---
title: "27 juni 2001 · Strafbepaling, strafrechtelijke sanctie · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Strafbepaling, strafrechtelijke sanctie. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 27 juni 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-strafrechtelijke-sanctie-rechtbank-antwerpen-2001-06-27-72b8"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, strafrechtelijke sanctie · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

27 juni 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

68 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 27.06.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig juni tweeduizend en één in openbare zitting van de tweede F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :**

**L. B.**, rechter,

**N. V.**, rechter,

**J. V. D. B.**, Belg, meer dan 30 jaar oud, eerst ingeschreven advocaat ter zitting aanwezig, zetelende bij belet van alle werkelijke en plaatsvervangend rechter.

**G. G.**, griffier.

**In zake : A.R. Nr. 00/2890/A**

**R. G.**, zonder gekend beroep, wonende te …, …,

**eisende partij,**

verschijnende bij Meester **P. S.** loco Meester **W. D. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**de Belgische Staat**, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoor te Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van en door benaarstiging van de Ontvanger van het derde BTW-Ontvangkantoor van Antwerpen, kantoorhoudende te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

**verwerende partij,**

verschijnende bij Meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **M. C.** te Antwerpen op 3 mei 2000.

\- de beschikking gewezen conform artikel 750, § 2 Ger. W. d.d. 24 januari 2001,

\- de wijzigende beschikking gewezen conform artikel 750, § 2 Ger. W. d.d. 23 februari 2001,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 23 mei 2001.

---

## Aanleiding tot het geschil

Verweerder heeft op 17 januari 1990 een dwangbevel uitgevaardigd ten name en laste van huidig eiser (uitvoerbaar verklaard op 28 januari 2000 en aan eiser betekend met exploot van gerechtsdeurwaarder d.d. 3 april 2000, stukken onder nr. 13 van de inventaris van verweerder);

Het dwangbevel verwijst naar drie erbij gevoegde bijzondere rekeningen (stukken 3, 4 en 5 van verweerder) opgemaakt op naam van NV **G.**, eertijds BTW-belastingplichtige onder nummer …, en deze rekeningen hebben betrekking op drie periodes, met name 01/11/82 tot en met 31/01/83, 01/03/83 tot en met 31/05/ 83 en tenslotte 30/04/84 tot en met 31/07/84;

De gehoudenheid van eiser wordt in het dwangbevel gemotiveerd onder verwijzing naar [art. 73sexies Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) (W.BTW), dat in zijn eerste lid bepaalt : 'Personen die als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis werden veroordeeld, zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de ontdoken belasting.';

Eiser gaat niet akkoord met deze te zijnen laste gestelde vordering, en voorzag zich in verzet tegen het dwangbevel met exploot van dagvaarding d.d. 17 mei 2000;

Partijen voeren geen middel van ontoelaatbaarheid van de vordering in rechte aan, en de rechtbank stelt ook geen van ambtswege op te werpen middel van ontoelaatbaarheid vast;

Eiser voert inhoudelijk geen grieven aan tegen de in de bijzondere rekeningen opgenomen en in het dwangbevel vervatte sommen die de vordering van verweerder samenstellen;

Hij werpt wel op dat een vonnis van deze rechtbank d.d. 21 september 1998 inzake hemzelf tegen huidig verweerder (zijn enig overtuigingsstuk) zowel kracht als gezag van gewijsde heeft, wat de huidig betwiste vordering dan moet beletten; Ondergeschikt is hij van oordeel dat het niet kadert binnen behoorlijk bestuur om hem na zoveel tijdsverloop nog aan te spreken tot betaling van BTW-schulden van de eerste helft der jaren tachtig;

Verweerder stelt dat er geen sprake kan zijn van gezag van gewijsde, en al evenmin van onbehoorlijk bestuur;

## Voorgaanden en chronologie

Als gegevens staan vast dat de NV **G.** failliet werd verklaard op 9 april 1984, dat verweerder op 26 april 1984 en naderhand op 14 november 1984 aangifte van schuldvordering deed die naderhand werd aanvaard in het passief, maar die niet leidde tot enig dividend bij afsluiting van het faillissement per 24 januari 1991 (dit laatste : stuk 6 van verweerder);

