---
title: "25 januari 2005 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Hof van beroep te Gent"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Hof van beroep te Gent (België), 25 januari 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2005-01-25-57d3"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

25 januari 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 25.01.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent - 5e kamer**

Nr. **2002/AR/119**

in de zaak van :

**V. M.**, handelaarster, thans huishoudster, wonende te …, …,

**appellante,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. M. J.-P.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het 1e BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, met kantoor te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **W. F.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

**1.** Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 19.9.1997 dagvaardde de appellante de geïntimeerde voor de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk teneinde uitspraak te horen doen over haar verzet tegen het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door **A. B.**, waarnemend ontvanger van het 1e BTW­ontvangkantoor van Kortrijk op 26.3.1997, en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 28.3.1997 door **J. P.**, inspecteur van de BTW te Brugge, aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Brugge.

In dit dwangbevel werd opgenomen als door de appellante verschuldigd aan de geïntimeerde: een bedrag van … BEF (thans … EUR) aan BTW + een wettelijke geldboete van … BEF (thans … EUR) ingevolge [artikel 70 § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en [70 § 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) BTW-wetboek, een intrest van 0,80 % per maand over de niet tijdig betaalde BTW vanaf 21.1.1996, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboete vanaf de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel ingevolge [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), de vervolgingskosten.

De appellante vorderde dat zou gezegd worden voor recht dat de bij dwangbevel gevorderde sommen volledig ten onrechte zijn want niet door haar verschuldigd, tevens zou gezegd worden voor recht dat de reeds betaalde of ingehouden gelden haar dienen te worden terugbetaald.

Bij vonnis van 17.9.2001 van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, tweede kamer, werd het verzet ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Het dwangbevel werd vernietigd enkel wat betreft de opgelegde geldboete die verminderd werd tot de helft van de verschuldigde belasting, hetzij … BEF (thans … EUR). De appellante werd veroordeeld tot de kosten van dagvaarding en de rechtsplegingsvergoedingen vierden gecompenseerd.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 17.1.2002 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

De appellante streeft met haar hoger beroep de vernietiging van het bestreden vonnis na en herneemt haar oorspronkelijke vordering.

Bij haar conclusie neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 12.9.2002 heeft de geïntimeerde incidenteel beroep ingesteld tegen het bestreden vonnis in zoverre het de geldboete herleidt van 200 % tot 50 %. Zij vordert dat het bestreden vonnis op dit punt zou vernietigd worden en zou beslist worden dat de vordering van de appellante tot het bekomen van kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete ongegrond is.

**2.** Uit volgende gegevens blijkt ontegensprekelijk dat de appellante door de BVBA **A.**-voeding goederen geleverd kreeg voor haar kleinhandel in levensmiddelen onder de valse naam van **M. D’H.**, …, …, en dit voor de jaren 1992, 1993, 1994 en 1995.

Uit de verklaring van **A. L.**, zaakvoerder van de BVBA **A.**-voeding aan de hoofdcontroleur **D’H. M.** (zie het proces-verbaal van deze laatste dd. 12.3.1996, als bijlage bij stuk 9 van de geïntimeerde) blijkt het opgezette fraudesysteem :

> *"Het gebeurt dat klanten bestellingen plaatsen op valse namen en adressen. Dat gebeurt op prints van de computer met dezelfde gegevens van de orderset. Links boven de print bevindt zich de valse benaming. De bestelde goederen alsook de beide facturen worden afgeleverd aan de werkelijke klant. Mevrouw* ***N.*** *overloopt met U de lijsten met de valse benamingen en zij vermeldt de werkelijke afnemer die deze benaming gebruikt om de goederen niet officieel te verkrijgen. Deze lijst gaat in bijlage hierbij. De facturen met de valse gegevens worden door de werkelijke klant contant betaald."*

Gezien **A. L.** volgens zijn verklaring slechts zelden op het bedrijf kwam, moet worden aangenomen dat hij aldus weergeeft wat hem meegedeeld werd door zijn personeel, zoals Mevrouw **N.**.

De bedoelde lijst met valse benamingen en werkelijke afnemers wordt in het stukkenbundel van de geïntimeerde niet gevoegd bij het vermelde proces-verbaal, maar is wellicht de lijst die gevoegd is bij de klacht aan de Procureur des Konings (zie stuk 23 van de geïntimeerde en bijlage 1 bij dit stuk), zoals de appellante suggereert op p. 6 van haar verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 17.1.2002).

