---
title: "7 april 2003 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 7 april 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-rechtbank-antwerpen-2003-04-07-6e56"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

7 april 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

59 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 07.04.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven april tweeduizend en drie in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **01/6701/A**

**NV V.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **H. V. d. K.** loco meester **R. T.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

**1.** vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

**2.** vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de ondernemings­ en inkomstenfiscaliteit (sector BTW), Gewestelijke Directie Antwerpen, in de persoon van de Heer Gewestelijk Directeur, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 73,

**3.** vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. verificateur van het BTW Controlekantoor Brasschaat, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2930 Brasschaat, Guyotdreef 19.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **D. L.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **R. D. M.** te … op 18 oktober 2001 voor wat betreft verwerende partij sub nr. 1 en betekend door gerechtsdeurwaarder **M. B.** te … op 18 oktober 2001 voor wat betreft verwerende partij sub nr. 2 en 3,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 16 september 2002,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 17 maart 2003.

---

## Feiten en voorgaande

Bij eiseres gebeurde er op 25 maart 1997 een BTW-gerichte controle van documenten over de periode van 1 mei 1996 tot 31 december 1996, wat leidde tot de opstelling van een met aan de rechtbank voorgelegde correctieopgave en, veel later, tot een proces-verbaal van 15 februari 2001 (stuk 5 van verweerder), dat quasi onmiddellijk werd gevolgd door een dwangbevel van 21 februari 2001 (stuk 6 van verweerder) en door de kennisgeving van beide documenten aan eiseres met een aangetekende brief van 8 maart 2001 (eveneens stuk 6 van verweerder).

In het proces-verbaal werd vastgesteld dat de in aangiftecode (rooster) 56 op te nemen rechten werden gecompenseerd met de niet in aangiftecode (rooster) 59 opgenomen aftrekbare BTW, zodat het dwangbevel nog enkel betrekking heeft op de (herleide) administratieve boete van [artikel 70, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), moratoire intrest daarop, en de vervolgingskosten.

Aan eiseres werd met exploot van 7 juni 2001 (stuk 7 verweerder) betekening-bevel gedaan tot betaling, en eiseres heeft met exploten van 18 oktober 2001 laten dagvaarden in betwisting van de fiscale vordering.

Parallel met de invorderingshandelingen blijkt er een informeel bezwaar of minstens verzoek tot herleiding te hebben gelopen, waarover briefwisseling voorligt.

Vooreerst schreef eiseres eind mei 1997 aan de Gewestelijk Directeur BTW (stuk 1 van verweerder) :

"... Wij hebben ons akkoord hierover gegeven en regelen de betaling per omgaande.

De vergissingen werden niet bij opzet gedaan, maar door het feit dat de boekhouding ingewikkeld is, werd door een jonge bediende niet alles geboekt zoals het hoort.

Wij mogen ons hiervoor verontschuldigen en hebben niet nagelaten alles in het werk te stellen om dit in de toekomst te voorkomen.

Daardoor mogen wij U vragen de voorgestelde boete niet toe te passen tevens omdat wij nog voor een investering staan van 80 milj. Bfr. …”.

De Gewestelijk Directeur antwoordde met brief van 1 september 1998 (stuk 2 verweerder) dat de vaststellingen 'niet-onbelangrijke onregelmatigheden aan het licht brachten' en dat 'gezien het vermoedelijk niet-frauduleus karakter van de vastgestelde overredingen', de boete reeds zou zijn herleid conform het hogerop vermelde KB 41 inzake BTW, waardoor er in die stelling reeds rekening was gehouden met de concrete aard van de overtreding.

Dezelfde brief wees erop dat het opdragen van de taak aan een jong en onervaren bediende 'enkel maar doet veronderstellen dat hierop meer dan een gewone controle dient te worden uitgeoefend door de bestuursorganen', mede gelet op de omvang van de factuurbedragen (van toen tientallen miljoenen BEF).

Eiseres schreef daarop per 3 mei 1999 de centrale belastingdienst BTW te Brussel aan (stuk 3 van verweerder), met verzoek de zaken opnieuw te bekijken omdat" een jonge bediende de boekhouding (had) gedaan en de BTW op de onroerende werken riet (had) ingevuld".

De centrale belastingdienst antwoordde met brief van 6 december 1999 (stuk 4 verweerder) :

> "... Rekening houdende met het feit dat overeenkomstig het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, Bijlage, Tabel G, Eerste Afdeling, rubriek IV, een geldboete van 10 % over de verschuldigde belasting verschuldigd is, wordt de voormelde opgelegde geldboete tot (22.012,94 EUR) verminderd".

