Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 04.02.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 04 FEBRUARI 2010
Rolnummer AR 06/1124/A
In de zaak van :
De heer L. V. H., zelfstandig handelaar (bakker), wonende te …, …, hebbende als ondernemingsnummer …;
eiser,
voor wie optreedt, mter. A. D., advocaat, met kantoor te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, AOIF, Controlecentrum Gent 1, G. Crommenlaan 6/702, 9050 Gent
verweerster,
voor wie optreedt, mter. E. V. A., advocaat met kantoor te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. DE RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 7 januari 2010 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift d.d. 27 maart 2006 en de akkoordconclusie van de partijen.
2. DE VORDERING
De eiser verhaalt zich tegen de correctieopgave van 8 november 2005 uitgaande van de BTW-administratie, en vordert dat de inhoud van deze correctieopgave ongegrond zou worden verklaard.
3. BEOORDELING
3.1.
De vordering van de BTW-administratie was gebaseerd op een onderzoek gevoerd door de administratie der directe belastingen. Tegen de belastingaanslagen die werden gevestigd voor de aanslagjaren 2003 en 2004 werd een bezwaarschrift ingediend. Na onderzoek van het bezwaarschrift ging de administratie der directe belastingen, evenals de eiser, akkoord met de hierna vermelde omzetverhoging door nevenberekening. De betwiste belastingaanslagen werden ondertussen overeenkomstig ontheven.
3.2.
3.2.1. Punt 1. van de correctieopgave – Omzetverhoging : door nevenberekening
De omzetverhoging door nevenberekening dient als volgt te worden gewijzigd.
Jaar 2002
Gewone broodsector, in min : 152 x 1,44 = - 218,88 EUR (incl. BTW)
Fijn bakkerij, in meer : 152 x 2,25 x 5,12 = + 1.751,04 EUR (incl. BTW)
Resultaat : meeromzet t.b.v. 1.532,16 EUR
Verschuldigde BTW : 1.532,16 EUR x 6/106 = 86,73 EUR
Jaar 2003
Gewone broodsector, in min : 627 x 1,44 = - 902,88 EUR (incl. BTW)
Fijn bakkerij, in meer : 627 x 2,25 x 5,06 = + 7.138,40 EUR (incl. BTW)
Resultaat : meeromzet t.b.v. 6.235,52 EUR
Verschuldigde BTW : 6.235,52 EUR x 6/106 = 352,95 EUR
Totaal verschuldigde BTW op omzetverhoging : 439,68 EUR
3.2.2. Punt 2. van de correctieopgave BTW op het voordeel in natura voor EGW, telefoon en gsm
Jaar 2002 : 600 EUR x 21/121 = 104,14 EUR
Jaar 2003 : 600 EUR x 21/121 = 104,14 EUR
Totaal verschuldigde BTW op voordelen : 208,28 EUR
3.2.3. Verschuldigde BTW, proportionele boete, interesten en terugbetaling;
Totaal verschuldigde BTW voor de gecontroleerde periode : 647,96 EUR
Proportionele geldboeten
Bij toepassing van art. 70, § 1, W.BTW en KB 41, tabel G, rubriek V :
- inzake punt 3.2.1. : Omzetverhoging : 439,68 EUR x 10 % = 43,97 EUR
- inzake punt 3.2.2. : BTW op voordelen : 208,28 EUR x 10 % = 20,83 EUR
Totaal : 64,80 EUR afgerond : 64,00 EUR
Totaal verschuldigde BTW + boete = 711,96 EUR
3.2.4. Interesten en terugbetaling
Bij toepassing van artikel 91, § 1, W.BTW is de wettelijke interest van 0,8 % per maand verschuldigd over het bedrag van de BTW, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro (640 EUR) vanaf 21.01.2004.
Op 23 januari 2006 heeft eiser de som gelijk aan 1.995,64 EUR vereffend. De BTW-administratie zal overgaan tot terugbetaling van het verschil tussen de voormelde verschuldigde sommen en het door eiser betaalde bedrag gelijk aan 1.995,64 EUR. dit vermeerderd met de wettelijk verschuldigde interesten.
3.3.
De partijen zijn tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank in feite en in rechte als juist en rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging bij vonnis in de weg.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en deels gegrond; verleent akte van het akkoord gesloten tussen eiser en verweerster.
Herleidt dienvolgens de vordering van de BTW-administratie, gesteld bij correctieopgave d.d. 8 november 2005, tot 711,96 EUR hoofdens BTW en proportionele boete, vermeerderd met de wettelijk verschuldigde nalatigheidsinteresten.
Veroordeelt de Federale overheidsdienst Financiën, BTW-administratie tot de terugbetaling van het verschil tussen de voormelde sommen verschuldigd door eiser en de som van 1.995,64 EUR, betaald door eiser, meer de wettelijk verschuldigde intresten.
Zegt voor recht dat elke partij zijn eigen gerechtskosten zal dragen en partijen bijgevolg jegens elkaar geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zijn.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op vier februari tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :
de heer S. R., alleenrechtsprekend (echter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. S. R.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.