De aangifte van schuldvordering was gebaseerd op dezelfde bijzondere rekeningen als degene die zijn gehecht aan het dwangbevel waartegen eiser zich in huidig geding voorzag;

In een strafvordering tegen huidig eiser deed de Correctionele Rechtbank te Antwerpen op 2 juni 1987 uitspraak, velde het Hof van Beroep te Antwerpen op 9 juni 1989 in graad van hoger beroep een tussenarrest en op 9 maart 1990 een eindarrest, wat blijkt uit stuk 7 van verweerder, met name een kopij van het eindarrest;

Dit arrest heeft naar melding van partijen kracht van gewijsde, doordat de voorziening in cassatie van 22 maart 1990 door dat Hof werd verworpen op 12 november 1991 (meldingen op hetzelfde stuk 7 van verweerder);

Het feit C waarvoor huidig eiser toen werd vervolgd bestond in eenvoudige bankbreuk door het scheppen van een kunstmatig en ruïneus krediet middels het systematisch niet nakomen van de financiële verplichtingen van NV **G.** tegenover onder meer het Ministerie van Financiën;

Dat feit C behelst hetzelfde bedrag als dat waarvoor verweerder aangifte van schuldvordering had gedaan in hogerop vermeld faillissement;

Voor de vermengde feiten is huidig eiser veroordeeld in eerste aanleg met bevestiging in essentie in hoger beroep, dit laatste bij het vermelde eindarrest;

Op 29 december 1995 (stuk 14 van verweerder) heeft huidig verweerder dwangbevelen laten betekenen aan de NV **G.** waarvan het faillissement inmiddels was afgesloten, en de betekening gebeurde (klaarblijkelijk conform art. 34 Ger. Wetboek) aan het adres van huidig eiser als haar afgevaardigd bestuurder;

Deze laatste voorzag zich toen in verzet bij de rechtbank, wat leidde tot het hogerop reeds vermelde vonnis d.d. 21 september 1998, dat de bestreden dwangbevelen vernietigde 'inzoverre ze de verschuldigdheid van bepaalde bedragen door de NV **G.** situeren in de persoon van de Heer **G. R.**';

De vraag die door de rechtbank hier moet worden beoordeeld, is deze naar de omvang van het gezag van gewijsde van dat vonnis op huidig voorliggende betwisting;

## Onderzoek

Opdat er sprake kan zijn van gezag van gewijsde, vereist art. 23 Gerechtelijk Wetboek dat het gaat om dezelfde partijen in dezelfde hoedanigheid, dezelfde gevorderde zaak, en dat de vordering op dezelfde oorzaak berust;

In de vordering die aanleiding was tot het vonnis van 21 september 1998, was de verwerende partij op het dwangbevel de naamloze vennootschap **G.**, ten aanzien van ……. een exploot werd opgemaakt, maar dat werd betekend 'voor haar bij haar afgevaardigd beheerder' de heer **R. G.**;

De persoon aan wie toen werd betekend was bijgevolg huidig eiser, maar niet in persoonlijke naam, waar het huidig betwiste dwangbevel is gericht en betekend aan huidig eiser in persoonlijke naam, zulks op grond van een wetsbepaling die hem hoofdelijk aansprakelijk maakt met de naamloze vennootschap **G.**;

Van gezag van gewijsde van het vonnis van 21 september 1998 dat zou beletten om huidig eiser in persoonlijke naam in rechte aan te spreken, is er daardoor geen sprake;

Dat blijkt ten overvloede ook nog uit het hogerop reeds geciteerde beschikkende gedeelte van dat vonnis : de toenmalige tegen NV **G.** gerichte dwangbevelen werden vernietigd in zoverre die dwangbevelen de verschuldigdheid situeren in de persoon van de heer **R. G.**, wijl uit de overwegingen van dat vonnis blijkt : '... de consensus die bestaat over het feit dat de dwangbevelen enkel de NV **G.** viseerden';

Ondergeschikt werpt eiser op dat hij in het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 9 maart 1990 niet werd veroordeeld voor misdrijven bedoeld in de artikelen [73](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) en [73bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73bis) Wetboek BTW;

Uit dat arrest blijkt een door het Hof gedane her omschrijving van feit A, met name de overtreding van art. 73 W.BTW, waarna huidig eiser werd veroordeeld voor de vermengde hem ten laste gelegde feiten;