Uit deze briefwisseling blijkt, weliswaar slechts onrechtstreeks en zonder voorlegging aan de rechtbank van stukken daarover, dat aan eiseres aanvankelijk een geldboete gelijk aan 20 % van de rechten (22.012,94 EUR maal twee) werd opgelegd, en dat de vermindering naar 10 % uiteindelijk is gebeurd op verzoek van eiseres aan bepaaldelijk de centrale belastingdienst van de BTW.

## Onderzoek en beoordeling

Er wordt door verweerder geen opwerping gedaan tot ontoelaatverklaring van de vordering in rechte.

De rechtbank stelt van haar kant vast dat in het tweede lid van [artikel 84 van het Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84), de zinsnede " ...beslist over verzoeken om kwijtschelding van administratieve geldboeten en ..." werd afgeschaft door artikel 57 van de Wet van 15 maart 1999.

Het wordt door partijen niet in twijfel getrokken dat deze zinsnede nog van toepassing was met betrekking tot het immers reeds eind mei 1997 aan de directeur gedane verzoek en de daarop volgende beslissing van de directeur van 1 september 1998, ongeacht het gegeven en het tijdstip van het latere verzoek aan, en de beslissing van, de in die zelfde zinsnede van het tweede lid van artikel Wetboek BTW niet voorkomende centrale belastingdienst van de BTW.

Eiseres streeft met haar rechtsvordering de vernietiging na van de beslissing van de directeur die het hield bij de eerder opgelegde administratieve geldboete gelijk aan 20 %.

De rechtbank heeft volle rechtsmacht om te oordelen over de toegepaste boete, en zij is door de ingestelde vordering hoe dan ook in rechte gevat met de beoordeling van de boete.

Hieruit volgt dat de grief van eiseres om de bestreden beslissing nietig te zien en te horen verklaren uit oorzaak van bepaaldelijk overtreding door de directeur van de Wet van 29 juli 1999 betreffende de uitdrukkelijke motivering van rechtshandelingen, het nodige belang mist.

De directeur blijkt overigens zijn beslissing van 1 september 1998 wel afdoende te hebben gemotiveerd, zoals hogerop reeds is gebleken.

De rechtbank sluit zich volop aan bij deze motivering, nu eiseres het stellen van belangrijke boekhoudkundige en fiscale handelingen blijkbaar zonder het minste toezicht overliet aan wat zij zelf een jonge bediende heeft genoemd, met de opgemelde gevolgen.

Een reden tot (verdere) herleiding of kwijtschelding van de boete ligt voor de rechtbank dan ook niet voor in dit opzicht, maar slechts vanuit de Bijlage bij KB nr. 41 inzake BTW, Tabel 5, Afdeling I, rubriek IV, die de administratieve boete moduleert door ze te verbinden aan de welbepaalde aard van de overtreding van eiseres, en die op die wijze de modulering bepaalt op 10 %, in plaats van op de door de aanvankelijk toegepaste en door de bestreden beslissing behouden - niet door KB nr. 41 bepaalde - 20 %.

Nu de rechtbank vaststelt dat de geldboete conform de modulering van KB nr. 41 inzak:e BTW herleid dient te worden van 20 % naar 10 %, zonder dat er overigens aanleiding voorligt tot de kwijtschelding ervan, maar dat die herleiding in die zin reeds is geschied door de naderhand tussengekomen beslissing van de centrale belastingdienst BTW, is de vordering van eiseres - zonder noodzaak tot onderzoek van de aard van die laatste beslissing - zonder voorwerp in de mate dat zij het 10 % te boven gaande gedeelte betreft, en voor het overige ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering tot vernietiging van de bestreden directorale beslissing niet toelaatbaar bij gebrek aan belang,

Verklaart de vordering tot kwijtschelding of tot minstens vermindering, gesteld bij wijze van een vordering tot teruggave, toelaatbaar maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 167,33 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Levering van nieuwe gebouwen, Geen periodieke betaling, Bijzondere rekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-nieuwe-gebouwen-geen-periodieke-hof-van-beroep-luik-2023-03-17-1a65) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kunstmatige constructie, kopiename computerbestanden, fraude, controlemaatregel, inzagerecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kunstmatige-constructie-kopiename-computerbestanden-fraude-rechtbank-gent-2022-03-14-1dfe) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen
