Strafbepaling, administratieve geldboete · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 13 september 2007

Zoeken

Strafbepaling, administratieve geldboeteBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-gent-2007-09-13-a54e

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
13 september 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

106 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 13.09.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 SEPTEMBER 2007

Algemene rol nummer : 01/785/A

In de zaak van :

J. V., wonende te …, …,

C. C., wonende te …, …,

S. C., wonende te …, …,

G. C., wonende te …, …,

in hun hoedanigheid van wettelijke erfgenamen van wijlen de heer C. C.,

R. L., wonende te …, …,

P. D. C., wonende te …, …,

F. D. C., wonende te …, …,

in hun hoedanigheid van wettelijke erfgenamen van wijlen de heer U. D. C.,

F. D. W., wonende te …, …,

R. M., wonende te …, …,

J.-P. Y., wonende te …, …,

G. V. T., wonende te …, …,

eisers, voor wie optreedt meester A. D., advocaat te …, …,

EN

VZW SK M., met zetel te …, …

vrijwillig tussenkomende partij, voor wie optreedt meester A. D., advocaat te …, …,

tegen :

DE BELGISCH E STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW-Ontvangkantoor Zottegem, met kantoren te 9620 Zottegem, G. Schockaertstraat 4,

verweerder,

voor wie optreedt meester E. V. A., advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 13.6.2007 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding d.d. 26.2.2001, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers.

Het geding werd rechtsgeldig en overeenkomstig de bepalingen van art. 815 e.v. Ger.W. hervat door J. V., C. C., S. C., G. C., R. L., P. D. C., F. D. C., eisers ten aanzien van verweerder, en de rechtspleging werd voortgezet volgens de reeds neergelegde en verder door elk der partijen genomen conclusies.

2. DE VORDERING

De vordering van eisers strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel uitgevaardigd door de eerstaanwezend Inspecteur van het BTW­Ontvangkantoor op 15.12.2000, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.12.2000 en betekend bij aangetekend schrijven d.d. 18.1.2001.

Krachtens voornoemd dwangbevel wordt aan eisers - zijnde de leden van de feitelijke vereniging M. SK - bevel gegeven om te betalen :

BTW : 55.816 frank

Geldboete : 111.000 frank

Intresten berekend tot 20.12.2000 : 20.680 frank

TOTAAL : 187.496 frank,

meer intresten en aanhorigheden.

De vordering zoals laatst gesteld in conclusies strekt er meer bepaald toe :

“…

het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens

in hoofdorde :

het genoemde dwangbevel te vernietigen en de vordering van de Belgische Staat ongegrond te verklaren;

de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van de betaling;

in subsidiaire orde :

de administratieve geldboete kwijt te schelden, minstens te verminderen tot een passend bedrag;

de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van de betaling.

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten

…”

3. FEITEN

1. Eisers, in hun hoedanigheid van bestuursleden van de destijds bestaande F(feitelijke) V(vereniging) SK M. (nu VZW M. SK), zijn wegens hun geregelde activiteit van uitbaters van een voetbalkantine onderworpen aan de BTW-wetgeving.

2. Op 6.3.1998 werd een controle uitgevoerd over de periode van 1.1.1995 tot 31.12.1996.

Ingevolge een onderzoek bij de BVBA H. N., meende de BTW-administratie dat de FV SK M. dranken zonder factuur zou hebben aangekocht voor de hiernavolgende bedragen :

1995 : 291 EUR (11.739 frank)

1996 : 1125,71 EUR (45.411 frank).

Op basis van deze gegevens werd een omzetverhoging berekend over de gecontroleerde periode zodat aan BTW verschuldigd is voor

1995 : 267,45 EUR

1996 : 1.116,19 EUR.

3. Ingevolge het niet akkoord met de correctieopgave werd op 8.7.1998 een proces-verbaal opgemaakt waarin gevorderd werd :

BTW : 1383,64 EUR (55.816 frank)

Boete : 2775 EUR (111.000 frank).

Eisers weigerden te betalen wat resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel.

4. Eisers tekenen verzet aan tegen de uitvoering van het dwangbevel met dagvaarding van verweerder om te verschijnen voor deze rechtbank.

Eisers ontkennen zwarte leveringen te hebben ontvangen.

Eisers menen dat de verhoging van de boete de rechten van de verdediging schendt en de toegang tot het gerecht belemmert; dat de boete onevenredig is en dient te worden kwijtgescholden minstens te worden herleid tot 20 %.

5. BESPREKING

M.b.t de ontvankelijkheid

Eisers handhaven niet langer de grief dat de vordering van de BTW-administratie onontvankelijk zou zijn.

De vordering is ontvankelijk.