Huidig eiser werd strafrechtelijk als dader veroordeeld voor door NV **G.** ontdoken BTW;

De toepassingsvoorwaarden van art. 73sexies W.TBW tot het aanspreken van huidig eiser zijn aldus aanwezig;

Nog meer ondergeschikt werpt eiser op dat verweerder onbehoorlijk bestuurlijk zou handelen door in 2000 een dwangbevel uit te vaardigen voor een (overigens niet verjaarde) BTW-vordering die haar ontstaan vindt in periodes in 1982-1983-1984;

In het inleidend exploot verwijst eiser enkel naar een globaal tijdsverloop van ongeveer 18 jaar en verder zonder nadere precisering 'dat hij in hogervermelde periode geen afgevaardigd bestuurder meer was van NV **G.**';

Door zulks op te werpen heeft eiser een stelplicht die hij moet onderbouwen, wat hij niet doet met zijn summiere uiteenzetting, zodat reeds alleen daardoor zijn opwerping ter zijde kan worden geschoven;

Het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dat de basis vormt voor de hoofdelijkheid van art. 73sexies en bijgevolg noodzakelijk was als instelwaarde voor een vordering tegen eiser persoonlijk via zijn hoofdelijkheid, kon pas ten vroegste nuttig worden aangewend vanaf de afwijzing van het cassatieberoep eind 1991;

Eiser kan in zoverre en in de mate dat hij zoals hier persoonlijk wordt aangesproken, aan verweerder niet tegenwerpen dat deze laatste zich eerst nog via dwangbevelen in 1995 heeft trachten te wenden tot de hoofdschuldenaar van de rechten, de NV **G.**, en dat verweerder het einde van de daardoor toen ontstane procedure (vonnis september 1998) heeft afgewacht alvorens te beslissen om pas dan eiser via wetstoepassing aan te spreken als hoofdelijk medeschuldenaar;

Onbehoorlijk bestuur in hoofde van verweerder is bijgevolg behoorlijk zoek;

De wet werd door verweerder correct toegepast, en de vordering in verzet is ongegrond;

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Na erover beraadslaagd te hebben,

alle andere en strijdige middelen verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar maar niet gegrond,

Wijst eiser er van af, en verwijst hem in de kosten, deze aan zijn zijde in conclusie begroot op … BEF dagvaardingsexploot en … BEF rechtsplegingsvergoeding, en aan de zijde van verweerder in conclusie begroot op … BEF, doch door de rechtbank ingevolge art. 1022 Gerechtelijk Wetboek en uitvoeringsbesluiten vereffend op … BEF rechtsplegingsvergoeding geactualiseerd.

**G. G.** **J. V. D. B.** **N. V.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 73](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) 1 voorkomen

[WBTW art. 73bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 73sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-ontvankelijkheid-regelmatigheid-intracommunautaire-levering-cassatie-brussel-2015-05-22-bd5e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Zwarte omzet, Verkeerd tarief btw, aangegeven omzet Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zwarte-omzet-verkeerd-tarief-btw-rechtbank-2026-04-03-8bcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Misdrijven, Strafsancties](https://juriel.be/nl/rechtspraak/misdrijven-strafsancties-hoofdelijke-grondwettelijk-hof-brussel-2009-07-09-105-2009) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Misdrijven, Strafsancties](https://juriel.be/nl/rechtspraak/misdrijven-strafsancties-hoofdelijke-grondwettelijk-hof-brussel-2009-07-16-117-2009) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Misdrijven, Strafsancties](https://juriel.be/nl/rechtspraak/misdrijven-strafsancties-hoofdelijke-grondwettelijk-hof-brussel-2009-10-20-159-2009) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-fraude, Openbare orde, Ongeoorloofde oorzaak](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-fraude-openbare-orde-ongeoorloofde-cassatie-brussel-2007-03-22-2d79) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Misdrijven als bepaald in de artikelen 73 en 73bis](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-wetboek-misdrijven-bepaald-in-cassatie-brussel-2014-05-06-7a51) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, strafrechtelijke sanctie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-strafrechtelijke-sanctie-rechtbank-antwerpen-2009-12-21-e6a9) 3 gemeenschappelijke bepalingen
