Tarief van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 8 november 2011

Zoeken

Tarief van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboeteBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-belasting-strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-brugge-2011-11-08-9abd

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
8 november 2011

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

65 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 08.11.2011

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend:

In de zaak nr. 08/220/A Rep. nr. 2011/13063

B.U. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …, met ondernemingsnummer …, thans in faling, hebbende als curator meester M. J., advocaat te …, …, daartoe aangesteld bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Brussel d.d. 2 november 2010,

eiseres,

die niet verschenen is.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, BTW-Ontvangkantoor Brugge, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4

verweerster,

voor wie optreedt meester D. Z. A., advocaat te …, ….

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 17.01.2008.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.

Verweerder werd gehoord in zijn middelen bij monde van zijn raadsman m de openbare terechtzitting van 11.10.2011.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de economische activiteit van oprichten en uitbaten van boekhandels en videoshows en het verhuren en vertonen van films, videocassettes, DVD's en videoshows. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 24 september 2007 werd door een ambtenaar bij het AOIF sector BTW, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit over de periode 1.06.2004 t.e.m. 31.12.2006.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld (op vertonen van video's in cabines werd BTW-tarief van 6 % i.p.v. 21 % toegepast).

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen m.b.t. de inbreuken op de vaststelling van de tarieven werd door de controleagent, op 15 oktober 2007, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerder).

Wegens niet-betaling werd op 13.11.2007 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 20.11.2007 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie stuk 2 verweerder).

Dit dwangbevel werd op 22.11.2007 bij aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.

2.2. Eiseres vraagt dat :

- De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

- Het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn.

- In ondergeschikte orde, de boete wordt kwijtgescholden of verminderd.

- Verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden, vermeerderd met de moratoire interesten.

- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.200,00 EUR.

2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 5.000,00 EUR.

III. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. Nopens de grond

3.2.1. Eiseres stelt dat het vertonen van video's en CD-roms in kamers en cabines ter plaatste te kwalificeren is als de toekenning van het recht op toegang van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak, alsmede het recht gebruik ervan te maken. De ruimtes die voorzien zijn in de winkel dienen immers als een bioscoop te worden gekwalificeerd. Bijgevolg dienen deze diensten te worden onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 %.

3.2.2. Verweerder stelt daarentegen dat de diensten van eiseres (nl. de exploitatie van cabines waarin tegen vergoeding geprogrammeerde videofilms worden bekeken) belastbaar zijn tegen het BTW-tarief van 21 % omdat zij vallen onder de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen.

3.2.3. Tabel A, rubriek XXVIII van de bijlage bij KB nr. 20 bepaalt dat onderworpen zijn aan het tarief van 6 %: de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van a) de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen; b) de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 9 maart 1994 wordt de BTW-regeling inzake automaten toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat de aangetroffen ontvangsten in de automatische ontspanningstoestellen en gelijkaardige toestellen onderworpen zijn aan het BTW-tarief van 21 %. Verder wordt gesteld dat onder gelijkaardige toestellen wordt verstaan : "andere automaten van zeer diverse aard, zoals de automatische competitie- of behendigheidspelen die niet als kans- of geldspelen worden aangemerkt, de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt, de automatische weegschalen, de verrekijkers met automaat, de muziekautomaten (juke-boxes) of filmprojectie-automaten.

3.2.4. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving geen andere bedoeling en draagwijdte heeft dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij heeft met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.

Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toelichting en/of toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.

3.2.5. De cabines die eiseres exploiteert kunnen niet gelijkgesteld worden met een bioscoop. In tegenstelling met een bioscoop gaat het hier immers om zeer kleine ruimtes waar de consument door een muntinworp zijn eigen filmkeuze bepaalt.

De door eiseres uitgebate cabines behoren ontegensprekelijk tot de automatische ontspanningstoestellen, categorie gelijkaardige toestellen, nl. de filmprojectie­automaten. De ontvangsten die voortspruiten uit de exploitatie van deze cabines zijn het gevolg van handelingen, waarvoor op grond van artikel 37 en 38 W.BTW, BTW moet worden geheven tegen het tarief van 21 %.

3.2.6. Op grond van artikel 70, § 1 W.BTW is een evenredige fiscale geldboete verschuldigd voor de overtreding van de verplichting de belasting te voldoen van tweemaal het bedrag van de verschuldigde rechten. Deze geldboete werd verminderd overeenkomstig de schalen in bijlage aan het KB nr. 41 van 30 januari 1987, hetzij tot 10 % van de verschuldigde BTW.

Een boete van 10 % op het BTW-bedrag en voor een bedrag van 18.730,00 EUR heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999 , rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

In casu handelt de discussie over het door eiseres toegepaste tarief op de diensten die zij verrichtte met betrekking tot de videocabines. Moeten deze diensten gekwalificeerd worden als een toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen of als de toekenning van het recht op toegang van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak. Deze discussie is eerder van principiële aard.

Gelet op de hiervoor aangehaalde specifieke omstandigheden komt het opleggen van een boete niet opportuun voor derwijze dat deze moet worden kwijtgescholden.

3.3. Nopens de kosten

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van elk van de partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder gevorderde BTW ten bedrage van 187.355,87 EUR gegrond is.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder opgelegde boete ongegrond is.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Verwijst elk van de partijen in hun eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is die kosten vast te stellen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op acht november tweeduizend en elf.

Aanwezig zijn :

N. H., alleenrechtsprekend rechter;

M. D. C., gedelegeerd griffier (M.B. d.d. 16/05/11 gepubliceerd in het BS d.d. 23/05/11)

M. D. C. N. H.