op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.

De eiseres brengt geen bewijs voor van haar vordering. De navordering van 25.037,96 EUR (23.098,84 EUR van tabel 1 en 1.939,12 EUR van tabel 2) is terecht.

**4.2. Met betrekking tot de betwisting van de aftrekbare BTW.**

*4.2.1.*

Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen ten aanzien van de BTW geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten moet de belastingplichtige op grond van [artikel 3, § 1, 1° , KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van 10 december 1969, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen [53, § 2 en 53octies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek, waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in [artikel 5, § 1, KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

*4.2.2.*

De facturen met nummers 532, 531, 234, 235, 341 en 466 bevatten niet de verplichte vermeldingen zoals opgelegd door [artikel 5, § 1, KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa). Het ontbreken van het BTW-nummer van de afnemer, het factureren per kalenderjaar, in strijd met [artikel 4 §1 van het KB nr.1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art4) dat voorschrijft dat de factuur uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar wordt, dient uitgereikt te worden, het niet vermelden van de juiste aard van de geleverde goederen, het niet vermelden van de juiste hoeveelheden, laten de normale en redelijke controle op de correcte toepassing van de aftrekregeling niet toe. Hierdoor kan niet worden geverifieerd in welke mate de geleverde goederen door de eiseres zijn gebruikt om handelingen te stellen zoals bedoeld in artikel 45 §1 W.BTW . De juiste aard en omvang van de leveringen en de dienstverrichtingen kan aan de hand van deze facturen niet worden . opgemaakt. Evenmin kan op basis van de gevraagde inlichtingen de juiste aard en omvang van de ontvangen handelingen worden geverifieerd. De voorlegging door de eiseres van een aantal inkomende facturen van de NV C. tonen evenmin de juiste aard en omvang van de geviseerde handelingen.

De eiseres levert niet het vereiste bewijs zodat het recht op aftrek door de administratie terecht werd verworpen. De gebreken zijn voldoende ernstig en niet disproportioneel met de eruit voortvloeiende weigering van de aftrek van de voorbelasting. De navordering van het bedrag van 37.308,00 EUR is terecht.

**4.3. Met betrekking tot de vrijstelling zoals voorzien in artikel 42, §3 W.BTW.**

Op de uitgereikte factuur met nummer 2009056 met als datum 17 maart 2009 aan I. P., …te … werd de vrijstelling zoals voorzien door artikel 42, §3 W.BTW toegepast. Er wordt geen verantwoordingsstuk voorgelegd dat bewijst dat de facturatie gebeurde aan een internationale instelling welke voor de vrijstelling in aanmerking komt.

Er wordt vastgesteld dat de eiseres deze vordering niet betwist.

**4.4. Met betrekking tot de belastingverhoging.**

De door de eiseres begane overtredingen zijn vermeld onder de nummers 1, 3 en 5 van het proces-verbaal d.d. 6 december 2011.

Krachtens artikel 70, §1 W.BTW wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting. De geldboete is verschuldigd individueel door ieder die krachtens de artikelen 51, §§ 1, 2 en 4, 51 bis, 52, 53, 53ter, 53nonies, 54, 55 en 58, of krachtens de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gehouden is tot voldoening van de belasting.

Krachtens artikel 70, §1bis W.BTW wordt ieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van die belasting in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van artikel 70 § 1, 1ste lid W.BTW.

De overtredingen opgenomen in de rubrieken 1) tot en met 3) van het procesverbaal werden in uitvoering van [artikel 1 KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, verminderd tot 10%.

Krachtens artikel 70, §4 W.BTW worden de niet in de §§ 1, 2 en 3 bedoelde overtredingen van de artikelen 39 tot 42, 52 tot 54bis, 55, 56, § 2, 57, 58, 60 tot 63, 64, § 4, 76, § 1, 80 en 109 of van de besluiten genomen ter uitvoering van die artikelen, bestraft met een geldboete van 25 EUR tot 2.500 EUR per overtreding.

Het bedrag van deze geldboete wordt bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld. Het K.B. nr. 44 stelt het bedrag van de niet- proportionele fiscale geldboeten vast. De Rubriek XVI. Overtredingen van de verplichtingen opgelegd krachtens de artikelen [61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61), [62](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62), [62bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis), [63](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-63) en [63bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-63bis) van het Wetboek voorzien een boete van 2.500 EUR per overtreding.

De overtreding opgenomen in rubriek 5) van het proces-verbaal werd in uitvoering van [artikel 1 KB nr. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-44-proportionele-fiscale-geldboeten-ec54#ar44-art1) van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet proportionele fiscale geldboeten vastgesteld op 2.500,00 EUR.

De administratieve sancties hebben geen repressief karakter omdat ze niet zeer zwaar zijn. De boeten werden conform de voormelde wettelijke en uitvoeringsbepalingen en regelmatig opgelegd. Er zijn geen redenen om deze boeten te vernietigen, kwijt te schelden of te verminderen.

**4.5. Met betrekking tot de gerechtskosten .**

De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

In toepassing van de artikelen 279 en 162, 4° van het Wetboek der registratie-,

hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

Aangezien de Belgische Staat niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, is

evenmin een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt: 0 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op elf juni tweeduizend dertien, waar aanwezig waren:

de heer S.R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G.L., griffier.

## Aangehaalde teksten

12

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[KB nr. 44 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-44-proportionele-fiscale-geldboeten-ec54) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen

[WBTW art. 61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) 1 voorkomen

[WBTW art. 62](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62) 1 voorkomen

[WBTW art. 62bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 63](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-63) 1 voorkomen

[WBTW art. 63bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-63bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Voldoening van de belasting, bewijs, controlemaatregel, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-bewijs-controlemaatregel-vrijstelling-rechtbank-brussel-2010-05-17-4c88) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-weigering-boekhoudkundige-stukken-rechtbank-luxemburg-2024-12-18-ffcb) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Tarief dat van toepassing is voor werken in onroerende staat -Voorwaarden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-toepassing-werken-in-onroerende-rechtbank-2022-07-01-5ebe) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Organisatie Evenementen, Zakenkantoor, Inbreuken, organisatie van evenementen, overtreding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-organisatie-evenementen-zakenkantoor-inbreuken-rechtbank-brussel-2026-04-08-0a1a) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-leuven-2007-06-15-ef8c) 5 gemeenschappelijke bepalingen