Op deze lijst wordt vermeld : "*VALSE BENAMING* ***D'H. M.****, …, …" en ernaast "WERKELIJKE BENAMING* ***V. M.****, …, … (…)".*

**D. N.**, bediende in de afdeling verkoop van de BVBA **A.**-Voeding, legt aan de gerechtelijke politie op 21.11.1996 (zie stuk 7 van de geïntimeerde) een verklaring af waarin het fraudesysteem nader wordt uiteengezet :

> *"Het moet in 1992 geweest zijn, wanneer juist kan ik mij uiteraard onmogelijk herinneren, dat er hier een reiziger bij mij kwam met de vraag om twee facturen op te maken voor dezelfde klant, zijnde een op zijn werkelijke naam en adres en een andere op een door de klant aangebrachte naam en adres. In de praktijk was het dus zo, dat de klant via de boek "orderset" een bestelling plaatste, doch de reiziger bracht naast het boek met de bestellingen ook nog een lijst van de klant, met door hem zelf neergeschreven artikelen die hij ook wenste geleverd te zien. Op die lijst stond dan ook een andere naam dan deze van de klant en een ander adres. Er werden dan door ons twee leveringsbons opgemaakt en de computer maakt nadien automatisch twee facturen zijnde op naam van de klant en deze die op het papiertje stond. Wat die factuur betreft werd er nooit een BTW-nummer vermeld. Elke klant heeft hier een klantnummer en wanneer er voor de eerste maal een bestelling binnen kwam op een andere naam dan deze van de klant, kreeg hij ook een klantnummer. Deze werd dan automatisch verder gebruikt bij alle bestellingen. Automatisch werd er nadien gefactureerd dus zonder BTW-nummer. Na vier bestellingen blijft de boek "orderset" bij de klant en wordt er een nieuwe afgegeven, daar de prijzen wijzigen en er eventueel nieuwe artikelen zijn bijgekomen. De papiertjes met de hand geschreven door de klant, bleven zes weken hier in de lade zitten en nadien werden ze gewoon weggeworpen met het oud papier.*
>
> *Op uw vraag wie de valse naam en adres van de klant heeft bepaald, moet ik zeggen dat het steeds de klant is geweest die ons de gegevens ivm de naam en het adres die moest gebruikt worden heeft doorgespeeld. Nooit hebben wij zelf als bedrijf een "valse naam en adres" ingebracht. Het was de klant zelf die vroeg aan de reiziger of dat kon en er zelfs op aandrong, daar hij bij andere leveranciers het ook zo kon doen. Het lag aan de inventiviteit van de klant om de valse naam te bepalen. Of die naam familie en/of kennis was van de klant is een gegeven die mij niet ter kennis is. Wanneer de BBI hier was voor onderzoek, heb ik voor het eerst van hen gehoord dat de klanten de naam van hun moeder, broer en andere familieleden hadden gebruikt.*
>
> *Ik moet toegeven dat wij als bedrijf er kennis van hadden dat de leveringen die gebeurden aan de hand van de lijsten los van het "orderset" ook naar de klanten gingen en wij dus factureerden wat op de lijsten stond op een valse naam. Wij wisten maar al te goed dat leveringen op een en hetzelfde adres dienden te gebeuren door de vrachtwagenbestuurder. De factuur die werd opgemaakt hier op ons bedrijf dan de hand van de bestelling op een andere naam dan deze van de klant, droeg nooit een BTW-nummer. Wel werd de BTW die moet betaald worden gefactureerd en ook door de klant betaald. Wij droegen die BTW af naar de BTW-administratie en u begrijpt dat wij als bedrijf geen BTW-ontduiking hebben verricht. De klant haalt wel voordeel uit het systeem, daar hij die factuur niet zal opnemen in zijn boekhouding en dus zijn bedrijfsomzet en winsten op die manier kan minimaliseren.*
>
> *Op uw vraag hoeveel klanten dergelijk systeem toepasten, moet ik antwoorden dat het slechts een minderheid is van onze klanten. Ik kan daar echt geen getal op plaatsen, temeer daar het systeem na de BBI­controle in september van 1995 werd stopgezet. Het systeem werd toegepast ·wanneer een klant er om vroeg en werd gebruikt uit klantvriendelijkheid. Wanneer het systeem werd stopgezet, zijn een aantal klanten gewoon weggebleven, wat toch bewijst dat zij vragende partij waren in deze".*

Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de oprechtheid en de juistheid van deze verklaringen. In de verklaring van de Heer **L.** (stuk 3 van de geïntimeerde) komt duidelijk tot uiting dat hij niets anders kon dan bekennen omdat de BBI direct het heel doorzichtige systeem door had. Dit is alleen maar van aard om de juistheid van de vermelde verklaringen te bevestigen. Dat achteraf met de BBI tot een overeenkomst werd gekomen wat de boete betreft is niet van aard aan deze verklaringen te doen twijfelen. Dat deze verklaringen zouden zijn ingegeven door een poging tot verdoezeling van een eigen handeltje van bepaalde personeelsleden is ook niet bewezen en pure ongefundeerde hypothese van de appellante.

Op basis van deze verklaringen en gegevens staat vast dat de appellante goederen in het zwart afnam onder de valse benaming **D'H. M.** met adres zoals hierboven vermeld.

Dit wordt niet tegengesproken door de vermelding in het vonnis van 19.2.2001 van de correctionele rechtbank te Gent (stuk 50 van de geïntimeerde) van de naam valse benaming **D'H.** naast de naam van de werkelijke afnemer **B.**. Immers is de naam "**D'H.**" een veel voorkomende naam (zo zijn bvb. reeds twee "**D'H.’s** vermeld onder de afnemers in het vonnis), uit het vonnis blijkt niet dat het gaat om zelfde valse naam "**D'H.**" als gebruikt door de appellante (die zoals zij terecht opmerkt niet voorkomt in dit vonnis) terwijl de valse naam "**D'H.**" gebruikt door de appellante nader gepreciseerd wordt met voornaam en adres, wat vergissingen uitsluit.

De lijst waarop de link werd gelegd tussen de naam van de werkelijke afnemer en de valse benaming blijkt de enige te zijn die door Mevrouw **N.** werd nagezien (zie het proces-verbaal dd. 12.3.1996, stuk 9 van de geïntimeerde, derde blad, waarin de verbalisant enkel bij deze lijst, resultaat van zijn onderzoek, aangeeft dat Mevrouw **N.** deze heeft onderzocht; zie ook de verklaring in die zin van **A. L.**, stuk 2 van de geïntimeerde, p. 4 : *"Op mijn verzoek heeft Mevrouw* ***N.*** *die normaal de bestellingen input in de computer, samen met de mensen van de BBI, onze klantenlistings overlopen waarbij zij telkens de link legde tussen de werkelijke afnemers en de fictieve klanten. Aan de hand van deze gegevens werden door de diensten van de BBI dan volledige listings aangelegd die resulteerden in herberekening en sanctionering naar de betrokken BTW­plichtigen toe"*; zie ook de verklaring van **A. L.** op het vierde blad van het proces-verbaal van 12.3.1996, stuk 9 van de geïntimeerde, waarin hij bevestigt dat *"de valse namen en adressen die voorkomen op de lijst door U (d.i. de administratie) opgesteld in overeenstemming staan met de werkelijke benaming van de klant die ernaast vermeld zijn. Deze lijst wordt gevoegd onder bijlage 1"*, verklaring die hij maar kan afleggen na voorafgaandelijk ingelicht te zijn door Mevrouw **N.**, gezien zij goed op de hoogte is van het systeem (zij is de persoon gelast met het verzekeren van de dispatching, intikken van de bestelbons, en facturatie, en in staat gedetailleerd de informatie voorkomend op de lijsten te verschaffen : zie haar verklaring stuk 7 van de geïntimeerde; zie ook de verklaring van **D.**, stuk 4 van de geïntimeerde : *"Ik geloof dat het systeem van de dubbele facturatie uiteindelijk werd ontwikkeld door de dispatching, zijnde Mevrouw* ***N.****. Zij heeft de namen aan de BBI bekend gemaakt. Ik kende die namen helemaal niet."*) en **A. L.** volgens zijn verklaring - stuk 2 p. 2 van de geïntimeerde - maar zelden op het bedrijf komt).

