---
title: "23 september 2010 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete. Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 23 september 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-hasselt-2010-09-23-0e78"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

23 september 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

74 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 23.09.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE BURGERLDKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER B, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

**Inzake AR nr. 08/2366/A**

**N. D.**, wonende te …, …

**eiser,**

verschijnende in persoon, hebbende als raadsman mr. **S. H.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 21.

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Hasselt, van wie het kantoor gevestigd is te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **O. M.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- de inleidende dagvaarding van 01.10.2002, betekend door gerechtsdeurwaarder **P. W.** te …, houdende verzet tegen een betekening-bevel van 17.09.2002 en van 18.09.2002;

\- de conclusies en stukken van verweerder.

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

1\. Eiser was op het ogenblik van de feiten geregistreerd onder het BTW-nummer BE …, wegens de activiteit van lasser en als dusdanig uit hoofde van zijn economische activiteit onderworpen aan de bepalingen van het BTW-wetboek en de ter uitvoering getroffen besluiten.

2\. Eiser diende op 14.07.200 bij het bevoegde BTW-controlekantoor een aangifte van aanvang van werkzaamheden in. Hierin verklaarde hij dat hij vanaf 17.07.2000 een werkzaamheid zou gaan uitoefenen waardoor hij belastingplichtige werd. Hij opteerde voor de gewone BTW-regeling.

De BTW-administratie stelde vast dat de BTW-aangiften vanaf het derde kwartaal 2000 tot en met het vierde kwartaal 2001 laattijdig waren.

Uit de laattijdige BTW-aangiften bleek dat eiser bedragen aan de administratie verschuldigd is. Eiser is er niet in geslaagd om wat betreft het eerste t.e.m. het vierde kwartaal van 2001 zijn BTW-verplichtigen na te komen.

3\. Eiser werd geconfronteerd met twee betekeningen-bevelen ter invordering van de verschuldigde bedragen, met name :

\- op datum van 17.09.2002 door gerechtsdeurwaarder **V.** te … voor een bedrag van 14.559,30 euro meer kosten en interesten;

\- op datum van 18.09.2002 door gerechtsdeurwaarder V. te … voor een bedrag van 7.811,51 euro meer kosten en interesten.

4\. Eiser heeft middels dagvaarding van 01.10.2002 hiertegen verzet aangetekend.

Eiser overweegt daarbij in essentie :

\- dat hij sinds 17.07.00 zelfstandige is;

\- dat hij in die hoedanigheid belangrijke werken heeft uitgevoerd bij NV **E. E.** en dit in onder aanneming;

\- dat hij voor die prestaties talrijke facturen heeft opgemaakt;

\- dat hij geen registratienummer kon bekomen omdat een vennootschap NV **K.** in staat van faillissement werd verklaard;

\- dat de diensten van de RSZ hem een registratienummer weigerden omdat de RSZ geen onderscheid maakt tussen rechtspersoon en fysieke persoon voor degene die een vennootschap hebben bestuurd die in faling is gegaan;

\- dat ten gevolge van die weigering de NV **E. E.** verplicht was 35 % van de factuurbedragen over te dragen aan de RSZ en 15 % aan de bedrijfsvoorheffing;

\- dat eiser nochtans geen personeel in dienst heeft;

\- dat de dienst van de RSZ haar eigen organisatie heeft ingeschakeld, en tot de vaststelling kwam dat eiser een schijnzelfstandige was;

\- dat volgens de RSZ ten onrechte werd voorgehouden dat eiser toch met niet­ingeschreven personeel had gewerkt;

\- dat bepaalde werknemers van NV **E. E.** onder druk waren gezet door de RSZ om bepaalde verklaringen af te leggen;

\- dat hierover een procedure aanhangig is bij de arbeidsrechtbank;

\- dat ten gevolge van die inhoudingen de RSZ meer dan 70.000,00 euro in bezit heeft, daar waar zij maar een vordering heeft ten bedrage van 22.941,00 euro;

\- dat daardoor eiser in de mogelijkheid is ook de BTW als schuldeiser te vergoeden.

3\. Verweerder ziet het anders.

Verweerder beweert dat eiser op het ogenblik van de litigieuze feiten geregistreerd was onder BTW-nummer BE … en wegens de activiteit van lasser in die hoedanigheid onderworpen was aan de bepalingen van het BTW-wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 14.07.2000 deed eiser aangifte van aanvang van werkzaamheden bij het bevoegde BTW-controlekantoor.

Hij verklaarde dat hij vanaf 17.07.2000 een werkzaamheid zou gaan uitoefenen waaraan BTW-verplichtingen waren gekoppeld.

Hij was op dat ogenblik in de veronderstelling dat hij als kwartaalaangever kon worden aanzien.

De eerst op te maken aangifte betrof aldus het derde kwartaal van 2000.

De administratie heeft echter moeten vaststellen dat de eerste aangifte was werd ingediend op 28.02.2002 door de gevolmachtigde boekhouder en pas op 05.03.2002 verwerkt werd door de administratie.

De administratie heeft ook moeten vaststellen dat de daarop volgende BTW-aangiftes telkens laattijdig werden ingediend.

Dit leidde ertoe :

\- dat op 31.01.2001 de BTW-rekening-courant in hoofde van eiser werd afgesloten voor het jaar 2000, en hem een boete werd opgelegd op basis van [art. 70, § 4 BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70);

\- dat op 31.07.2001 de BTW-rekening-courant in hoofde van eiser werd afgesloten voor het eerste en tweede kwartaal van 2001 en hem opnieuw een boete werd opgelegd;

\- dat er voor het derde en vierde kwartaal van 2000 een laattijdige BTW-aangifte werd gedaan door eiser, waarbij eiser naliet de verschuldigde BTW te betalen, hetgeen opnieuw belangrijke BTW-vorderingen genereerde, zo in hoofdsom, interesten en boetes;

\- dat gelijkaardige vorderingen tot stand kwamen door de laattijdige aangiftes voor de kwartalen van 2001.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank. bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde

De rechtbank stelt vast dat eiser in zijn verzoekschrift nergens melding maakt van een reden ten gronde waarom de vorderingen van de BTW-administratie niet correct zouden zijn. De vorderingen zijn een gevolg van de laattijdigheid van eiser en zijn gegrond op basis van de bepalingen van het BTW-wetboek en de ter uitvoering genomen besluiten.

Eiser houdt voor dat hij de verschuldigde bedragen niet kan betalen omwille van een dispuut met de diensten van de RSZ.

Het geschil dat er bestaat tussen de diensten van de RSZ, doet niets af aan de verschuldigbaarheid van de BTW-vorderingen. Dit betreft een extern gegeven dat geen invloed heeft op de gegrondheid van de BTW-vordering.

De vordering van eiser is dan ook ongegrond.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

Verweerder heeft ter zake standpunt ingenomen en begroot de rechtsplegingsvergoeding op 1.200,00 euro.

De vordering is in geld waardeerbaar en gezien de financiële draagkracht van eiser, kan afgeweken worden van de basisvergoeding.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK**, rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding en begroot deze kosten aan de zijde van verweerder op 625,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer B**, op het gerechtshof te Hasselt op **23.09.2010**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter, en

De heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **M. C.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
