Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 19.03.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 19 MAART 2009
Rolnummer AR 05/1949/A
In de zaak van :
1. G.C.V. D. L. & Co, en
2. L. D., de eerste met zetel te en de tweede wonende te … (…), …
eisers,
hebbende als raad Mter Y. V., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het kantoor Aalst, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, met burelen te 9300 Aalst, Graanmarkt 1
verweerder,
hebbende als raad Mter E. V. A., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 19.2.2009 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift neergelegd op 24.5.2005, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de respectievelijke dossiers.
2. DE VORDERING
De vordering van eisers strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel uitgevaardigd door het BTW-ontvangkantoor te Aalst op 30.11.2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 2.12.2006 en aan eisers betekend op 17.3.2005.
Krachtens voornoemd dwangbevel wordt aan eisers bevel gegeven om te betalen :
BTW : … EUR
Intrest berekend tot 20.12.2004 : … EUR
Geldboete ingevolge art.70 § 1 W.BTW : … EUR
Samen : … EUR
Te vermeerderen met :
- de intrest van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.12.2004;
- de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de kennisgeving van dit dwangbevel ingevolge art. 91, § 4 W.BTW;
- de vervolgingskosten.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel te horen nietig verklaren, ondergeschikt de opgelegde belastingverhoging substantieel te verminderen tot een redelijk niveau.
3. FEITEN
De GCV D. L. & Co is ingeschreven als BTW belastingplichtige onder het BTW registratienummer BE … voor zijn activiteit als boekhouder.
Op 26.9.2003 werd .een controle uitgevoerd bij eerste eiser teneinde er de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en de -reglementering na te gaan over de periode van 1.1.2001 tot 31.12.2002.
Naar aanleiding van dit toezicht werd bij proces-verbaal d.d. 25.10.2004 vastgesteld dat eerste eiser op 31.3.2001 voor de klant CV L. F. & Co een creditnota boekte voor een bedrag van … frank + … frank BTW. Eerste eiser kan geen dubbel van de creditnota voorleggen en voornoemde klant betwist de ontvangst ervan.
De administratie stelt dat de BTW op voormelde creditnota ten onrechte werd teruggevraagd in de periodieke BTW aangifte omdat de vraag tot teruggave in strijd zou zijn met art. 4, § 1, 3° KB nr. 4 van 29.12.1969.
Tevens werd een boete opgelegd van 200 %.
Bij gebrek aan betaling werd op 30.11.2004 een dwangbevel uitgevaardigd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 2.12.2004 en aan eisers betekend op 17.3.2005.
Op 24.5.2005 leggen eisers een verzoekschrift neer bij onderhavige rechtbank.
4. BESPREKING
1. Nopens art. 77, § 1 W.BTW.
1. De discussie betreft een creditnota ten bedrage van … frank + … frank BTW (stuk 1 eisers).
2. Overeenkomstig art. 75 W.BTW kan de belasting slechts worden teruggegeven in de gevallen waarin het wetboek voorziet.
Krachtens art. 77, § 1 W.BTW wordt de belasting die werd geheven van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag teruggegeven :
1° wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is;
2° wanneer aan de medecontractant een prijsvermindering is toegestaan;
3° wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend;
4° wanneer de overeenkomst voor de levering van het goed of de uitvoering van de dienst verbroken is;
5° wanneer de overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden is;
6° wanneer het geleverde goed binnen zes maanden na de levering of de intracommunautaire verwerving van een goed door de leverancier is teruggenomen zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen;
7° wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.
Om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen moet de leverancier of de dienstverrichter, overeenkomstig art. 79 W.BTW een verbeterend stuk opmaken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag en aan de medecontractant een dubbel van dit stuk uitreiken voorzien van de vermelding "BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin deze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht" (zie KB nr. 4 van 29.12.1969).
3. Eisers beweren dat partijen (de GCV D. L. en C° enerzijds en de CV F. L. en C° anderzijds) tot de vaststelling waren gekomen dat de GCV D. L. en C° een teveel aan voorschotfacturen had gemaakt en dat om die reden was overeengekomen dat de GCV D. L. en C° een creditnota diende te maken, doch laten na hieromtrent enig bewijs voor te leggen. Een loutere boeking in de boekhouding van eerste eiser en een creditnota die pas voor het eerst hangende de procedure door eisers wordt voorgelegd vormt dit bewijs niet.
Bovendien stelt de rechtbank vast dat kwestieuze creditnota op geen enkele manier verwijst naar eerder opgemaakte facturen, noch enige verantwoording geeft omtrent de reden van de verbetering en dat dhr. F. L. in naam van de CV F. L. en C° op 1.10.2004 verklaarde deze creditnota nooit ontvangen te hebben.
De voorgelegde creditnota voldoet evenmin aan de voorwaarden van art. 4 KB nr.4 om de vordering tot teruggaaf uit te oefenen. Zo is hij niet voorzien van de vermelding " BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht".
4. Eisers blijven dan ook in gebreke hun recht op teruggaaf te bewijzen.
2. Nopens de boete
De boete werd in het proces-verbaal afdoende gemotiveerd.
In casu werd overeenkomstig art.70, § 1 W.BTW een boete opgelegd van 200 % van de verschuldigde BTW hetzij … EUR.
De opgelegde administratieve boete is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van art. 6 EVRM.
De rechter mag bij de toetsing van een administratieve sanctie, die een repressief karakter heeft in de zin van art. 6 EVRM, de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken en in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen (Cass. 5.2.1999 R.W. 1998-99, p. 1352 en R.W. 1999-2000, p. 640; Cass. 24.1.2002, R.W. 2002-03, p. 1017 en 1018).
Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat hij mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.
De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, d hoogte van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de boete onevenredig is en de administratie niet naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de betwiste boete, en van de vaste schalen van boeten moet worden afgeweken, dient de rechtbank aan te geven op welke gronden van deze schalen moet worden afgeweken (Cass. 16.2.2007, F.06.0032.N)
In hoofde van eisers, die boekhouders zijn en diverse samenwerkingsverbanden hebben met de betreffende medecontractant die ook boekhouder is, is geen goede trouw voorhanden. In casu hebben eisers een boeking verricht waardoor ze de verschuldigdheid van BTW in hun hoofde hebben verminderd en hebben ze geen creditnota uitgereikt, zodat de medecontractant de in zijn hoofde verrichte BTW aftrek niet kan verbeteren. Op die manier ontwijken eisers de betaling van de verschuldigde belasting en verschaffen ze zichzelf een niet gerechtvaardigd belastingkrediet.
Onverminderd de ernst van de inbreuk is de opgelegde geldboete van 200 % onevenredig met de zwaarte van de gepleegde inbreuk. De rechtbank is van oordeel dat een geldboete van 100 % wel als evenredig is aan te merken.
Eisers dienen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten te worden verwezen (art.1017, eerste lid Ger. W.).
De kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Ger. W.(art. 1018, 6° Ger. W.)
Partijen zijn het eens dat de vordering in geld waardeerbaar is en ramen deze in de schijf tussen 10.000,01 en 20.000,00 EUR.
In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan … EUR (art. 2 K.B. 26 oktober 2007).
Partijen zijn akkoord met dit bedrag.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende bij tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.
Herleidt de boete tot 100 % zijnde … EUR en beveelt de terugbetaling van het eventueel teveel betaalde te vermeerderen met de moratoriumintresten.
Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
- aan de zijde van eisers
rechtsplegingsvergoeding : … EUR
- aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op donderdag negentien maart tweeduizend en negen, waar aanwezig waren :
mevrouw J. D. B., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. J. D. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.