De lijst in bijlage van het proces-verbaal van 12.3.1996 (stuk 9 van de geïntimeerde) moet dan ook geacht worden te zijn opgesteld door de administratie, en niet door Mevrouw N., terwijl ook niet blijkt dat zij die lijst zou nagezien hebben. Deze lijst bevat voor de onderzochte belastbare periode onder meer een opgave van aIIe facturen die werden opgesteld op naam van de door de appeIIante gebruikte valse benaming **D'H. M.** met klantnummer … (het klantnummer van de appellante daarentegen is …).

Deze lijst werd duidelijk opgesteld aan de hand van de in de boekhouding van de BVBA **A.**-Voeding aangetroffen facturen op die valse naam (zie onder meer de verklaring van **A. L.**, stuk 2 van de geïntimeerde, p. 3: *"De diensten van de BBI zijn dan systematisch alle facturen beginnen opvragen tussen 1992 en 1995 en zij konden in korte tijd inzicht krijgen op de manier waarop er fictief gefactureerd werd... "*; de verklaring van **A. L.**, stuk 3 van de geïntimeerde : *" ... ik wil er U op wijzen dat alle zogezegde valse documenten zijn genoteerd geworden door de BBI. Deze valse documenten zijn ons dan terugbezorgd"*; de verklaring van **D.**, stuk 5 van de geïntimeerde : *"Dientegevolge werd door de BBI dan systematisch nazicht verricht van alle uitgaande facturen mbt de boekjaren 1992 tem 1995...* ; zie ook het proces-verbaal dd. 12.3.1996, stuk 9 van de geïntimeerde : *"Na onderzoek van alle verkoopfacturen van de periode 1.1.1992 tot 31 december 1995... "*). De gerechtelijke politie verzegelde ook de zolder waarin zij de bedoelde in beslag genomen facturen onderbracht (zie de verklaring van **J. L.**, stuk 6 van de geïntimeerde).

Om de als bijlage 1 bij het proces-verbaal dd. 12.3.1996 gevoegde lijst op te stellen volstond het voor de verbalisant om de facturen na te kijken en deze met de valse benaming **D'H. M.** in de lijst op te nemen. De in deze lijst opgenomen vaststellingen met betrekking tot de gegevens van deze facturen zoals klantnummer, geadresseerde, datum, bedragen zijn gegevens die door de verbalisant werden vastgesteld met eigen zintuigen, en gelden tot bewijs van het tegendeel. Aldus wordt op het vierde blad van het proces-verbaal, stuk 9 van de geïntimeerde, meegedeeld dat *"uit de verkoopfacturen en de lijsten, vermeld op het derde blad hiervoor (d.i. o.m. de door Mevrouw* ***N.*** *goedgekeurde lijst), heb ik vastgesteld dat volgende belastingplichtige...* ***M. V.*** *... valse facturen heeft laten opstellen door de BVBA* ***A.****-Voeding voor volgende bedragen : ... Een gedetailleerde lijst met alle valse facturen en met de eventueel corresponderende officiële facturen gaat hier in bijlage* (d.i. de lijst bijlage 1)".

De door de appellante aangehaalde verklaring van **A. L.** volgens welke fouten stonden in de eigen listings van de BBI is niet van aard deze vaststellingen te weerleggen. Het staat niet vast dat de door hem bedoelde en volgens hem foutieve Iistings deze omvat die specifiek over het geval van de appellante werd opgesteld. Bovendien vraagt men zich af hoe de Heer **L.** zich zou kunnen uitlaten over de lijst met betrekking tot de appellante, wanneer uit zijn reeds aangehaalde eigen verklaring blijkt dat hij zelden naar het bedrijf komt en het beheer ervan in handen is van anderen. Dat hij de lijst opgesteld door de Heer **M.** met betrekking tot de appellante of enige andere lijst gedetailleerd zou hebben geverifieerd (of hiertoe opdracht zou gegeven hebben aan zijn personeel) is meer dan onwaarschijnlijk. Hij stelt enkele steekproeven te hebben gedaan op de berekeningen van de BBI volgens welke er voor … BEF (thans … EUR) aan fictieve facturen waren, en daarin enkele fouten te hebben vastgesteld, maar niet moeilijk te hebben willen doen omdat hij besefte dat *"wij fouten hebben begaan"* (stuk 2 van de geïntimeerde). Zulks is niet van aard aan te tonen dat de Heer **M.** de gegevens van de in de boekhouding aangetroffen facturen met de valse benaming **D'H. M.** niet correct zou hebben overgebracht op de lijst in bijlage bij zijn proces-verbaal van 12.3.1996.

