Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 18.12.2012
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Rechtbank van Eerste aanleg te Gent - Zesde Fiscale Kamer - Openbare Terechtzitting van 16 december 2012
Rolnummer : AR 11/1363/A
In de zaak van :
F. I. B.V., met maatschappelijke zetel te … (…), … (doch geleid vanuit …, …), met als ondernemingsnummer in België BE ….
EISERES, vertegenwoordig en bijgestaan door Mter S. S., advocaat, kantoorhoudende te …, …;
1. DE BELGISCHE STAAT, F.O.D. Financiën, vertegenwoordigd door de heer minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;
2. DE BELGISCHE STAAT, F.O.D. Financiën, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Zottegem van wie de burelen gevestigd zijn te 9620 Zottegem, G. Schockaertstraat 4;
VERWEERDERS, vertegenwoordig en bijgestaan door Mter E. V. A., advocaat, met kantoor te … (…), …;
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. De rechtspleging
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 20 november 2012 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift d.d. 26 januari 2011 en de akkoordconclusie, ter griffie neergelegd op 7 mei 2012 en door de beide partijen ondertekend.
2. De vordering
De eiseres verhaal zich tegen het dwangbevel met RClV-nr. …, uitgevaardigd op 10 december 2010 door de Rekenplichtige van het BTWontvangkantoor te Zottegem, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 13 december 2010 door de gemandateerde eerstaanwezend inspecteur van het BTWcontrolekantoor te Oudenaarde.
De eiseres vordert de vernietiging van dit bestreden dwangbevel, minstens de kwijtschelding van de bij dit dwangbevel opgelegde geldboete, de terugbetaling van de op grond van het dwangbevel geïnde bedragen, en de veroordeling van de verweerders tot de kosten van het geding. In ondergeschikte orde vraagt de eiseres om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen.
3. Beoordeling
3.1.
De fiscale administratie (verweerders) en de eiseres zijn tot het volgende akkoord gekomen :
- Ingevolge de beslissing d.d. 05 april 2012 vanwege de heer Gewestelijk directeur van de Administratie van de Fraudebestrijding (BBI, sector BTW) wordt de verschuldigde BTW a rato van … EUR integraal gecompenseerd door een toegestaan recht op aftrek ervan;
- Het recht op aftrek (compensatie) wordt bij diezelfde beslissing toegestaan op het moment van de oorzaak van verschuldigdheid van de BTW. In concreto houdt dit in dat er geen nalatigheidsinteresten meer zullen worden aangerekend;
- De verschuldigde geldboete (artikel 70, § 1 W.BTW) werd op grond van artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831 in het kader van het tussengekomen akkoord verminderd tot … EUR, zijnde 20 pct. van de verschuldigde rechten. Hieromtrent wordt eveneens verwezen naar de beslissing van 5 april 2012 zoals voornoemd.
- De verschuldigde moratoire interesten worden eveneens herberekend, ergo aangepast ingevolge de supra bedoelde boetevermindering.
- Met voornoemde rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Zottegem zullen de betalingsmodaliteiten worden overeengekomen. Na ontvangst van de definitieve (aangepaste) schuldvordering zullen de verschuldigde sommen (verminderde boete, annex moratoire interesten) binnen de dertig kalenderdagen integraal worden betaald.
De partijen gaan akkoord dat over en weer geen enkele rechtsplegings- vergoeding wordt gevorderd in huidige procedure.
De verschuldigde sommen (BTW, boete, moratoire interesten en verlopen interesten} zijn door dossier eiseres niet voldaan. Er werd geen enkele betaling (onder voorbehoud) gedaan.
3.2.
De partijen zijn tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank in feite en in rechte als juist en rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging bij vonnis in de weg.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond.
Verleent aan de partijen akte van hun akkoord, zoals weergegeven in de akkoordconclusie, ter griffie neergelegd op 7 mei 2012 en door de beide partijen ondertekend :
- waarbij de verschuldigde BTW wordt gecompenseerd door het toegestane recht op aftrek ervan;
- waarbij de wettelijke geldboete wordt verminderd 20 pct. van de verschuldigde rechten, zijnde … EUR;
- waarbij de interesten door de toegestane compensatie van de aftrekbare BTW komen te vervallen;
- waarbij partijen akkoord zijn dat er over en weer geen enkele rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is;
- waarbij de verschuldigde sommen binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de definitieve (aangepaste) schuldvordering integraal worden betaald.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op achttien december tweeduizend. en twaalf, waar aanwezig waren :
de heer S. R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. S. R.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.