M.b.t. de zwarte aankopen

Het is inderdaad zo dat de bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal terzake van vaststellingen van BTW-ambtenaren (zoals in casu het proces-verbaal van 8.7.1998 ten laste van de FV SK M., gesteund op het proces-verbaal van 22.9.1997 (annex het proces-verbaal van 20.8.1997)) alleen geldt voor de reële vaststellingen door de verbaliserende ambtenaren.

Dit belet de administratie van verweerder evenwel niet tevens te steunen op andere elementen teneinde te komen tot een bewijskrachtig geheel van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens waaruit blijkt dat eiseres meedraaide in het fraudesysteem en de in het proces-verbaal d.d. 22.9.1997 aan haar toegeschreven facturen effectief overeenstemmen met zwarte aankopen die zij deed.

Het wordt niet betwist dat de FV SK M. een geregelde afnemer was van de drankleverancier BVBA H. N..

Uit het onderzoek o.m. de vaststellingen door de verbaliserende ambtenaren bij de BVBA H. N. en de bekentenissen van de heer R. H. is gebleken dat deze leverancier een systeem had opgezet om een deel van zijn verkoop niet te factureren, nl. door naast de levering van dranken met een officiële verkoopfactuur ook een levering te doen waarvoor door de leverancier een valse verkoopfactuur werd opgemaakt op naam van een particulier of gewoon met melding "particuliere verkoop". De verzendingsnotanummer en/of factuurnummer vermeld op de facturen aan particulieren volgt meestal op de verzendingsnotanummer en/of factuurnummer dat vermeld was op de officiële verkoopfactuur.

In casu blijkt dat de facturen uitgereikt aan particulieren dezelfde data hebben als deze uitgereikt aan de klant-belastingplichtige, dat zij veelal dezelfde soort goederen bevatten als de officiële facturen met dezelfde datum, dat de aangekochte hoeveelheden en teruggebrachte hoeveelheden leeggoed onmogelijk enkel dienstig zijn voor particulier gebruik, dat de zogenaamde particulieren dezelfde handelskortingen genieten (zie stukken 15, a&b, 16 a&b).

In casu is de administratie er in geslaagd op basis van voormelde gegevens een gedetailleerde en sluitende opgave op te stellen van alle zwarte aankopen van de FV SK M., zodat aan de juistheid ervan niet meer kan getwijfeld worden.

Eisers zijn weinig geloofwaardig waar zij stellen geen belang te hebben bij de fraude gezien de beperkte omvang. Het verleden toont nochtans aan dat de FV SK M. systematisch een beperkte omzet niet aangaf en hiervoor reeds 6 minnelijke inregelstellingen voor akkoord tekende (stukken 30 t/m 35 verweerder)

M.b.t. de boete

In het proces-verbaal van 8.7.1998 werd een boete opgelegd van 2.775 EUR, zijnde tweemaal de verschuldigde rechten, dit op grond van art. 70, § 1 W.BTW dat bepaalt dat voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen een boete wordt opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Eisers vragen de boete kwijt te schelden, minstens te verminderen tot een passend bedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank is een boete in toepassing van art. 70, § 1, W.BTW van tweemaal de ontdoken rechten een strafsanctie in de zin van de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR.

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van art. 6 EVRM is gerechtigd de wettelijkheid van die sanctie te onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of de feitelijke en wettelijke voorwaarden vervuld zijn voor die sanctie en of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen (Cass. 24.1.2002, www.cass.be ).

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechtbank moet onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve boete van zodanige omvang. Hierbij mag de rechter acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige gevallen werd geoordeeld.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen. (Cass. 21.1.2005, rolnr. 020272, www.cass.be ).

In casu moet worden vastgesteld dat de overtredingen werden begaan met het oogmerk de BTW te ontduiken, dat ondanks de in het verleden herhaaldelijk opgelegde verminderde boetes de vereniging haar gedrag niet wijzigde en de BTW bleef ontduiken.

Een boete van 200 % is dan ook wegens het ontradend effect niet onevenredig met de begane inbreuk.

Ten onrechte menen eisers dat de toegang tot het gerecht belemmerd werd aangezien geenszins blijkt dat er een vrees bestond een hogere boete opgelegd te krijgen indien men niet akkoord ging met de correctieopgave.

Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende bij tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en ongegrond;

Veroordeelt de vrijwillig tussenkomende partij tot de eigen kosten;

Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eisers :

- dagvaardingskosten : € 83,49 (3.368 frank)

- rechtsplegingsvergoeding : € 364,40

aan de zijde van verweerder :

- rechtsplegingsvergoeding : € 364,40;

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 13 september 2007, waar aanwezig waren :

J. D. B., alleen zetelend rechter,

M. V., griffier.

M. V. J. D. B.