**3.** Tevergeefs roept de appellante in dat de geïntimeerde niet het volledig strafdossier voorlegt. Te dezen worden nuttige gedeelten, bezwarend voor de appellante, voorgelegd, waaruit op afdoende wijze haar deelname aan het fraudesysteem blijkt. De appellante houdt van haar kant niet eens voor dat welbepaalde andere gegevens uit de strafinformatie haar betrokkenheid tegenspreken en nog minder legt de appellante zelf dergelijke stukken voor, terwijl nochtans geen redenen blijken die zouden verhinderen dat ook zij toegang tot het bedoeld strafdossier zou krijgen en zij de voorgelegde gedeelten van het strafdossier zou kunnen aanvullen te harer ontlasting.

Enige schending van de rechten van de verdediging blijkt dan ook niet. Voor zoveel als nodig dient te worden opgemerkt dat artikel 6 EVRM (dat niet van toepassing is in belastingzaken, maar door de appellante wel kan ingeroepen worden in zoverre zij de geldboete, zijnde een strafsanctie, bestrijdt) om zelfde redenen evenmin nuttig kan ingeroepen worden door de appellante nu niet blijkt dat het niet voorleggen van het volledige strafdossier door de geïntimeerde aan de appellante schade heeft berokkend bij de verdediging van haar belangen (vergelijk met EHRM, 24.2.1994, inzake van Bendenoun t/ France, www.echr.coe.int).

**4.** De boete aan de appellante opgelegd in toepassing van [artikel 70, § 1 BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) is een strafsanctie in de zin van artikel 6 EVRM (Verdrag van 1.11.1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd bij wet van 13.5.1955). Ter eerbiediging van artikel 6 EVRM dient het Hof bevoegd geacht te worden het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de beslissing daaromtrent op alle punten, zo in feite als in rechte, te hervormen (zie EHR.M, 4.3.2004, Silvester's Horeca Service t/ België, www.echr.coe.int).

Te dezen moet worden vastgesteld dat een boete van 200 % onevenredig is met de door de appellante begane inbreuken, en dient te worden herleid tot redelijke proporties. In dit verband dient er wel op gewezen dat de appellante zich toch bewust schuldig gemaakt heeft aan fraudepraktijken, dit over een periode van vier jaar. Het bedrag van de ontdoken BTW bedraagt … BEF (thans … EUR). Een boete van … BEF (thans … EUR), hetzij 50 % van de ontdoken rechten is in redelijkheid gerechtvaardigd.

Op de vordering van de appellante tot terugbetaling van de reeds betaalde of ingehouden bedragen kan worden ingegaan in zoverre het teveel betaalde of ingehouden bedragen betreft.

### Beschikkend gedeelte

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF**, recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Ontvangt het hoofdberoep en het incidenteel beroep.

Verklaart het hoger beroep in geringe mate gegrond.

Verklaart het incidenteel beroep ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis, mits deze aanvulling dat de geïntimeerde wordt veroordeeld tot terugbetaling aan de appellante van het eventueel teveel betaalde of ingehoudene.

Veroordeelt de appellante tot 9/10 en de geïntimeerde tot 1/10 van de kosten in hoger beroep en begroot deze in hun geheel als volgt :

• aan de zijde van de appellante : op … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rolrecht hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, op **VIJFENTWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN VIJF**.

Aanwezig :

Mevrouw **N. V. I.**, Voorzitter

De Heren **A. D. M.** en **G. T.**, Raadsheren

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **G. T.** **A. D. M.** **N. V. I.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-btw-reikwijdte-uitsluiting-hof-van-beroep-gent-2022-09-06-1075) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale fraude, Valse facturen, Aanwijzingen van fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-fraude-valse-facturen-aanwijzingen-hof-van-beroep-brussel-2022-12-01-3bf8) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Verlaagd tarief, Geluidswerende panelen, Principekwestie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-verlaagd-rechtbank-antwerpen-2022-03-16-3c8e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetverhoging, Vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetverhoging-vermoedens-vermoeden-hof-van-beroep-antwerpen-2022-03-29-4427) 2 gemeenschappelijke bepalingen
